Tagarchief: kulti kulti

Verdeel en heers

Divide et impera. Verdeel en heers. 2017 stond voor mij helaas in het teken van deze smerige tactiek en de gevolgen ervan. Oorspronkelijk bedacht als strategische zet in oorlogsconflicten, doet het zich des te meer gelden, nu. Het komt er op neer dat een machthebber verdeeldheid zaait onder diens opponenten, zodat deze minder geneigd zijn gezamenlijk ten strijde te trekken tegen die machthebber. Valse roddels, bevoordeling van een van de tegenpartijen en het tot zondebok bestempelen van de andere, alles is geoorloofd om tweespalt te verkrijgen. Waarheid, ethiek en sympathie dienen met leugens, chaos en geweld vermorzeld te worden ten gunste van het eigenbelang. Narcisten en psychopaten hebben ook niet zelden dit kunstje in hun trukendoos.

In de aanloop tot de Amerikaanse verkiezingen viel het me al op dat er een explosieve toename was van filmpjes over samenzweringstheorieën op Youtube. Lachend deelde ik op social media toen een video waarin gesuggereerd werd dat Hillary Clinton bezeten was van de duivel. Haha, zo absurd, zo creatief in elkaar gestoken, zo lekker fout! Het lachen verging me echter, toen ik zag dat het niet, zoals bijvoorbeeld de satirische rubriek LuckyTV in De Wereld Draait Door, werd ontvangen als een meesterlijke pastiche, maar getuige zeker 90 procent van de reacties, als een journalistieke uiting, als onthullend nieuws! Om over de geruchten dat zij aan het hoofd zou staan van een pedoseksueel netwerk in de kelder van een pizzeria nog maar te zwijgen. . Hier werd, willens en wetens, een virtuele plaag opgetuigd van veelvuldig gedupliceerde en gedeelde video’s, om maar zoveel mogelijk verdeeldheid te scheppen. Gif in de vijver. Olie op het vuur.

De drol die het momenteel geschopt heeft tot president van de Verenigde Staten, is wat dit betreft een goede leerling. Al of niet geholpen door Rusland, verstaat hij de kunst om spanningen tussen onderlinge groepen uit te buiten en haat in zijn voordeel te gebruiken. Zijn bizarre, door Kukident en/of cocaïne  deels gemummelde toespraak over het erkennen van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, zal zeker voor nog veel bruikbaar vuurwerk zorgen in het Midden-Oosten en elders. In Amsterdam werd er een dag later al een koosjer restaurant getroffen door een aanslag van een Palestina-aanhanger. Bravo! Koren op de molen van diegene die baat heeft bij nog meer vijandigheid.

Wat een verademing dat die Sint met al zijn Pieten weer richting Spanje is gegaan! Ook die discussie was vol van verdeeldheid en polarisatie. Ik kan me niet onttrekken aan de gedachte dat er mensen zijn die garen hebben gesponnen bij het gebrek aan nuance: “Heerlijk, hoe zwart-wit alles gesteld kan worden!” Het is een geluk dat er nog geen doden zijn gevallen, in naam van het traditionele kinderfeestje.

Het meest van alles, raakt me de verdeeldheid binnen mijn vriendenkring. Het is relatief makkelijk te accepteren dat er bekenden op social media zijn die Putin een held, of Trump een genie vinden. Zeker op Facebook is het interessant om meningen te vernemen die afwijken van die in mijn comfortabele gutmensch-bubbeltje. Wat echt pijn doet is om intieme vrienden te zien radicaliseren. Ik heb een goede en gulle vriend, een dierenliefhebber, zeer intelligent en begaafd, van me af zien dwalen. Ik heb hem langzaam doch gestaag van GroenLinks naar VVD naar PVV zien gaan, en ik heb hem niet op andere gedachten kunnen brengen, noch mijzelf kunnen overtuigen vrede te hebben met zijn keuzes. Uren hebben we gediscussieerd, zonder dat we nader tot elkaar konden komen. Hij bleef in mijn ogen extreemrechts, en ik voor hem te multiculti. Wie ben ik om hem te beoordelen? En toch doe ik het. Het is triest om een vriend te verliezen na zoveel jaren. We lijken gegijzeld door de tijdgeest, die ons een mes op de keel zet. Het is slikken of stikken, kleur bekennen, het een en niet het ander..

