Tagarchief: persoonlijk

40

Zo lang ertegenaan gehikt, maar ik heb het toch geflikt: 40 jaren oud! Puur op geluk en genade is me dit toe komen vallen. Ik ga op naar de 50, eindelijk naar het ongrijpbare middelbare.

“They say life begins at 40 / Age is just a state of mind / If all that’s true / You know that I’ve been dead for 39″ aldus John Lennon. Altijd diep ontzag gehad voor des ex-Beatles’ scherpe en wijze woorden. Des te vreemder nu ik besef dat hij nooit ouder dan 40 mocht worden.. Zijn jongste zoon Sean is hem inmiddels in leeftijd voorbijgestreefd, en is maar een half jaartje ouder dan ik nu ben.

Persoonlijke documentatie kan verhelderend en soms louterend blijken. Als ik dagboeken nasla van rond mijn 20ste, dan kijk ik op van de vastberadenheid en doelgerichtheid die daaruit spreken. Jawel, mijn leventje scheen toen ronduit maakbaar. Als ik ooit precies meende te weten wie ik was, wat ik wilde, en hoe dat te bereiken, was het toen wel.

10 jaar later, toen ik de 30 naderde, kwam daar een verwoede, soms verbeten strijdbaarheid voor in de plaats: nu of nooit! Als ik werkelijk zou afstevenen op het gevreesde existentiële debacle – mislukt te zijn op alle felbegeerde fronten rond mijn 40ste – ja, dan kon ik maar beter dood zijn.. Dacht ik toen.

Nu ik werkelijk 40 ben, voel ik meer een spijtoptant. Ik merk dat mijn maatstaven zo grijs zijn geworden als het haar bij mijn slapen. Ik kan het nog zo stoer verbloemen, maar de nuances zijn er. Het zwart-wit, alles-of-niets-denken, wat me zo eigen leek, schijnt wonderwel deels geweken.

Door vervelende complicaties aan mijn pols heb ik onlangs ook mogen proeven aan de ontberingen en het verval wat gepaard gaat met de ouderdom. Ik heb een hernieuwde waardering gekregen voor een zogenaamd normaal functionerend lichaam, dat zonder hinder kan bewegen.

Voorheen had ik het mezelf nooit vergeven als ik toe zou geven maar wat voort te sukkelen op mijn 40ste. Nu is dat niet alleen de realiteit, maar ook het beste wat ik nu eenmaal in petto schijn te hebben.. Ik accepteer het voor wat het is, zonder al te veel bitterheid of zelfverwijt. Wat maakt dat ene leven van mij eigenlijk uit?

Tegelijk is er, met het wegsmelten van eerdere wanhoop, juist meer hoop voor teruggekomen. Ben ik een mislukkeling of een laatbloeier? Het maakt niet uit, het is me steeds meer om het even. Mijn sterfelijkheid stimuleert me tot een aangename voortvarendheid. Ik ben blij dat het eindig is, vrolijk dat ik waarschijnlijk de helft al gepasseerd ben, èn dankbaar voor wat er nog over is.

veertig

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 11 juni 2016 binnen aflevering 35 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Advertenties

Een aardige jongen

Als ik zo doorga, zal ik waarschijnlijk de nagedachtenis ingaan als “die aardige jongen”. Misschien klinkt het wat aanmatigend of koket, maar vooral dat aardige zal waarachtiger weerklinken dan dat jongensachtige, ben ik bang.

In mijn veertigste levensjaar, heb ik het nog steeds niet geschopt tot volle volwassenheid. De sensatie dat je, eenmaal de veertig naderend, meer schijt schijnt te gaan krijgen aan wat anderen mensen van je vinden, is me nog steeds niet vertrouwd. Nog steeds maak ik me veel te druk over wat anderen misschien-wel-niet-van-me-zouden-kunnen-denken. Nog steeds ben ik angstig, probeer ik het anderen zo veel mogelijk naar de zin te maken. Tegen wil en dank modder ik voort, in aardigheid.

Natuurlijk heeft het ook voordelen. Ik ben dankbaar dat ik opgevoed ben met het credo van “wie goed doet, goed ontmoet”. Mijn katholieke achtergrond, die ik inmiddels vurig heb afgezworen, heeft me naast verwarring en frustratie, toch ook een basis gegeven die mild, empathisch en medemenselijk is. Of is dat juist de verdienste van mijn lieve ouders geweest? Vaak opent aardigheid deuren. Zo heb ik gemerkt dat ik, door mezelf te zijn, vrij makkelijk in een nieuwe groep kan aarden, dat mensen me over het algemeen mogen en ik zelden sociale conflicten of ruzie heb.

