Tagarchief: twijfel

Leaving Neverland

Mijn hoofd maakt overuren, mijn hart voelt zwaar en een gevoel van moedeloosheid heeft zich over me uitgestort sinds ik de documentaire “Leaving Neverland” heb gezien. Ja, ik ben een bewonderaar en fan van Michael Jackson. Ja, de man heeft me van jongs af aan geïnspireerd, niet alleen door zijn geniale muziek en video’s, maar ook door wie hij was, of wie ik dacht dat hij was: een uiterst sensitieve ziel, nederig, gul en begaan met de wereld, en een rolmodel voor alle buitenbeentjes.

Het is niet de eerste keer dat ik overvallen ben door twijfel. In 1993, toen Michael Jackson beschuldigd werd van seksueel misbruik door Jordy Chandler, moest ik tot mijn spijt bekennen dat, als ik echt heel eerlijk was, ik niet honderd procent kon uitsluiten dat Michael Jackson meer dan platonische contacten had met de vele jonge jongens in zijn leven. Ik was er immers niet bij, en ik kon me, als puberende middelbare scholier, toch ergens ook indenken dat er misschien iets vanuit seksuele spanning was gebeurd wat eigenlijk niet had mogen gebeuren. Des ondanks huldigde ik het standpunt dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel onomstotelijk is bewezen.

In 2005 was het opnieuw hommeles, en werd Michael Jackson voor het gerecht gesleept in de zaak van Gavin Arvizo. Nagelbijtend en kettingrokend wachtte ik voor de buis het vonnis af, en was half opgelucht, half verbaasd toen hij, tegen de voorspellingen van de media in, op alle 14 gronden vrij werd gesproken. Toen ik jaren later de verslagen van de rechtzaak las, vielen me de schellen van de ogen: schimmige tijdlijnen, onbetrouwbare verklaringen en bovenal geen greintje bewijs. De geruchten rond Michael Jacksons pedofiele neigingen verstomden echter daarna  nooit meer, en zijn imago en carrière werden nooit meer wat ze waren geweest.

10 jaar na Jacksons overlijden, is er nu dus de 4 uur durende docu “Leaving Neverland”, waarin regisseur Dan Reed twee volwassen mannen hun verhaal laat doen over hoe ze ingepalmd, gegroomd en vervolgens seksueel misbruikt zouden zijn door de King of Pop. Gewapend met een pot thee en gebakken eieren, liet ik alles over me heen komen.

“Het is met Leaving Neverland heel simpel: er zijn critici van de film, en er zijn mensen die de film gezien hebben,” aldus 3voor12’s Atze de Vrieze op de site van de VPRO, die met trots de documentaire aankondigde. Ik was op het ergste voorbereid, maar bleek uiteindelijk onder allebei de categorieën te vallen. Ja, ik heb het gezien, en ja, ik kan niet anders dan toch ook zeer kritisch zijn.

De film is eenzijdig, past geen wederhoor toe, en levert geen verlossend bewijs. Alles is van horen zeggen, en niks daarvan wordt gestaafd. De vormgeving is sober, de montage langdradig en repetitief. De steeds terugkerende droneshots hebben een hypnotiserend effect. De fan in mij dacht nog: als je een leugen maar lang genoeg herhaalt, beginnen mensen er vanzelf in te geloven..

In de getuigenissen van Robson en Safechuck zie en voel ik warmte, verlangen en veel pijn. Het overweldigende effect van Michael Jacksons roem, de bijzondere aandacht die ze van hem  kregen, en de frustratie nadat de jongens door hem afgedankt of ingeruild werden, lijken mij zeer authentiek. Toch hapert mijn empathie bij de verhalen over het misbruik. Het is niet dat ik het idee heb dat ze glashard liegen, maar ik voel er tot mijn schrik weinig bij, hoezeer ik ook met ze te doen heb.

Ik voel me daarnaast gehinderd door feiten. Het feit dat de FBI Michael Jackson 10 jaar lang grondig heeft onderzocht, inclusief invallen op diens landgoed, en nooit ook maar iets belastends heeft gevonden, grijp ik aan om sceptisch te zijn. Het feit dat Robson en Safechuck verschillende keren onder ede hebben gelogen, en Robson onlangs nog binnen korte tijd 4 keer zijn verhaal heeft veranderd, zie ik ergens als een aanwijzing van ongeloofwaardigheid. Wat betreft hun motieven om naar buiten te treden met hun beschuldigingen, vind ik het dubieus dat zij en de regisseur verzwijgen dat ze een hoger beroep afwachten waar ze honderden miljoenen dollars rijker van hopen te worden. En zo is er nog meer en meer.

De #metoo-beweging predikt de morele keuze om slachtoffers altijd te geloven. Ik schaam me dat ik dat in dit geval niet kan doen. Serieus nemen doe ik ze zeker, maar verder kom ik niet. Hoe hypocriet ben ik, dat ik de verhalen over Jimmy Savile wel neig te geloven, en die over Michael Jackson niet volledig? Hoe selectief ben ik, als ik muziek uitzoek voor mijn radioshow, dat ik David Bowie (die seks met minderjarigen schijnt te hebben gehad en beschuldigd is van verkrachting) wel draai, en een veelbelovende, maar puur via social media gecancelde act als PWR BTTM niet draai? Hoe bevooroordeeld ben ik als ik rationaliseer dat de 60+ en 80+ beschuldigingen richting Bill Cosby en Harvey Weinstein zwaarder wegen dan die paar richting Michael Jackson? Hoe paranoïde ben ik dat ik vraagtekens zet bij de beweegredenen van Oprah Winfrey, die nu publiekelijk Michael Jackson aan de schandpaal nagelt, maar opvallend stil is over haar grote vrienden Cosby en Weinstein?

