Tagarchief: robert weijers

Recht van spreken

Orlando, oh Orlando.. Wat lijkt het lang geleden dat het nieuws van die aanslag op homonachtclub Pulse de wereld schokte, terwijl er nog amper een maand voorbij is. Inmiddels hebben andere ellendige gebeurtenissen de aanslag ruimschoots naar de achtergrond gedrongen. Tot mijn ontsteltenis hebben de laatste inzichten van de FBI  inzake deze moordpartij, de Nederlandse media nauwelijks bereikt. Als er nog iets opborrelt, zijn het sensatieverhalen over de daders vermeende homoseksualiteit, ofwel gebaseerd op achterhaalde berichtgeving, ofwel, zoals deze week bleek, uit de duim gezogen voor sappige clickbait.

Feitelijk weten we nog steeds bar weinig over de motieven. Nee, Mateen was waarschijnlijk geen terrorist, geen homo, en nee, het was geen crime passionnel. Wat dan wel? We zullen het wellicht nooit te weten komen, maar door het ontstane vacuüm, is juist des te schrijnender duidelijk geworden hoeveel pijn er heerst in de harten van zovelen. IS mag de aanslag hebben opgeëist, commentatoren en opiniemakers binnen de oude en nieuwe media hebben zich gestort op het afbakenen van de context. Hun claims deden me soms duizelen. Ik zag atheïsten op hun anti-religieuze stokpaardje klimmen, zag het gepsychologiseerde relaas van de zichzelf hatende homo in diverse varianten, en las vurige pleidooien tegen de wanstaltige wapenwetgeving. Dan was er Kustaw Bessems, die het gebeurde aangreep om te betogen dat het met de LHBTI-acceptatie helemaal niet zo snor zat als wel gedacht, je had Botte Jellema, die zich gekwetst toonde nadat hij gezien had hoeveel minder mensen op de Dam stonden, in vergelijking met na de aanslag op Charlie Hebdo, en dan was daar Tofik Dibi, die op zijn beurt in wenste te zoomen op de etniciteit en religiositeit van de slachtoffers.

Sinds een tijdje, ook buiten de berichtgeving over Orlando, heb ik de indruk dat er gevochten wordt in de media over welke groep nu het meeste leed treft. Ik proef verongelijktheid over het mogelijk verkeerd inschatten van wie nu het grootste slachtoffer is. De zwarte? De moslim? De homo? De vrouw? En nog belangrijker: wie heeft er het meeste recht van spreken? Het grenst aan schuld door associatie om in debatten de ander weg te zetten als intrinsiek bevooroordeeld, niet op basis van argumenten, maar op basis van iemands culturele achtergrond. Ja, het is geen overbodige luxe voor bepaalde bevoorrechte meerderheden om drastisch beter naar anderen te gaan luisteren, maar ik betwijfel of dit bespoedigd wordt door te eisen dat “sommige mensen gewoon hun bek houden”.

Ook actueel is een nieuw soort purisme. Het recht van spreken, zelfs als alles er op wijst dat de intenties goed zijn, wordt steeds vaker betwist en soms zelfs getorpedeerd. Neem de discussie rond Nick Jonas, een heteroseksuele popzanger, die hevig bekritiseerd werd omdat hij een herdenkingstoespraak had gegeven na Orlando. Niet de inhoud van zijn speech, maar het feit dat hij zelf niet homo was, vormde de kern van het misnoegen.  In Nederland hadden we vorige week een soortgelijk akkefietje, toen twee heteroseksuele TV-presentatoren zoenend op de cover van de LINDA-glossy L’HOMO verschenen. Ja, er zal zeker sprake zijn geweest van mediageilheid en commercieel opportunisme, maar het lijkt me veel te ver gaan om de cover gelijk te stellen aan blackface.

Er is zoveel pijn. Er is zoveel lijden. Er zijn zoveel mensen die zich terecht miskend, genegeerd en benadeeld voelen. Waarom doen we dit elkaar aan? Waarom maken we het nog zwaarder voor elkaar dan het al is?

“What the world needs now is love, sweet love / It’s the only thing that there’s just too little of..” Ware woorden, en helaas, nu met onder andere Orlando, Dhaka, Bagdad en Dallas, maar al te toepasselijk..

