Tagarchief: gedicht

Uitstelleritus

Mijn hoofd is als griesmeelpudding,

mijn bloed als rinse appelstroop

Traag zoek ik mij een weg tussen de lakens door,

schud het oorkussen nog eens op

en draai me weer om..

Hoe duivels, dit ledikant der ledigheid,

hoe onmachtig mijn gewoel

Hoe achterstallig het verschonen van de sloop,

hoe rusteloos mijn uitstelleritus.

 

Het vlies van het verleden bedekt de muren

De glans van de toekomst is een ijdele droom,

een projectie voorbij de horizon op een poster

‘Wie ik zou kunnen zijn’ ontglipt me

evenzeer als ‘wie ik was’

In het moment verhard ik als componentenlijm,

verval ik in fixatie,

ben ik de gevangene van mijn behang,

de gehangene door uitstelleritus.

 

Als ik eindelijk eens losbreek,

verlies ik  mezelf in de veelheid,

verdrink ik te midden van de media

Laat ik mijn aandacht opslokken

door boebeskoppen en blaaskaken,

door gehits en geblaat,

onnozele meningen en prietpraat

Meedogenloos teruggezogen

in de draaikolk van uitstelleritus

 

Soms waag ik nog een investigatie,

zoek ik een verklaring voor deze procrastinatie

Bedenk ik uitwegen en ontsnappingsplannen,

hou ik de faalangst tegen het licht

en spuug mijn perfectionisme in het gezicht

Vergeefs, het mag niet baten,

want op de rotonde ga ik dan toch weer dralen,

laat ik iedere afslag aan me voorbijgaan

in de nodeloze haast van uitstelleritus.

 

uitstelleritus

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 februari 2016 binnen aflevering 31 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Terug van het feest

Terug van het feest

passeer ik de drempel

adem ik in

en moet ik verzuchten

dat het toch akelig sterk

ruikt naar eenzaamheid..

Rechtsomkeert maak ik dan

richting snackbar en weerom

en als ik dan

in eigen voetsporen treed

bevangt me de schok

dat het toch akelig sterk

naar alcoholisme ruikt

op de trap

Vele uren later schrik ik wakker

en verbaas me

over de geur van frituur

Dat het toch akelig sterk

naar thuis ruikt

 

na het feest

Stante pede

Zeker een jaar ben je nu bij me
met iedere stap die ik zet
Eerst zag ik je nog niet voor wat je was,
dacht dat je een blaar was,
maar jij viel niet door te prikken
Nee, ik moet het je nageven:
oppervlakkig ben je nooit geweest
Je liet je onder mijn gewicht pletten,
maar drong je daardoor juist dieper binnen
in schier oneindige lagen
die mijn zool ontsierden
met mijn eelt als jouw schild

Ik sta op voet van oorlog,
mijn geduld is bijna op
Neem de komende dagen nog,
maar voor het einde van de maand
wil ik van je verlost zijn
Als jij niet van wijken wilt weten,
weet ik wat te doen:
we gaan opnieuw naar de huisarts,
ik verlink je, de dokter verstikt je,
bevriest je, opnieuw..

Als dat je niet mag vermurwen,
strijd ik verder, te vuur en te zwaard
Ik stip je aan met chemische formules,
verzuur je met azijn en citroen,
bedek je met zilveren tape,
smoor je met tea tree, knoflook en kurkuma,
schraap je weg, schroei je weg
al doet het nog zo’n pijn

Als ik jou was, zou ik nu maar snel
je feestje ergens anders verder vieren..
als er al nog wat te vieren valt
Ga nu heen, op staande voet!
Scheer je weg, en laat je nooit meer zien!

stantepede