Tagarchief: mijmering

Verdeel en heers

Divide et impera. Verdeel en heers. 2017 stond voor mij helaas in het teken van deze smerige tactiek en de gevolgen ervan. Oorspronkelijk bedacht als strategische zet in oorlogsconflicten, doet het zich des te meer gelden, nu. Het komt er op neer dat een machthebber verdeeldheid zaait onder diens opponenten, zodat deze minder geneigd zijn gezamenlijk ten strijde te trekken tegen die machthebber. Valse roddels, bevoordeling van een van de tegenpartijen en het tot zondebok bestempelen van de andere, alles is geoorloofd om tweespalt te verkrijgen. Waarheid, ethiek en sympathie dienen met leugens, chaos en geweld vermorzeld te worden ten gunste van het eigenbelang. Narcisten en psychopaten hebben ook niet zelden dit kunstje in hun trukendoos.

In de aanloop tot de Amerikaanse verkiezingen viel het me al op dat er een explosieve toename was van filmpjes over samenzweringstheorieën op Youtube. Lachend deelde ik op social media toen een video waarin gesuggereerd werd dat Hillary Clinton bezeten was van de duivel. Haha, zo absurd, zo creatief in elkaar gestoken, zo lekker fout! Het lachen verging me echter, toen ik zag dat het niet, zoals bijvoorbeeld de satirische rubriek LuckyTV in De Wereld Draait Door, werd ontvangen als een meesterlijke pastiche, maar getuige zeker 90 procent van de reacties, als een journalistieke uiting, als onthullend nieuws! Om over de geruchten dat zij aan het hoofd zou staan van een pedoseksueel netwerk in de kelder van een pizzeria nog maar te zwijgen. . Hier werd, willens en wetens, een virtuele plaag opgetuigd van veelvuldig gedupliceerde en gedeelde video’s, om maar zoveel mogelijk verdeeldheid te scheppen. Gif in de vijver. Olie op het vuur.

De drol die het momenteel geschopt heeft tot president van de Verenigde Staten, is wat dit betreft een goede leerling. Al of niet geholpen door Rusland, verstaat hij de kunst om spanningen tussen onderlinge groepen uit te buiten en haat in zijn voordeel te gebruiken. Zijn bizarre, door Kukident en/of cocaïne  deels gemummelde toespraak over het erkennen van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, zal zeker voor nog veel bruikbaar vuurwerk zorgen in het Midden-Oosten en elders. In Amsterdam werd er een dag later al een koosjer restaurant getroffen door een aanslag van een Palestina-aanhanger. Bravo! Koren op de molen van diegene die baat heeft bij nog meer vijandigheid.

Wat een verademing dat die Sint met al zijn Pieten weer richting Spanje is gegaan! Ook die discussie was vol van verdeeldheid en polarisatie. Ik kan me niet onttrekken aan de gedachte dat er mensen zijn die garen hebben gesponnen bij het gebrek aan nuance: “Heerlijk, hoe zwart-wit alles gesteld kan worden!” Het is een geluk dat er nog geen doden zijn gevallen, in naam van het traditionele kinderfeestje.

Het meest van alles, raakt me de verdeeldheid binnen mijn vriendenkring. Het is relatief makkelijk te accepteren dat er bekenden op social media zijn die Putin een held, of Trump een genie vinden. Zeker op Facebook is het interessant om meningen te vernemen die afwijken van die in mijn comfortabele gutmensch-bubbeltje. Wat echt pijn doet is om intieme vrienden te zien radicaliseren. Ik heb een goede en gulle vriend, een dierenliefhebber, zeer intelligent en begaafd, van me af zien dwalen. Ik heb hem langzaam doch gestaag van GroenLinks naar VVD naar PVV zien gaan, en ik heb hem niet op andere gedachten kunnen brengen, noch mijzelf kunnen overtuigen vrede te hebben met zijn keuzes. Uren hebben we gediscussieerd, zonder dat we nader tot elkaar konden komen. Hij bleef in mijn ogen extreemrechts, en ik voor hem te multiculti. Wie ben ik om hem te beoordelen? En toch doe ik het. Het is triest om een vriend te verliezen na zoveel jaren. We lijken gegijzeld door de tijdgeest, die ons een mes op de keel zet. Het is slikken of stikken, kleur bekennen, het een en niet het ander..