Deze tekst werd zaterdag 9 december 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 53 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

Sgt. Pepper 2017

Mijn frambozenijsje smelt sneller dan ik likken kan. Mijn indrukken zijn veelvuldiger dan ik wat ik neerkalken kan. Ik luister naar Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles, en raak overweldigd.

50 jaar na het verschijnen van de oorspronkelijke LP in de zomer van de liefde, open ik mijn oren voor de nieuwe stereomix. De perfecte gelegenheid vind ik aan het einde van de dag, als ik naar buiten stap en het klassieke album al wandelend tot me neem, over de opgebroken Dijksgracht, het Java-eiland en de Oostelijke eilanden van Amsterdam.

Het voelt alsof ik in mijn eigen voetstappen treed. Terwijl de iepenzaadjes langsdwarrelen, ga ik terug in de tijd. Ik ben weer even in Groesbeek, op mijn jongenskamer, waar ik de LP van de bieb heb geleend en op een cassette op heb genomen. De muziek is als honing voor mijn oren. De psychedelische klanken zijn een elixer van vrijheid. Lucy In The Sky With Diamonds is als een poort naar een wereld waarvan ik het bestaan niet had kunnen vermoeden.

Ook bezoek ik in gedachten mijn peetoom Ton. Hij is de grootste Beatlesliefhebber in de familie en wist me al vroeg aan te steken met zijn passie. Hij laat me als jonge jongen de hoes van Sgt. Pepper zien, en stelt me gerust: Nee, Paul McCartney is niet verongelukt en vervangen door een dubbelganger! Geduldig legt hij me uit hoe onwaarschijnlijk die theorie is. Achter hem staat een poster uit het witte dubbelalbum, en naast hem rijen cassettes met de vele honderden prachtige liedjes en instrumentale nummers die hij zelf schreef, geïnspireerd door die intuïtieve autodidacten uit Liverpool. Later, als ik een puber ben met artistieke aspiraties, weet hij me op zijn beurt moed te geven om door te gaan met schrijven en zingen.

Anno 2017 krijg ik kippenvel bij het horen van de nieuwe mix. Zeer smaakvol en kundig heeft Giles, de zoon van de originele producer George Martin, de kwaliteiten van de monomix gebruikt voor een nieuwe stereoremix. Waar de oude stereoversie een haastklus was, met een grof, onnatuurlijk stereobeeld, biedt de remix een kristalhelder en prettig alternatief, en, wat mij betreft, zeker een verbetering. Het wordt hierdoor minder verheven en klinkt het meer dan ooit als een rockband die op staat te treden.

“It’s getting better all the time” is bitterzoet. Nog nooit klonken die woorden zo puur. Dit geldt ook voor de keerzijde: de cynische tegenwerping “it can’t get no worse” van John Lennon. Terwijl er de laatste tijd gestaag meer ziekte, verval en dood mijn leven binnensluipt, klinken The Beatles vitaler en frisser dan ooit. Over 100 jaar misschien zelfs nog wel méér. Het eeuwige overschaduwt langzaam maar zeker het tijdelijke. A Day In The Life is geen momentopname meer, maar vele levens en generaties vervat in één song. De nieuwe Sgt. Pepper is al met al een monument dat in al zijn glorie toch ook een beetje pijn doet..

Deze tekst werd zaterdag 10 juni 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 47 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Rituelen

Bij het krieken van de dag, sta ik op en benut de energie van de afnemende maan. Ik ontsteek een witte kaars en wierook en spreek de bezwering uit. Op mijn geïmproviseerde altaar staan een tarotkaart van de Toren en een zielig stompje wortel met daarop een foto van de huidige president van de Verenigde Staten. Met alle stelligheid die ik in me heb, bekrachtig ik de intentie dat de voorziene schade voor mens en milieu uitblijft, en dat die blaaskaak en zijn enge vriendjes weinig uit zullen kunnen richten. Als ik me heb ontdaan van de as van de foto en de wortel, ga ik terug naar bed en geef me over aan de slaap.

Ben ik gek geworden? Of ben ik nu juist meer geworden wie ik altijd al was? Hoewel ik een grote eerbied heb voor wetenschap en feiten, kan ik niet onder de kracht van rituelen uit. Rituelen geven me troost en nieuwe hoop. Rituelen maken dat ik weerbaarder ben tegen cynisme en apathie.

