Tagarchief: moedig voorwaarts

Verdeel en heers

Divide et impera. Verdeel en heers. 2017 stond voor mij helaas in het teken van deze smerige tactiek en de gevolgen ervan. Oorspronkelijk bedacht als strategische zet in oorlogsconflicten, doet het zich des te meer gelden, nu. Het komt er op neer dat een machthebber verdeeldheid zaait onder diens opponenten, zodat deze minder geneigd zijn gezamenlijk ten strijde te trekken tegen die machthebber. Valse roddels, bevoordeling van een van de tegenpartijen en het tot zondebok bestempelen van de andere, alles is geoorloofd om tweespalt te verkrijgen. Waarheid, ethiek en sympathie dienen met leugens, chaos en geweld vermorzeld te worden ten gunste van het eigenbelang. Narcisten en psychopaten hebben ook niet zelden dit kunstje in hun trukendoos.

In de aanloop tot de Amerikaanse verkiezingen viel het me al op dat er een explosieve toename was van filmpjes over samenzweringstheorieën op Youtube. Lachend deelde ik op social media toen een video waarin gesuggereerd werd dat Hillary Clinton bezeten was van de duivel. Haha, zo absurd, zo creatief in elkaar gestoken, zo lekker fout! Het lachen verging me echter, toen ik zag dat het niet, zoals bijvoorbeeld de satirische rubriek LuckyTV in De Wereld Draait Door, werd ontvangen als een meesterlijke pastiche, maar getuige zeker 90 procent van de reacties, als een journalistieke uiting, als onthullend nieuws! Om over de geruchten dat zij aan het hoofd zou staan van een pedoseksueel netwerk in de kelder van een pizzeria nog maar te zwijgen. . Hier werd, willens en wetens, een virtuele plaag opgetuigd van veelvuldig gedupliceerde en gedeelde video’s, om maar zoveel mogelijk verdeeldheid te scheppen. Gif in de vijver. Olie op het vuur.

De drol die het momenteel geschopt heeft tot president van de Verenigde Staten, is wat dit betreft een goede leerling. Al of niet geholpen door Rusland, verstaat hij de kunst om spanningen tussen onderlinge groepen uit te buiten en haat in zijn voordeel te gebruiken. Zijn bizarre, door Kukident en/of cocaïne  deels gemummelde toespraak over het erkennen van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, zal zeker voor nog veel bruikbaar vuurwerk zorgen in het Midden-Oosten en elders. In Amsterdam werd er een dag later al een koosjer restaurant getroffen door een aanslag van een Palestina-aanhanger. Bravo! Koren op de molen van diegene die baat heeft bij nog meer vijandigheid.

Wat een verademing dat die Sint met al zijn Pieten weer richting Spanje is gegaan! Ook die discussie was vol van verdeeldheid en polarisatie. Ik kan me niet onttrekken aan de gedachte dat er mensen zijn die garen hebben gesponnen bij het gebrek aan nuance: “Heerlijk, hoe zwart-wit alles gesteld kan worden!” Het is een geluk dat er nog geen doden zijn gevallen, in naam van het traditionele kinderfeestje.

Het meest van alles, raakt me de verdeeldheid binnen mijn vriendenkring. Het is relatief makkelijk te accepteren dat er bekenden op social media zijn die Putin een held, of Trump een genie vinden. Zeker op Facebook is het interessant om meningen te vernemen die afwijken van die in mijn comfortabele gutmensch-bubbeltje. Wat echt pijn doet is om intieme vrienden te zien radicaliseren. Ik heb een goede en gulle vriend, een dierenliefhebber, zeer intelligent en begaafd, van me af zien dwalen. Ik heb hem langzaam doch gestaag van GroenLinks naar VVD naar PVV zien gaan, en ik heb hem niet op andere gedachten kunnen brengen, noch mijzelf kunnen overtuigen vrede te hebben met zijn keuzes. Uren hebben we gediscussieerd, zonder dat we nader tot elkaar konden komen. Hij bleef in mijn ogen extreemrechts, en ik voor hem te multiculti. Wie ben ik om hem te beoordelen? En toch doe ik het. Het is triest om een vriend te verliezen na zoveel jaren. We lijken gegijzeld door de tijdgeest, die ons een mes op de keel zet. Het is slikken of stikken, kleur bekennen, het een en niet het ander..

