Tagarchief: geweld

Oeps..

Een zwoele, zo niet broeierige zomeravond. Terwijl het kwik buiten eindelijk een paar graden prijsgeeft, voel ik me onderhand een geroosterd kippetje binnen de wanden van mijn huis, mijn schuilplaats die inmiddels een oven is geworden. Tegen twaalven vat ik de moed op, om toch nog even een wandeling te maken. Om mijn doel van 10.000 stappen te halen, en zodoende hopelijk even wat hitte van me af te schudden.

Ik zet er flink de pas in, maar het voelt als een vergeefse vlucht. Hoewel de temperatuur relatief aangenamer is, gutst het zweet me over de rug. De klamheid beklemt me. Bij gebrek aan frisse lucht, probeer ik innerlijke rust te scheppen uit de klanken van het Franse easy-listening duo Air in mijn oortelefoontjes.

Tussen KNSM- en Java-eiland in, blijk ik lang niet de enige te zijn die verkoeling zoekt. Een groepje jongens dient zich luidruchtig aan. Ik ruik goedkope deodorant en walmende wiet. Ik vang een glimp op van een glanzende torso en harige bruine benen, maar wend mijn blik snel af, richting de stappenteller om mijn pols, die naast stappen ook mijn hartslag aangeeft: momenteel boven de 100.

Ik doe wat ik doorgaans doe: ik maak me zo onzichtbaar en onopvallend mogelijk, en hoop dat mijn lichaam me niet verraadt. In gedachten ga ik terug naar de gymlessen op de middelbare school. Als overlevingsstrategie wende ik me toen aan om mezelf te temperen, te neutraliseren. Omdat mijn natuurlijke manier van bewegen meer wegheeft van flaneren dan marcheren, controleerde ik zoveel mogelijk iedere beweging.

Moest ik in de gymles, ten overstaan van de meute, opnieuw een poging doen over de bok te springen, dan voelde iedere pas als een potentiële misstap. Eén onbewaakt ogenblik, en mijn vermeende vrouwelijke trekjes zouden zich tegen me keren. Er staat me nog levendig bij hoe ik ooit net over die bok had weten te glijden, met een onhandige landing. Voor ik er erg in had, floepte mij dat woordje uit de mond: “Oeps!” En meteen werd ik belachelijk gemaakt, nagedaan door de andere jongens, met brommende goedkeuring van de gymleraar.

Oeps. Zeg dat wel. Om zoveel mogelijk oeps-momenten te vermijden, ben ik nog steeds hyperbewust van mezelf, leg ik mezelf steevast langs de meetlat der heteronormatieve masculiniteit.

Oeps, als mijn blik weer eens vrijelijk dwaalt langs mannelijk schoon in de openbare ruimte. Oeps, zelfs als het niet eens een wellustige blik is. Oeps, als er misschien iets van vertedering via mij doorsijpelt. Oeps, en je wordt zo “zemel” genoemd, of erger: je krijgt een betonschaar in je nek. Oeps, en je wordt door een homofobe politie afgeraden aangifte te doen, genegeerd door het openbaar ministerie, dan wel publiekelijk aan de schandpaal genageld door sociopathische blaaskaken.

Het gesprek tussen de jongens valt even stil als ik hen nader. Eén jongen kijkt me een moment vragend aan. De sfeer is wat opgewonden, maar niet per se agressief. Gelukkig weet ik het groepje te passeren zonder kleerscheuren.

Even verder, op een wat meer afgelegen en donkerder stuk, staat een vrouw van in de 50, met haar rug naar me toe. Ze haalt iets uit haar fietstas, terwijl ze met haar andere arm het stuur vasthoudt. Ze neemt haar tijd en waant zich ogenschijnlijk alleen. Als ik haar tegemoet loop, aarzel ik wat te doen. Zal ik me excuseren, en vragen of ik er langs mag? Of laat ik haar daarmee juist schrikken? Zal ik anders wachten tot ze klaar is met haar fietstas? Of komt dat juist nog bedreigender over?

Als een dief in de nacht sluip ik uiteindelijk langs haar heen. Gelukkig. Ik lijk haar niet overrompeld te hebben. Zou ze me überhaupt opgemerkt hebben?

Dan klinkt haar stem achter me: “Zeg, wensen we elkaar tegenwoordig niet meer een goede avond?”

Ik voel het bloed naar mijn wangen stromen, draai me om en laat een genant lachje ontsnappen. Oeps, sorry.. Maar door het korte contact dat ik met haar heb, voel ik me ook meteen weer meer mens, en meer mezelf.

Ik krijg er kippenvel van.

Een paar stappen verder begint mijn activity tracker te trillen. Dagelijkse doel bereikt!

