Tagarchief: leeftijd

Wandeling

Het einde van deze zomer is nakende. Met gezwinde pas wurm ik me uit mijn benauwende schaduwleven, en waag me in mijn stoute, doch toch al wat afgetrapte schoeisel. Ik begeef me buiten de voordeur, en laat de serendipiteit haar werk doen. Zij zal mij brengen waar ze me brengen wil, in weerwil van wat ik misschien zelf zou willen, als ik al zou weten waar ik heen wil..

Ik dwaal deze avond door mijn geliefde Amsterdam, zonder route, zonder plan, volmaakt ongebonden. De tegels, het plaveisel, de straten en de buurten betreed ik zonder vragen. Toch hoop ik heimelijk op een verlossend antwoord, dan wel een kompas. Mocht iemand mij ontwaren, dan ben ik voorbereid om schijnbaar moeiteloos door te flaneren, alsof ik weet waar ik naartoe ga, glorieus afstevenend op de volgende kruising.

Al lopende blijk ik af te druipen richting mijn verleden. Al lopende merk ik dat ik steeds meer in mijn eerdere voetstappen treed. Mijn tocht brengt me naar een slingerende wijk net buiten de stad, waar ik ooit als jonge student op kamers ging. De bewuste doorzonwoning blijkt onveranderd kil en karakterloos. Opnieuw voel ik me enigszins verloren.

Als het daglicht langzaam verdwijnt, versnel ik mijn pas en daver ik doelloos langs de rafelranden van een stadspark. Ik ruik patchouli en voel de broeiende walm van het struikgewas, en stuit dan op een groepje mannelijke studenten dat zich waarschijnlijk middenin hun introductie bevindt. Als voortvarende passant loop ik een boogje om, maar beland daarmee juist pal tussen hen in.

Even omgeeft een dartele onschuld mij. Even ben ik het oog van een bruisende orkaan. Even dwarrelen de jongens om mij heen. Ze zijn jong, dronken en onbeholpen. Even weet ik niet hoe me hier toe te verhouden. Hun zomerse nonchalance, korte broeken en gebruinde harige benen overweldigen me. Ze stoeien, testen elkaar, langs me heen, alsof ik er niet ben.

Ik ontkom, en voel me weer een beetje die jongen die altijd als laatste gekozen wordt bij de gymles..

Op mijn zigzaggende dwarreltocht, doorkruis ik vervolgens een willekeurige woonwijk. Ik zie een supermarkt, die nog open is, en stap daar binnen, hopend op een teken.

Het blijkt echter de hoogste tijd. Voor mij rest er niet meer dan een impuls-aankoop: een zak borrelnootjes van het huismerk. In de rij voor de kassa treft mij ineens een wat gezette oudere man, die 6 halve liters bier op de lopende band voor zich heeft gelegd. Hij lijkt warempel wel op.. Hans van der Togt! Nee, het zal toch niet? Nee, hij is het niet, maar wel hetzelfde type..

Dan knipoogt hij naar me, met een blik die het midden houdt tussen flirt en verstandhouding. Ik bloos, en voel me betrapt.

Onthutst knik ik naar hem als hij me een fijne avond wenst. Is dit mijn voorland, mijn lotsbestemming?

wandeling

Deze tekst werd zaterdag 10 september 2016 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 38 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

40

Zo lang ertegenaan gehikt, maar ik heb het toch geflikt: 40 jaren oud! Puur op geluk en genade is me dit toe komen vallen. Ik ga op naar de 50, eindelijk naar het ongrijpbare middelbare.

“They say life begins at 40 / Age is just a state of mind / If all that’s true / You know that I’ve been dead for 39″ aldus John Lennon. Altijd diep ontzag gehad voor des ex-Beatles’ scherpe en wijze woorden. Des te vreemder nu ik besef dat hij nooit ouder dan 40 mocht worden.. Zijn jongste zoon Sean is hem inmiddels in leeftijd voorbijgestreefd, en is maar een half jaartje ouder dan ik nu ben.

Persoonlijke documentatie kan verhelderend en soms louterend blijken. Als ik dagboeken nasla van rond mijn 20ste, dan kijk ik op van de vastberadenheid en doelgerichtheid die daaruit spreken. Jawel, mijn leventje scheen toen ronduit maakbaar. Als ik ooit precies meende te weten wie ik was, wat ik wilde, en hoe dat te bereiken, was het toen wel.

10 jaar later, toen ik de 30 naderde, kwam daar een verwoede, soms verbeten strijdbaarheid voor in de plaats: nu of nooit! Als ik werkelijk zou afstevenen op het gevreesde existentiële debacle – mislukt te zijn op alle felbegeerde fronten rond mijn 40ste – ja, dan kon ik maar beter dood zijn.. Dacht ik toen.

Nu ik werkelijk 40 ben, voel ik meer een spijtoptant. Ik merk dat mijn maatstaven zo grijs zijn geworden als het haar bij mijn slapen. Ik kan het nog zo stoer verbloemen, maar de nuances zijn er. Het zwart-wit, alles-of-niets-denken, wat me zo eigen leek, schijnt wonderwel deels geweken.