Toen ik via de sociale media vernam dat er een wereldwijde spirituele beweging tegen het beleid van Trump was geboren, kon ik niet anders dan me aansluiten. Het betreft hier een zogenaamde binding spell, een gulden middenweg tussen een rooskleurige bevestiging van dat alles precies goed is zoals het is, en een regelrechte voodoovloek.

Van wrok en woede heb ik inmiddels meer dan genoeg. Trump mag dan een uitmuntende haatmagneet zijn, het voelt als een persoonlijk verlies om me nog verder te laten meeslepen. Mijn dagelijkse gewoonte om het wereldnieuws op de voet te volgen, heeft me regelmatig aan de rand van de bitterheid gebracht. Hoe vaak heb ik niet, bij het vernemen van de actualiteiten, inwendig geschreeuwd? Hoe vaak heb ik niet razendsnel dingen bedacht om te zeggen, die in gruwelijkheid en botheid nèt nog een tandje erger zouden zijn dan wat me zojuist vers voor ogen was gekomen?

Dagelijkse gewoontes zijn onopvallend, maar scheppen wel degelijk het dagelijks leven. Rituelen verschillen van dagelijkse gewoontes omdat er meer intentie in aanwezig is. Wat zou er beter zijn om hinderlijke gewoontes te overwinnen dan ze te vervangen met zelfgekozen zinvolle rituelen?

Anno 2017 bestaan er concentratiekampen in Tsjetsjenië waar homo’s gemarteld en vermoord worden. Dat is gruwelijk wereldnieuws, maar het mist eerlijk gezegd de impact die ik zou verwachten. Het merendeel van de mensen die ik hierover vertel, weigert het eenvoudigweg zomaar te geloven. Ik wil er zelf amper aan. Het gif is moeilijk te verteren. Het maakt moedeloos en machteloos: Wir haben es nicht gewusst 2.0.

Wat doen mijn goede wil en bevoorrechte positie er uiteindelijk toe? Ik mag en zal niet toegeven aan twijfel en nihilisme. Nee, ik zal me daarentegen nog meer richten op vruchtbare rituelen. Ik zal, als ik het zie, bevestigend klikken op iedere online petitie die me enigszins raakt. Ik zal, al weet ik dat het niet direct zoden aan de dijk zal zetten, kleine donaties doen. Ik zal, al valt de opkomst tegen, en al hebben tegenstanders er totaal schijt aan, toch samen met anderen protesteren op straat, op het Homomonument of waar dan ook, omdat het toevallig het beste is wat ik voel dat ik kan doen..

Deze tekst werd zaterdag 13 mei 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 46 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Poes Rosa

Johan belde. Of ik misschien een weekje op zijn poes wilde passen. Ik moest er even over nadenken.  Hoewel ik een zwak heb voor katten, enige ervaring met een studentenhuiskat, en regelmatig de kat van een vriendin voeder als zij even weg is, zag ik enigszins op tegen de verantwoordelijkheid een week lang zo’n beestje over de vloer te hebben. En tja.. had diezelfde Johan nou niet juist een liedje geschreven over de uiterst veeleisende poes Henriëtte?

Hij verzekerde me dat zijn Rosa juist het tegenovergestelde was van het onhandelbare kreng waar hij over had gezongen. Rosa zou een dame zijn, wat schuchter en voorzichtig van aard, maar, naar al gauw zou blijken, een lieverd. Het zou daarnaast ook heilzaam voor me kunnen zijn op haar te passen en haar te verzorgen.

Zo schoorvoetend als ik overstag ging, zo schichtig glipte Rosa vanuit haar reismand rechtstreeks onder mijn zitbank. De eerste dagen verschanste ze zich onder mijn bed, precies op de meest ontoegankelijke plek. Bij het in- en uitgaan van mijn huis, moest ik me er steeds van vergewissen dat ze er nog zat. Liggend voor de bedrand zag ik dan, na enig zoeken, toch vanachter het verlengsnoer, haar grote groene ogen oplichten.

Hoe meer ik haar negeerde, en gewoon mijn dagelijkse dingen deed, hoe sneller ze toch poolshoogte kwam nemen. Beschaamd klopte ik een wolk stof uit haar vacht. Daar zat ze dan eindelijk naast me, als een stofdoek op pootjes, zonder oordeel of verwijt, waar te nemen wat ik allemaal zo uitvoerde. Op een milde manier confronteerde ze me met mezelf. Wat dééd ik immers van dag tot dag? Was ik niet te bedlegerig, te ingekakt? At of dronk ik niet teveel? Onwillekeurig vroeg ik me af wat Rosa hier van moest denken: “Dat doet Johan nou nooit..”

