Tagarchief: column

Leaving Neverland

Mijn hoofd maakt overuren, mijn hart voelt zwaar en een gevoel van moedeloosheid heeft zich over me uitgestort sinds ik de documentaire “Leaving Neverland” heb gezien. Ja, ik ben een bewonderaar en fan van Michael Jackson. Ja, de man heeft me van jongs af aan geïnspireerd, niet alleen door zijn geniale muziek en video’s, maar ook door wie hij was, of wie ik dacht dat hij was: een uiterst sensitieve ziel, nederig, gul en begaan met de wereld, en een rolmodel voor alle buitenbeentjes.

Het is niet de eerste keer dat ik overvallen ben door twijfel. In 1993, toen Michael Jackson beschuldigd werd van seksueel misbruik door Jordy Chandler, moest ik tot mijn spijt bekennen dat, als ik echt heel eerlijk was, ik niet honderd procent kon uitsluiten dat Michael Jackson meer dan platonische contacten had met de vele jonge jongens in zijn leven. Ik was er immers niet bij, en ik kon me, als puberende middelbare scholier, toch ergens ook indenken dat er misschien iets vanuit seksuele spanning was gebeurd wat eigenlijk niet had mogen gebeuren. Des ondanks huldigde ik het standpunt dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel onomstotelijk is bewezen.

In 2005 was het opnieuw hommeles, en werd Michael Jackson voor het gerecht gesleept in de zaak van Gavin Arvizo. Nagelbijtend en kettingrokend wachtte ik voor de buis het vonnis af, en was half opgelucht, half verbaasd toen hij, tegen de voorspellingen van de media in, op alle 14 gronden vrij werd gesproken. Toen ik jaren later de verslagen van de rechtzaak las, vielen me de schellen van de ogen: schimmige tijdlijnen, onbetrouwbare verklaringen en bovenal geen greintje bewijs. De geruchten rond Michael Jacksons pedofiele neigingen verstomden echter daarna  nooit meer, en zijn imago en carrière werden nooit meer wat ze waren geweest.

10 jaar na Jacksons overlijden, is er nu dus de 4 uur durende docu “Leaving Neverland”, waarin regisseur Dan Reed twee volwassen mannen hun verhaal laat doen over hoe ze ingepalmd, gegroomd en vervolgens seksueel misbruikt zouden zijn door de King of Pop. Gewapend met een pot thee en gebakken eieren, liet ik alles over me heen komen.

“Het is met Leaving Neverland heel simpel: er zijn critici van de film, en er zijn mensen die de film gezien hebben,” aldus 3voor12’s Atze de Vrieze op de site van de VPRO, die met trots de documentaire aankondigde. Ik was op het ergste voorbereid, maar bleek uiteindelijk onder allebei de categorieën te vallen. Ja, ik heb het gezien, en ja, ik kan niet anders dan toch ook zeer kritisch zijn.

De film is eenzijdig, past geen wederhoor toe, en levert geen verlossend bewijs. Alles is van horen zeggen, en niks daarvan wordt gestaafd. De vormgeving is sober, de montage langdradig en repetitief. De steeds terugkerende droneshots hebben een hypnotiserend effect. De fan in mij dacht nog: als je een leugen maar lang genoeg herhaalt, beginnen mensen er vanzelf in te geloven..

In de getuigenissen van Robson en Safechuck zie en voel ik warmte, verlangen en veel pijn. Het overweldigende effect van Michael Jacksons roem, de bijzondere aandacht die ze van hem  kregen, en de frustratie nadat de jongens door hem afgedankt of ingeruild werden, lijken mij zeer authentiek. Toch hapert mijn empathie bij de verhalen over het misbruik. Het is niet dat ik het idee heb dat ze glashard liegen, maar ik voel er tot mijn schrik weinig bij, hoezeer ik ook met ze te doen heb.

Ik voel me daarnaast gehinderd door feiten. Het feit dat de FBI Michael Jackson 10 jaar lang grondig heeft onderzocht, inclusief invallen op diens landgoed, en nooit ook maar iets belastends heeft gevonden, grijp ik aan om sceptisch te zijn. Het feit dat Robson en Safechuck verschillende keren onder ede hebben gelogen, en Robson onlangs nog binnen korte tijd 4 keer zijn verhaal heeft veranderd, zie ik ergens als een aanwijzing van ongeloofwaardigheid. Wat betreft hun motieven om naar buiten te treden met hun beschuldigingen, vind ik het dubieus dat zij en de regisseur verzwijgen dat ze een hoger beroep afwachten waar ze honderden miljoenen dollars rijker van hopen te worden. En zo is er nog meer en meer.