Deze tekst werd zaterdag 9 december 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 53 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

Imago

Een beeld zegt meer dan duizend woorden.. Misschien wel juist daarom vervloek ik beeltenissen van mezelf. Wil er iemand een spontane foto maken met mij erbij? Liever niet. Het voelt alsof ik te veel prijsgeef in het ogenblik. Het helpt enigszins als ik, kort voordat het kiekje genomen wordt, kan zien wat er ingekaderd staat, zodat ik mezelf wat kan bijstellen. Toch voel ik me altijd lichtelijk genomen, zo niet betrapt.

Gelukkig geloof ik niet in een ziel, anders zou ik zweren dat ik meerdere malen bestolen ben, toen  iemand het nodig vond me binnen diens gevoelige plaat te betrekken. Het ergste was nog wel die noodgedwongen pasfoto voor mijn nieuwe ID-kaart, hartje winter genomen, met de doem en bevroren dauw nog in mijn haar. De geroutineerde, en ongetwijfeld bekwame fotograaf binnen de elektrische poorten van het Amsterdamse stadhuis, knipte een portret dat me onaangenaam trof in natuurgetrouwheid: een rode neus, opgeblazen gezicht en wallen om U tegen te zeggen. Ja, dat klopte zeker met wat ik vaak in de spiegel zie als ik ’s ochtends net wakker ben. Maar moet ik nu blij of verdrietig zijn dat deze kaart geldig is tot 2027?

Griezelig wordt het als ik zie wat neurale netwerken en kunstmatige, zelflerende systemen nu vermogen. Gek hoe parameters van Facebook me eerder weten te herkennen dan levende mensen de behoefte voelen om me te taggen. Akelig te horen dat er onderzoek gedaan wordt naar fysieke kenmerken van homoseksualiteit in foto’s. Zal ooit een snapshot  van enkel mijn kaaklijn genoeg zijn om me te brandmerken? Komt er in de toekomst plastische chirurgie gespecialiseerd in de correctie van resting gay face? Laten we het niet hopen..

Vooralsnog is er verwondering en plezier om de techniek. Ik maak een selfie en draai deze door FaceApp. Parallelle universa openen zich  daarna voor me. Nooit zo gedetailleerd  kunnen bedenken hoe ik er uit zou zien als kale man met baard, of als vrouw, als aantrekkelijke man of als bejaarde versie van mijn toekomstige zelf, maar FaceApp schotelt me al deze opties voor, en het lijken me stuk voor stuk mensen van vlees en bloed.

Als dit de lachspiegels zijn van deze tijd, zijn ze verdomde waarachtig.  Oh, opa Wielie! Ik zie hem ineens terug in een simulatie, en mis hem, met zijn pak, zijn sigaar en stok.. Maar ik ben het stiekem zelf..

Deze tekst werd zaterdag 14 oktober 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 51 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Sgt. Pepper 2017

Mijn frambozenijsje smelt sneller dan ik likken kan. Mijn indrukken zijn veelvuldiger dan ik wat ik neerkalken kan. Ik luister naar Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band van The Beatles, en raak overweldigd.

50 jaar na het verschijnen van de oorspronkelijke LP in de zomer van de liefde, open ik mijn oren voor de nieuwe stereomix. De perfecte gelegenheid vind ik aan het einde van de dag, als ik naar buiten stap en het klassieke album al wandelend tot me neem, over de opgebroken Dijksgracht, het Java-eiland en de Oostelijke eilanden van Amsterdam.

Het voelt alsof ik in mijn eigen voetstappen treed. Terwijl de iepenzaadjes langsdwarrelen, ga ik terug in de tijd. Ik ben weer even in Groesbeek, op mijn jongenskamer, waar ik de LP van de bieb heb geleend en op een cassette op heb genomen. De muziek is als honing voor mijn oren. De psychedelische klanken zijn een elixer van vrijheid. Lucy In The Sky With Diamonds is als een poort naar een wereld waarvan ik het bestaan niet had kunnen vermoeden.