Haar zachtaardige karakter ontroerde me. Geen grauw, snauw of klauw te bekennen. Gaf ik haar regelmatig brokjes, water en aandacht, dan spinde mevrouw al van tevredenheid. Als ik ging slapen, dan nestelde ze zich op een gegeven moment onder de deken, tussen mijn kuiten.  Het was een beetje onwennig weer eens een warm levend wezen in mijn bed te hebben, maar ook troostend.

Bovenal bracht Rosa me door haar serene aanwezigheid terug in het heden. Was ik weer eens in neerslachtige gedachten verzonken, kwam ze naar me toe en gaf ze me kopjes. Staarde ik afwezig voor me uit, sprong zij in mijn blikveld en stopte mijn getob. Door even contact te hebben met dit prachtige nachtelijke roofdier, vervloog de noodzaak naar vragen en antwoorden. Het wonderbaarlijkste en ondoorgrondelijkste mysterie bleef zij natuurlijk zelf.

Dank je, Johan. Dank je, Rosa!

Deze tekst werd zaterdag 8 april 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 45 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Ton Vorstenbosch

Halverwege de jaren negentig was ik in de greep van de tragikomedie.  Als deeltijdstudent dramaschrijven dompelde ik mezelf onder in scripts en theatervoorstellingen, zoekende naar een stijl en een toon die met me resoneerden. Amper twintig, het ouderlijk huis nog niet verlaten, toog ik, meestal alleen, naar de Nijmeegse Stadsschouwburg om me daar te laven aan de grotere en kleinere werken uit de toneelliteratuur. Een voorstelling die bijzondere indruk op me maakte was de reprise van De miraculeuze come-back van Mea L. Loman (1982), geschreven door Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch.

Naast de vinnige dialogen, het navrante opportunisme van de amateurzangeres en protagoniste Mea, en de hilarische onderlinge machinaties, voelde ik me geraakt door het personage van Freek. Sterker nog: ik herkende me helaas maar al te zeer in de depressieve, sensitieve, door schaamte gekwelde zoon van Mea. Hij belichaamde voor mij in al zijn eendimensionaliteit de angst om ten onder te gaan aan mijn eigen passiviteit.

Toen een docent opperde dat ik Ton Vorstenbosch wellicht in het afstudeerjaar zou kunnen vragen om me te begeleiden, schrok ik opnieuw. Ton Vorstenbosch.. Waarom dacht die docent nu juist bij mij aan Ton Vorstenbosch? Hoe zou ik me in hemelsnaam moeten verhouden tot zulk een scherpzinnige en vrije geest? De man zou me ongetwijfeld binnen vijf minuten verbaal fileren. Hij zou vast geen geduld hebben voor mijn wankelmoedige getut. Bovenal zou hij dwars door me heen kijken, en me confronteren met mijn grootste geheim: mijn homoseksualiteit.

Het mocht niet zo zijn. Mijn studie strandde. Ik kreeg het advies om in plaats van het vierde jaar, eerst eens “een tijdje de wei in te gaan”.  Via omwegen kwam ik uiteindelijk toch nog terecht in het door mij zo begeerde Amsterdam, waar ik eindelijk de vrijheid vond waar ik zo naar snakte.

Mijn passie voor toneel is nooit helemaal geluwd, maar mijn dramatische pen verstofte aanzienlijk, tegelijk met mijn antiquarische paperbacks met verzamelde toneelstukken.

Hoewel zijdelings, bleven het werk en de persoon Ton Vorstenbosch me altijd fascineren. Ik kreeg groot respect voor de veelzijdigheid van ’s mans oeuvre: van de satirische komedies met Guus Vleugel tot de historische koningsdrama’s van de latere jaren, en zelfs ook een aantal hoorspelen in verschillende genres.

Gesmuld heb ik van zijn homoseksuele personages, zoals de worstelende jongeman Ron in Carrie of de seksuele revolutie (1981)en de zwaar op de hand zijnde operaliefhebber Gabriël in Moord in de Stopera (1993). Buitengewoon visionair bleek Angst en ellende in het rijk van Kok (1999), waarin de oudere homo Aldo de straat niet meer op durft omdat hij bang is voor Marokkaanse jongens.