De #metoo-beweging predikt de morele keuze om slachtoffers altijd te geloven. Ik schaam me dat ik dat in dit geval niet kan doen. Serieus nemen doe ik ze zeker, maar verder kom ik niet. Hoe hypocriet ben ik, dat ik de verhalen over Jimmy Savile wel neig te geloven, en die over Michael Jackson niet volledig? Hoe selectief ben ik, als ik muziek uitzoek voor mijn radioshow, dat ik David Bowie (die seks met minderjarigen schijnt te hebben gehad en beschuldigd is van verkrachting) wel draai, en een veelbelovende, maar puur via social media gecancelde act als PWR BTTM niet draai? Hoe bevooroordeeld ben ik als ik rationaliseer dat de 60+ en 80+ beschuldigingen richting Bill Cosby en Harvey Weinstein zwaarder wegen dan die paar richting Michael Jackson? Hoe paranoïde ben ik dat ik vraagtekens zet bij de beweegredenen van Oprah Winfrey, die nu publiekelijk Michael Jackson aan de schandpaal nagelt, maar opvallend stil is over haar grote vrienden Cosby en Weinstein?

Diep van binnen strijden mijn gevoel en mijn verstand met elkaar. Ik ben er niet uit of en hoe ik nog iemand op diens mooie blauwe, groene of bruine ogen kan geloven.

mj

Deze tekst werd zaterdag 9 maart 2019 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 68 van het radioprogramma Kulti Kulti.

 

Advertenties

Poes Rosa

Johan belde. Of ik misschien een weekje op zijn poes wilde passen. Ik moest er even over nadenken.  Hoewel ik een zwak heb voor katten, enige ervaring met een studentenhuiskat, en regelmatig de kat van een vriendin voeder als zij even weg is, zag ik enigszins op tegen de verantwoordelijkheid een week lang zo’n beestje over de vloer te hebben. En tja.. had diezelfde Johan nou niet juist een liedje geschreven over de uiterst veeleisende poes Henriëtte?

Hij verzekerde me dat zijn Rosa juist het tegenovergestelde was van het onhandelbare kreng waar hij over had gezongen. Rosa zou een dame zijn, wat schuchter en voorzichtig van aard, maar, naar al gauw zou blijken, een lieverd. Het zou daarnaast ook heilzaam voor me kunnen zijn op haar te passen en haar te verzorgen.

Zo schoorvoetend als ik overstag ging, zo schichtig glipte Rosa vanuit haar reismand rechtstreeks onder mijn zitbank. De eerste dagen verschanste ze zich onder mijn bed, precies op de meest ontoegankelijke plek. Bij het in- en uitgaan van mijn huis, moest ik me er steeds van vergewissen dat ze er nog zat. Liggend voor de bedrand zag ik dan, na enig zoeken, toch vanachter het verlengsnoer, haar grote groene ogen oplichten.

Hoe meer ik haar negeerde, en gewoon mijn dagelijkse dingen deed, hoe sneller ze toch poolshoogte kwam nemen. Beschaamd klopte ik een wolk stof uit haar vacht. Daar zat ze dan eindelijk naast me, als een stofdoek op pootjes, zonder oordeel of verwijt, waar te nemen wat ik allemaal zo uitvoerde. Op een milde manier confronteerde ze me met mezelf. Wat dééd ik immers van dag tot dag? Was ik niet te bedlegerig, te ingekakt? At of dronk ik niet teveel? Onwillekeurig vroeg ik me af wat Rosa hier van moest denken: “Dat doet Johan nou nooit..”

Haar zachtaardige karakter ontroerde me. Geen grauw, snauw of klauw te bekennen. Gaf ik haar regelmatig brokjes, water en aandacht, dan spinde mevrouw al van tevredenheid. Als ik ging slapen, dan nestelde ze zich op een gegeven moment onder de deken, tussen mijn kuiten.  Het was een beetje onwennig weer eens een warm levend wezen in mijn bed te hebben, maar ook troostend.

