Tagarchief: depressie

Uitstelleritus

Mijn hoofd is als griesmeelpudding,

mijn bloed als rinse appelstroop

Traag zoek ik mij een weg tussen de lakens door,

schud het oorkussen nog eens op

en draai me weer om..

Hoe duivels, dit ledikant der ledigheid,

hoe onmachtig mijn gewoel

Hoe achterstallig het verschonen van de sloop,

hoe rusteloos mijn uitstelleritus.

 

Het vlies van het verleden bedekt de muren

De glans van de toekomst is een ijdele droom,

een projectie voorbij de horizon op een poster

‘Wie ik zou kunnen zijn’ ontglipt me

evenzeer als ‘wie ik was’

In het moment verhard ik als componentenlijm,

verval ik in fixatie,

ben ik de gevangene van mijn behang,

de gehangene door uitstelleritus.

 

Als ik eindelijk eens losbreek,

verlies ik  mezelf in de veelheid,

verdrink ik te midden van de media

Laat ik mijn aandacht opslokken

door boebeskoppen en blaaskaken,

door gehits en geblaat,

onnozele meningen en prietpraat

Meedogenloos teruggezogen

in de draaikolk van uitstelleritus

 

Soms waag ik nog een investigatie,

zoek ik een verklaring voor deze procrastinatie

Bedenk ik uitwegen en ontsnappingsplannen,

hou ik de faalangst tegen het licht

en spuug mijn perfectionisme in het gezicht

Vergeefs, het mag niet baten,

want op de rotonde ga ik dan toch weer dralen,

laat ik iedere afslag aan me voorbijgaan

in de nodeloze haast van uitstelleritus.

 

uitstelleritus

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 februari 2016 binnen aflevering 31 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Een frisse start

Koel, helder water.. Kan het zo simpel zijn?

Sinds begin dit jaar waag ik me aan een dagelijkse duik onder de douche, waarbij ik de laatste paar minuten de warme kraan laat voor wat hij is. De Iceman Wim Hof indachtig, train ik mezelf voorbij de grenzen van het behaaglijke en aangename.

Ben ik nu dan zo wanhopig geworden dat ik alles maar aangrijp om me beter te voelen? Vrienden vragen me of ik wel goed bij mijn hoofd ben. Zelf twijfelde ik ook enorm daaraan toen ik 1 januari jongstleden langzaam maar zeker de warme kraan boven me dichtdraaide.

Een masochist zou ik mezelf niet noemen. Eerder overgevoelig of kleinzerig. Waarom doe ik mezelf dit dan toch aan? Is dit eigenlijk geen vorm van zelfkastijding?

De fysieke voordelen van koud douchen zijn inmiddels genoegzaam bekend. De koude stroom zou de alertheid verhogen, het immuunsysteem stimuleren en spieren helpen te herstellen na inspanning. Ook zou het gunstig werken bij slechte doorbloeding, oververhitting, vetverbranding en zelfs depressie.

Het vernemen van de voordelen is echter voor veel mensen niet voldoende om het dan ook daadwerkelijk te proberen. Misschien heb ik het geluk dat ik van nature nogal warmbloedig ben, en meestal meer last heb van hitte dan van kou. Als kind ben ik ook eens, tot woede van mijn ouders, een kraanwaterbad ingesprongen en daar een half uur gebleven. In plaats van onderkoeld, voelde ik me na afloop juist heerlijk verfrist.

Hoe dan ook is er aanvankelijk forse weerstand om de kilte te trotseren. Eenmaal overwonnen, komen er talloze onvermoede nieuwe baten bij. Het is vergelijkbaar met het extatische gevoel van, na met gezonde tegenzin, toch te zijn gaan sporten. Mijn lichaam tintelt en mijn gehele huid kleurt blozend roze. Ik voel me jonger en zorgelozer. Mijn vertrouwen groeit als ik na de koude doop meer bereid blijk andere dingen waar ik tegenop zie, ook wat actiever tegemoet te treden.

