Tagarchief: obsessie

Een frisse start

Koel, helder water.. Kan het zo simpel zijn?

Sinds begin dit jaar waag ik me aan een dagelijkse duik onder de douche, waarbij ik de laatste paar minuten de warme kraan laat voor wat hij is. De Iceman Wim Hof indachtig, train ik mezelf voorbij de grenzen van het behaaglijke en aangename.

Ben ik nu dan zo wanhopig geworden dat ik alles maar aangrijp om me beter te voelen? Vrienden vragen me of ik wel goed bij mijn hoofd ben. Zelf twijfelde ik ook enorm daaraan toen ik 1 januari jongstleden langzaam maar zeker de warme kraan boven me dichtdraaide.

Een masochist zou ik mezelf niet noemen. Eerder overgevoelig of kleinzerig. Waarom doe ik mezelf dit dan toch aan? Is dit eigenlijk geen vorm van zelfkastijding?

De fysieke voordelen van koud douchen zijn inmiddels genoegzaam bekend. De koude stroom zou de alertheid verhogen, het immuunsysteem stimuleren en spieren helpen te herstellen na inspanning. Ook zou het gunstig werken bij slechte doorbloeding, oververhitting, vetverbranding en zelfs depressie.

Het vernemen van de voordelen is echter voor veel mensen niet voldoende om het dan ook daadwerkelijk te proberen. Misschien heb ik het geluk dat ik van nature nogal warmbloedig ben, en meestal meer last heb van hitte dan van kou. Als kind ben ik ook eens, tot woede van mijn ouders, een kraanwaterbad ingesprongen en daar een half uur gebleven. In plaats van onderkoeld, voelde ik me na afloop juist heerlijk verfrist.

Hoe dan ook is er aanvankelijk forse weerstand om de kilte te trotseren. Eenmaal overwonnen, komen er talloze onvermoede nieuwe baten bij. Het is vergelijkbaar met het extatische gevoel van, na met gezonde tegenzin, toch te zijn gaan sporten. Mijn lichaam tintelt en mijn gehele huid kleurt blozend roze. Ik voel me jonger en zorgelozer. Mijn vertrouwen groeit als ik na de koude doop meer bereid blijk andere dingen waar ik tegenop zie, ook wat actiever tegemoet te treden.

Ik hoop deze nieuwe gewoonte vast te kunnen houden door vooral niet te streng te zijn voor mezelf. Niet iedere dag meteen onder de ijskoude straal. Niet zo abrupt dat het me de adem afsnijdt. En soms ook gewoon lekker uitgebreid warm douchen.

frisse start

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 10 januari 2015 binnen aflevering 18 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Vingerwijzing

Als er één vinger richting de ander wijst, wijzen er drie naar mezelf. Als ik dan vervolgens naar mezelf kijk, weet ik eigenlijk niet goed wat er nou aan dat handje is. Míjn handje.

Het mag cryptisch klinken, maar ik heb een obsessie met handen, en dan vooral de vingers. Er is iets in de verhouding tussen met name de wijs- en ringvinger, dat me mateloos bezig houdt.

Nee, vergeet de handlijnkunde. Dat laat ik aan anderen. Ik heb het hier over de wijsvinger-ringvinger-index, ofwel de digit ratio, 2D:4D. Vlooi wikipedia er maar op na, of google er op los. Het blijkt heus een serieus onderwerp van onderzoek te zijn.

Een paar jaar geleden deed ik bij de UvA mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar seksueel gedrag van homo’s in relatie met bepaalde effecten van hormonen, en ja, ook daar bleek het een rol te spelen. Ik moest naast het inhaleren van een spray (met al dan niet bepaalde hormonen) ook met mijn hand op de glazen plaat van een kopieermachine, om tot op de millimeter vast te kunnen leggen hoe dat nou zat met die vingers van mij.

Volgens actuele inzichten zijn er “sterke aanwijzingen dat de lengte van de wijsvinger beïnvloed wordt door de hoeveelheid geslachtshormonen waar de foetus in de baarmoeder aan wordt blootgesteld. Deze geslachtshormonen beïnvloeden tevens verschillende persoonlijkheidseigenschappen.” Aldus wikipedia.

Grofweg betekent dit dat mensen met een wijsvinger die in verhouding korter is dan hun ringvinger, meer invloed van testosteron, het mannelijk geslachtshormoon, moeten hebben gehad. Mensen met een wijsvinger die echter in verhouding gelijk of langer is dan de ringvinger, zouden daarentegen relatief minder veel testosteron hebben gekregen.

Een foefje voor als je van een onduidelijke foto zou willen raden of iemand biologisch gezien man of vrouw is, is te kijken naar de verhouding van wijs- en ringvinger. Meestal kun je ervan uitgaan dat als de ringvinger aanzienlijk langer is, het een manspersoon betreft, en als het ongeveer gelijk is of korter, het een vrouw zal zijn.

Echter, en nu komt het, mijn eigen vingers zijn in dat geval totaal niet indicatief! Als ik mijn jatten op die manier aanschouw, zie ik de handen van een vrouw! Mijn ringvingers zijn zelfs meer dan van vrijwel gelijke lengte in vergelijking met de wijsvingers, ze zijn duidelijk een stukje kórter!

