Tagarchief: muziek

Smalltown Boy

1984. Ik ben acht jaar oud en mijn favoriete tv-programma is AVRO’s Toppop. Het is de bloeiperiode van de videoclip, en ik verslind iedere nieuwe popartiest, ieder nieuw liedje. Ik raak geobsedeerd door Michael Jackson, wordt vrolijk van Cyndi Lauper, en doe mijn best de naam te onthouden van dat dansende meisje op die boot — Madonna. Ook is er een clipje waar ik van ga blozen, zonder dat ik weet waarom. Het is “Smalltown Boy” van Bronski Beat.

Het clipje begint met een shot van voorbijrazende treinrails, overlopend in een close-up van een bleke, verlegen jongen, die alleen in de trein zit. De synthesizerbeat versnelt tegelijk met het op stoom komen van de trein. De zanger zingt falsetto. Een verhaal ontrolt zich.

Met acht jaar weet ik niet precies wat een flashback is, maar ik versta het effect. Hoewel ik de verhaallijn niet helemaal kan volgen, krijg ik toch zo veel mee, dat het me erg raakt.

Homoseksualiteit is me onbekend. De Engelse tekst is geheimtaal. “Smalltown boy” en “run away, turn away” zijn abracadabra voor me. De politieke lading rond het begrip “the age of consent” ontgaat me totaal.

De jongeman in de clip krijgt het behoorlijk te verduren. Hij is eenzaam, ziet een jongen in het zwembad van de duikplank springen, zoekt contact, wordt achtervolgd en belaagd, door de politie bij zijn ouders thuis gebracht, en neemt dan de trein, weg van waar hij vandaan komt.

Lang voor er lust in mijn leven zal komen, lang voor ik zelf als plattelandsjongen weg zal trekken naar de grote stad, lang voor ik zal weten dat ik homo ben, voel ik me betrapt en ontmaskerd door deze muziekvideo.

De kracht schuilt in de ogen en stem van zanger Jimmy Somerville. Hij is klein van stuk, kwetsbaar, en laat me precies zien wie ik bang ben te zijn: de buitenstaander. De jongen die afgewezen wordt. Degene die niet stoer genoeg bevonden wordt door de anderen. Degene die niet gevraagd wordt voor het feestje. Die bars wordt toegesproken en belachelijk gemaakt.

Dertig jaar later, zie ik de clip opnieuw, en besef dat er op sommige fronten gigantisch veel vooruitgang is geboekt, terwijl er tegelijkertijd, elders, velerlei buitenbeentjes moeten zijn, die zich, helaas, nog steeds pijnlijk zullen herkennen..

Deze column werd zaterdag 12 juli 2014 voorgelezen in het radioprogramma KULTI KULTI, aflevering 12

Helende zang

Het had zo mooi geklonken.. Helende zang. Na jaren soebatten en voortmodderen op het psychische vlak, kreeg ik het onlangs in de schoot geworpen: vijf sessies helende zang, compleet met nazit en uitgebreide evaluatie. Mijn zanglerares, die ook sjamane is, bood me aan samen met haar de heilzame kracht van zang te verkennen. In plaats van zangoefeningen en vocale aanwijzingen, begeleidde ze me door een serie visualisaties en verklankingen, toegespitst op mijn specifieke psychische problemen.

Gezeten op een stoel met een zacht kussentje, stelde ik me voor hoe mijn kruin verbonden was met de zon, mijn lijf een veerkrachtige boom was, en mijn voeten geworteld waren in de aarde. Adem in.. adem uit.. Alle emoties die zich aandienden liet ik komen en gaan. Tot zover was het erg rustgevend en bemoedigend. Ik schreef een bladzijde in mijn schoolschrift “Helende Zang” vol met associaties: “Op zoek naar stilte. Stuiten. Schuiven. Mild. Smelten. Fijn zand. Genoegdoening. Vervlieging. Fantasma.” Met het daadwerkelijke verklanken werd het ineens een stuk minder luchtig. Ik kreeg de opdracht vrije geluiden te laten opborrelen en naar buiten te brengen. Ik humde, neuriede wat af, zonder precies te weten wat ik aan het verklanken was.

Toen het echter terug begon te grijpen op de concrete psychische problemen, die ik had genoemd in het voorgesprek, bleef ik er in. De klanken van zelfhaat, van walging, van zelfdestructie, namen het over brachten me in een toestand van ontreddering. Toen ik daarop de suggestie kreeg om “alles wat ik niet meer nodig had naar het transformatievuur diep in de aarde te sturen”, zag ik flitsen van mijn eigen lichaam, diep in de grond, met de grafsteen er bovenop. Ik voelde me willoos, gebroken, gegijzeld door de pijn.