Hoewel ik ooit Ton Vorstenbosch de hand heb mogen schudden, bleef ik een bewonderaar op afstand. Was het de afkeer van het idee een held te ontmoeten, en deze dan van zijn voetstuk te zien vallen? Was het mijn oude onzekerheid? Hoe dan ook bleek ik te bescheten, te labbekakkerig.. Woulda shoulda coulda. Als ik nou dit, als ik nou dat.. Als niet als. Te laat.

Nu Ton Vorstenbosch er niet meer is, hoor ik van vrienden en bekenden van hem, dat mijn vrees totaal ongegrond was. Sterker nog: iedereen die hem gekend heeft, verzekert me dat hij juist uitzonderlijk vriendelijk en toegankelijk was.

Nooit echt gekend, maar toch schatplichtig aan zijn inspirerende en sprankelende persoonlijkheid.. Dank je, Ton Vorstenbosch!

Deze tekst werd zaterdag 11 maart 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 44 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Gaslicht

Gaslighting. Het is een illuster psychologisch fenomeen, met een tot de verbeelding sprekende naam, die tot nu toe nog niet goed in het Nederlands is vertaald. CNN suggereerde onlangs dat Donald Trump zich er schuldig aan zou maken.  Trump-supporters, op hun beurt, verwijten veel media hetzelfde te doen. Het verschijnsel is echter breder en nabijer, heb ik vorig jaar tot mijn spijt moeten ervaren..

Gaslighting behelst het moedwillig verdraaien en vertroebelen van informatie, met als doel de ander te laten twijfelen over de eigen waarneming. Het is een vorm van geestelijk misbruik, vernoemd naar de film Gas Light (1944), waarin Paula (gespeeld door Ingrid Bergman) ten prooi valt aan een vernuftig en sadistisch spel van leugen en bedrog. In de film zien we hoe haar man haar tot de rand van de waanzin weet te drijven door simpelweg een broche en schilderijen uit het huis te laten verdwijnen, om vervolgens stellig te beweren dat dit allemaal door haar toedoen moet zijn gebeurd. Doordat Paula zich niks kan herinneren, noch een logische verklaring kan vinden voor de vreemde gebeurtenissen, wordt bij haar de angst aangewakkerd dat ze gek aan het worden is.

Zelf was ik letterlijk met stomheid geslagen, toen mij vorig jaar iets overkwam, wat ik nu toch wel onmiskenbaar gaslighting mag noemen. Mijn buur, die een aangrenzende deur had, en gebruik maakte van dezelfde trap en voordeur, had steeds meer de neiging het trappenhuis op te gaan, als er andere bewoners in en uit het gebouw gingen. Hoewel een beetje merkwaardig, zocht ik er niks achter, tot ik op een dag achtervolgd werd op de trap, zowat naar beneden gejaagd, en een lichte schop na kreeg. Ik was zo perplex dat ik op het moment niet reageerde, maar nam me voor hier mogelijk later toch op terug te komen.

Toen ik later weer geschopt werd, sprak ik mijn buur hierop aan. Diens antwoord bracht me van mijn stuk. Waar had ik het over? Schoppen? Hoe verzon ik het? Pats! Ik kreeg toen een klap in mijn gezicht, en nog meer ontkenning. Nee, hij verzekerde me dat er niks mis was, dat we goede buren waren, en in het gezicht slaan, waar haalde ik dat vandaan? Zou die nooit doen. Zou me nog eerder kussen.. Waarom was ik dan ineens zo van streek? Pets! Een snelle slag op mijn kin.  En meteen nadat ik hem daar weer op aansprak, inmiddels trillend van machteloosheid, beweerde hij dat ik me het verbeeldde en dat er iets niet goed met me was. Was ik misschien overspannen?

Maandenlang leefde ik met de angst voor wat er verder nog zou kunnen gebeuren. Er kwamen nog meer lichte klappen en schoppen, die ik met steeds grotere woede beantwoordde. Zijn ontkenning bleef onveranderd. Ik schakelde instanties in, die een vinger aan de pols hielden, maar verder weinig konden uitrichten. Het gekke was dat ik niet zozeer de tikken vreesde, maar vooral de grillige gespletenheid en het onwerkelijke van zijn hele gedrag. Als ik aan anderen uit probeerde te leggen wat er aan de hand was, kon ik me voorstellen dat het ongeloofwaardig moest klinken. Nachten heb ik wakker gelegen en me allerhande onmogelijke vragen gesteld..