Nou heb ik altijd al het vermoeden gehad dat er iets anders is met me. Er bestaat ook een theorie dat homo’s en lesbo’s qua 2D:4D ratio afwijken van hun heterofiele medemensen. Geef ik mijn seksuele voorkeur eigenlijk weg met mijn handje? Is het misschien niet zozeer een slappe pols, maar vooral de verhouding tussen vingers?

Als je zo’n afwijking bij jezelf constateert, kun je moeilijk doen of je het niet meer ziet. Zoals iemand die een rode auto heeft gekocht, overal rode auto’s ontwaart, gaat mijn blik regelmatig onbewust richting de vingers van mensen die ik tegenkom. Ook medehomo’s moeten er aan geloven. Ik zie een interessante man, hij zwaait, en vrijwel meteen registreer ik de onderlinge verhouding tussen zijn vingers. Aha! Gek genoeg kom ik zelden mannen tegen — homo, hetero of wat dan ook — die een duidelijk langere wijsvinger blijken te hebben..

Een relatief langere wijsvinger, zoals bij mezelf, zou kunnen wijzen op een lager libido, een minder agressief, maar angstiger karakter, met minder geldingsdrang en daadkracht. Tja.. Zou dat niet een hoop persoonlijke problemen voor me verklaren? Het schijnt dat alle Amerikaanse presidenten opvallend ‘mannelijke’ handen hebben of hebben gehad, met ferme ringvingers. Vergeleken daarbij heb ik dus niet bepaald de handen van een leider. Of is dat te simpel en te seksistisch gedacht?

Ach, laat ik er niet te veel conclusies aan verbinden. Ooit vergaloppeerde ik me al door naarstig te googlen naar foto’s en informatie over bekende personen met afwijkende handen. De zoekopdracht sloeg als een boemerang terug op mezelf, toen ik las dat juist mensen met een soortgelijke afwijking als ik, zich vanuit onzekerheid makkelijk kunnen verliezen in het zoeken naar bevestiging door het verafgoden van bekende mensen. Oeps. Snel met die klauw op de muis en wegklikken!

Halleluja, niks aan de handa!

vingerwijzing

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 december 2014 binnen aflevering 17 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

The people versus dr. Conrad Murray

Grote bruine, maar trieste ogen staren in de verte. Deze verte wordt gevangen door de lens van de camera die opgesteld staat in de rechtbank. Mijn ogen vloeien samen met de verte. Dokter Conrad Murray staat terecht voor doodslag op zijn patiënt, Michael Jackson, en ik kijk toe.

Actualiteit is misschien wel de meest verslavende drug die bestaat. Als voormalig fan, en eeuwig bewonderaar van de King of Pop, ben ik gebrand op ieder snippertje nieuws, juist nu hij er zelf niet meer is om het eigenhandig te kunnen genereren. Ik ben hongerig, en alles wat iets toe meent te kunnen voegen, verslind ik. Zo ook de online feed van de rechtszaak.

Michael Jackson stierf officieel aan een overdosis propofol, een narcosemiddel, dat aangewend was  tegen slapeloosheid. Het op de voet volgen van de rechtsgang heeft zeker ook iets weg van het aansluiten van een infuus. De informatie druppelt langzaam binnen, de juridische plichtplegingen kan ik onderhand dromen. Het spel van vraag en antwoord brengt me zowat in een trance.

De hoofdverdachte, Murray, belichaamt tot nu toe de volmaakte sneuheid. Karrenvrachten aan woorden worden over hem uitgestort, belastend materiaal stapelt zich voor zijn ogen op, en hij trotseert het elke dag weer, met telkens, heel frivool, een andere stropdas.

Zeer schrijnend zijn de momenten van pauze. Wanneer de rechter overlegt met de partijen, concentreert de camera zich op Murray. Wanneer de feed even doofstom wordt, krijgen we des te meer close-ups van Murray. We zien hoe hij ineenkrimpt als een collega-cardioloog wordt aangekondigd. We zien de wanhoop als een vriendinnetje van hem het spreekgestoelte betreedt. Soms lijkt het alsof het beeld bevroren is, zo onbeweeglijk is de verdachte dan. Soms zijn er shots van vertwijfeling, waarin de totale ineenstorting niet ver weg meer lijkt. Soms lijkt Murray diep weg te zinken, en soms zelfs te huilen.

Hoe veel pech en tegenslag dokter Murray ook gehad heeft mogen hebben, zijn er toch nare feiten die zich niet zo makkelijk weg laten redeneren. Murray had bijvoorbeeld de drug propofol nooit zo nonchalant toe moeten dienen, zo zonder toezicht en zonder monitor. Murray had als cardioloog ook moeten weten dat je voor reanimatie de patiënt op een harde ondergrond dient te plaatsen, niet op een zacht matras. Murray had bovenal niet mogen verzwijgen dat zijn patiënt bepaalde medicijnen toegediend had gekregen en zeker niet twintig minuten hoeven wachten voor hij 911 liet bellen, toen juist iedere seconde telde..

Het ene moment zit ik rechtop, verontwaardigd, te vloeken voor mijn computerscherm. Het andere dwaal ik af.. Gisteren werd het me even te verbeus. Ik deed mijn best alles tot me door te laten dringen, maar raakte overvoerd. Mijn ogen sloten zich voor enige momenten, en wat later schrok ik wakker. Op de live feed scandeerden, net buiten de rechtbank, strijdlustige fans: “Justice for Michael! Justice for Michael!”

Ik schaamde me toen toch even..

mj