Deze tekst werd zaterdag 9 december 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 53 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

Sgt. Pepper 2017

Mijn frambozenijsje smelt sneller dan ik likken kan. Mijn indrukken zijn veelvuldiger dan ik wat ik neerkalken kan. Ik luister naar Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles, en raak overweldigd.

50 jaar na het verschijnen van de oorspronkelijke LP in de zomer van de liefde, open ik mijn oren voor de nieuwe stereomix. De perfecte gelegenheid vind ik aan het einde van de dag, als ik naar buiten stap en het klassieke album al wandelend tot me neem, over de opgebroken Dijksgracht, het Java-eiland en de Oostelijke eilanden van Amsterdam.

Het voelt alsof ik in mijn eigen voetstappen treed. Terwijl de iepenzaadjes langsdwarrelen, ga ik terug in de tijd. Ik ben weer even in Groesbeek, op mijn jongenskamer, waar ik de LP van de bieb heb geleend en op een cassette op heb genomen. De muziek is als honing voor mijn oren. De psychedelische klanken zijn een elixer van vrijheid. Lucy In The Sky With Diamonds is als een poort naar een wereld waarvan ik het bestaan niet had kunnen vermoeden.

Ook bezoek ik in gedachten mijn peetoom Ton. Hij is de grootste Beatlesliefhebber in de familie en wist me al vroeg aan te steken met zijn passie. Hij laat me als jonge jongen de hoes van Sgt. Pepper zien, en stelt me gerust: Nee, Paul McCartney is niet verongelukt en vervangen door een dubbelganger! Geduldig legt hij me uit hoe onwaarschijnlijk die theorie is. Achter hem staat een poster uit het witte dubbelalbum, en naast hem rijen cassettes met de vele honderden prachtige liedjes en instrumentale nummers die hij zelf schreef, geïnspireerd door die intuïtieve autodidacten uit Liverpool. Later, als ik een puber ben met artistieke aspiraties, weet hij me op zijn beurt moed te geven om door te gaan met schrijven en zingen.

Anno 2017 krijg ik kippenvel bij het horen van de nieuwe mix. Zeer smaakvol en kundig heeft Giles, de zoon van de originele producer George Martin, de kwaliteiten van de monomix gebruikt voor een nieuwe stereoremix. Waar de oude stereoversie een haastklus was, met een grof, onnatuurlijk stereobeeld, biedt de remix een kristalhelder en prettig alternatief, en, wat mij betreft, zeker een verbetering. Het wordt hierdoor minder verheven en klinkt het meer dan ooit als een rockband die op staat te treden.

“It’s getting better all the time” is bitterzoet. Nog nooit klonken die woorden zo puur. Dit geldt ook voor de keerzijde: de cynische tegenwerping “it can’t get no worse” van John Lennon. Terwijl er de laatste tijd gestaag meer ziekte, verval en dood mijn leven binnensluipt, klinken The Beatles vitaler en frisser dan ooit. Over 100 jaar misschien zelfs nog wel méér. Het eeuwige overschaduwt langzaam maar zeker het tijdelijke. A Day In The Life is geen momentopname meer, maar vele levens en generaties vervat in één song. De nieuwe Sgt. Pepper is al met al een monument dat in al zijn glorie toch ook een beetje pijn doet..

Deze tekst werd zaterdag 10 juni 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 47 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Gay & Lesbian Studies

De ideale studie bestaat niet. Begin deze eeuw moest ik, als derdejaars student Engelse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, deze waarheid onder ogen zien. Kon ik niet beter ten halve keren dan ten hele dwalen? Ik voelde me te weinig uitgedaagd, was teleurgesteld door de vele saaie verplichte blokken, en afgeknapt op het schoolse karakter van de opleiding. Moest ik nog wel door?