Recht van spreken

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 9 juli 2016 binnen aflevering 36 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Advertenties

In een handomdraai

Wat is het geluid van één hand die klapt.. ?

Ik vraag het me af terwijl ik mijn wonden lik. Mijn brein draait overuren. In een handomdraai heeft iemand begin dit jaar gemeend mij even iets voor te doen, waardoor ik het tot nu toe moet bezuren. Een handomdraai, een bruuske, botte, bizarre greep naar mijn linkerpols, gevolgd door een beweging die me ver voorbij mijn pijngrens dreef. Mijn stoerheid bleek niet bestand tegen deze brute agressie. Ik raakte overmand door misselijkheid en viel uiteindelijk, middels een verlate tegenreactie op de onthutsende lompheid, flauw.

Toen ik bijkwam, wist ik vrijwel meteen dat er iets geknapt was. Naast mijn vertrouwen, dat best een knauw had gekregen, bleek later dat het ligament dat ellepijp en spaakbeen met elkaar verbindt, totaal afgescheurd was van het bot. Optimisme van sommige vrienden ten spijt, dreigde dit een langdurig traject te worden van pijn, operaties, gips, spalken en revalidatie. In een handomdraai werd mijn leven kleiner dan het sinds tijden geweest is. Maandenlang zal ik niet kunnen sporten of fietsen, en niet normaal kunnen typen, koken of douchen.

Mijn arm zit tot over de elleboog vast in een plastic spalk, die ik dag en nacht dien te dragen. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed, en tussendoor versjteert het mijn slaap met nachtmerries en andere onderbrekingen. Wanhopig experimenteer ik met restjes oxycodon en rode wijn, maar word enkel mistroostig en murw wakker. De spalk voelt als een openhaardblok dat vastgeklonken zit aan aan mijn lijf. Het is een ongewenst pantser dat zoiets basaals als een omhelzing vrijwel onmogelijk maakt. Om nog maar te zwijgen van het openen van een grote bak kant-en-klare aardappelsalade! Gemak krijgt echt een andere betekenis als je één arm niet meer kunt gebruiken..

In een handomdraai werd mijn lente, in plaats van een jaargetijde van nieuwe initiatieven, er een van contemplatie en meditatie, een warm uitgevallen extra winter, met als grote leermeester: geduld. Het is bitterzoet. Aan de ene kant is er woede, verdriet en onmacht over deze noodgedwongen stilstand. Aan de andere kant is er ook nederigheid en ontroering, bijvoorbeeld als een lieve vriend aanbiedt voor me te koken, een kleine meisje in de supermarkt oprecht wil weten wat er met mijn arm aan de hand is, of als ik in fijn gezelschap kan genieten van een koffie in de zon.

gipsx

 

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 14 mei 2016 binnen aflevering 34 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Uitstelleritus

Mijn hoofd is als griesmeelpudding,

mijn bloed als rinse appelstroop

Traag zoek ik mij een weg tussen de lakens door,

schud het oorkussen nog eens op

en draai me weer om..

Hoe duivels, dit ledikant der ledigheid,

hoe onmachtig mijn gewoel

Hoe achterstallig het verschonen van de sloop,

hoe rusteloos mijn uitstelleritus.

 

Het vlies van het verleden bedekt de muren

De glans van de toekomst is een ijdele droom,

een projectie voorbij de horizon op een poster

‘Wie ik zou kunnen zijn’ ontglipt me

evenzeer als ‘wie ik was’

In het moment verhard ik als componentenlijm,

verval ik in fixatie,

ben ik de gevangene van mijn behang,

de gehangene door uitstelleritus.

 

Als ik eindelijk eens losbreek,

verlies ik  mezelf in de veelheid,

verdrink ik te midden van de media

Laat ik mijn aandacht opslokken

door boebeskoppen en blaaskaken,

door gehits en geblaat,

onnozele meningen en prietpraat

Meedogenloos teruggezogen

in de draaikolk van uitstelleritus

 

Soms waag ik nog een investigatie,

zoek ik een verklaring voor deze procrastinatie

Bedenk ik uitwegen en ontsnappingsplannen,

hou ik de faalangst tegen het licht

en spuug mijn perfectionisme in het gezicht

Vergeefs, het mag niet baten,

want op de rotonde ga ik dan toch weer dralen,

laat ik iedere afslag aan me voorbijgaan

in de nodeloze haast van uitstelleritus.

