Tagarchief: intiem

Jaloezie

Was man liebt, das neckt sich.. Meisjes plagen, kusjes vragen. Als je echt van iemand houdt, dan kun je je plaagstootjes veroorloven dan wel laten welgevallen, want je weet wie het zegt.

Liefde en jaloezie verhouden zich tot elkaar als plagen en pesten. De vurige intimiteit is bij allebei even evident, maar bij jaloezie krijgt de kleur een bijna baldadige verzadiging, een bijna gewelddadige intensiteit.

Jaloezie is de geelzucht van de ziel, aldus dichter John Dryden. Of is het eerder het groenogige monster waar Shakespeare het voor hield?

Groen en geel zijn de neontinten van de ergernis. Verhuld, verborgen, opgesmukt of verdund, zijn ze in essentie schreeuwerig fel, doordrenkt van diepe wanhoop.

Luxaflex is een leugen. Jaloezie is niet meervoudig, noch hoogstaand, meegaand of buigzaam. De enige waarheid schuilt in de eigenschap om een donkere schaduw op alles en iedereen te werpen. Oh, the shade!

Oogschaduw. Overdadig, grootschalig aangeboden. Onlangs lanceerden make-up meesterbrein Jeffree Star en über-Youtuber Shane Dawson een gezamenlijke lijn in marketing en mooimakerij, met miljoenenwinsten wereldwijd, binnen een paar minuten tijd.

Het internet der bestellingen brak ervan. De adoratie maakte pas op de plaats, en het gif van de jaloezie glipte door de spleten van het succes. Via de sociale kanalen sijpelde de etterende kritiek door. Aantijgingen van racisme, afschuwelijke blackface-fragmenten en andere bijtende verwijten doemden op. Hoewel misschien deels terecht, was het moment wel heel bitter uitgekozen.

Binnen mijn Twitterbubbel borrelt en bruist het rond Bowi, bekend als voetbalminnende jonge homo die het waagde zich uit te spreken tegen de homofobe blaaskakerij in de voetballerij. Wat mij het meest verbaast echter, zijn niet de bedaagd-cynische spreekkoren, maar juist de zure steken van ogenschijnlijk gelijkgestemden, van mensen die op hem lijken. Verscholen in laffe anonimiteit, dan wel over het paard getild, gehuld in een mantel van morele verontwaardiging, wordt zo een jonge activist weggezet als “homonationalist”, zonder enige onderbouwing.

Jaloezie is misschien wel de meest schaamtevolle, en daardoor lelijkste emotie. Verpakt als goedbedoeld advies, vermomd als redelijke kritiek, denken we er vaak nog mee weg te kunnen komen ook, tot we moeten onderkennen dat die ander onze buitensporige gekrenktheid haarfijn doorziet, en we worden ontmaskerd door onze ernst.

De schrijnende pijn achter jaloezie schuilt in de angst er eigenlijk niet toe te doen als mens. In de relatieve vergelijking met de ander, is het heimelijk verpletterende succes van de ander als zout in onze wonden, als een scheur in ons zelfbeeld.

Ook ik ben bij tijd en wijle, soms toch wel enigszins buiten zinnen van kinnesinne. Ik probeer te admireren en te aspireren tot grotere hoogten, maar benijd ondertussen toch al die velen om me heen die intelligenter, positiever, welvarender, daadkrachtiger, creatiever en stabieler zijn dan ik ooit zal zijn.

Tja, om de dichter William Shenstone te citeren, wordt “niets zo algemeen geprezen als mooi weer. Dat komt omdat men dit zonder afgunst kan doen.”

jaloezie

Deze tekst werd zaterdag 9 november 2019 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” in het radioprogramma Kulti Kulti. Beluister het HIER in aflevering 76!

Genderqueer

Mijn dag verliep weerbarstig. Het was 20 november, een paar jaar geleden, dat ik, nadat de eerste tekenen van de jaarlijkse winterdepressie zich hadden laten gelden, vertwijfeld zocht naar manieren om niet opnieuw in de blubber weg te zakken.

Eerst was er een bezoek aan de huisarts. Loom kleedde ik me uit, me overgevend aan haar medische blik. Echt naakt voelde ik me echter pas toen ik haar vertelde hoe ik me werkelijk voelde. Haar empathie ontroerde me, maar bleek niet meer dan een doekje voor het bloeden. Met een recept voor een stripje slaappillen verliet ik de post.

Thuis opende ik de doos van mijn daglichtlamp, en zette het met Ledjes bezaaide paneel naast me in bed. Voor het eerst waagde ik me aan lichttherapie. Het kille licht was overweldigend, prikkelend, tot niezen aan toe. Zou dit mijn redding worden, of alleen maar schele hoofdpijn geven?