Gelukkig was ik niet alleen in mijn impasse. Met een lesbisch studievriendinnetje kon ik na de colleges, vaak onder het genot van een iets te duur broodje, voluit klagen en spuien, maar ook lachen en plannen smeden. Gesterkt door de band die was ontstaan doordat we elkaar hadden leren kennen toen we allebei problemen hadden in de liefde, besloten we samen door te gaan tot het bittere einde van onze voorgenomen studie. Weg met de quarter-life crisis, weg met het liefdesverdriet en weg met de twijfel!

Om het voor onszelf boeiender te maken, zochten we buiten de faculteit om naar alternatieve cursussen, die de vrije studieruimte konden opvullen. In het oog sprong meteen Gay & Lesbian Studies. Het voelde gelijk als een spannend avontuur: op zo’n heel andere faculteit, te midden van internationale studenten, ons verdiepen in iets wat ons bijzonder nauw aan het hart ging, onze seksualiteit. Persoonlijk was het ook een kroon op mijn coming-out, een overwinning op die duistere periode waarin ik gepest werd en sudderde in zelfhaat.

Hoofddocent was een licht grijzende oudere homoman, met een bijzondere dictie, waarin zowel Gronings alsook iets deftigs doorklonk. Hij was gekleed in een glimmend sportpak en heette Gert Hekma. Samen met wat gastdocenten zou hij ons door dit trimester loodsen, en wegwijs maken in queer theory, Foucault, Sedgwick en Butler. Het vuistdikke pak papier dat we als reader dienden te bestuderen loog er niet om. Dit was menens!

Gert bleek een gigantische bron van kennis te zijn, of het nu over de geschiedenis van homoseksualiteit in Nederland ging of de perversies van De Sade. De details deden me soms duizelen. Tegelijk verontrustte hij me ook een beetje, als hij ons vroeg wat we vonden van controversiële zaken als pedofilie en sadomasochisme. Het gemak waarmee hij bepaalde vermeende taboes op een academische manier aan wist te snijden, fascineerde me. Had deze man nou helemaal geen schaamte? Of ik juist te veel?

Naast discussies rond publicaties en de daarin vervatte theorieën, gingen we ook als groep het veld in. Onvergetelijk waren de rondleiding door de Amsterdamse rosse buurt en, niet ver verwijderd van de openstelling van het huwelijk voor homo’s en lesbo’s, het bezoek aan de Tweede Kamer. Ook was er de wekelijkse opdracht om een kijkje te nemen op een homo- of lesbo-gerelateerde plek naar keuze, en daar verslag van te doen.

Het was daar, dat ik koos om mijn grenzen te verleggen. Ik mocht dan beweerd hebben dat een darkroom niks voor mij was, maar hoe kon ik dat zo zeker weten als ik het nooit had geprobeerd? En wat te denken van de homosauna? Kom op! Ik herinner me nog hoe ik met knikkende knieën het pand betrad, wel 20 minuten nam om me uit te kleden, maar uiteindelijk met 7 jongens heel veel plezier had. Als ik me betrapt had gevoeld door iemand, had ik waarschijnlijk gemeesmuild dat ik het alleen maar “voor de research” deed..

Al met al is Gay & Lesbian Studies het meest ingrijpende en persoonlijke vak gebleken dat ik ooit heb gevolgd. Het was een voorrecht om met docenten en leeftijdsgenoten samen te onderzoeken wat seksuele identiteit en gender kunnen zijn, in theorie, maar ook in de meest intieme betekenis. Mijn ideeën zijn hierdoor vrijer, minder bekrompen en meer op context of introspectie gebaseerd geworden, en mijn blik is verruimd. Wat mij betreft de universiteit zoals die bedoeld is, of, om met Foucault te spreken:

“I don’t feel that it is necessary to know exactly what I am. The main interest in life and work is to become someone else that you were not in the beginning.”

gay-and-lesbian-studies

Deze tekst werd zaterdag 10 december 2016 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 41 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Wandeling

Het einde van deze zomer is nakende. Met gezwinde pas wurm ik me uit mijn benauwende schaduwleven, en waag me in mijn stoute, doch toch al wat afgetrapte schoeisel. Ik begeef me buiten de voordeur, en laat de serendipiteit haar werk doen. Zij zal mij brengen waar ze me brengen wil, in weerwil van wat ik misschien zelf zou willen, als ik al zou weten waar ik heen wil..