Deze tekst werd zaterdag 10 augustus 2019 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” in het radioprogramma Kulti Kulti. Beluister het HIER in aflevering 73!

Gaslicht

Gaslighting. Het is een illuster psychologisch fenomeen, met een tot de verbeelding sprekende naam, die tot nu toe nog niet goed in het Nederlands is vertaald. CNN suggereerde onlangs dat Donald Trump zich er schuldig aan zou maken.  Trump-supporters, op hun beurt, verwijten veel media hetzelfde te doen. Het verschijnsel is echter breder en nabijer, heb ik vorig jaar tot mijn spijt moeten ervaren..

Gaslighting behelst het moedwillig verdraaien en vertroebelen van informatie, met als doel de ander te laten twijfelen over de eigen waarneming. Het is een vorm van geestelijk misbruik, vernoemd naar de film Gas Light (1944), waarin Paula (gespeeld door Ingrid Bergman) ten prooi valt aan een vernuftig en sadistisch spel van leugen en bedrog. In de film zien we hoe haar man haar tot de rand van de waanzin weet te drijven door simpelweg een broche en schilderijen uit het huis te laten verdwijnen, om vervolgens stellig te beweren dat dit allemaal door haar toedoen moet zijn gebeurd. Doordat Paula zich niks kan herinneren, noch een logische verklaring kan vinden voor de vreemde gebeurtenissen, wordt bij haar de angst aangewakkerd dat ze gek aan het worden is.

Zelf was ik letterlijk met stomheid geslagen, toen mij vorig jaar iets overkwam, wat ik nu toch wel onmiskenbaar gaslighting mag noemen. Mijn buur, die een aangrenzende deur had, en gebruik maakte van dezelfde trap en voordeur, had steeds meer de neiging het trappenhuis op te gaan, als er andere bewoners in en uit het gebouw gingen. Hoewel een beetje merkwaardig, zocht ik er niks achter, tot ik op een dag achtervolgd werd op de trap, zowat naar beneden gejaagd, en een lichte schop na kreeg. Ik was zo perplex dat ik op het moment niet reageerde, maar nam me voor hier mogelijk later toch op terug te komen.

Toen ik later weer geschopt werd, sprak ik mijn buur hierop aan. Diens antwoord bracht me van mijn stuk. Waar had ik het over? Schoppen? Hoe verzon ik het? Pats! Ik kreeg toen een klap in mijn gezicht, en nog meer ontkenning. Nee, hij verzekerde me dat er niks mis was, dat we goede buren waren, en in het gezicht slaan, waar haalde ik dat vandaan? Zou die nooit doen. Zou me nog eerder kussen.. Waarom was ik dan ineens zo van streek? Pets! Een snelle slag op mijn kin.  En meteen nadat ik hem daar weer op aansprak, inmiddels trillend van machteloosheid, beweerde hij dat ik me het verbeeldde en dat er iets niet goed met me was. Was ik misschien overspannen?

Maandenlang leefde ik met de angst voor wat er verder nog zou kunnen gebeuren. Er kwamen nog meer lichte klappen en schoppen, die ik met steeds grotere woede beantwoordde. Zijn ontkenning bleef onveranderd. Ik schakelde instanties in, die een vinger aan de pols hielden, maar verder weinig konden uitrichten. Het gekke was dat ik niet zozeer de tikken vreesde, maar vooral de grillige gespletenheid en het onwerkelijke van zijn hele gedrag. Als ik aan anderen uit probeerde te leggen wat er aan de hand was, kon ik me voorstellen dat het ongeloofwaardig moest klinken. Nachten heb ik wakker gelegen en me allerhande onmogelijke vragen gesteld..

Op een dag hoorde ik een andere buurman schreeuwen vanuit het trappenhuis. Mijn haren gingen overeind staan. Ik hoorde een vertwijfeling die ik maar al te goed kende. De politie kwam erbij, en daarmee werd het meer dan enkel mijn woord tegenover dat van mijn buur. Ik stond niet meer alleen, en voelde ook een opluchting “toch niet gek” te zijn. Sindsdien weinig meer vernomen van mijn buur. De rust lijkt teruggekeerd, de boze droom voorbij.

Al met al heeft deze toestand me wel alerter gemaakt. Ik merk dat ik sneller aansla als ik een politicus glashard zie liegen. Ik merk dat ik huiver als ik feitelijke waarheden weggevaagd zie worden , en word kwaad als ik merk dat ik niet helemaal immuun blijk voor de manipulatie van blaaskaken en windbuilen.

gaslicht

Deze tekst werd zaterdag 14 januari 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 42 van het radioprogramma Kulti Kulti.