Ook bezoek ik in gedachten mijn peetoom Ton. Hij is de grootste Beatlesliefhebber in de familie en wist me al vroeg aan te steken met zijn passie. Hij laat me als jonge jongen de hoes van Sgt. Pepper zien, en stelt me gerust: Nee, Paul McCartney is niet verongelukt en vervangen door een dubbelganger! Geduldig legt hij me uit hoe onwaarschijnlijk die theorie is. Achter hem staat een poster uit het witte dubbelalbum, en naast hem rijen cassettes met de vele honderden prachtige liedjes en instrumentale nummers die hij zelf schreef, geïnspireerd door die intuïtieve autodidacten uit Liverpool. Later, als ik een puber ben met artistieke aspiraties, weet hij me op zijn beurt moed te geven om door te gaan met schrijven en zingen.

Anno 2017 krijg ik kippenvel bij het horen van de nieuwe mix. Zeer smaakvol en kundig heeft Giles, de zoon van de originele producer George Martin, de kwaliteiten van de monomix gebruikt voor een nieuwe stereoremix. Waar de oude stereoversie een haastklus was, met een grof, onnatuurlijk stereobeeld, biedt de remix een kristalhelder en prettig alternatief, en, wat mij betreft, zeker een verbetering. Het wordt hierdoor minder verheven en klinkt het meer dan ooit als een rockband die op staat te treden.

“It’s getting better all the time” is bitterzoet. Nog nooit klonken die woorden zo puur. Dit geldt ook voor de keerzijde: de cynische tegenwerping “it can’t get no worse” van John Lennon. Terwijl er de laatste tijd gestaag meer ziekte, verval en dood mijn leven binnensluipt, klinken The Beatles vitaler en frisser dan ooit. Over 100 jaar misschien zelfs nog wel méér. Het eeuwige overschaduwt langzaam maar zeker het tijdelijke. A Day In The Life is geen momentopname meer, maar vele levens en generaties vervat in één song. De nieuwe Sgt. Pepper is al met al een monument dat in al zijn glorie toch ook een beetje pijn doet..

Deze tekst werd zaterdag 10 juni 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 47 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Rituelen

Bij het krieken van de dag, sta ik op en benut de energie van de afnemende maan. Ik ontsteek een witte kaars en wierook en spreek de bezwering uit. Op mijn geïmproviseerde altaar staan een tarotkaart van de Toren en een zielig stompje wortel met daarop een foto van de huidige president van de Verenigde Staten. Met alle stelligheid die ik in me heb, bekrachtig ik de intentie dat de voorziene schade voor mens en milieu uitblijft, en dat die blaaskaak en zijn enge vriendjes weinig uit zullen kunnen richten. Als ik me heb ontdaan van de as van de foto en de wortel, ga ik terug naar bed en geef me over aan de slaap.

Ben ik gek geworden? Of ben ik nu juist meer geworden wie ik altijd al was? Hoewel ik een grote eerbied heb voor wetenschap en feiten, kan ik niet onder de kracht van rituelen uit. Rituelen geven me troost en nieuwe hoop. Rituelen maken dat ik weerbaarder ben tegen cynisme en apathie.

Toen ik via de sociale media vernam dat er een wereldwijde spirituele beweging tegen het beleid van Trump was geboren, kon ik niet anders dan me aansluiten. Het betreft hier een zogenaamde binding spell, een gulden middenweg tussen een rooskleurige bevestiging van dat alles precies goed is zoals het is, en een regelrechte voodoovloek.

Van wrok en woede heb ik inmiddels meer dan genoeg. Trump mag dan een uitmuntende haatmagneet zijn, het voelt als een persoonlijk verlies om me nog verder te laten meeslepen. Mijn dagelijkse gewoonte om het wereldnieuws op de voet te volgen, heeft me regelmatig aan de rand van de bitterheid gebracht. Hoe vaak heb ik niet, bij het vernemen van de actualiteiten, inwendig geschreeuwd? Hoe vaak heb ik niet razendsnel dingen bedacht om te zeggen, die in gruwelijkheid en botheid nèt nog een tandje erger zouden zijn dan wat me zojuist vers voor ogen was gekomen?