Ik dwaal deze avond door mijn geliefde Amsterdam, zonder route, zonder plan, volmaakt ongebonden. De tegels, het plaveisel, de straten en de buurten betreed ik zonder vragen. Toch hoop ik heimelijk op een verlossend antwoord, dan wel een kompas. Mocht iemand mij ontwaren, dan ben ik voorbereid om schijnbaar moeiteloos door te flaneren, alsof ik weet waar ik naartoe ga, glorieus afstevenend op de volgende kruising.

Al lopende blijk ik af te druipen richting mijn verleden. Al lopende merk ik dat ik steeds meer in mijn eerdere voetstappen treed. Mijn tocht brengt me naar een slingerende wijk net buiten de stad, waar ik ooit als jonge student op kamers ging. De bewuste doorzonwoning blijkt onveranderd kil en karakterloos. Opnieuw voel ik me enigszins verloren.

Als het daglicht langzaam verdwijnt, versnel ik mijn pas en daver ik doelloos langs de rafelranden van een stadspark. Ik ruik patchouli en voel de broeiende walm van het struikgewas, en stuit dan op een groepje mannelijke studenten dat zich waarschijnlijk middenin hun introductie bevindt. Als voortvarende passant loop ik een boogje om, maar beland daarmee juist pal tussen hen in.

Even omgeeft een dartele onschuld mij. Even ben ik het oog van een bruisende orkaan. Even dwarrelen de jongens om mij heen. Ze zijn jong, dronken en onbeholpen. Even weet ik niet hoe me hier toe te verhouden. Hun zomerse nonchalance, korte broeken en gebruinde harige benen overweldigen me. Ze stoeien, testen elkaar, langs me heen, alsof ik er niet ben.

Ik ontkom, en voel me weer een beetje die jongen die altijd als laatste gekozen wordt bij de gymles..

Op mijn zigzaggende dwarreltocht, doorkruis ik vervolgens een willekeurige woonwijk. Ik zie een supermarkt, die nog open is, en stap daar binnen, hopend op een teken.

Het blijkt echter de hoogste tijd. Voor mij rest er niet meer dan een impuls-aankoop: een zak borrelnootjes van het huismerk. In de rij voor de kassa treft mij ineens een wat gezette oudere man, die 6 halve liters bier op de lopende band voor zich heeft gelegd. Hij lijkt warempel wel op.. Hans van der Togt! Nee, het zal toch niet? Nee, hij is het niet, maar wel hetzelfde type..

Dan knipoogt hij naar me, met een blik die het midden houdt tussen flirt en verstandhouding. Ik bloos, en voel me betrapt.

Onthutst knik ik naar hem als hij me een fijne avond wenst. Is dit mijn voorland, mijn lotsbestemming?

wandeling

Deze tekst werd zaterdag 10 september 2016 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 38 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Recht van spreken

Orlando, oh Orlando.. Wat lijkt het lang geleden dat het nieuws van die aanslag op homonachtclub Pulse de wereld schokte, terwijl er nog amper een maand voorbij is. Inmiddels hebben andere ellendige gebeurtenissen de aanslag ruimschoots naar de achtergrond gedrongen. Tot mijn ontsteltenis hebben de laatste inzichten van de FBI  inzake deze moordpartij, de Nederlandse media nauwelijks bereikt. Als er nog iets opborrelt, zijn het sensatieverhalen over de daders vermeende homoseksualiteit, ofwel gebaseerd op achterhaalde berichtgeving, ofwel, zoals deze week bleek, uit de duim gezogen voor sappige clickbait.