Op een dag hoorde ik een andere buurman schreeuwen vanuit het trappenhuis. Mijn haren gingen overeind staan. Ik hoorde een vertwijfeling die ik maar al te goed kende. De politie kwam erbij, en daarmee werd het meer dan enkel mijn woord tegenover dat van mijn buur. Ik stond niet meer alleen, en voelde ook een opluchting “toch niet gek” te zijn. Sindsdien weinig meer vernomen van mijn buur. De rust lijkt teruggekeerd, de boze droom voorbij.

Al met al heeft deze toestand me wel alerter gemaakt. Ik merk dat ik sneller aansla als ik een politicus glashard zie liegen. Ik merk dat ik huiver als ik feitelijke waarheden weggevaagd zie worden , en word kwaad als ik merk dat ik niet helemaal immuun blijk voor de manipulatie van blaaskaken en windbuilen.

gaslicht

Deze tekst werd zaterdag 14 januari 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 42 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Wandeling

Het einde van deze zomer is nakende. Met gezwinde pas wurm ik me uit mijn benauwende schaduwleven, en waag me in mijn stoute, doch toch al wat afgetrapte schoeisel. Ik begeef me buiten de voordeur, en laat de serendipiteit haar werk doen. Zij zal mij brengen waar ze me brengen wil, in weerwil van wat ik misschien zelf zou willen, als ik al zou weten waar ik heen wil..

Ik dwaal deze avond door mijn geliefde Amsterdam, zonder route, zonder plan, volmaakt ongebonden. De tegels, het plaveisel, de straten en de buurten betreed ik zonder vragen. Toch hoop ik heimelijk op een verlossend antwoord, dan wel een kompas. Mocht iemand mij ontwaren, dan ben ik voorbereid om schijnbaar moeiteloos door te flaneren, alsof ik weet waar ik naartoe ga, glorieus afstevenend op de volgende kruising.

Al lopende blijk ik af te druipen richting mijn verleden. Al lopende merk ik dat ik steeds meer in mijn eerdere voetstappen treed. Mijn tocht brengt me naar een slingerende wijk net buiten de stad, waar ik ooit als jonge student op kamers ging. De bewuste doorzonwoning blijkt onveranderd kil en karakterloos. Opnieuw voel ik me enigszins verloren.

Als het daglicht langzaam verdwijnt, versnel ik mijn pas en daver ik doelloos langs de rafelranden van een stadspark. Ik ruik patchouli en voel de broeiende walm van het struikgewas, en stuit dan op een groepje mannelijke studenten dat zich waarschijnlijk middenin hun introductie bevindt. Als voortvarende passant loop ik een boogje om, maar beland daarmee juist pal tussen hen in.

Even omgeeft een dartele onschuld mij. Even ben ik het oog van een bruisende orkaan. Even dwarrelen de jongens om mij heen. Ze zijn jong, dronken en onbeholpen. Even weet ik niet hoe me hier toe te verhouden. Hun zomerse nonchalance, korte broeken en gebruinde harige benen overweldigen me. Ze stoeien, testen elkaar, langs me heen, alsof ik er niet ben.

Ik ontkom, en voel me weer een beetje die jongen die altijd als laatste gekozen wordt bij de gymles..

Op mijn zigzaggende dwarreltocht, doorkruis ik vervolgens een willekeurige woonwijk. Ik zie een supermarkt, die nog open is, en stap daar binnen, hopend op een teken.

Het blijkt echter de hoogste tijd. Voor mij rest er niet meer dan een impuls-aankoop: een zak borrelnootjes van het huismerk. In de rij voor de kassa treft mij ineens een wat gezette oudere man, die 6 halve liters bier op de lopende band voor zich heeft gelegd. Hij lijkt warempel wel op.. Hans van der Togt! Nee, het zal toch niet? Nee, hij is het niet, maar wel hetzelfde type..

Dan knipoogt hij naar me, met een blik die het midden houdt tussen flirt en verstandhouding. Ik bloos, en voel me betrapt.

Onthutst knik ik naar hem als hij me een fijne avond wenst. Is dit mijn voorland, mijn lotsbestemming?

wandeling

Deze tekst werd zaterdag 10 september 2016 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 38 van het radioprogramma Kulti Kulti.