Door vervelende complicaties aan mijn pols heb ik onlangs ook mogen proeven aan de ontberingen en het verval wat gepaard gaat met de ouderdom. Ik heb een hernieuwde waardering gekregen voor een zogenaamd normaal functionerend lichaam, dat zonder hinder kan bewegen.

Voorheen had ik het mezelf nooit vergeven als ik toe zou geven maar wat voort te sukkelen op mijn 40ste. Nu is dat niet alleen de realiteit, maar ook het beste wat ik nu eenmaal in petto schijn te hebben.. Ik accepteer het voor wat het is, zonder al te veel bitterheid of zelfverwijt. Wat maakt dat ene leven van mij eigenlijk uit?

Tegelijk is er, met het wegsmelten van eerdere wanhoop, juist meer hoop voor teruggekomen. Ben ik een mislukkeling of een laatbloeier? Het maakt niet uit, het is me steeds meer om het even. Mijn sterfelijkheid stimuleert me tot een aangename voortvarendheid. Ik ben blij dat het eindig is, vrolijk dat ik waarschijnlijk de helft al gepasseerd ben, èn dankbaar voor wat er nog over is.

veertig

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 11 juni 2016 binnen aflevering 35 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

At The Age Of 37…

De middagzon valt zachtjes door het zijraam van de kapsalon. Ik wil naar buiten, de lente in, maar moet nog even stilzitten, terwijl mijn nekharen weggeschoren worden.

“Nou meneer, u ziet er gewoon vijf jaar jonger uit!” zegt de kapster-in-opleiding even later. Het klinkt als muziek in mijn oren. Spoedig zal ik de leeftijd van 37 bereiken, en ik heb dit jaar besloten me niet te laten kisten. Een frisse coupe, wat nieuwe shirts en zwarte suède schoenen met wufte veters in neonroze, moeten me door de verjaardagsdip heen helpen.

Voortvarend en kwiek trippel ik de salon uit, naar mijn fiets. Wat kan een geslaagde knipbeurt soms toch wonderen doen.. Ik spring op de fiets, stop de dopjes van de MP3-speler in mijn oren en luister naar de onlangs geremasterde heruitgave van de LP “Broken English” van Marianne Faithfull. Heerlijk..

Bij het passeren van het eerste paar tramrails, gaat er echter een schok door mijn lichaam. De velg van mijn achterband knalt hard op het staal. De band blijkt leeg! Dan maar afstappen en mijn weg lopend vervolgen, en uitzien naar een fietsenmaker. Ondertussen schroef ik Marianne Faithfull wat op, zodat ik intenser kan genieten van haar doorleefde stemgeluid. Oh, “The Ballad of Lucy Jordan”, wat fijn deze weer te horen, in een nieuwe mix, een nieuw arrangement. “At the age of 37…” zingt Marianne. Verrek. Ik herinner me nog dat ik dit nummer hoorde, en dat 37 zo ver weg leek.. De bezongen Lucy Jordan is 37 en zit vast in een leven dat ze zich heel anders gedacht had. Ze heeft man en kinderen, een huishouden, maar voelt zich diep ongelukkig. De wanhoop van Lucy Jordan loopt zelfs zo ver op dat ze aan het eind van het nummer vertwijfeld op een dak gaat staan.

Bij de woorden “screaming all the way” breken er meerdere dingen in mij, waarvan één letterlijk, met een akelig gekraak binnensmonds. Onthutst haal ik de kauwgummie uit mijn mond en vind daar een scherp stukje van mijn kies, kennelijk afgebroken tijdens het kauwen. Of het een vulling is of een echt stuk tand dat is afgebrokkeld, kan ik zo snel niet zien. Het verval wikkel ik daarop maar in een zakdoekje, dat ik wegmoffel in mijn broekzak.

Bij de kruising zie ik een vriendin staan. Ze ziet me niet. Ik roep haar. Ze verontschuldigt zich en ik zeg dat het niet geeft. Dat ik zo vaak zelf mensen niet zie.

“Nee, ik herkende je niet met dat grijze haar.” Wàt?! In de ruit van café Kale zie ik wat ze bedoelt. Het daglicht is meedogenloos, zo veel minder flatteus dan kapperslicht. Van slaap tot slaap loopt er een krans van vers haar, waar heel veel zilver tussen zit. Bijna zeg ik nog dat het onzin is, en dat het net toevallig even gesneeuwd heeft – ja, eerlijk waar! — maar het is al wel begin april, en sneeuw is al te sneu.

Moedig voorwaarts daarna maar weer, als een grijze duif met een lekke band en een holle kies, op weg naar fietsenmaker, tandarts of.. nee, natuurlijk eerst naar de dichtstbijzijnde drogisterij voor haarverf!

Het lied van La Faithfull zal me voorlopig niet loslaten..


Deze column werd 13 april 2013 live voorgelezen voor MVS Radio, in het programma Lollipop, binnen de rubriek “Moedig voorwaarts!”