Bovenal bracht Rosa me door haar serene aanwezigheid terug in het heden. Was ik weer eens in neerslachtige gedachten verzonken, kwam ze naar me toe en gaf ze me kopjes. Staarde ik afwezig voor me uit, sprong zij in mijn blikveld en stopte mijn getob. Door even contact te hebben met dit prachtige nachtelijke roofdier, vervloog de noodzaak naar vragen en antwoorden. Het wonderbaarlijkste en ondoorgrondelijkste mysterie bleef zij natuurlijk zelf.

Dank je, Johan. Dank je, Rosa!

Deze tekst werd zaterdag 8 april 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 45 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Wandeling

Het einde van deze zomer is nakende. Met gezwinde pas wurm ik me uit mijn benauwende schaduwleven, en waag me in mijn stoute, doch toch al wat afgetrapte schoeisel. Ik begeef me buiten de voordeur, en laat de serendipiteit haar werk doen. Zij zal mij brengen waar ze me brengen wil, in weerwil van wat ik misschien zelf zou willen, als ik al zou weten waar ik heen wil..

Ik dwaal deze avond door mijn geliefde Amsterdam, zonder route, zonder plan, volmaakt ongebonden. De tegels, het plaveisel, de straten en de buurten betreed ik zonder vragen. Toch hoop ik heimelijk op een verlossend antwoord, dan wel een kompas. Mocht iemand mij ontwaren, dan ben ik voorbereid om schijnbaar moeiteloos door te flaneren, alsof ik weet waar ik naartoe ga, glorieus afstevenend op de volgende kruising.

Al lopende blijk ik af te druipen richting mijn verleden. Al lopende merk ik dat ik steeds meer in mijn eerdere voetstappen treed. Mijn tocht brengt me naar een slingerende wijk net buiten de stad, waar ik ooit als jonge student op kamers ging. De bewuste doorzonwoning blijkt onveranderd kil en karakterloos. Opnieuw voel ik me enigszins verloren.

Als het daglicht langzaam verdwijnt, versnel ik mijn pas en daver ik doelloos langs de rafelranden van een stadspark. Ik ruik patchouli en voel de broeiende walm van het struikgewas, en stuit dan op een groepje mannelijke studenten dat zich waarschijnlijk middenin hun introductie bevindt. Als voortvarende passant loop ik een boogje om, maar beland daarmee juist pal tussen hen in.

Even omgeeft een dartele onschuld mij. Even ben ik het oog van een bruisende orkaan. Even dwarrelen de jongens om mij heen. Ze zijn jong, dronken en onbeholpen. Even weet ik niet hoe me hier toe te verhouden. Hun zomerse nonchalance, korte broeken en gebruinde harige benen overweldigen me. Ze stoeien, testen elkaar, langs me heen, alsof ik er niet ben.

Ik ontkom, en voel me weer een beetje die jongen die altijd als laatste gekozen wordt bij de gymles..

Op mijn zigzaggende dwarreltocht, doorkruis ik vervolgens een willekeurige woonwijk. Ik zie een supermarkt, die nog open is, en stap daar binnen, hopend op een teken.

Het blijkt echter de hoogste tijd. Voor mij rest er niet meer dan een impuls-aankoop: een zak borrelnootjes van het huismerk. In de rij voor de kassa treft mij ineens een wat gezette oudere man, die 6 halve liters bier op de lopende band voor zich heeft gelegd. Hij lijkt warempel wel op.. Hans van der Togt! Nee, het zal toch niet? Nee, hij is het niet, maar wel hetzelfde type..

Dan knipoogt hij naar me, met een blik die het midden houdt tussen flirt en verstandhouding. Ik bloos, en voel me betrapt.

Onthutst knik ik naar hem als hij me een fijne avond wenst. Is dit mijn voorland, mijn lotsbestemming?

wandeling

Deze tekst werd zaterdag 10 september 2016 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 38 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Recht van spreken

Orlando, oh Orlando.. Wat lijkt het lang geleden dat het nieuws van die aanslag op homonachtclub Pulse de wereld schokte, terwijl er nog amper een maand voorbij is. Inmiddels hebben andere ellendige gebeurtenissen de aanslag ruimschoots naar de achtergrond gedrongen. Tot mijn ontsteltenis hebben de laatste inzichten van de FBI  inzake deze moordpartij, de Nederlandse media nauwelijks bereikt. Als er nog iets opborrelt, zijn het sensatieverhalen over de daders vermeende homoseksualiteit, ofwel gebaseerd op achterhaalde berichtgeving, ofwel, zoals deze week bleek, uit de duim gezogen voor sappige clickbait.