Ik hoop deze nieuwe gewoonte vast te kunnen houden door vooral niet te streng te zijn voor mezelf. Niet iedere dag meteen onder de ijskoude straal. Niet zo abrupt dat het me de adem afsnijdt. En soms ook gewoon lekker uitgebreid warm douchen.

frisse start

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 10 januari 2015 binnen aflevering 18 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Vingerwijzing

Als er één vinger richting de ander wijst, wijzen er drie naar mezelf. Als ik dan vervolgens naar mezelf kijk, weet ik eigenlijk niet goed wat er nou aan dat handje is. Míjn handje.

Het mag cryptisch klinken, maar ik heb een obsessie met handen, en dan vooral de vingers. Er is iets in de verhouding tussen met name de wijs- en ringvinger, dat me mateloos bezig houdt.

Nee, vergeet de handlijnkunde. Dat laat ik aan anderen. Ik heb het hier over de wijsvinger-ringvinger-index, ofwel de digit ratio, 2D:4D. Vlooi wikipedia er maar op na, of google er op los. Het blijkt heus een serieus onderwerp van onderzoek te zijn.

Een paar jaar geleden deed ik bij de UvA mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar seksueel gedrag van homo’s in relatie met bepaalde effecten van hormonen, en ja, ook daar bleek het een rol te spelen. Ik moest naast het inhaleren van een spray (met al dan niet bepaalde hormonen) ook met mijn hand op de glazen plaat van een kopieermachine, om tot op de millimeter vast te kunnen leggen hoe dat nou zat met die vingers van mij.

Volgens actuele inzichten zijn er “sterke aanwijzingen dat de lengte van de wijsvinger beïnvloed wordt door de hoeveelheid geslachtshormonen waar de foetus in de baarmoeder aan wordt blootgesteld. Deze geslachtshormonen beïnvloeden tevens verschillende persoonlijkheidseigenschappen.” Aldus wikipedia.

Grofweg betekent dit dat mensen met een wijsvinger die in verhouding korter is dan hun ringvinger, meer invloed van testosteron, het mannelijk geslachtshormoon, moeten hebben gehad. Mensen met een wijsvinger die echter in verhouding gelijk of langer is dan de ringvinger, zouden daarentegen relatief minder veel testosteron hebben gekregen.

Een foefje voor als je van een onduidelijke foto zou willen raden of iemand biologisch gezien man of vrouw is, is te kijken naar de verhouding van wijs- en ringvinger. Meestal kun je ervan uitgaan dat als de ringvinger aanzienlijk langer is, het een manspersoon betreft, en als het ongeveer gelijk is of korter, het een vrouw zal zijn.

Echter, en nu komt het, mijn eigen vingers zijn in dat geval totaal niet indicatief! Als ik mijn jatten op die manier aanschouw, zie ik de handen van een vrouw! Mijn ringvingers zijn zelfs meer dan van vrijwel gelijke lengte in vergelijking met de wijsvingers, ze zijn duidelijk een stukje kórter!

Nou heb ik altijd al het vermoeden gehad dat er iets anders is met me. Er bestaat ook een theorie dat homo’s en lesbo’s qua 2D:4D ratio afwijken van hun heterofiele medemensen. Geef ik mijn seksuele voorkeur eigenlijk weg met mijn handje? Is het misschien niet zozeer een slappe pols, maar vooral de verhouding tussen vingers?

Als je zo’n afwijking bij jezelf constateert, kun je moeilijk doen of je het niet meer ziet. Zoals iemand die een rode auto heeft gekocht, overal rode auto’s ontwaart, gaat mijn blik regelmatig onbewust richting de vingers van mensen die ik tegenkom. Ook medehomo’s moeten er aan geloven. Ik zie een interessante man, hij zwaait, en vrijwel meteen registreer ik de onderlinge verhouding tussen zijn vingers. Aha! Gek genoeg kom ik zelden mannen tegen — homo, hetero of wat dan ook — die een duidelijk langere wijsvinger blijken te hebben..