Dagelijkse gewoontes zijn onopvallend, maar scheppen wel degelijk het dagelijks leven. Rituelen verschillen van dagelijkse gewoontes omdat er meer intentie in aanwezig is. Wat zou er beter zijn om hinderlijke gewoontes te overwinnen dan ze te vervangen met zelfgekozen zinvolle rituelen?

Anno 2017 bestaan er concentratiekampen in Tsjetsjenië waar homo’s gemarteld en vermoord worden. Dat is gruwelijk wereldnieuws, maar het mist eerlijk gezegd de impact die ik zou verwachten. Het merendeel van de mensen die ik hierover vertel, weigert het eenvoudigweg zomaar te geloven. Ik wil er zelf amper aan. Het gif is moeilijk te verteren. Het maakt moedeloos en machteloos: Wir haben es nicht gewusst 2.0.

Wat doen mijn goede wil en bevoorrechte positie er uiteindelijk toe? Ik mag en zal niet toegeven aan twijfel en nihilisme. Nee, ik zal me daarentegen nog meer richten op vruchtbare rituelen. Ik zal, als ik het zie, bevestigend klikken op iedere online petitie die me enigszins raakt. Ik zal, al weet ik dat het niet direct zoden aan de dijk zal zetten, kleine donaties doen. Ik zal, al valt de opkomst tegen, en al hebben tegenstanders er totaal schijt aan, toch samen met anderen protesteren op straat, op het Homomonument of waar dan ook, omdat het toevallig het beste is wat ik voel dat ik kan doen..

Deze tekst werd zaterdag 13 mei 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 46 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Ton Vorstenbosch

Halverwege de jaren negentig was ik in de greep van de tragikomedie.  Als deeltijdstudent dramaschrijven dompelde ik mezelf onder in scripts en theatervoorstellingen, zoekende naar een stijl en een toon die met me resoneerden. Amper twintig, het ouderlijk huis nog niet verlaten, toog ik, meestal alleen, naar de Nijmeegse Stadsschouwburg om me daar te laven aan de grotere en kleinere werken uit de toneelliteratuur. Een voorstelling die bijzondere indruk op me maakte was de reprise van De miraculeuze come-back van Mea L. Loman (1982), geschreven door Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch.

Naast de vinnige dialogen, het navrante opportunisme van de amateurzangeres en protagoniste Mea, en de hilarische onderlinge machinaties, voelde ik me geraakt door het personage van Freek. Sterker nog: ik herkende me helaas maar al te zeer in de depressieve, sensitieve, door schaamte gekwelde zoon van Mea. Hij belichaamde voor mij in al zijn eendimensionaliteit de angst om ten onder te gaan aan mijn eigen passiviteit.

Toen een docent opperde dat ik Ton Vorstenbosch wellicht in het afstudeerjaar zou kunnen vragen om me te begeleiden, schrok ik opnieuw. Ton Vorstenbosch.. Waarom dacht die docent nu juist bij mij aan Ton Vorstenbosch? Hoe zou ik me in hemelsnaam moeten verhouden tot zulk een scherpzinnige en vrije geest? De man zou me ongetwijfeld binnen vijf minuten verbaal fileren. Hij zou vast geen geduld hebben voor mijn wankelmoedige getut. Bovenal zou hij dwars door me heen kijken, en me confronteren met mijn grootste geheim: mijn homoseksualiteit.

Het mocht niet zo zijn. Mijn studie strandde. Ik kreeg het advies om in plaats van het vierde jaar, eerst eens “een tijdje de wei in te gaan”.  Via omwegen kwam ik uiteindelijk toch nog terecht in het door mij zo begeerde Amsterdam, waar ik eindelijk de vrijheid vond waar ik zo naar snakte.

Mijn passie voor toneel is nooit helemaal geluwd, maar mijn dramatische pen verstofte aanzienlijk, tegelijk met mijn antiquarische paperbacks met verzamelde toneelstukken.

Hoewel zijdelings, bleven het werk en de persoon Ton Vorstenbosch me altijd fascineren. Ik kreeg groot respect voor de veelzijdigheid van ’s mans oeuvre: van de satirische komedies met Guus Vleugel tot de historische koningsdrama’s van de latere jaren, en zelfs ook een aantal hoorspelen in verschillende genres.