Wegkijkend van het lichtbad, zag ik in mijn agenda dat die avond Transgender Remembrance Day gehouden zou worden op het Homomonument. Ach ja, ik had beloofd om dat eindelijk eens bij te wonen.. Hoeveel uur had ik nog om mezelf op te peppen daar te geraken?

Toen werd ik opgeschrikt door een telefoontje van mijn huisarts. Ze zei dat ze net nog even over me had zitten denken.. Er was haar iets te binnen geschoten, wat ze me toch nog even wilde melden. Wellicht zou het me helpen. Haar boodschap schokte me. Ze sprak een vermoeden uit over wat er eigenlijk met me aan de hand zou zijn. Volgens haar zou ik misschien het syndroom van Klinefelter hebben, een intersexe-conditie bij mannen, waarbij in de cellen ten minste één X-chromosoom extra te vinden is.

Mijn gedachten gingen ineens razendsnel. Was mijn lichaam mijn hele leven al intersex, zonder dat ik dat door had gehad? Was ik maar half de man die ik dacht te zijn? Was mijn huisarts niet gewoon kortzichtig, en verwarde ze mijn wat feminiene expressie met een genetische aandoening? Ik stond minstens zo perplex als toen de tandarts me ooit, na de deur gesloten te hebben, vroeg of ik wel eens een hiv-test had gedaan, waarschijnlijk louter ingegeven doordat ik gay overkwam.

Tijd om het internet na te pluizen op betrouwbare informatie had ik niet. Ik zou immers naar Transgender Gedenkdag. Op de fiets naar de Westermarkt, flitsten me allerlei herinneringen door het hoofd. Mijn gêne toen ik ooit betrapt werd bij het dragen van pumps.. De vraag van mijn moeder of mijn homoseksualiteit eigenlijk betekende dat ik liever een vrouw wilde zijn.. De passanten die ooit, ondanks bakkebaarden tot aan mijn kin, in mij toch een meisje zagen, en de vele keren aan de telefoon dat ik voor een mevrouw gehouden werd..

Die avond op het Homomonument zal ik nooit meer vergeten. Gure wind en striemende regen konden niet deren. Er waren veel bekende gezichten onder de sympathisanten. Het opnoemen van de namen van vermoorde transgender personen gaf me kippenvel en een mengeling van intense woede en verdriet. Wie of wat ik ook mocht zijn, ik wist me één met hen die op wat voor manier ook afwijken van de benauwende en beperkende genderclichés. Het kwam dichterbij dan ik ooit voor mogelijk had kunnen houden.

transgender-flag

Deze tekst werd zaterdag 12 november 2016 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 40 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Zoele zomer

De zomer brandt. De zomer schroeit. De zomer brengt hoofden op stoom en soms tot regelrechte oververhitting. Meningen manifesteren zich driftig via de al dan niet ‘sociale’ media en slaan op hol. In deze komkommertijd, moet ik mezelf weerhouden in te gaan op alle heetgebakerde stellingnames, alle snel geformuleerde gratuite zienswijzen die zo aan me voorbijflitsen. Weg van de tirades op Twitter en het gekrakeel op Facebook!

Het schitterende van de zomer is dat het alle zintuigen verscherpt. Mijn virtuele nieuwsstroom mag dan branden van een uit zijn broek scheurende Lenny Kravitz, instortende kranen te Alphen, politiegeweld, racisme, discriminatie en andere narigheid, mijn ogen, oren, neus, smaak en tast maken eveneens overuren. Juist daarin vind ik nu, gek genoeg, troost.

Hoe heerlijk is het niet om bijvoorbeeld dieper te kunnen ruiken! Nu alles en iedereen, door de hogere temperatuur, zo veel meer dampt, laat alles zich ook zo veel intiemer kennen. Dat verfijnde parfum, dat eau de toilette, met een paar vleugjes zorgvuldig aangebracht, laat zich nu in het voorbijgaan in volle essentie verstaan. Dat lekkere gerecht, vers gestoofd, wasemt je van de straat de neusgaten in, en geeft je meteen zowel trek als inspiratie.

Hoe prachtig is het om, door de hogere intensiteit van het licht, kleuren eindelijk eens in al hun complexiteit te zien! Van de pure tinten van een bloeiende klaproos tot de zeer persoonlijke finesses van iemands iris..

Als ik me niet te veel in beslag kan laten nemen door de indirecte prikkels van de waan van de dag, maar me baad in de intense ervaring van wat zich hier en nu aandient, voel ik me vrijer, jonger en speelser. Ik lijk heviger te leven, onstuimiger te bestaan. Sleur lijkt ineens te zijn verdampt. Twijfel lijkt gesmolten.