Een relatief langere wijsvinger, zoals bij mezelf, zou kunnen wijzen op een lager libido, een minder agressief, maar angstiger karakter, met minder geldingsdrang en daadkracht. Tja.. Zou dat niet een hoop persoonlijke problemen voor me verklaren? Het schijnt dat alle Amerikaanse presidenten opvallend ‘mannelijke’ handen hebben of hebben gehad, met ferme ringvingers. Vergeleken daarbij heb ik dus niet bepaald de handen van een leider. Of is dat te simpel en te seksistisch gedacht?

Ach, laat ik er niet te veel conclusies aan verbinden. Ooit vergaloppeerde ik me al door naarstig te googlen naar foto’s en informatie over bekende personen met afwijkende handen. De zoekopdracht sloeg als een boemerang terug op mezelf, toen ik las dat juist mensen met een soortgelijke afwijking als ik, zich vanuit onzekerheid makkelijk kunnen verliezen in het zoeken naar bevestiging door het verafgoden van bekende mensen. Oeps. Snel met die klauw op de muis en wegklikken!

Halleluja, niks aan de handa!

vingerwijzing

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 december 2014 binnen aflevering 17 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Zomerstop

Als je, zoals ik, geen vaste aanstelling of baan hebt, geniet je in de ogen van sommigen van een onbepaalde, permanente vrije tijd. Niks is helaas minder waar. Dat heb ik afgelopen zomer mogen ondervinden..

De keerzijde van ogenschijnlijk altijd vrij zijn, is dat je feitelijk nooit echt vakantie hebt. Of het nu door depressie, schuldgevoel, schaamte of angst komt, weet ik niet, maar kennelijk bevind ik me al jaren in een toestand waarin ik weliswaar redelijk passief ben, maar nooit echt vrijaf neem.

Bij depressie helpt het me om bij twijfel automatisch “ja” te kiezen. Als ik het allemaal niet weet, is het doorgaans het meest productief en positief om bevestigend in te gaan op voorstellen van anderen, op vrijwilligerswerk, afspraken en plannen. Omdat ik weet dat mijn beoordelingsvermogen ernstig aangetast is, en ik eigenlijk nergens een goed gevoel bij heb, biedt het voordeel van de twijfel uitkomst. Ervaring heeft me geleerd dat ja-zeggen niet alleen de keuzestress verminderd, maar dat de dingen waar ik ja op zeg, meestal enorm blijken mee te vallen, achteraf.

Het heeft iets weg van gokken, van speculeren op toekomstig herstel. Het levert een agenda op met afspraken en een ondersteunende structuur. Ik mag dan in de bijstand zitten, maar heb wel degelijk allerlei redenen om voor uit mijn bed te komen.
Deze zomer echter, kreeg ik te maken met een inhaalslag. De gemaakte beloftes leken zich tegen me te keren. Hartje afgelopen zomer was ik plotseling in de ban van de cortisol, was ik kortaangebonden, opgejaagd en voelde alles ineens te veel. Zelfs dingen waar ik me voorheen op zou verheugen, waren een last. Een vriendin zei dat ik hyper op haar overkwam. Ik beantwoordde relatief vriendelijke emails pas na nachtenlang getob over wat nou de juiste reactie zou moeten zijn.

Na het halen van een bepaalde deadline dook ik uiteindelijk mijn bed in, om er anderhalve week niet meer uit te komen. Te lang had ik op mijn tandvlees gelopen. Noodgedwongen nam ik een zomerstop. Geen nieuws, geen telefoon, geen social media, en al helemaal geen nieuwe toezeggingen meer. Geen hooi meer op de vork, geen drank en geen junkfood meer. Even “nee, nee, en nog eens nee.” Net zolang alle stekkers eruit tot er weer een beetje nieuwe lucht en ruimte was.