Gesmuld heb ik van zijn homoseksuele personages, zoals de worstelende jongeman Ron in Carrie of de seksuele revolutie (1981)en de zwaar op de hand zijnde operaliefhebber Gabriël in Moord in de Stopera (1993). Buitengewoon visionair bleek Angst en ellende in het rijk van Kok (1999), waarin de oudere homo Aldo de straat niet meer op durft omdat hij bang is voor Marokkaanse jongens.

Hoewel ik ooit Ton Vorstenbosch de hand heb mogen schudden, bleef ik een bewonderaar op afstand. Was het de afkeer van het idee een held te ontmoeten, en deze dan van zijn voetstuk te zien vallen? Was het mijn oude onzekerheid? Hoe dan ook bleek ik te bescheten, te labbekakkerig.. Woulda shoulda coulda. Als ik nou dit, als ik nou dat.. Als niet als. Te laat.

Nu Ton Vorstenbosch er niet meer is, hoor ik van vrienden en bekenden van hem, dat mijn vrees totaal ongegrond was. Sterker nog: iedereen die hem gekend heeft, verzekert me dat hij juist uitzonderlijk vriendelijk en toegankelijk was.

Nooit echt gekend, maar toch schatplichtig aan zijn inspirerende en sprankelende persoonlijkheid.. Dank je, Ton Vorstenbosch!

Deze tekst werd zaterdag 11 maart 2017 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 44 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Genderqueer

Mijn dag verliep weerbarstig. Het was 20 november, een paar jaar geleden, dat ik, nadat de eerste tekenen van de jaarlijkse winterdepressie zich hadden laten gelden, vertwijfeld zocht naar manieren om niet opnieuw in de blubber weg te zakken.

Eerst was er een bezoek aan de huisarts. Loom kleedde ik me uit, me overgevend aan haar medische blik. Echt naakt voelde ik me echter pas toen ik haar vertelde hoe ik me werkelijk voelde. Haar empathie ontroerde me, maar bleek niet meer dan een doekje voor het bloeden. Met een recept voor een stripje slaappillen verliet ik de post.

Thuis opende ik de doos van mijn daglichtlamp, en zette het met Ledjes bezaaide paneel naast me in bed. Voor het eerst waagde ik me aan lichttherapie. Het kille licht was overweldigend, prikkelend, tot niezen aan toe. Zou dit mijn redding worden, of alleen maar schele hoofdpijn geven?

Wegkijkend van het lichtbad, zag ik in mijn agenda dat die avond Transgender Remembrance Day gehouden zou worden op het Homomonument. Ach ja, ik had beloofd om dat eindelijk eens bij te wonen.. Hoeveel uur had ik nog om mezelf op te peppen daar te geraken?

Toen werd ik opgeschrikt door een telefoontje van mijn huisarts. Ze zei dat ze net nog even over me had zitten denken.. Er was haar iets te binnen geschoten, wat ze me toch nog even wilde melden. Wellicht zou het me helpen. Haar boodschap schokte me. Ze sprak een vermoeden uit over wat er eigenlijk met me aan de hand zou zijn. Volgens haar zou ik misschien het syndroom van Klinefelter hebben, een intersexe-conditie bij mannen, waarbij in de cellen ten minste één X-chromosoom extra te vinden is.

Mijn gedachten gingen ineens razendsnel. Was mijn lichaam mijn hele leven al intersex, zonder dat ik dat door had gehad? Was ik maar half de man die ik dacht te zijn? Was mijn huisarts niet gewoon kortzichtig, en verwarde ze mijn wat feminiene expressie met een genetische aandoening? Ik stond minstens zo perplex als toen de tandarts me ooit, na de deur gesloten te hebben, vroeg of ik wel eens een hiv-test had gedaan, waarschijnlijk louter ingegeven doordat ik gay overkwam.

Tijd om het internet na te pluizen op betrouwbare informatie had ik niet. Ik zou immers naar Transgender Gedenkdag. Op de fiets naar de Westermarkt, flitsten me allerlei herinneringen door het hoofd. Mijn gêne toen ik ooit betrapt werd bij het dragen van pumps.. De vraag van mijn moeder of mijn homoseksualiteit eigenlijk betekende dat ik liever een vrouw wilde zijn.. De passanten die ooit, ondanks bakkebaarden tot aan mijn kin, in mij toch een meisje zagen, en de vele keren aan de telefoon dat ik voor een mevrouw gehouden werd..

