Tagarchief: mijmering

Terug van het feest

Terug van het feest

passeer ik de drempel

adem ik in

en moet ik verzuchten

dat het toch akelig sterk

ruikt naar eenzaamheid..

Rechtsomkeert maak ik dan

richting snackbar en weerom

en als ik dan

in eigen voetsporen treed

bevangt me de schok

dat het toch akelig sterk

naar alcoholisme ruikt

op de trap

Vele uren later schrik ik wakker

en verbaas me

over de geur van frituur

Dat het toch akelig sterk

naar thuis ruikt

 

na het feest

Pontje

Voor iemand met uitstelleritus, is iedere veerpont een beproeving. Een pontje maakt het namelijk niks uit of je wind tegen had met fietsen, of dat je net nog even gebeld werd door je moeder. De drijvende brug meert af en aan met de secondes van de klok, en laat niet veel ruimte tussen de pech van het missen en het geluk nog op tijd mee te kunnen.

Sinds enige tijd heb ik zangles in Tuindorp Oostzaan, Tutti Frutti-dorp, en daartoe begeef ik me op de pont van Amsterdam CS naar de NSDM-werf. Eenmaal nahijgend van mijn eindspurt, sta ik dan toch wat beduusd in de bewegende wachtkamer voor zeker een kwartier om me heen te kijken. Er is ook zo veel te zien..

Daar staat een vrouw van midden veertig te bellen. Ze ziet er wat verfomfaaid uit, en heeft lichtgele verfspatten op haar schoenen en spijkerbroek. Ze vloekt, ze slingert haar gesprekspartner wat verwijten naar het hoofd en hangt abrupt op.

Aan de andere kant staat een puberjongen, met zijn lange haren wapperend in de wind en witte dopjes in zijn oren. Hij heeft een meisjesachtig gezicht, met hier en daar een puistje. Hij gaat op in zijn muziek, deint mee met de beat en waant zich onbespied. Af en toe tast hij in de binnenzak van zijn jas en haalt er een paar winegums uit, die hij dan in zijn mond stopt.

Voor mij is een echtpaar van middelbare leeftijd in de weer met een kaart. Beiden dragen ze bergschoenen en een rugzak, en beiden zijn ze een beetje verbrand. Als het gaat regenen volgt er lichte paniek. De kaart moet opgevouwen, maar het is nog een heel karwei om het precies zo op te vouwen als het voorheen opgevouwen was. De man frommelt wat aan een rode poncho, maar trekt hem niet aan. Samen gaat ze naar het overdekte deel.

Ik staar graag het water in, geniet van de golven in het oppervlak, sta letterlijk stil bij de beweging. In het water is ook het weer weerspiegeld. Donkere wolken doen het water er uitzien als inkt. Wind maakt het woester. Regen vormt complexe patronen.

Aan de wal moet ik even wennen aan hoe vast de grond onder de banden van mijn fiets is. De willekeurige groep mensen, net een kwartier verenigd tussen twee oevers in, breekt nu weer op.

Tijdens de zangles komen af en toe flarden terug. Tussen het zingen, luisteren en praten door, trekken mijn trommelvliezen zich licht samen. Ik hoor het ruisen in mijn oorschelp, alsof het pontje in iedere seconde van rust, opnieuw weer even doorvaart.

pontje