Toen mijn retraite eindelijk voorbij leek, waagde ik me voorzichtig aan wat actualiteit, en ving een glimp op van een neerstortend vliegtuig in de Oekraïne en gevechten in Gaza. Geen komkommernieuws, maar onvervalste kommer en kwel. Het was me een zomer wel!

zomerstop

Deze column werd zaterdag 13 september 2014 voorgelezen als onderdeel van het radioprogramma Kulti Kulti, aflevering 14

Zomerzon

O zon, o zoete zomerzon.. Wat heb ik jou miskend.. Lang heb ik niks van je moeten hebben: je warmte, je straling, je volle gloed. Jarenlang sloot ik deuren en gordijnen als jij je weer liet gelden, bleef ik met opzet binnenshuis als jij op je felst was.

Ik achtte je te min om een aparte plank in mijn kledingkast voor in te ruimen. Mijn enige korte broek is slechts bestemd voor de sportschool, en de meeste kleding draag ik het hele jaar door. Jawel, dat T-shirt met korte mouwen draag ik herfst, winter, lente en zomer! De zeldzame keren dat ik me iets aan je gelegen liet liggen, sloeg ik door naar het andere uiterste: scharrelde ik het donkerste shirt met de langste mouwen op, opdat er zo min mogelijk van je op mijn huid zou vallen.

Ik voelde me wellicht te goed voor je. Meewarig keek ik naar dat bakken op stranden, dat grillen in parken en dat roosteren onder het kunstmatige zonnekanon. Dat anderen om me heen uit vrije wil huidkanker riskeerden voor een schijtbruine toet, kwam me als absurd voor. Genoeg wetenschappelijke literatuur had toch immers onomstotelijk aangetoond hoe schadelijk jouw schijnsel is?

UVA, UVB, doe mij maar UV-Nee! Ik heb genoeg van mijn moedervlekken van kleur zien verschieten onder jouw invloed. Herinnerde me ook al te goed die keer dat je me zo gruwelijk verschroeide. Alleen al mijn niet onaanzienlijke ijdelheid dreef me hard hollend van je heen. Als grootste aanstichter van huidveroudering vermeed ik je fanatiek, vaak ook met verve. Aan mijn huid kon niemand het jaargetijde aflezen. Ik was er zelfs een beetje trots op, hoe zichtbaar onaangedaan ik was van jou.

Dit seizoen, dat onverwacht toch nog de boeken in zal gaan als zomer 2013, voltrok zich echter een ommekeer. Mijn persoonlijke zonnewende. Waarschijnlijk doordat mooie dagen dit jaar zo schaars waren, en aanvankelijk ook erg lang op zich lieten wachten, was er een bijna manische ondernemingslust onder enkelen van mijn vrienden opgekomen. Of ik zin had samen in het Vondelpark te gaan zitten. Of ik zin had op een stinkkleedje onder de boom nabij mijn oude studentenhuis te gaan liggen. Tja.. Werktuiglijk wimpelde ik een en ander af, hartgrondig overtuigd dat ze maar beter een andere gek hiervoor bereid konden vinden..

Mijn behoefte aan gezelschap won het uiteindelijk toch van mijn weerzin. Of.. was het toch soms het vooruitzicht op een goed glas koele witte wijn? Vrije tijd, prettig gezelschap, een drankje en een knabbeltje erbij, waren genoeg om me toch over te halen. Mijn gemits en gemaar over de zon werden gepareerd met logisch klinkend verweer. Ik hoefde toch niet te zonnebaden als ik dat niet wilde? Ik kon toch ook lekker in de schaduw blijven?