 

uitstelleritus

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 februari 2016 binnen aflevering 31 van het radioprogramma Kulti Kulti.

De Trut (30 jaar)

Zo’n dikke vijftien jaar geleden zette ik mijn eerste wankelmoedige stappen in potten- en flikkerdisco De Trut. Geplaagd door liefdesverdriet, zocht ik troost en afleiding, en vond uiteindelijk meer dan waar mijn gebroken hartje nog op had durven hopen. Na dat eerste bezoekje, ingegeven door de veelvuldige aanprijzing dat deze tent “echt iets voor mij” zou zijn, was ik verkocht, en bleef ik terugkomen. Vijftien jaar later, maak ik zowat deel uit van het meubilair. De Trut, wie is er niet groot mee geworden?

Nu ik de veertig nader, kijk ik met vertedering terug op die eerste avonden. Niet alleen zijn het dierbare herinneringen, maar de belofte van toen blijkt springlevend in de twinkelende ogen van de jonge studenten die nu De Trut aan het ontdekken zijn. O heerlijke jeugd, o vrijheid, o experiment! Hoe groot was mijn beginnersgeluk, vervuld van gedans en gesjans. Hoe fijn was het je begeerd te weten. Hoe machtig het gevoel de mooiste jongen van de avond mee naar huis te krijgen na het flirterig bietsen van een sigaretje. Hoe spannend om achter op de scooter te stappen bij die sexy jongen, of in het holst van de nacht nog met twee schatjes een trio te beginnen in Den Haag!

Hoe opwindend mijn aanvankelijke avontuurtjes ook geweest hebben mogen zijn, kwam ik er al snel achter dat De Trut zo veel meer is dan een bar om mensen op te pikken. De eigenzinnige sfeer die de vrijwilligers weten te creëren, is onnavolgbaar, theatraal, soms ogenschijnlijk weerbarstig, maar altijd verrassend. Hun toewijding, idealisme en menselijkheid, maakt dat je je als bezoeker veilig voelt, wie of wat je ook bent. Hoe ver dit gaat, heb ik mogen ondervinden toen ik op het diepst van mijn depressie zat. Niet alleen kon ik me veilig voelen als LHBTQ-er, ook mijn schaduwkant en mijn chagrijn mochten er zijn. Toen ik een paar maanden verstek had laten gaan, stelde een inmiddels goede Trutvriend voor toch weer te blijven komen, al was het alleen maar om hem een plezier te doen. Okay, voor mezelf hoefde het niet, en hoewel het de depressie niet oploste, en ik zeker een paar keer overtuigd was dat iedereen me haatte, viel het me beduidend meer keren mee dan tegen. De Trut bleek een van de weinige uitgaansgelegenheden te zijn waar niet de oppervlakkige terreur van “doe eens lachen” heerste, maar waar mensen waren van verschillende leeftijd en kunne, die me accepteerden zoals ik was, niet veroordeelden, maar oprechte interesse toonden.

Soms werd het keldertje van Tetterode een ronduit magisch oord, in het bijzonder tijdens grote themafeesten. Nog geen jaar geleden, bijvoorbeeld, was de gehele vloer bezaaid met strandzand en zachte kussens, en alles omgetoverd in de sfeer van 1001 Nacht, compleet met waterpijpen, wierook en een exotische marktkraam. Wat een gigantische eer om hier in full drag ook nog eens live te mogen zingen! Sowieso is De Trut, en de optredens die ik er mocht doen, bemoedigend en stimulerend geweest om het aan te durven zangles te nemen en vaker het podium te betreden. De toevallige ontmoeting met zanger Rufus Wainwright, twee weken voor ik op dezelfde plek een van zijn nummers ten gehore zou brengen, was een synchroniciteit die ik met liefde koester.