Feitelijk weten we nog steeds bar weinig over de motieven. Nee, Mateen was waarschijnlijk geen terrorist, geen homo, en nee, het was geen crime passionnel. Wat dan wel? We zullen het wellicht nooit te weten komen, maar door het ontstane vacuüm, is juist des te schrijnender duidelijk geworden hoeveel pijn er heerst in de harten van zovelen. IS mag de aanslag hebben opgeëist, commentatoren en opiniemakers binnen de oude en nieuwe media hebben zich gestort op het afbakenen van de context. Hun claims deden me soms duizelen. Ik zag atheïsten op hun anti-religieuze stokpaardje klimmen, zag het gepsychologiseerde relaas van de zichzelf hatende homo in diverse varianten, en las vurige pleidooien tegen de wanstaltige wapenwetgeving. Dan was er Kustaw Bessems, die het gebeurde aangreep om te betogen dat het met de LHBTI-acceptatie helemaal niet zo snor zat als wel gedacht, je had Botte Jellema, die zich gekwetst toonde nadat hij gezien had hoeveel minder mensen op de Dam stonden, in vergelijking met na de aanslag op Charlie Hebdo, en dan was daar Tofik Dibi, die op zijn beurt in wenste te zoomen op de etniciteit en religiositeit van de slachtoffers.

Sinds een tijdje, ook buiten de berichtgeving over Orlando, heb ik de indruk dat er gevochten wordt in de media over welke groep nu het meeste leed treft. Ik proef verongelijktheid over het mogelijk verkeerd inschatten van wie nu het grootste slachtoffer is. De zwarte? De moslim? De homo? De vrouw? En nog belangrijker: wie heeft er het meeste recht van spreken? Het grenst aan schuld door associatie om in debatten de ander weg te zetten als intrinsiek bevooroordeeld, niet op basis van argumenten, maar op basis van iemands culturele achtergrond. Ja, het is geen overbodige luxe voor bepaalde bevoorrechte meerderheden om drastisch beter naar anderen te gaan luisteren, maar ik betwijfel of dit bespoedigd wordt door te eisen dat “sommige mensen gewoon hun bek houden”.

Ook actueel is een nieuw soort purisme. Het recht van spreken, zelfs als alles er op wijst dat de intenties goed zijn, wordt steeds vaker betwist en soms zelfs getorpedeerd. Neem de discussie rond Nick Jonas, een heteroseksuele popzanger, die hevig bekritiseerd werd omdat hij een herdenkingstoespraak had gegeven na Orlando. Niet de inhoud van zijn speech, maar het feit dat hij zelf niet homo was, vormde de kern van het misnoegen.  In Nederland hadden we vorige week een soortgelijk akkefietje, toen twee heteroseksuele TV-presentatoren zoenend op de cover van de LINDA-glossy L’HOMO verschenen. Ja, er zal zeker sprake zijn geweest van mediageilheid en commercieel opportunisme, maar het lijkt me veel te ver gaan om de cover gelijk te stellen aan blackface.

Er is zoveel pijn. Er is zoveel lijden. Er zijn zoveel mensen die zich terecht miskend, genegeerd en benadeeld voelen. Waarom doen we dit elkaar aan? Waarom maken we het nog zwaarder voor elkaar dan het al is?

“What the world needs now is love, sweet love / It’s the only thing that there’s just too little of..” Ware woorden, en helaas, nu met onder andere Orlando, Dhaka, Bagdad en Dallas, maar al te toepasselijk..

Recht van spreken

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 9 juli 2016 binnen aflevering 36 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

40

Zo lang ertegenaan gehikt, maar ik heb het toch geflikt: 40 jaren oud! Puur op geluk en genade is me dit toe komen vallen. Ik ga op naar de 50, eindelijk naar het ongrijpbare middelbare.