Ik besloot het er dan toch op te wagen, maar wel op mijn manier en op mijn voorwaarden. Je heetste uren omzeilend, sprong ik pas op de fiets na vieren, en wapende me daarbij met zonnebril, lange broek, pet, en een dikke laag zonnebrand, factor vijftig — die me zelfs nog witter deed lijken dan ik al was. Het Vondelpark, en dan met name de Rozentuin (toch een bekende plek waar ook veel homo’s samenkomen) bleek een verademing te zijn. Waar ik opgefokte drukte verwachtte, vond ik ontspannen groepjes. Waar ik me schrap zette voor een vleeskeuring, bleek iedereen juist heel voorkomend en charmant. De frase “I beg your pardon, I never promised you a rose garden” doemde op in mijn kop en liet me even niet meer los. Later, thuis, bijkomend van alle gezelligheid, voelde ik me rozig, voldaan, zelfs een behoorlijk tikkeltje vrolijk. Een dag later werd ik wakker met.. ja, iets wat ik het best kan omschrijven als montere hoop. Ik, een goed humeur?

Nu besef ik dat ik nagloeide van de zon, en dat die natuurlijke dosis vitamine D me, tegen al mijn argwaan en afkeer in, blakend en in geestelijk goede doen hebben geholpen. Het voelde een beetje als verliefd worden. Alsof ik gekust was door iemand van wie ik verwacht had te worden gebeten..

O zomerzon.. Je bent misschien niet die gore vijand waar ik je voor hield.. Je grootste aanbidder zal ik niet meer worden, maar ik zal je zeker minder uit de weg gaan!

Afbeelding

Het schuldige leven van Gerard Reve

Het is volbracht.. Net het laatste deel van de grote Gerard Reve-biografie van Nop Maas uitgelezen. Joop Schafthuizen, Reves laatste levenspartner, had ongelijk toen hij zei dat het alleen maar over geld, drank en seks zou gaan. Hoewel het daar grotendeels wel op neerkomt, bevat het boek toch ook een flinke dosis rechts-extremisme, paranoia en pillen. Het lezen van deel drie was een ontluisterende ervaring.

De gedegenheid waarmee Nop Maas het leven van Reve heeft weten te boekstaven is soms duizelingwekkend. Drie delen van ieder zo’n achthonderd pagina’s, gedrukt op vliesdun papier, dat meestal gebruikt wordt voor bijbels, zetten uiterst nauwgezet alle feiten en weetjes op een rij. Wat de Volksschrijver at, hoeveel dozen goedkope wijn van het merk Prokupac hij er in een bepaalde periode wist door te jagen, hoe hij aan bepaalde grondstoffen voor een verbouwing kwam, geen detail blijft onbenoemd. Als lezer verneem je van trivialiteiten die je binnen je eigen recente leven allang bent vergeten. Waarom zouden we dat allemaal moeten weten van Gerard Reve?

Wie een grondige analyse verwacht van karakter en drijfveren, komt bedrogen uit. Nop Maas duidt niet, maar distilleert vooral informatie uit persoonlijke brieven van Reve, en dient deze op in chronologische volgorde. De data maken dat je als lezer steeds sneller neigt te gaan lezen, alsof de persoonlijke preoccupaties van Reve je op de hielen gaan zitten.
De feiten en bevindingen rond Reves verblijf op zijn Geheime Landgoed zijn ronduit benauwend te noemen. Daar zat hij dan, in de verzengende zon te ploeteren aan een stenen muur van een afgelegen bouwval, alleen met zijn wijn en zijn wanhoop. Op de achtergrond was er dan Joop Schafthuizen, die hij eigenlijk lichamelijk niet aantrekkelijk vond, die, naar zijn zeggen ‘symboolblind’ en half doof was, en met wie hij eigenlijk geen fatsoenlijk woord kon wisselen. Ze konden niet zonder, en niet met elkaar..

Naarmate de bladzijdes vorderen, vervliegt dan ook nog iedere hoop op mildheid of nuance. Reve fulmineert in brieven tegen uitkeringstrekkers en kunstenaars die subsidie krijgen. Hij omarmt het apartheidsregime in Zuid-Afrika en maakt korte metten met vrijwel al zijn vroegere vrienden, bekenden en collega’s.

De mystieke fantasiewereld die zo tot de verbeelding van de Reve-lezer spreekt, lijkt een gevangenis voor hemzelf te zijn geweest, een heilloze vlucht die hem naar paranoia en steeds dieper isolement voerde.

