Tagarchief: homo

Bloei

Eindelijk is de lente hier. Na lang hunkeren kregen we onlangs een uitgestelde explosie van fris groen en sappige geuren voorgeschoteld. Na de gulle magnolia, is het in de internationale iepenhoofdstad Amsterdam tijd voor de ultieme lenteconfetti. Hoera! Het sneeuwt weer witte bloesem! Van de week dwarrelde er zelfs een vlokje feestelijk in mijn eerste glaasje rosé dat ik me buiten op het terras kon laten smaken dit jaar. Ja, het is tijd voor uitgebreid bijpraten met vrienden, wilde plannen smeden, vergezeld van de geur van zonnebrand en de smaak van volop verkrijgbare verse perziken (momenteel 2 euro de kilo).

Deze lente kan natuurlijk niet zonder nieuw geluid. Naast een nieuw shirt, een nieuw kapsel, een nieuwe foto op een datingprofiel, past een fijne portie nieuwe muziek, om te leren kennen en verliefd op te worden. Wat mij betreft is Troye Sivans single “Bloom” niet alleen zo’n nieuw geluid, maar ook de meest toepasselijke soundtrack van dit moment en dit seizoen.

De 22-jarige Sivan, die acteur, singer-songwriter en openlijk homo is, bezingt in deze dromerige electropopsong zijn zoetste seksuele verlangens. De metaforen in de tekst zijn vrijwel allemaal ontleend aan de flora. Hij nodigt hierin een andere jongen uit met hem een tuin in te gaan en deze samen te verkennen. Er zijn fonteinen en water, dat voorzichtig eerst getest wordt. Zichzelf beschrijft Sivan als een bloem, die voor de eerste keer, en speciaal voor die ander, zal ontluiken en gaan bloeien: “I bloom for you..” Collega-zanger Adam Lambert noemde het lied al een lofzang op bottomen, het genot anaal gepenetreerd te willen worden, maar het is veel meer dan dat.

Zelden heb ik een artiest in de mainstream zo open over dit onderwerp horen zingen. Het is knap hoe universeel het lied is, voorbij angstige vaagheden om maar niemand voor het hoofd te stoten enerzijds of nihilistische platvloersheid anderzijds. Ontmaagd te worden door een andere jongen wordt nu eens niet geassocieerd met de verdorvenheid, ziekte, schaamte en zelfhaat die er sinds de hoogtijdagen van de homofobie, en niet te vergeten de aidsepidemie, aan zijn gekoppeld. Nog niet zoveel jaar geleden was dit ondenkbaar geweest.

Een nieuwe lente, een nieuwe visie, een nieuwe tederheid..

Deze tekst werd zaterdag 14 april 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 58 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

Offline

Onlangs heb ik, noodgedwongen, het genoegen mogen smaken een week digitaal offline te zijn. Van het ene op het andere moment floepte mijn internetsignaal van “verbonden” naar “beperkt”naar uiteindelijk “niet beschikbaar”. De hortende en stotende webstream van Penoza IV zou voorlopig het laatste zijn wat ik zag bewegen voor het intreden van de digitale stilte.

Natuurlijk gaf ik me niet zomaar gewonnen. Herhaaldelijk de router resetten, opnieuw opstarten, kabels verwisselen en bellen met de provider, het mocht allemaal helaas niet baten. Mijn handpalm trok menigmaal vergeefs naar de optische muis, klikte routinematig op het icoon van de browser, die dan perfect opende, en alles deed behalve browsen. Zo schijnbaar binnen handbereik, maar zo schrijnend afgesneden.

Schrikbarend confronterend, deze plotselinge sabbatical. Na de aanvankelijke ontkenning, kwamen al snel de ontwenningsverschijnselen en het gevoel van gemis. Hoe verslaafd was ik eigenlijk geweest? Hoe had het er zo geniepig in kunnen sluipen? Door het vacuüm zag ik ineens allerlei onaangename zaken, die ik gewoonlijk placht te verdoezelen of te verdoven met de nooit aflatende digitale ruis.

Ik voelde me eenzaam, klein, hulpeloos. De muren van mijn huis omsloten me in onverschilligheid. Zelfs de ramen met hun fraaie uitzicht konden me niet bekoren. Nee, ik verlangde naar flikkerende beelden, nieuwsupdates en feeds van sociale media op mijn blinkende computerscherm. Ik miste de kick van het veroveren en jagen op het ongekende en het nieuwe. Wat te doen als er niks viel uit te pluizen, op te zoeken of binnen te slepen?

Daar ik noch een smartphone noch tv heb, toog ik halverwege de week maar naar de OBA om toch te proberen uit mijn isolement te raken, of op zijn minst wat verstrooiing te vinden. In het kwartier dat ik gebruik kon maken van een publieke computer, scande ik email- en Facebookberichten, gaf korte antwoorden op urgente vragen en zette, met pijn in mijn hart, online, dat ik tot nader bericht voorlopig niet online zou zijn. Bij de romanafdeling leende ik een kloek boek van Haruki Murakami.