“They say life begins at 40 / Age is just a state of mind / If all that’s true / You know that I’ve been dead for 39″ aldus John Lennon. Altijd diep ontzag gehad voor des ex-Beatles’ scherpe en wijze woorden. Des te vreemder nu ik besef dat hij nooit ouder dan 40 mocht worden.. Zijn jongste zoon Sean is hem inmiddels in leeftijd voorbijgestreefd, en is maar een half jaartje ouder dan ik nu ben.

Persoonlijke documentatie kan verhelderend en soms louterend blijken. Als ik dagboeken nasla van rond mijn 20ste, dan kijk ik op van de vastberadenheid en doelgerichtheid die daaruit spreken. Jawel, mijn leventje scheen toen ronduit maakbaar. Als ik ooit precies meende te weten wie ik was, wat ik wilde, en hoe dat te bereiken, was het toen wel.

10 jaar later, toen ik de 30 naderde, kwam daar een verwoede, soms verbeten strijdbaarheid voor in de plaats: nu of nooit! Als ik werkelijk zou afstevenen op het gevreesde existentiële debacle – mislukt te zijn op alle felbegeerde fronten rond mijn 40ste – ja, dan kon ik maar beter dood zijn.. Dacht ik toen.

Nu ik werkelijk 40 ben, voel ik meer een spijtoptant. Ik merk dat mijn maatstaven zo grijs zijn geworden als het haar bij mijn slapen. Ik kan het nog zo stoer verbloemen, maar de nuances zijn er. Het zwart-wit, alles-of-niets-denken, wat me zo eigen leek, schijnt wonderwel deels geweken.

Door vervelende complicaties aan mijn pols heb ik onlangs ook mogen proeven aan de ontberingen en het verval wat gepaard gaat met de ouderdom. Ik heb een hernieuwde waardering gekregen voor een zogenaamd normaal functionerend lichaam, dat zonder hinder kan bewegen.

Voorheen had ik het mezelf nooit vergeven als ik toe zou geven maar wat voort te sukkelen op mijn 40ste. Nu is dat niet alleen de realiteit, maar ook het beste wat ik nu eenmaal in petto schijn te hebben.. Ik accepteer het voor wat het is, zonder al te veel bitterheid of zelfverwijt. Wat maakt dat ene leven van mij eigenlijk uit?

Tegelijk is er, met het wegsmelten van eerdere wanhoop, juist meer hoop voor teruggekomen. Ben ik een mislukkeling of een laatbloeier? Het maakt niet uit, het is me steeds meer om het even. Mijn sterfelijkheid stimuleert me tot een aangename voortvarendheid. Ik ben blij dat het eindig is, vrolijk dat ik waarschijnlijk de helft al gepasseerd ben, èn dankbaar voor wat er nog over is.

veertig

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 11 juni 2016 binnen aflevering 35 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

In een handomdraai

Wat is het geluid van één hand die klapt.. ?

Ik vraag het me af terwijl ik mijn wonden lik. Mijn brein draait overuren. In een handomdraai heeft iemand begin dit jaar gemeend mij even iets voor te doen, waardoor ik het tot nu toe moet bezuren. Een handomdraai, een bruuske, botte, bizarre greep naar mijn linkerpols, gevolgd door een beweging die me ver voorbij mijn pijngrens dreef. Mijn stoerheid bleek niet bestand tegen deze brute agressie. Ik raakte overmand door misselijkheid en viel uiteindelijk, middels een verlate tegenreactie op de onthutsende lompheid, flauw.

Toen ik bijkwam, wist ik vrijwel meteen dat er iets geknapt was. Naast mijn vertrouwen, dat best een knauw had gekregen, bleek later dat het ligament dat ellepijp en spaakbeen met elkaar verbindt, totaal afgescheurd was van het bot. Optimisme van sommige vrienden ten spijt, dreigde dit een langdurig traject te worden van pijn, operaties, gips, spalken en revalidatie. In een handomdraai werd mijn leven kleiner dan het sinds tijden geweest is. Maandenlang zal ik niet kunnen sporten of fietsen, en niet normaal kunnen typen, koken of douchen.

Mijn arm zit tot over de elleboog vast in een plastic spalk, die ik dag en nacht dien te dragen. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed, en tussendoor versjteert het mijn slaap met nachtmerries en andere onderbrekingen. Wanhopig experimenteer ik met restjes oxycodon en rode wijn, maar word enkel mistroostig en murw wakker. De spalk voelt als een openhaardblok dat vastgeklonken zit aan aan mijn lijf. Het is een ongewenst pantser dat zoiets basaals als een omhelzing vrijwel onmogelijk maakt. Om nog maar te zwijgen van het openen van een grote bak kant-en-klare aardappelsalade! Gemak krijgt echt een andere betekenis als je één arm niet meer kunt gebruiken..

