Tagarchief: mindfulness

Poes Rosa

Johan belde. Of ik misschien een weekje op zijn poes wilde passen. Ik moest er even over nadenken.  Hoewel ik een zwak heb voor katten, enige ervaring met een studentenhuiskat, en regelmatig de kat van een vriendin voeder als zij even weg is, zag ik enigszins op tegen de verantwoordelijkheid een week lang zo’n beestje over de vloer te hebben. En tja.. had diezelfde Johan nou niet juist een liedje geschreven over de uiterst veeleisende poes Henriëtte?

Hij verzekerde me dat zijn Rosa juist het tegenovergestelde was van het onhandelbare kreng waar hij over had gezongen. Rosa zou een dame zijn, wat schuchter en voorzichtig van aard, maar, naar al gauw zou blijken, een lieverd. Het zou daarnaast ook heilzaam voor me kunnen zijn op haar te passen en haar te verzorgen.

Zo schoorvoetend als ik overstag ging, zo schichtig glipte Rosa vanuit haar reismand rechtstreeks onder mijn zitbank. De eerste dagen verschanste ze zich onder mijn bed, precies op de meest ontoegankelijke plek. Bij het in- en uitgaan van mijn huis, moest ik me er steeds van vergewissen dat ze er nog zat. Liggend voor de bedrand zag ik dan, na enig zoeken, toch vanachter het verlengsnoer, haar grote groene ogen oplichten.

Hoe meer ik haar negeerde, en gewoon mijn dagelijkse dingen deed, hoe sneller ze toch poolshoogte kwam nemen. Beschaamd klopte ik een wolk stof uit haar vacht. Daar zat ze dan eindelijk naast me, als een stofdoek op pootjes, zonder oordeel of verwijt, waar te nemen wat ik allemaal zo uitvoerde. Op een milde manier confronteerde ze me met mezelf. Wat dééd ik immers van dag tot dag? Was ik niet te bedlegerig, te ingekakt? At of dronk ik niet teveel? Onwillekeurig vroeg ik me af wat Rosa hier van moest denken: “Dat doet Johan nou nooit..”

Haar zachtaardige karakter ontroerde me. Geen grauw, snauw of klauw te bekennen. Gaf ik haar regelmatig brokjes, water en aandacht, dan spinde mevrouw al van tevredenheid. Als ik ging slapen, dan nestelde ze zich op een gegeven moment onder de deken, tussen mijn kuiten.  Het was een beetje onwennig weer eens een warm levend wezen in mijn bed te hebben, maar ook troostend.

Bovenal bracht Rosa me door haar serene aanwezigheid terug in het heden. Was ik weer eens in neerslachtige gedachten verzonken, kwam ze naar me toe en gaf ze me kopjes. Staarde ik afwezig voor me uit, sprong zij in mijn blikveld en stopte mijn getob. Door even contact te hebben met dit prachtige nachtelijke roofdier, vervloog de noodzaak naar vragen en antwoorden. Het wonderbaarlijkste en ondoorgrondelijkste mysterie bleef zij natuurlijk zelf.

Dank je, Johan. Dank je, Rosa!

Deze tekst werd zaterdag 8 april 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 45 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

Zoele zomer

De zomer brandt. De zomer schroeit. De zomer brengt hoofden op stoom en soms tot regelrechte oververhitting. Meningen manifesteren zich driftig via de al dan niet ‘sociale’ media en slaan op hol. In deze komkommertijd, moet ik mezelf weerhouden in te gaan op alle heetgebakerde stellingnames, alle snel geformuleerde gratuite zienswijzen die zo aan me voorbijflitsen. Weg van de tirades op Twitter en het gekrakeel op Facebook!

Het schitterende van de zomer is dat het alle zintuigen verscherpt. Mijn virtuele nieuwsstroom mag dan branden van een uit zijn broek scheurende Lenny Kravitz, instortende kranen te Alphen, politiegeweld, racisme, discriminatie en andere narigheid, mijn ogen, oren, neus, smaak en tast maken eveneens overuren. Juist daarin vind ik nu, gek genoeg, troost.

Hoe heerlijk is het niet om bijvoorbeeld dieper te kunnen ruiken! Nu alles en iedereen, door de hogere temperatuur, zo veel meer dampt, laat alles zich ook zo veel intiemer kennen. Dat verfijnde parfum, dat eau de toilette, met een paar vleugjes zorgvuldig aangebracht, laat zich nu in het voorbijgaan in volle essentie verstaan. Dat lekkere gerecht, vers gestoofd, wasemt je van de straat de neusgaten in, en geeft je meteen zowel trek als inspiratie.

Hoe prachtig is het om, door de hogere intensiteit van het licht, kleuren eindelijk eens in al hun complexiteit te zien! Van de pure tinten van een bloeiende klaproos tot de zeer persoonlijke finesses van iemands iris..

Als ik me niet te veel in beslag kan laten nemen door de indirecte prikkels van de waan van de dag, maar me baad in de intense ervaring van wat zich hier en nu aandient, voel ik me vrijer, jonger en speelser. Ik lijk heviger te leven, onstuimiger te bestaan. Sleur lijkt ineens te zijn verdampt. Twijfel lijkt gesmolten.

Ik wentel me in kleine genoegens die ik normaal gesproken onbeduidend vind, maar die nu juist verfijnd en delicaat blijken. Ik luister keer op keer naar een luchtig liedje van Madonna wat eigenlijk nooit bedoeld was om uitgebracht te worden, maar dat me stiekem toch in alle simpelheid heel vrolijk maakt. Ik koop een waterijsje en ga terug naar mijn jeugd, proef die originele, lang vervlogen smaak, en herinner me hoe ik me ooit verwend en dankbaar tegelijk voelde. Ik betaal bij de supermarkt, en de knappe kassajongen geeft niet alleen een knipoog, maar raakt ook even kort mijn hand aan als hij me mijn sleutelbos met bonuskaart teruggeeft. Ik ga op weg met de fiets naar een goede vriend, en een schattig meisje van een jaar of drie roept naar me vanaf een balkon op de eerste etage. Of ik alsjeblieft haar lila bal terug naar boven wil gooien? Natuurlijk!

waterijsje

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 8 augustus 2015 binnen aflevering 25 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)