Ik wentel me in kleine genoegens die ik normaal gesproken onbeduidend vind, maar die nu juist verfijnd en delicaat blijken. Ik luister keer op keer naar een luchtig liedje van Madonna wat eigenlijk nooit bedoeld was om uitgebracht te worden, maar dat me stiekem toch in alle simpelheid heel vrolijk maakt. Ik koop een waterijsje en ga terug naar mijn jeugd, proef die originele, lang vervlogen smaak, en herinner me hoe ik me ooit verwend en dankbaar tegelijk voelde. Ik betaal bij de supermarkt, en de knappe kassajongen geeft niet alleen een knipoog, maar raakt ook even kort mijn hand aan als hij me mijn sleutelbos met bonuskaart teruggeeft. Ik ga op weg met de fiets naar een goede vriend, en een schattig meisje van een jaar of drie roept naar me vanaf een balkon op de eerste etage. Of ik alsjeblieft haar lila bal terug naar boven wil gooien? Natuurlijk!

waterijsje

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 8 augustus 2015 binnen aflevering 25 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Vertigo

Net toen ik dacht mijn draai te hebben gevonden dit jaar, wist de draai mij te vinden, en te overweldigen..

Dol werd ik ervan. Doldwaas. Doorgedraaid. Tijdens een zangoefening openbaarde de wende zich voor het eerst. Ik was het liedje “Nergens Goed Voor” van De Dijk aan het oefenen, toen mijn gezichtsveld zich ineens woest onderworpen wist aan wispelturig woelwaterschap. Zeeziek was ik, terwijl ik stevig met de voeten op de vloer stond. Mijn wereld tolde onafgebroken, alsof ik in de mallemolen zat van mijn eigen bizarre leven. Horizontaal zigzagde de hele santenkraam driftig voorbij. Was ik aan het doodgaan? Werd ik gek? Verviel ik eindelijk in het ongewisse?

De teneur van mijn lage tenor redde me. Terwijl alles me begon te duizelen, dreef de melodie me voorwaarts. Ik lag even op de groeven van mijn vinylen vloer, maar zong onverdroten toch door, tot mijn eigen verbijstering.

Was ik in de ban van Ménière? Nee. Er was weliswaar veel misselijkmakend gedraai, maar geen gesuis. Speelde de druk van mijn bloed me soms parten? Opnieuw nee! Geen zwart kwam me voor de ogen, maar juist een zeer dartele flits van onvermogen.

Een lieve huisarts in opleiding wist me uitsluitsel te geven. Zeer teder draaide hij mijn hoofd, schuin, om, en wachtte, nogmaals, de andere kant op, iedere keer dertig seconden. Zijn oordeel: het zou benigne, het zou paroxismaal, het zou draaiduizeligheid zijn, die onderhevig was aan positionering. BPPD.

In het verkeer had ik al doodsangsten uitgestaan. Al fietsend was ik dermate duizelig geworden dat ik tot twee maal toe af had moeten stappen. Voor me hadden onder meer een vader en dochter op één fiets geslingerd. Hij, vastberaden en stoer, zij, wiegende en zoekende naar balans. Het zien van dat zoeken had mij uit evenwicht gebracht en mijn hele wereld tijdelijk doen tollen als een discobal. De vader had mij, toen ik slingerend naar de stoep vluchtte, smakelijk uitgelachen.

Een bezoekje van mijn moeder bleek een verzoeking. Niet haar gezelschap, maar het me door mensenmassa’s heen moeten manoeuvreren bleek uiterst moeizaam. Mijn wereld kantelde en kantelde zich, en ik moest mijn hoofd stil houden om het niet te verliezen.

Wekenlang wentelde ik me in argwaan, wantrouwde ik mijn natuurlijke neiging tot wendbaarheid. Iedere tersluikse beweging van mijn hoofd zou immers nieuwe duizelingen voort kunnen brengen.

Gelukkig doofden de schommelingen, en kreeg ik steeds meer voet aan vaste wal. Mijn afgeleefde fiets bleek stabieler dan ik dacht. Bij het rondkijken in schappen van de supermarkt bleek ik steeds minder misselijk.

De kalkdeeltjes tussen mijn oren, in mijn hoofd, mijn evenwichtsorgaan, lijken zich weer wat gelijkmatiger te hebben verdeeld. Ik lijk weer gebalanceerder door het leven te gaan. Het gruis lijkt steeds meer op te lossen.

Ik ben dankbaar voor het hopelijk herstelde equilibrium. Wankelmoedig ploeter ik door..

Afbeelding

Deze column werd zaterdag 8 maart 2014 voorgelezen in het radioprogramma KULTI KULTI, aflevering 08