Tagarchief: media

Recht van spreken

Orlando, oh Orlando.. Wat lijkt het lang geleden dat het nieuws van die aanslag op homonachtclub Pulse de wereld schokte, terwijl er nog amper een maand voorbij is. Inmiddels hebben andere ellendige gebeurtenissen de aanslag ruimschoots naar de achtergrond gedrongen. Tot mijn ontsteltenis hebben de laatste inzichten van de FBI  inzake deze moordpartij, de Nederlandse media nauwelijks bereikt. Als er nog iets opborrelt, zijn het sensatieverhalen over de daders vermeende homoseksualiteit, ofwel gebaseerd op achterhaalde berichtgeving, ofwel, zoals deze week bleek, uit de duim gezogen voor sappige clickbait.

Feitelijk weten we nog steeds bar weinig over de motieven. Nee, Mateen was waarschijnlijk geen terrorist, geen homo, en nee, het was geen crime passionnel. Wat dan wel? We zullen het wellicht nooit te weten komen, maar door het ontstane vacuüm, is juist des te schrijnender duidelijk geworden hoeveel pijn er heerst in de harten van zovelen. IS mag de aanslag hebben opgeëist, commentatoren en opiniemakers binnen de oude en nieuwe media hebben zich gestort op het afbakenen van de context. Hun claims deden me soms duizelen. Ik zag atheïsten op hun anti-religieuze stokpaardje klimmen, zag het gepsychologiseerde relaas van de zichzelf hatende homo in diverse varianten, en las vurige pleidooien tegen de wanstaltige wapenwetgeving. Dan was er Kustaw Bessems, die het gebeurde aangreep om te betogen dat het met de LHBTI-acceptatie helemaal niet zo snor zat als wel gedacht, je had Botte Jellema, die zich gekwetst toonde nadat hij gezien had hoeveel minder mensen op de Dam stonden, in vergelijking met na de aanslag op Charlie Hebdo, en dan was daar Tofik Dibi, die op zijn beurt in wenste te zoomen op de etniciteit en religiositeit van de slachtoffers.

Sinds een tijdje, ook buiten de berichtgeving over Orlando, heb ik de indruk dat er gevochten wordt in de media over welke groep nu het meeste leed treft. Ik proef verongelijktheid over het mogelijk verkeerd inschatten van wie nu het grootste slachtoffer is. De zwarte? De moslim? De homo? De vrouw? En nog belangrijker: wie heeft er het meeste recht van spreken? Het grenst aan schuld door associatie om in debatten de ander weg te zetten als intrinsiek bevooroordeeld, niet op basis van argumenten, maar op basis van iemands culturele achtergrond. Ja, het is geen overbodige luxe voor bepaalde bevoorrechte meerderheden om drastisch beter naar anderen te gaan luisteren, maar ik betwijfel of dit bespoedigd wordt door te eisen dat “sommige mensen gewoon hun bek houden”.

Ook actueel is een nieuw soort purisme. Het recht van spreken, zelfs als alles er op wijst dat de intenties goed zijn, wordt steeds vaker betwist en soms zelfs getorpedeerd. Neem de discussie rond Nick Jonas, een heteroseksuele popzanger, die hevig bekritiseerd werd omdat hij een herdenkingstoespraak had gegeven na Orlando. Niet de inhoud van zijn speech, maar het feit dat hij zelf niet homo was, vormde de kern van het misnoegen.  In Nederland hadden we vorige week een soortgelijk akkefietje, toen twee heteroseksuele TV-presentatoren zoenend op de cover van de LINDA-glossy L’HOMO verschenen. Ja, er zal zeker sprake zijn geweest van mediageilheid en commercieel opportunisme, maar het lijkt me veel te ver gaan om de cover gelijk te stellen aan blackface.

Er is zoveel pijn. Er is zoveel lijden. Er zijn zoveel mensen die zich terecht miskend, genegeerd en benadeeld voelen. Waarom doen we dit elkaar aan? Waarom maken we het nog zwaarder voor elkaar dan het al is?

“What the world needs now is love, sweet love / It’s the only thing that there’s just too little of..” Ware woorden, en helaas, nu met onder andere Orlando, Dhaka, Bagdad en Dallas, maar al te toepasselijk..

Recht van spreken

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 9 juli 2016 binnen aflevering 36 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Advertenties

The people versus dr. Conrad Murray

Grote bruine, maar trieste ogen staren in de verte. Deze verte wordt gevangen door de lens van de camera die opgesteld staat in de rechtbank. Mijn ogen vloeien samen met de verte. Dokter Conrad Murray staat terecht voor doodslag op zijn patiënt, Michael Jackson, en ik kijk toe.

Actualiteit is misschien wel de meest verslavende drug die bestaat. Als voormalig fan, en eeuwig bewonderaar van de King of Pop, ben ik gebrand op ieder snippertje nieuws, juist nu hij er zelf niet meer is om het eigenhandig te kunnen genereren. Ik ben hongerig, en alles wat iets toe meent te kunnen voegen, verslind ik. Zo ook de online feed van de rechtszaak.

Michael Jackson stierf officieel aan een overdosis propofol, een narcosemiddel, dat aangewend was  tegen slapeloosheid. Het op de voet volgen van de rechtsgang heeft zeker ook iets weg van het aansluiten van een infuus. De informatie druppelt langzaam binnen, de juridische plichtplegingen kan ik onderhand dromen. Het spel van vraag en antwoord brengt me zowat in een trance.

De hoofdverdachte, Murray, belichaamt tot nu toe de volmaakte sneuheid. Karrenvrachten aan woorden worden over hem uitgestort, belastend materiaal stapelt zich voor zijn ogen op, en hij trotseert het elke dag weer, met telkens, heel frivool, een andere stropdas.

Zeer schrijnend zijn de momenten van pauze. Wanneer de rechter overlegt met de partijen, concentreert de camera zich op Murray. Wanneer de feed even doofstom wordt, krijgen we des te meer close-ups van Murray. We zien hoe hij ineenkrimpt als een collega-cardioloog wordt aangekondigd. We zien de wanhoop als een vriendinnetje van hem het spreekgestoelte betreedt. Soms lijkt het alsof het beeld bevroren is, zo onbeweeglijk is de verdachte dan. Soms zijn er shots van vertwijfeling, waarin de totale ineenstorting niet ver weg meer lijkt. Soms lijkt Murray diep weg te zinken, en soms zelfs te huilen.

Hoe veel pech en tegenslag dokter Murray ook gehad heeft mogen hebben, zijn er toch nare feiten die zich niet zo makkelijk weg laten redeneren. Murray had bijvoorbeeld de drug propofol nooit zo nonchalant toe moeten dienen, zo zonder toezicht en zonder monitor. Murray had als cardioloog ook moeten weten dat je voor reanimatie de patiënt op een harde ondergrond dient te plaatsen, niet op een zacht matras. Murray had bovenal niet mogen verzwijgen dat zijn patiënt bepaalde medicijnen toegediend had gekregen en zeker niet twintig minuten hoeven wachten voor hij 911 liet bellen, toen juist iedere seconde telde..

Het ene moment zit ik rechtop, verontwaardigd, te vloeken voor mijn computerscherm. Het andere dwaal ik af.. Gisteren werd het me even te verbeus. Ik deed mijn best alles tot me door te laten dringen, maar raakte overvoerd. Mijn ogen sloten zich voor enige momenten, en wat later schrok ik wakker. Op de live feed scandeerden, net buiten de rechtbank, strijdlustige fans: “Justice for Michael! Justice for Michael!”

Ik schaamde me toen toch even..

mj