Het duurde zeker drie weken voor ik weer een beetje de oude was. Mijn helende zanglerares bood me zeker troost en begrip, maar daarmee werd de aangewakkerde pijn niet minder. Dit was opnieuw een teleurstelling, een nieuwe kraal aan het snoer van gefaalde psychologische experimenten. Was het naïef van me geweest te hopen dat helende zang iets kon bereiken, waar voorheen cognitieve gedragstherapie, schemagerichte therapie en groepstherapie vooral averechts hadden gewerkt?

Toch heb ik nu geleerd wat níet werkt voor mij. Alle therapeutische ellende die ik heb ervaren komt eigenlijk neer op het te veel oprakelen van oude pijn. Er is een subtiel, maar cruciaal verschil tussen de pijn voelen, onder ogen zien, serieus nemen, en anderzijds de pijn opblazen, dramatiseren, ruim baan geven, en daarmee zelfs voeden. Een therapie dat die laatste effect sorteert, is niet alleen vreselijk om te ondergaan, maar voegt ook nog eens extra trauma toe.

Ondertussen gaan de zanglessen gewoon door. Gek genoeg blijk ik veel meer op te knappen van een half uur lekker zingen, dan van op zang gebaseerde therapie. De meest helende zang vind ik uiteindelijk in zang zelf. In zelf zingen, meezingen of genieten van andermans zang.

helende zang

Deze column werd 8 juni 2013 live voorgelezen voor MVS Radio, in het programma Lollipop, binnen de rubriek “Moedig voorwaarts!”

Rufus Wainwright – Out of the Game

Onlangs was hij in Nederland ter promotie van zijn nieuwe album “Out of the Game”: Rufus Wainwright. Na het wat dreinende gelamenteer van zijn vorige plaat, is hij nu op de proppen gekomen met een beduidend toegankelijkere verzameling songs, die laat zien dat hij nog lang niet “buitenspel” staat als zanger en componist. Een verademing..

Out of the Game
Meteen wordt de toon gezet. Het warme geluid van producer Mark Ronson voert je mee naar de seventies. Hoewel het qua thema en melodie veel wegheeft van “Oh What a World” (het openingsnummer van “Want One”) mist het de bombastische barok. Geen bolero als finale deze keer, maar bitterzoete rock.

Jericho
Met “Jericho” komt er soul bij. Prachtige backing vocals en blazers ondersteunen dit licht meewarige nummer, over het tegen beter weten in hopen dat iemand verandert.

Rashida
Doet denken aan Queen met een extra saxofoon, en slepender gezongen. Eindigt met een langgerekte gil.

Barbara
“If you’re running from your doorstep / And you don’t know where to go to / Drinking rosé in the rain / Or listening to the same song over and over again..” Filmische teksten omgeven door een dromerige en troostrijke sfeer.

Welcome to the Ball
Laat het bal aanvangen! Feestelijk nummer met een live edge en uitgebreide blazerssectie.

Montauk
Teer liedje geschreven voor Rufus’ jonge dochter, waarin hij zich voorstelt hoe het zal zijn als ze op haar eigen benen zal gaan staan. Hoe kijkt ze dan tegen haar beide vaders aan? Zijdelings refereert Rufus hierbij ook aan zijn overleden moeder, die haar kleindochter nooit heeft kunnen zien, maar wel “wacht, ergens in de oceaan”.

Bitter Tears
Aanstekelijke retro synthpop die zich in je vasthaakt, en dat is zeker geen straf. “Oh, I’m just discussing with the morning, it’s gonna be alright..”

Respectable Dive
Lonely cowboy song, met ukelele, over spijt en het worstelen met wat geweest is of wat had kunnen zijn.

Perfect Man
Eén van de hoogtepunten. Wat begint als bedrieglijk simpele funk, ontpopt zich tot een complexe zwierige melodie. Als de zon die door de wolken breekt.

Sometimes You Need
Een ballad met Sean Lennon op akoestische gitaar. Bemoedigend en delicaat.

Song of You
Deze torch song in driekwartsmaat grijpt terug op wat zo kenmerkend is voor Rufus: zijn lang aangehouden sonore stemgeluid. Zo walst en schuifelt hij met zijn luisteraars naar de finale.

Candles
Het album eindigt met een lied ter ere van Rufus’ moeder, Kate McGarrigle. “It’s always just that little bit more / That doesn’t get you what you’re looking for / But gets you where you need to go / But the churches have run out of candles..” Ingetogen, zonder dramatische poeha, maar met subtiele versterking van accordeon en later een doedelzak, is het een gepast en intiem besluit van het album.