Zonder internet stofte ik ook oude vaardigheden af, waaronder de edele, en bijna verloren kunst van het telefoneren. Het was onwennig, maar uiterst waardevol om op meer directe manieren met mensen te communiceren. Achterstallige plannen werden uitgevoerd. Ik ging eindelijk de boer op met flyers en nodigde eindelijk die aardige jongen uit bij me te komen eten.

Al met al bracht mijn internetloze tijd me meer verdieping en focus. Mocht ik nog willen ontkennen hoe ik nou echt mijn leventje slijt, dan was er even geen ontkomen meer aan de waarheid. Daarnaast groeide mijn dankbaarheid: voor mijn gezondheid, mijn relatieve welvaart en aanverwante luxeproblemen, en vooral voor al mijn lieve vrienden, in real life, van vlees en bloed.

Zelden las ik zo onverstoord een boek van 900 bladzijdes in een paar dagen bijna uit. Bijna, want bij het omslaan van het voorlaatste hoofdstuk, keerde toch, na een volle week, mijn internetverbinding met een droge klik, terug.

offlineDeze tekst werd voorgelezen op zaterdag 10 oktober 2015 binnen aflevering 27 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Mooi rood

Om het verstrijken van de seizoenen te vieren, mag ik graag van kleur verschieten. Omdat ik niet bepaald een zonaanbidder ben, kies ik, in plaats van mijn huid, liever schoenveters of, nog beter, mijn eigen haar als het aan te passen palet.

De afgelopen jaren ben ik redelijk conservatief geweest op het haarverffront, en wisselde natuurlijke bruintinten af met zomers goudblond. Doordat het verf op plantaardige basis betrof, was de kleur meestal niet meer dan een subtiele aanvulling op mijn eigen peper en zout, en diende het vooral als camouflage van mijn grijs.

Dit seizoen wilde ik weer eens een kleur kiezen die ik niet eerder had geprobeerd, die uitgesproken van karakter zou zijn, doch niet te chemisch. Het werd, na enig gewik en geweeg in de natuurdrogisterij, de tint auburn, ofwel diep superrood, op basis van henna.

In een nacht waarop ik de slaap niet kon vatten, besloot ik uit balorigheid, de henna gereed te maken, en de sprong te wagen. Ik brouwde me een flinke pot earl grey thee, mengde de dampende vloeistof met het poeder, en genoot van het aroma van bergamot en aarde. Toen de drab dik als yoghurt was, smeerde ik mijn lokken vol, masseerde het tot in de puntjes, en bedekte het geheel met een plastic kapje, en daarna met een warme wintermuts.

Luttele uren later, spatten de kluiten als woedende modder tegen de tegels van mijn douche. Het uitspoelen zag er als een bloedbad uit. Als er zo veel kleurgeweld door mijn afvoer kolkte, moest het op mijn hoofd ook wel effect hebben gehad..

Mijn haar bleek dieprood, puur, donker, zonder gele zweem of oranje waas, eerder schreeuwend als het rood van de brandweer. Wat had ik mezelf aangedaan? Dit was het rood als van Koefnoens Ipie, hier kon Carry Tefsen jaloers op zijn! Daarbij was het effect ook permanent. Henna laat zich nou eenmaal niet wegbleken, en blijft tot het weer uitgroeit.

Toch voel ik me verguld met het resultaat, en heb geen spijt. Juist het ongewisse van het experiment, heeft me veel gebracht. Was dat nou niet waar ik eigenlijk naar op zoek was?

Ik zie regelmatig mensen naar me kijken op een manier die anders is dan toen ik nog een wat neutralere haarkleur had: van een peuter die naar me kraait en naar mijn haar wijst, de waarschijnlijk licht homofoob ingegeven argwaan van een postbode aan de deur met een pakketje, tot aan de vertrouwde caissière die amper haar lachen in kan houden als ze me ziet verschijnen.

Meer dan ooit tevoren, blijk ik ook bij machte de oordelen van anderen te kunnen trotseren. Okay, zie ik er wellicht erg gay uit? Ja, dat klopt, want dat is wat ik ben. Lijk ik op Perfume Genius? Dank je voor het compliment! Zie ik er voor sommige andere gays misschien te vrouwelijk of niet stoer genoeg uit? Mooi, dat onthult dan meteen weer hoe ruimdenkend die anderen zijn. Wordt de kleur veel te onnatuurlijk en ronduit belachelijk gevonden? Okay, smaken verschillen, en ik moet er eigenlijk zelf ook best om lachen.