Diep van binnen strijden mijn gevoel en mijn verstand met elkaar. Ik ben er niet uit of en hoe ik nog iemand op diens mooie blauwe, groene of bruine ogen kan geloven.

mj

Deze tekst werd zaterdag 9 maart 2019 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 68 van het radioprogramma Kulti Kulti.

 

Advertenties

Vingerwijzing

Als er één vinger richting de ander wijst, wijzen er drie naar mezelf. Als ik dan vervolgens naar mezelf kijk, weet ik eigenlijk niet goed wat er nou aan dat handje is. Míjn handje.

Het mag cryptisch klinken, maar ik heb een obsessie met handen, en dan vooral de vingers. Er is iets in de verhouding tussen met name de wijs- en ringvinger, dat me mateloos bezig houdt.

Nee, vergeet de handlijnkunde. Dat laat ik aan anderen. Ik heb het hier over de wijsvinger-ringvinger-index, ofwel de digit ratio, 2D:4D. Vlooi wikipedia er maar op na, of google er op los. Het blijkt heus een serieus onderwerp van onderzoek te zijn.

Een paar jaar geleden deed ik bij de UvA mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar seksueel gedrag van homo’s in relatie met bepaalde effecten van hormonen, en ja, ook daar bleek het een rol te spelen. Ik moest naast het inhaleren van een spray (met al dan niet bepaalde hormonen) ook met mijn hand op de glazen plaat van een kopieermachine, om tot op de millimeter vast te kunnen leggen hoe dat nou zat met die vingers van mij.

Volgens actuele inzichten zijn er “sterke aanwijzingen dat de lengte van de wijsvinger beïnvloed wordt door de hoeveelheid geslachtshormonen waar de foetus in de baarmoeder aan wordt blootgesteld. Deze geslachtshormonen beïnvloeden tevens verschillende persoonlijkheidseigenschappen.” Aldus wikipedia.

Grofweg betekent dit dat mensen met een wijsvinger die in verhouding korter is dan hun ringvinger, meer invloed van testosteron, het mannelijk geslachtshormoon, moeten hebben gehad. Mensen met een wijsvinger die echter in verhouding gelijk of langer is dan de ringvinger, zouden daarentegen relatief minder veel testosteron hebben gekregen.

Een foefje voor als je van een onduidelijke foto zou willen raden of iemand biologisch gezien man of vrouw is, is te kijken naar de verhouding van wijs- en ringvinger. Meestal kun je ervan uitgaan dat als de ringvinger aanzienlijk langer is, het een manspersoon betreft, en als het ongeveer gelijk is of korter, het een vrouw zal zijn.

Echter, en nu komt het, mijn eigen vingers zijn in dat geval totaal niet indicatief! Als ik mijn jatten op die manier aanschouw, zie ik de handen van een vrouw! Mijn ringvingers zijn zelfs meer dan van vrijwel gelijke lengte in vergelijking met de wijsvingers, ze zijn duidelijk een stukje kórter!

Nou heb ik altijd al het vermoeden gehad dat er iets anders is met me. Er bestaat ook een theorie dat homo’s en lesbo’s qua 2D:4D ratio afwijken van hun heterofiele medemensen. Geef ik mijn seksuele voorkeur eigenlijk weg met mijn handje? Is het misschien niet zozeer een slappe pols, maar vooral de verhouding tussen vingers?

Als je zo’n afwijking bij jezelf constateert, kun je moeilijk doen of je het niet meer ziet. Zoals iemand die een rode auto heeft gekocht, overal rode auto’s ontwaart, gaat mijn blik regelmatig onbewust richting de vingers van mensen die ik tegenkom. Ook medehomo’s moeten er aan geloven. Ik zie een interessante man, hij zwaait, en vrijwel meteen registreer ik de onderlinge verhouding tussen zijn vingers. Aha! Gek genoeg kom ik zelden mannen tegen — homo, hetero of wat dan ook — die een duidelijk langere wijsvinger blijken te hebben..

Een relatief langere wijsvinger, zoals bij mezelf, zou kunnen wijzen op een lager libido, een minder agressief, maar angstiger karakter, met minder geldingsdrang en daadkracht. Tja.. Zou dat niet een hoop persoonlijke problemen voor me verklaren? Het schijnt dat alle Amerikaanse presidenten opvallend ‘mannelijke’ handen hebben of hebben gehad, met ferme ringvingers. Vergeleken daarbij heb ik dus niet bepaald de handen van een leider. Of is dat te simpel en te seksistisch gedacht?

Ach, laat ik er niet te veel conclusies aan verbinden. Ooit vergaloppeerde ik me al door naarstig te googlen naar foto’s en informatie over bekende personen met afwijkende handen. De zoekopdracht sloeg als een boemerang terug op mezelf, toen ik las dat juist mensen met een soortgelijke afwijking als ik, zich vanuit onzekerheid makkelijk kunnen verliezen in het zoeken naar bevestiging door het verafgoden van bekende mensen. Oeps. Snel met die klauw op de muis en wegklikken!

Halleluja, niks aan de handa!

vingerwijzing

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 december 2014 binnen aflevering 17 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)