Trots

Trots is een knotse emotie. Geboren uit wedijver en strijd, maakt het dat we onszelf steeds vergelijken met de ander. Hoe die ander ons ziet is vaak onlosmakelijk verbonden met hoe fier we ons menen te voelen. In de LHBT+-gemeenschap hebben we een cultuur ontwikkeld rondom prides, waarin we onszelf op de borst slaan om onszelf te overtuigen dat we er helemaal mogen zijn. Geen trots zonder vooroordelen van een heteronormatieve buitenwereld, geen pride zonder prejudice.

De laatste tijd valt het me op dat er in de media nogal wat grieven worden geuit vanuit gekrenkte trots.

Zo was er ophef over zanger Jamai, die veel kritiek te verduren kreeg omdat hij te kennen had gegeven in zijn nieuwe liedjes alle mannelijke verwijzingen opzettelijk te vermijden. Was het niet ontzettend labbekakkerig om anno 2018 je homoseksualiteit zo welbewust uit je teksten te houden?

Op social media zag ik opmerkelijk veel zure recensies van homo’s die over de met een oscar bekroonde film “Call Me By Your Name” niet in hun nopjes waren. Meerdere keren las ik verbolgenheid over het feit dat zowel de oorspronkelijke auteur als de uiteindelijke acteurs in de hoofdrollen, geen van allen werkelijk homo waren. Hoezo zichtbaar en representatief?

Dan was er nog een relletje over de nieuwe donorwet. Een handjevol jonge gay vloggers op Youtube bekenden principieel tegen het afstaan van de eigen organen te zijn, zolang er in hun ogen nog discriminerende bepalingen bestaan die bij bloeddonatie onderscheid maken op basis van seksuele voorkeur.

Zelf was ik een beetje kriegel toen ik bij de gemeenteraadsverkiezingen lang heb moeten speuren naar openlijke roze kandidaten, dan wel kandidaten die zich expliciet wilden inzetten voor de LHBT+-achterban. Was dit politiek opportunisme, angst om stemmen te verliezen, of was het thema nu even niet hip genoeg?

Gek genoeg is er bij al deze gevallen ook wel weer wat redelijks tegenin te brengen. Heeft een zanger niet gewoon de artistieke vrijheid om wat meer universele teksten te vertolken? Waarom zouden een heteroseksuele schrijver en acteurs niet op een prachtige en waarachtige wijze een homoseksueel liefdesverhaal kunnen vertellen? Was het niet ietwat appels met peren vergelijken, en wat egocentrisch om beleid over bloeddonatie te koppelen aan dat van orgaandonatie? Was het niet wat veel om van kandidaten te eisen publiekelijk uit de kast te komen en kleur te bekennen?

Hoewel ik probeer feitelijk en verstandig te zijn, voel ik het toch in eerste instantie schuren en snijden. Hoewel de nuance doorgaans snel verschijnt, snap ik donders goed waar alle verongelijkte en aangebrande reacties vandaan komen.

De knoop zit hem in halfslachtigheid. Wat hebben we immers aan halfbakken tolerantie of bondgenoten die weifelen? Zijn we in het verleden al niet genoeg afgewezen?

Het is als een klasgenootje dat wel een snoepzakje van je aan wil nemen, maar niet met je wil spelen. Het is als de religieuze regel dat je prima homo kunt en mag zijn, zolang je het maar niet praktiseert. Ja, ze willen wel je homohart, maar ja, dat bloed dat er de hele tijd doorheen heeft gestroomd, liever niet..

Zo vaak voelt “gelijk” als “niet gelijk genoeg”. Trots is dan het zuiverende maar bijtende zout in oude wonden.

Deze tekst werd zaterdag 14 april 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 57 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

One thought on “Trots”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s