Misschien wel de grootste kracht van mijn nieuwe kleur schuilt in de vrijheid waarbinnen ik die heb kunnen aannemen. Leve deze vrijheid! Leve de ruimte om af te wijken!

auburn red

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 11 april 2015 binnen aflevering 21 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Zomerzon

O zon, o zoete zomerzon.. Wat heb ik jou miskend.. Lang heb ik niks van je moeten hebben: je warmte, je straling, je volle gloed. Jarenlang sloot ik deuren en gordijnen als jij je weer liet gelden, bleef ik met opzet binnenshuis als jij op je felst was.

Ik achtte je te min om een aparte plank in mijn kledingkast voor in te ruimen. Mijn enige korte broek is slechts bestemd voor de sportschool, en de meeste kleding draag ik het hele jaar door. Jawel, dat T-shirt met korte mouwen draag ik herfst, winter, lente en zomer! De zeldzame keren dat ik me iets aan je gelegen liet liggen, sloeg ik door naar het andere uiterste: scharrelde ik het donkerste shirt met de langste mouwen op, opdat er zo min mogelijk van je op mijn huid zou vallen.

Ik voelde me wellicht te goed voor je. Meewarig keek ik naar dat bakken op stranden, dat grillen in parken en dat roosteren onder het kunstmatige zonnekanon. Dat anderen om me heen uit vrije wil huidkanker riskeerden voor een schijtbruine toet, kwam me als absurd voor. Genoeg wetenschappelijke literatuur had toch immers onomstotelijk aangetoond hoe schadelijk jouw schijnsel is?

UVA, UVB, doe mij maar UV-Nee! Ik heb genoeg van mijn moedervlekken van kleur zien verschieten onder jouw invloed. Herinnerde me ook al te goed die keer dat je me zo gruwelijk verschroeide. Alleen al mijn niet onaanzienlijke ijdelheid dreef me hard hollend van je heen. Als grootste aanstichter van huidveroudering vermeed ik je fanatiek, vaak ook met verve. Aan mijn huid kon niemand het jaargetijde aflezen. Ik was er zelfs een beetje trots op, hoe zichtbaar onaangedaan ik was van jou.

Dit seizoen, dat onverwacht toch nog de boeken in zal gaan als zomer 2013, voltrok zich echter een ommekeer. Mijn persoonlijke zonnewende. Waarschijnlijk doordat mooie dagen dit jaar zo schaars waren, en aanvankelijk ook erg lang op zich lieten wachten, was er een bijna manische ondernemingslust onder enkelen van mijn vrienden opgekomen. Of ik zin had samen in het Vondelpark te gaan zitten. Of ik zin had op een stinkkleedje onder de boom nabij mijn oude studentenhuis te gaan liggen. Tja.. Werktuiglijk wimpelde ik een en ander af, hartgrondig overtuigd dat ze maar beter een andere gek hiervoor bereid konden vinden..

Mijn behoefte aan gezelschap won het uiteindelijk toch van mijn weerzin. Of.. was het toch soms het vooruitzicht op een goed glas koele witte wijn? Vrije tijd, prettig gezelschap, een drankje en een knabbeltje erbij, waren genoeg om me toch over te halen. Mijn gemits en gemaar over de zon werden gepareerd met logisch klinkend verweer. Ik hoefde toch niet te zonnebaden als ik dat niet wilde? Ik kon toch ook lekker in de schaduw blijven?

Ik besloot het er dan toch op te wagen, maar wel op mijn manier en op mijn voorwaarden. Je heetste uren omzeilend, sprong ik pas op de fiets na vieren, en wapende me daarbij met zonnebril, lange broek, pet, en een dikke laag zonnebrand, factor vijftig — die me zelfs nog witter deed lijken dan ik al was. Het Vondelpark, en dan met name de Rozentuin (toch een bekende plek waar ook veel homo’s samenkomen) bleek een verademing te zijn. Waar ik opgefokte drukte verwachtte, vond ik ontspannen groepjes. Waar ik me schrap zette voor een vleeskeuring, bleek iedereen juist heel voorkomend en charmant. De frase “I beg your pardon, I never promised you a rose garden” doemde op in mijn kop en liet me even niet meer los. Later, thuis, bijkomend van alle gezelligheid, voelde ik me rozig, voldaan, zelfs een behoorlijk tikkeltje vrolijk. Een dag later werd ik wakker met.. ja, iets wat ik het best kan omschrijven als montere hoop. Ik, een goed humeur?

Nu besef ik dat ik nagloeide van de zon, en dat die natuurlijke dosis vitamine D me, tegen al mijn argwaan en afkeer in, blakend en in geestelijk goede doen hebben geholpen. Het voelde een beetje als verliefd worden. Alsof ik gekust was door iemand van wie ik verwacht had te worden gebeten..

O zomerzon.. Je bent misschien niet die gore vijand waar ik je voor hield.. Je grootste aanbidder zal ik niet meer worden, maar ik zal je zeker minder uit de weg gaan!

Afbeelding