Die avond op het Homomonument zal ik nooit meer vergeten. Gure wind en striemende regen konden niet deren. Er waren veel bekende gezichten onder de sympathisanten. Het opnoemen van de namen van vermoorde transgender personen gaf me kippenvel en een mengeling van intense woede en verdriet. Wie of wat ik ook mocht zijn, ik wist me één met hen die op wat voor manier ook afwijken van de benauwende en beperkende genderclichés. Het kwam dichterbij dan ik ooit voor mogelijk had kunnen houden.

transgender-flag

Deze tekst werd zaterdag 12 november 2016 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 40 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Wandeling

Het einde van deze zomer is nakende. Met gezwinde pas wurm ik me uit mijn benauwende schaduwleven, en waag me in mijn stoute, doch toch al wat afgetrapte schoeisel. Ik begeef me buiten de voordeur, en laat de serendipiteit haar werk doen. Zij zal mij brengen waar ze me brengen wil, in weerwil van wat ik misschien zelf zou willen, als ik al zou weten waar ik heen wil..

Ik dwaal deze avond door mijn geliefde Amsterdam, zonder route, zonder plan, volmaakt ongebonden. De tegels, het plaveisel, de straten en de buurten betreed ik zonder vragen. Toch hoop ik heimelijk op een verlossend antwoord, dan wel een kompas. Mocht iemand mij ontwaren, dan ben ik voorbereid om schijnbaar moeiteloos door te flaneren, alsof ik weet waar ik naartoe ga, glorieus afstevenend op de volgende kruising.

Al lopende blijk ik af te druipen richting mijn verleden. Al lopende merk ik dat ik steeds meer in mijn eerdere voetstappen treed. Mijn tocht brengt me naar een slingerende wijk net buiten de stad, waar ik ooit als jonge student op kamers ging. De bewuste doorzonwoning blijkt onveranderd kil en karakterloos. Opnieuw voel ik me enigszins verloren.

Als het daglicht langzaam verdwijnt, versnel ik mijn pas en daver ik doelloos langs de rafelranden van een stadspark. Ik ruik patchouli en voel de broeiende walm van het struikgewas, en stuit dan op een groepje mannelijke studenten dat zich waarschijnlijk middenin hun introductie bevindt. Als voortvarende passant loop ik een boogje om, maar beland daarmee juist pal tussen hen in.

Even omgeeft een dartele onschuld mij. Even ben ik het oog van een bruisende orkaan. Even dwarrelen de jongens om mij heen. Ze zijn jong, dronken en onbeholpen. Even weet ik niet hoe me hier toe te verhouden. Hun zomerse nonchalance, korte broeken en gebruinde harige benen overweldigen me. Ze stoeien, testen elkaar, langs me heen, alsof ik er niet ben.

Ik ontkom, en voel me weer een beetje die jongen die altijd als laatste gekozen wordt bij de gymles..

Op mijn zigzaggende dwarreltocht, doorkruis ik vervolgens een willekeurige woonwijk. Ik zie een supermarkt, die nog open is, en stap daar binnen, hopend op een teken.

Het blijkt echter de hoogste tijd. Voor mij rest er niet meer dan een impuls-aankoop: een zak borrelnootjes van het huismerk. In de rij voor de kassa treft mij ineens een wat gezette oudere man, die 6 halve liters bier op de lopende band voor zich heeft gelegd. Hij lijkt warempel wel op.. Hans van der Togt! Nee, het zal toch niet? Nee, hij is het niet, maar wel hetzelfde type..

Dan knipoogt hij naar me, met een blik die het midden houdt tussen flirt en verstandhouding. Ik bloos, en voel me betrapt.

Onthutst knik ik naar hem als hij me een fijne avond wenst. Is dit mijn voorland, mijn lotsbestemming?

wandeling

Deze tekst werd zaterdag 10 september 2016 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 38 van het radioprogramma Kulti Kulti.