In een handomdraai werd mijn lente, in plaats van een jaargetijde van nieuwe initiatieven, er een van contemplatie en meditatie, een warm uitgevallen extra winter, met als grote leermeester: geduld. Het is bitterzoet. Aan de ene kant is er woede, verdriet en onmacht over deze noodgedwongen stilstand. Aan de andere kant is er ook nederigheid en ontroering, bijvoorbeeld als een lieve vriend aanbiedt voor me te koken, een kleine meisje in de supermarkt oprecht wil weten wat er met mijn arm aan de hand is, of als ik in fijn gezelschap kan genieten van een koffie in de zon.

gipsx

 

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 14 mei 2016 binnen aflevering 34 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

De hemelvaart van Nancy Reagan

Nancy Reagan voelde zich al een tijdje niet zo senang. De voormalige presidentsvrouw miste haar man zaliger, en vreesde voor de toekomst van Amerika. Het opgeblazen hoofd van Donald Trump kon haar humeur danig verpesten. Wat was er overgebleven van de ouderwetse stijl en klasse die zij en haar echtgenoot hadden belichaamt? Een escapistische bingewatch van het vierde seizoen van House of Cards bleek haar te veel. De magistrale plotwendingen en machiavellistische machinaties werden haar uiteindelijk fataal, waarop ze het tijdelijke met het eeuwige verwisselde.

Eenmaal in hogere sferen, moest ze eerst door een roze poort met uitzicht op een grenzeloos azuurblauw.

“Oh Ronnie, waar ben je dan, mijn lieveling? Ik heb je zo gemist, Ronnie..”

Maar waar ze ook zocht, ze vond hem niet. Hij zou toch niet weer in een of andere kapsalon zitten om zijn haar zwart te verven?

Ze kwam uit bij een landhuis dat warempel wel een replica leek van het huis van haar vriendin Elizabeth Taylor. O ja, en er klonk feestelijke muziek uit de ramen, en gegiechel. Zou het? Ze besloot aan te bellen.

Het bleek inderdaad het huis van Liz! De actrice verscheen zelfs persoonlijk aan de voordeur.

“Oh Liz, wat zie je er beeldschoon uit! Is Ronnie hier misschien? Het klinkt als een gezellig partijtje daar. Mag ik binnenkomen?”

La Taylors ogen werden groot en fel. Vuur spuwde vanachter de dubbele rij wimpers. Martha uit Who’s Afraid of Virginia Woolf? was er niks bij.

“Waar haal je de grove brutaliteit vandaan?! Nee, Nancy, ik ben niet vergeten hoe je Rock Hudson zeven weken voor zijn dood weigerde te helpen. Hij was ernstig ziek, en smeekte jullie, maar jullie hebben hem gewoon laten creperen! Ik heb me in allerlei bochten moeten wringen om mensen te kunnen helpen. Jullie bekrompen politiek maakte dat ik allerlei illegale dingen moest doen om hiv-medicijnen te kunnen verspreiden. Denk maar niet dat dat nu vergeten en vergeven is. Ik moet nu terug naar binnen. Monty en Rock zijn er, en Michael en Freddie gaan zo zingen. Dag, Nancy!”

“Maar wacht, Liz.. Ik ben hier net. Wat moet ik nou?!”

“Zoek dat effe lekker zelf uit! Ga desnoods Maggie Thatcher aan haar kop zeuren,  maar val mij niet lastig!”

Boem. De deur miste op een haar na Nancies neus. Dit nieuwe bestaan zou nog wat aanpassing vergen.. Onder zoete vocale flarden van Michael Jackson en Freddie Mercury, vervolgde Nancy wat beduusd haar weg. Maar wacht.. Margaret! Dat was een goed idee. Hoe zou het met die lieve schat zijn?

Dit parabel werd mede geïnspireerd door een opmerking van Marc Hesselink, en wordt zaterdag 12 maart 2016 voorgedragen binnen aflevering 32 van het radioprogramma Kulti Kulti