Tegenwoordig is De Trut een plek waar ik vriendschappen onderhoud en mensen ontmoet, waar ik onder het genot van een rood wijntje van gedachten wissel en iedere week wel weer wat leer. De creativiteit van de vrijwilligers inspireert en blijft uitdagen. Gek genoeg ben ik nog altijd een beetje zenuwachtig voor ik Trutwaarts ga, voel ik die gezonde spanning van anticipatie. Wat gaat er deze week gebeuren? Wie zullen er zijn? Wat hebben ze nu weer bedacht? Waar worden we vandaag toe verleid?

Met heel mijn hart hou ik van De Trut!

trutje 30

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 12 december 2015 binnen aflevering 29 van het radioprogramma Kulti Kulti (in een special gewijd aan De Trut).

Zweet en tranen

Oh, zoete whirlpool des verderfs, wat gaat er met je gebeuren!?

Onlangs werd de beruchte Amsterdamse homosauna Thermos failliet verklaard. Een paar maanden geleden, op de drempel van mijn veertigste levensjaar, trok ik er weer eens een laat nachtje door.

“Wat doe ik hier? Ik zou dit toch niet meer doen? Waar ben ik mee bezig?”

Als een verslaafde was ik, tegen beter weten in, gezwicht voor de verleiding. De combinatie van eenzaamheid, dronkenschap en hoogmoed, had me weer eens te pakken gekregen.

Met smart dacht ik terug aan de eerste keer dat ik de Thermos betrad, 15 jaar jonger en 15 kilo lichter, toen nog in de dependance in de Kerkstraat. Hoe ik schoorvoetend de kleedkamer had betreden, beschroomd mijn boxer in de locker had gefrommeld, en me zedig had gehuld in de aangereikte badhanddoek. Hoe ik toch, niet heel veel later, wegwijs werd gemaakt door een leuke jongen, die wel raad wist met me, en hoe ik de ochtend daarop moest blozen als ik dacht aan alle spannende ontmoetingen die ik tenslotte had mogen smaken!

Deze zaterdagnacht was echter een dieptepunt. Alles wat de Thermos in mijn ogen ooit zo fijn had gemaakt, leek verdwenen. De vanzelfsprekendheid bovenal misschien wel dat ik daar seks zou hebben. Hoe lang was het al weer geleden? Ik was de tel kwijt..

Op wat ooit de drukste nacht van de week was, waren er nu anderhalve man en een paardenkop. Ik liep over etages waar geen enkel hokje bezet bleek en had het bubbelbad, de stoomruimte en de droge sauna zowat voor me alleen. Waar was iedereen? Op Grindr? Thuis diep in slaap? Of toch bij de concurrent, de sinds vorig jaar geopende Nieuwezijds Sauna?

De inspanningen van de Thermos om te moderniseren leken vergeefs te zijn geweest. Ze hadden weliswaar wat hippere lichtaccenten aangebracht, een voyeuristische spouw uit de muur van het bubbelbad gezaagd, maar dat had allemaal niet mogen baten. Het personeel was afwezig, murw en onbeschoft als in de tijd dat de Thermos nog een monopoliepositie had. Ik had met ze te doen. Het leek of ook zij de moed hadden verloren.

In de droge sauna keerde ik de zandloper om. 30 minuten. Zou ik het volhouden, of zou ik voor die tijd toch iemand tegenkomen? Bij gebrek aan andere gasten, zweette ik uiteindelijk zoals ik nooit eerder gezweet had. Ik gebruikte de sauna als sauna, en mijmerde over trots en zelfhaat, ijdel hiermee hopende de bitterheid via mijn poriën weg te kunnen laten sijpelen.

Ik liep weg, een liter aan vocht en een illusie armer, maar verrijkt met een nieuw inzicht van dankbaarheid en deemoed..

1024px-Tiling_Regular_4-4_Square

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 9 mei 2015 binnen aflevering 22 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Mooi rood

Om het verstrijken van de seizoenen te vieren, mag ik graag van kleur verschieten. Omdat ik niet bepaald een zonaanbidder ben, kies ik, in plaats van mijn huid, liever schoenveters of, nog beter, mijn eigen haar als het aan te passen palet.