Feitelijk weten we nog steeds bar weinig over de motieven. Nee, Mateen was waarschijnlijk geen terrorist, geen homo, en nee, het was geen crime passionnel. Wat dan wel? We zullen het wellicht nooit te weten komen, maar door het ontstane vacuüm, is juist des te schrijnender duidelijk geworden hoeveel pijn er heerst in de harten van zovelen. IS mag de aanslag hebben opgeëist, commentatoren en opiniemakers binnen de oude en nieuwe media hebben zich gestort op het afbakenen van de context. Hun claims deden me soms duizelen. Ik zag atheïsten op hun anti-religieuze stokpaardje klimmen, zag het gepsychologiseerde relaas van de zichzelf hatende homo in diverse varianten, en las vurige pleidooien tegen de wanstaltige wapenwetgeving. Dan was er Kustaw Bessems, die het gebeurde aangreep om te betogen dat het met de LHBTI-acceptatie helemaal niet zo snor zat als wel gedacht, je had Botte Jellema, die zich gekwetst toonde nadat hij gezien had hoeveel minder mensen op de Dam stonden, in vergelijking met na de aanslag op Charlie Hebdo, en dan was daar Tofik Dibi, die op zijn beurt in wenste te zoomen op de etniciteit en religiositeit van de slachtoffers.

Sinds een tijdje, ook buiten de berichtgeving over Orlando, heb ik de indruk dat er gevochten wordt in de media over welke groep nu het meeste leed treft. Ik proef verongelijktheid over het mogelijk verkeerd inschatten van wie nu het grootste slachtoffer is. De zwarte? De moslim? De homo? De vrouw? En nog belangrijker: wie heeft er het meeste recht van spreken? Het grenst aan schuld door associatie om in debatten de ander weg te zetten als intrinsiek bevooroordeeld, niet op basis van argumenten, maar op basis van iemands culturele achtergrond. Ja, het is geen overbodige luxe voor bepaalde bevoorrechte meerderheden om drastisch beter naar anderen te gaan luisteren, maar ik betwijfel of dit bespoedigd wordt door te eisen dat “sommige mensen gewoon hun bek houden”.

Ook actueel is een nieuw soort purisme. Het recht van spreken, zelfs als alles er op wijst dat de intenties goed zijn, wordt steeds vaker betwist en soms zelfs getorpedeerd. Neem de discussie rond Nick Jonas, een heteroseksuele popzanger, die hevig bekritiseerd werd omdat hij een herdenkingstoespraak had gegeven na Orlando. Niet de inhoud van zijn speech, maar het feit dat hij zelf niet homo was, vormde de kern van het misnoegen.  In Nederland hadden we vorige week een soortgelijk akkefietje, toen twee heteroseksuele TV-presentatoren zoenend op de cover van de LINDA-glossy L’HOMO verschenen. Ja, er zal zeker sprake zijn geweest van mediageilheid en commercieel opportunisme, maar het lijkt me veel te ver gaan om de cover gelijk te stellen aan blackface.

Er is zoveel pijn. Er is zoveel lijden. Er zijn zoveel mensen die zich terecht miskend, genegeerd en benadeeld voelen. Waarom doen we dit elkaar aan? Waarom maken we het nog zwaarder voor elkaar dan het al is?

“What the world needs now is love, sweet love / It’s the only thing that there’s just too little of..” Ware woorden, en helaas, nu met onder andere Orlando, Dhaka, Bagdad en Dallas, maar al te toepasselijk..

Recht van spreken

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 9 juli 2016 binnen aflevering 36 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

In een handomdraai

Wat is het geluid van één hand die klapt.. ?

Ik vraag het me af terwijl ik mijn wonden lik. Mijn brein draait overuren. In een handomdraai heeft iemand begin dit jaar gemeend mij even iets voor te doen, waardoor ik het tot nu toe moet bezuren. Een handomdraai, een bruuske, botte, bizarre greep naar mijn linkerpols, gevolgd door een beweging die me ver voorbij mijn pijngrens dreef. Mijn stoerheid bleek niet bestand tegen deze brute agressie. Ik raakte overmand door misselijkheid en viel uiteindelijk, middels een verlate tegenreactie op de onthutsende lompheid, flauw.