Toch is er een keerzijde, zo zwart als git. Aardigheid neigt namelijk akelig te gaan schuren als het ten koste gaat van eerlijkheid. Het is een twijfelachtige eer “te goed voor deze wereld” genoemd te worden of “te lief”. Vaak heb ik gelogen en bedrogen om maar niet onaardig gevonden te worden. Hoe aardig is dàt dan eigenlijk nog? Er was een tijd dat ik — jonge homo, nieuw in Amsterdam — letterlijk met jan en alleman meeging. Vond Jan van zeventig mij een lekker hapje? Natuurlijk was ik beleefd en ging met hem mee naar zijn hotelkamer, seks en al, hoewel ik hem eigenlijk niet eens zo aantrekkelijk vond.. Het was net zo oneerlijk tegenover hem als mezelf.

Willens en wetens heb ik mijn grenzen tot het uiterste laten overschrijden. Lange tijd was ik ook een magneet voor opdringerige en manipulatieve typjes, die onder het mom van vriendschap wel raad wisten met mijn tijd, energie en aandacht. Wilden ze een vinger, gaf ik meteen de hand erbij, waarop zij zonder veel moeite mijn arm meepakten.

Onlangs kreeg ik de bittere gevolgen van mijn eerdere aardigheid op mijn bordje. Geheel onverwacht dook een bekende van vroeger op, die me, nadat ik hem waagde te negeren, de huid volschold en nare verwijten maakte. Samen met een vriend bestookte hij me, ten overstaan van een groepje omstanders. Ik stond te trillen op mijn benen, liet hem razen, maar wist uiteindelijk trouw te blijven aan mezelf, ademde langzaam in.. en uit, en liet zijn haat langs me afglijden. Hoe onaangenaam het ook was, was ik achteraf blij dat ik het doorstaan had zonder toe te geven of me te verontschuldigen. Ik was, op zijn zachtst gezegd, hartgrondig onaardig bevonden, maar voelde me voor de verandering een keer niet schuldig, maar opgelucht.

In sommige situaties en bij sommige mensen lijkt het helaas beter om eerlijk te zijn dan aardig. Des te eerder, des te beter. Het is een simpele wijsheid, maar een harde les voor mij om te leren..

een aardige jongen

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 12 september 2015 binnen aflevering 26 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Zoele zomer

De zomer brandt. De zomer schroeit. De zomer brengt hoofden op stoom en soms tot regelrechte oververhitting. Meningen manifesteren zich driftig via de al dan niet ‘sociale’ media en slaan op hol. In deze komkommertijd, moet ik mezelf weerhouden in te gaan op alle heetgebakerde stellingnames, alle snel geformuleerde gratuite zienswijzen die zo aan me voorbijflitsen. Weg van de tirades op Twitter en het gekrakeel op Facebook!

Het schitterende van de zomer is dat het alle zintuigen verscherpt. Mijn virtuele nieuwsstroom mag dan branden van een uit zijn broek scheurende Lenny Kravitz, instortende kranen te Alphen, politiegeweld, racisme, discriminatie en andere narigheid, mijn ogen, oren, neus, smaak en tast maken eveneens overuren. Juist daarin vind ik nu, gek genoeg, troost.

Hoe heerlijk is het niet om bijvoorbeeld dieper te kunnen ruiken! Nu alles en iedereen, door de hogere temperatuur, zo veel meer dampt, laat alles zich ook zo veel intiemer kennen. Dat verfijnde parfum, dat eau de toilette, met een paar vleugjes zorgvuldig aangebracht, laat zich nu in het voorbijgaan in volle essentie verstaan. Dat lekkere gerecht, vers gestoofd, wasemt je van de straat de neusgaten in, en geeft je meteen zowel trek als inspiratie.

Hoe prachtig is het om, door de hogere intensiteit van het licht, kleuren eindelijk eens in al hun complexiteit te zien! Van de pure tinten van een bloeiende klaproos tot de zeer persoonlijke finesses van iemands iris..

Als ik me niet te veel in beslag kan laten nemen door de indirecte prikkels van de waan van de dag, maar me baad in de intense ervaring van wat zich hier en nu aandient, voel ik me vrijer, jonger en speelser. Ik lijk heviger te leven, onstuimiger te bestaan. Sleur lijkt ineens te zijn verdampt. Twijfel lijkt gesmolten.

Ik wentel me in kleine genoegens die ik normaal gesproken onbeduidend vind, maar die nu juist verfijnd en delicaat blijken. Ik luister keer op keer naar een luchtig liedje van Madonna wat eigenlijk nooit bedoeld was om uitgebracht te worden, maar dat me stiekem toch in alle simpelheid heel vrolijk maakt. Ik koop een waterijsje en ga terug naar mijn jeugd, proef die originele, lang vervlogen smaak, en herinner me hoe ik me ooit verwend en dankbaar tegelijk voelde. Ik betaal bij de supermarkt, en de knappe kassajongen geeft niet alleen een knipoog, maar raakt ook even kort mijn hand aan als hij me mijn sleutelbos met bonuskaart teruggeeft. Ik ga op weg met de fiets naar een goede vriend, en een schattig meisje van een jaar of drie roept naar me vanaf een balkon op de eerste etage. Of ik alsjeblieft haar lila bal terug naar boven wil gooien? Natuurlijk!

waterijsje

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 8 augustus 2015 binnen aflevering 25 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)