De afgelopen jaren ben ik redelijk conservatief geweest op het haarverffront, en wisselde natuurlijke bruintinten af met zomers goudblond. Doordat het verf op plantaardige basis betrof, was de kleur meestal niet meer dan een subtiele aanvulling op mijn eigen peper en zout, en diende het vooral als camouflage van mijn grijs.

Dit seizoen wilde ik weer eens een kleur kiezen die ik niet eerder had geprobeerd, die uitgesproken van karakter zou zijn, doch niet te chemisch. Het werd, na enig gewik en geweeg in de natuurdrogisterij, de tint auburn, ofwel diep superrood, op basis van henna.

In een nacht waarop ik de slaap niet kon vatten, besloot ik uit balorigheid, de henna gereed te maken, en de sprong te wagen. Ik brouwde me een flinke pot earl grey thee, mengde de dampende vloeistof met het poeder, en genoot van het aroma van bergamot en aarde. Toen de drab dik als yoghurt was, smeerde ik mijn lokken vol, masseerde het tot in de puntjes, en bedekte het geheel met een plastic kapje, en daarna met een warme wintermuts.

Luttele uren later, spatten de kluiten als woedende modder tegen de tegels van mijn douche. Het uitspoelen zag er als een bloedbad uit. Als er zo veel kleurgeweld door mijn afvoer kolkte, moest het op mijn hoofd ook wel effect hebben gehad..

Mijn haar bleek dieprood, puur, donker, zonder gele zweem of oranje waas, eerder schreeuwend als het rood van de brandweer. Wat had ik mezelf aangedaan? Dit was het rood als van Koefnoens Ipie, hier kon Carry Tefsen jaloers op zijn! Daarbij was het effect ook permanent. Henna laat zich nou eenmaal niet wegbleken, en blijft tot het weer uitgroeit.

Toch voel ik me verguld met het resultaat, en heb geen spijt. Juist het ongewisse van het experiment, heeft me veel gebracht. Was dat nou niet waar ik eigenlijk naar op zoek was?

Ik zie regelmatig mensen naar me kijken op een manier die anders is dan toen ik nog een wat neutralere haarkleur had: van een peuter die naar me kraait en naar mijn haar wijst, de waarschijnlijk licht homofoob ingegeven argwaan van een postbode aan de deur met een pakketje, tot aan de vertrouwde caissière die amper haar lachen in kan houden als ze me ziet verschijnen.

Meer dan ooit tevoren, blijk ik ook bij machte de oordelen van anderen te kunnen trotseren. Okay, zie ik er wellicht erg gay uit? Ja, dat klopt, want dat is wat ik ben. Lijk ik op Perfume Genius? Dank je voor het compliment! Zie ik er voor sommige andere gays misschien te vrouwelijk of niet stoer genoeg uit? Mooi, dat onthult dan meteen weer hoe ruimdenkend die anderen zijn. Wordt de kleur veel te onnatuurlijk en ronduit belachelijk gevonden? Okay, smaken verschillen, en ik moet er eigenlijk zelf ook best om lachen.

Misschien wel de grootste kracht van mijn nieuwe kleur schuilt in de vrijheid waarbinnen ik die heb kunnen aannemen. Leve deze vrijheid! Leve de ruimte om af te wijken!

auburn red

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 11 april 2015 binnen aflevering 21 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Monica RemBem

Het was het einde van de herfst, afgelopen herfst, dat ik samen met twee vriendinnen het nabijgelegen Oostenburgerpark aandeed voor een bijzondere missie.

Al weken hadden we plannen gesmeed. De vriendinnen, allebei Monique genaamd, zouden in een bescheiden processie vanuit mijn huis, met de graslelies van mijn vensterbank, het park betreden en daar improviseren, en ik zou dat filmen.

Terwijl we daar liepen, maakte onze aanvankelijke schuchterheid plaats voor het enthousiasme samen iets te doen wat eigenlijk ons verstand te boven ging.

Was het kunst? Was het performance? Was het een grap? Waar deden we dit allemaal voor? Zeker was dat we samen de dag plukten door iets te maken wat er voorheen niet was.

Uiteindelijk viel alles organisch op zijn plek, en openbaarden zich zelfs onvermoede talenten.

Nu is het lente, het filmpje is af en openbaar!

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 14 maart 2015 binnen aflevering 20 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)