Toen ik bijkwam, wist ik vrijwel meteen dat er iets geknapt was. Naast mijn vertrouwen, dat best een knauw had gekregen, bleek later dat het ligament dat ellepijp en spaakbeen met elkaar verbindt, totaal afgescheurd was van het bot. Optimisme van sommige vrienden ten spijt, dreigde dit een langdurig traject te worden van pijn, operaties, gips, spalken en revalidatie. In een handomdraai werd mijn leven kleiner dan het sinds tijden geweest is. Maandenlang zal ik niet kunnen sporten of fietsen, en niet normaal kunnen typen, koken of douchen.

Mijn arm zit tot over de elleboog vast in een plastic spalk, die ik dag en nacht dien te dragen. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed, en tussendoor versjteert het mijn slaap met nachtmerries en andere onderbrekingen. Wanhopig experimenteer ik met restjes oxycodon en rode wijn, maar word enkel mistroostig en murw wakker. De spalk voelt als een openhaardblok dat vastgeklonken zit aan aan mijn lijf. Het is een ongewenst pantser dat zoiets basaals als een omhelzing vrijwel onmogelijk maakt. Om nog maar te zwijgen van het openen van een grote bak kant-en-klare aardappelsalade! Gemak krijgt echt een andere betekenis als je één arm niet meer kunt gebruiken..

In een handomdraai werd mijn lente, in plaats van een jaargetijde van nieuwe initiatieven, er een van contemplatie en meditatie, een warm uitgevallen extra winter, met als grote leermeester: geduld. Het is bitterzoet. Aan de ene kant is er woede, verdriet en onmacht over deze noodgedwongen stilstand. Aan de andere kant is er ook nederigheid en ontroering, bijvoorbeeld als een lieve vriend aanbiedt voor me te koken, een kleine meisje in de supermarkt oprecht wil weten wat er met mijn arm aan de hand is, of als ik in fijn gezelschap kan genieten van een koffie in de zon.

gipsx

 

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 14 mei 2016 binnen aflevering 34 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Uitstelleritus

Mijn hoofd is als griesmeelpudding,

mijn bloed als rinse appelstroop

Traag zoek ik mij een weg tussen de lakens door,

schud het oorkussen nog eens op

en draai me weer om..

Hoe duivels, dit ledikant der ledigheid,

hoe onmachtig mijn gewoel

Hoe achterstallig het verschonen van de sloop,

hoe rusteloos mijn uitstelleritus.

 

Het vlies van het verleden bedekt de muren

De glans van de toekomst is een ijdele droom,

een projectie voorbij de horizon op een poster

‘Wie ik zou kunnen zijn’ ontglipt me

evenzeer als ‘wie ik was’

In het moment verhard ik als componentenlijm,

verval ik in fixatie,

ben ik de gevangene van mijn behang,

de gehangene door uitstelleritus.

 

Als ik eindelijk eens losbreek,

verlies ik  mezelf in de veelheid,

verdrink ik te midden van de media

Laat ik mijn aandacht opslokken

door boebeskoppen en blaaskaken,

door gehits en geblaat,

onnozele meningen en prietpraat

Meedogenloos teruggezogen

in de draaikolk van uitstelleritus

 

Soms waag ik nog een investigatie,

zoek ik een verklaring voor deze procrastinatie

Bedenk ik uitwegen en ontsnappingsplannen,

hou ik de faalangst tegen het licht

en spuug mijn perfectionisme in het gezicht

Vergeefs, het mag niet baten,

want op de rotonde ga ik dan toch weer dralen,

laat ik iedere afslag aan me voorbijgaan

in de nodeloze haast van uitstelleritus.

 

uitstelleritus

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 februari 2016 binnen aflevering 31 van het radioprogramma Kulti Kulti.