Tagarchief: bijstand

Zomerstop

Als je, zoals ik, geen vaste aanstelling of baan hebt, geniet je in de ogen van sommigen van een onbepaalde, permanente vrije tijd. Niks is helaas minder waar. Dat heb ik afgelopen zomer mogen ondervinden..

De keerzijde van ogenschijnlijk altijd vrij zijn, is dat je feitelijk nooit echt vakantie hebt. Of het nu door depressie, schuldgevoel, schaamte of angst komt, weet ik niet, maar kennelijk bevind ik me al jaren in een toestand waarin ik weliswaar redelijk passief ben, maar nooit echt vrijaf neem.

Bij depressie helpt het me om bij twijfel automatisch “ja” te kiezen. Als ik het allemaal niet weet, is het doorgaans het meest productief en positief om bevestigend in te gaan op voorstellen van anderen, op vrijwilligerswerk, afspraken en plannen. Omdat ik weet dat mijn beoordelingsvermogen ernstig aangetast is, en ik eigenlijk nergens een goed gevoel bij heb, biedt het voordeel van de twijfel uitkomst. Ervaring heeft me geleerd dat ja-zeggen niet alleen de keuzestress verminderd, maar dat de dingen waar ik ja op zeg, meestal enorm blijken mee te vallen, achteraf.

Het heeft iets weg van gokken, van speculeren op toekomstig herstel. Het levert een agenda op met afspraken en een ondersteunende structuur. Ik mag dan in de bijstand zitten, maar heb wel degelijk allerlei redenen om voor uit mijn bed te komen.
Deze zomer echter, kreeg ik te maken met een inhaalslag. De gemaakte beloftes leken zich tegen me te keren. Hartje afgelopen zomer was ik plotseling in de ban van de cortisol, was ik kortaangebonden, opgejaagd en voelde alles ineens te veel. Zelfs dingen waar ik me voorheen op zou verheugen, waren een last. Een vriendin zei dat ik hyper op haar overkwam. Ik beantwoordde relatief vriendelijke emails pas na nachtenlang getob over wat nou de juiste reactie zou moeten zijn.

Na het halen van een bepaalde deadline dook ik uiteindelijk mijn bed in, om er anderhalve week niet meer uit te komen. Te lang had ik op mijn tandvlees gelopen. Noodgedwongen nam ik een zomerstop. Geen nieuws, geen telefoon, geen social media, en al helemaal geen nieuwe toezeggingen meer. Geen hooi meer op de vork, geen drank en geen junkfood meer. Even “nee, nee, en nog eens nee.” Net zolang alle stekkers eruit tot er weer een beetje nieuwe lucht en ruimte was.

Toen mijn retraite eindelijk voorbij leek, waagde ik me voorzichtig aan wat actualiteit, en ving een glimp op van een neerstortend vliegtuig in de Oekraïne en gevechten in Gaza. Geen komkommernieuws, maar onvervalste kommer en kwel. Het was me een zomer wel!

zomerstop

Deze column werd zaterdag 13 september 2014 voorgelezen als onderdeel van het radioprogramma Kulti Kulti, aflevering 14

Advertenties

Oud geld

Voor mij is post van mijn uitkeringsinstantie (Dienst Werk en Inkomen) waarschijnlijk vergelijkbaar met de blauwe enveloppe op de deurmat van de gemiddelde werkende Nederlander. Je schrikt, je wilt er eigenlijk niet aan, maar je scheurt het dan toch maar open, omdat je potentieel slecht nieuws maar beter meteen onder ogen kan zien.

Laatst werd ik middels zo’n brief uitgenodigd aan te schuiven bij een rechtmatigheidsonderzoek. Wablief? De telefoniste wist me ook niet meer te vertellen dan dat het een onderzoek zou zijn naar de rechtmatigheid van mijn uitkering. Het waarom en hoezo zou ik vanzelf wel gaan merken. Mijn dag was daarmee verpest. Beduusd stond ik met de geopende enveloppe in mijn hand, terwijl de angst me bekroop. Zou de bron van mijn levensonderhoud me ontnomen worden? Zou het tapijt onder mijn voeten worden weggetrokken? Oud zeer, vaak veroorzaakt door misverstand of slordigheid, doemde weer op. Hoe serieus waren de dreigementen in deze brief? Wat was wettig, wat was formaliteit, wat was bluf?

Bij het onderzoek werd me aangewreven dat ik eerder spaartegoed verzuimd had op te geven. Een rechercheur met een doordringende blik, psoriasis en een tatoeage op zijn arm, onderwierp me aan een strenge ondervraging over mijn financiële wel en wee van de laatste jaren. Ik moest qua inkomsten en uitgaven met de billen bloot en me verantwoorden voor zaken die terug gingen tot 2006.Waar waren mijn bankafschriften vanaf die tijd? Waarom had ik die niet weten op te hoesten? Een kopie van een brief van zes jaar geleden werd me onder de neus gedrukt met de vraag of ik die herkende. En passant werd een maximum genoemd in die brief, en ik werd geacht dit te weten. Tegelijk was de brief geruststellend van aard geweest. Eigenlijk zei de brief juist dat er op dat moment financieel niks aan de hand was!

Ik voelde me als een misdadiger die in de val gelokt werd. Dubbelzinnigheid en tegenstrijdigheid vanuit de DWI werd optimaal benut om me klem te zetten, en weggewuifd als ik ze wees op hoe ze zelf mogelijk niet helemaal duidelijk waren geweest. Er werd officieel een verklaring opgesteld en uitgeprint, maar een conclusie of uitkomst werd mij zwart op wit onthouden.

Hoogtepunt was toen ik onthulde dat ik een voicerecorder mee had lopen. Waarom zou ik hen immers vertrouwen als ze mij met zoveel argwaan benaderden? Het was dom van mij om dat te bekennen. De rechercheur zei me niet gediend te zijn van dat soort “trucjes”, en verzocht me de opnamen meteen stop te zetten en te wissen. Ik probeerde me toen rustig en dienstbaar op te stellen, maar mijn hand trilde en ik was volledig in een toestand van vechten-of-vluchten beland.

Uiteindelijk bleek er geen reden om me te korten of te beboeten. Toch voelde ik me schuldig. Schuldig dat ik wat geld had kunnen sparen toen ik depressief was en een relatief erg lage huur en vaste lasten had. Schuldig dat ik het geld toen niet had laten rollen. Schuldig bovenal dat ik al zo lang mijn hand heb moeten ophouden..

Niet lang daarna lag ik ziek in bed en omgaf me met literatuur, muziek en tv-series, om niet te veel te voelen van de boze werelden buiten en binnen. Toen stuitte ik op het woordje “petulant”. Wat betekende dat ook al weer? Ik draaide me op mijn zij en greep naar het forse Engels/Nederlandse woordenboek van Van Dale. Pff.. Juist. Petulant: prikkelbaar, humeurig, gemelijk, nukkig, kregelig. Toen ik het boek weg wilde leggen, dwarrelde er warempel een blauw briefje uit. Het bleek een originele ijsvogel te zijn die daar voorbij vloog, een vergeten, in onbruik geraakt biljet van tien gulden, de opvolger van het joetje (met Frans Hals) en de voorganger van het veel saaiere eurotientje! Prachtig om terug te zien, met dat gedicht van Arie van den Berg, die felle kleuren en afbeelding van die vogel die inmiddels helaas in Nederland steeds schaarser aan het worden is. Waar had ik dit aan verdiend? Hopelijk laat de DWI dit oude geld met rust.. Most peculiar, this pecunia!

oud geld