De troost die zijn werk anderen bood, en blijft bieden, met name aan depressievelingen en melancholici, schuilt wellicht in de erkenning en herkenning van gruwelijke waarheden, die eigenlijk onverteerbaar zijn. Als lezer zou je Reve gunnen dat zijn biografie fictie was geweest. Wat een leven.. Boek dicht nu, en, indachtig de Schrijver, moedig voorwaarts!

reve wijn

Deze column werd 11 mei 2013 live voorgelezen voor MVS Radio, in het programma Lollipop, binnen de rubriek “Moedig voorwaarts!”

Voornemens

Mijn goede voornemen voor 2013 is.. om minder positief te gaan denken. Jawel. Natuurlijk lukt het nog niet zonder slag of stoot – want ingesleten patronen zijn moeilijk van hun plek te krijgen, maar toch waag ik het er op.

Jarenlang heb ik vergeefs geprobeerd positief te denken. Planken vol self-helpboeken heb ik verslonden, allerhande psychologische technieken en trucjes heb ik beproefd, tot aan kabbala en Scientology aan toe. Uiteindelijk beklijfde niets, en nu besef ik ook waarom.

Het heeft me enorm verbaasd te moeten onderkennen dat ik eigenlijk, terwijl ik toch meende behoorlijk ver heen te zijn, een heus “gezond” verstand heb. Het is dit verstand dat sterker blijkt dan welke positieve affirmatie ook. Ik kan nog zo vurig mezelf brainwashen dat ik “mooi, jong en sexy” ben — desnoods met MP3’s nachtenlang op auto-repeat – maar als ik uitga dooft die overtuiging en slaat de twijfel toe.

Mijn gezond verstand weet precies waar ik mee bezig als ik tegen mezelf zeg dat ik “mooi, jong en sexy” ben, namelijk: met brute kracht mijn diepste angst wegduwen, ontkennen dat ik misschien eigenlijk gewoon lelijk, oud en onaantrekkelijk ben. Daar zit de knoop. Als niemand verder die avond iets van amoureuze interesse toont, wordt het lastig hoog te houden wat ik mezelf op de mouw dacht te kunnen spelden. Het is slechts enkelingen gegeven om in die situatie te blijven geloven in hun onmiskenbare heerlijkheid, maar dit zijn vaak ook mensen die geen nee kunnen horen, dan wel een joekel van een bord voor hun kop hebben. Ook zijn er veel types in de gayscene die zichzelf overschreeuwen en anderen overspoelen met geforceerde gevatheid. “Kijk eens hoe interessant, populair en slim ik ben!”, terwijl iedereen eromheen de ondertoon voelt van minderwaardigheid en de angst in wezen saai, middelmatig en dom te zijn. Niet zelden was en ben ik zo’n typje..

Als het dan kennelijk steeds mislukt om negatieve gedachten over mezelf uit te bannen, om te keren of te negeren, rest me niks meer, dan die verachte gedachten te accepteren.
Ja, ik voel me vaak een sukkel. How’s that for a coming-out? Daarbij wens ik ook korte metten te maken met het self help-idee dat alle succes en geluk valt of staat met een florissant zelfbeeld. Dat je alleen wat kunt bereiken in de wereld en het leven vanuit het standpunt dat je het wel heel goed hebt getroffen met jezelf. Nee! Ik heb inmiddels te veel biografieën gelezen die het tegendeel hiervan op ontluisterende wijze hebben laten zien.

Een ander concept dat hier van afgeleid is dat “je om van een ander te kunnen houden, eerst van jezelf moet leren houden”. Anno 2013 zeg ik: fuck that! Zijn er immers niet genoeg mensen die juist doordat ze in een relatie raakten, enorm opgebloeid zijn en daarmee hun getob over hun slechte zelfbeeld hebben overstegen?

voornemens

Deze column werd 12 januari jl. live voorgelezen voor MVS Radio, in het programma Lollipop.