Tagarchief: verleiding

Vingerwijzing

Als er één vinger richting de ander wijst, wijzen er drie naar mezelf. Als ik dan vervolgens naar mezelf kijk, weet ik eigenlijk niet goed wat er nou aan dat handje is. Míjn handje.

Het mag cryptisch klinken, maar ik heb een obsessie met handen, en dan vooral de vingers. Er is iets in de verhouding tussen met name de wijs- en ringvinger, dat me mateloos bezig houdt.

Nee, vergeet de handlijnkunde. Dat laat ik aan anderen. Ik heb het hier over de wijsvinger-ringvinger-index, ofwel de digit ratio, 2D:4D. Vlooi wikipedia er maar op na, of google er op los. Het blijkt heus een serieus onderwerp van onderzoek te zijn.

Een paar jaar geleden deed ik bij de UvA mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar seksueel gedrag van homo’s in relatie met bepaalde effecten van hormonen, en ja, ook daar bleek het een rol te spelen. Ik moest naast het inhaleren van een spray (met al dan niet bepaalde hormonen) ook met mijn hand op de glazen plaat van een kopieermachine, om tot op de millimeter vast te kunnen leggen hoe dat nou zat met die vingers van mij.

Volgens actuele inzichten zijn er “sterke aanwijzingen dat de lengte van de wijsvinger beïnvloed wordt door de hoeveelheid geslachtshormonen waar de foetus in de baarmoeder aan wordt blootgesteld. Deze geslachtshormonen beïnvloeden tevens verschillende persoonlijkheidseigenschappen.” Aldus wikipedia.

Grofweg betekent dit dat mensen met een wijsvinger die in verhouding korter is dan hun ringvinger, meer invloed van testosteron, het mannelijk geslachtshormoon, moeten hebben gehad. Mensen met een wijsvinger die echter in verhouding gelijk of langer is dan de ringvinger, zouden daarentegen relatief minder veel testosteron hebben gekregen.

Een foefje voor als je van een onduidelijke foto zou willen raden of iemand biologisch gezien man of vrouw is, is te kijken naar de verhouding van wijs- en ringvinger. Meestal kun je ervan uitgaan dat als de ringvinger aanzienlijk langer is, het een manspersoon betreft, en als het ongeveer gelijk is of korter, het een vrouw zal zijn.

Echter, en nu komt het, mijn eigen vingers zijn in dat geval totaal niet indicatief! Als ik mijn jatten op die manier aanschouw, zie ik de handen van een vrouw! Mijn ringvingers zijn zelfs meer dan van vrijwel gelijke lengte in vergelijking met de wijsvingers, ze zijn duidelijk een stukje kórter!

Nou heb ik altijd al het vermoeden gehad dat er iets anders is met me. Er bestaat ook een theorie dat homo’s en lesbo’s qua 2D:4D ratio afwijken van hun heterofiele medemensen. Geef ik mijn seksuele voorkeur eigenlijk weg met mijn handje? Is het misschien niet zozeer een slappe pols, maar vooral de verhouding tussen vingers?

Als je zo’n afwijking bij jezelf constateert, kun je moeilijk doen of je het niet meer ziet. Zoals iemand die een rode auto heeft gekocht, overal rode auto’s ontwaart, gaat mijn blik regelmatig onbewust richting de vingers van mensen die ik tegenkom. Ook medehomo’s moeten er aan geloven. Ik zie een interessante man, hij zwaait, en vrijwel meteen registreer ik de onderlinge verhouding tussen zijn vingers. Aha! Gek genoeg kom ik zelden mannen tegen — homo, hetero of wat dan ook — die een duidelijk langere wijsvinger blijken te hebben..

Een relatief langere wijsvinger, zoals bij mezelf, zou kunnen wijzen op een lager libido, een minder agressief, maar angstiger karakter, met minder geldingsdrang en daadkracht. Tja.. Zou dat niet een hoop persoonlijke problemen voor me verklaren? Het schijnt dat alle Amerikaanse presidenten opvallend ‘mannelijke’ handen hebben of hebben gehad, met ferme ringvingers. Vergeleken daarbij heb ik dus niet bepaald de handen van een leider. Of is dat te simpel en te seksistisch gedacht?

Ach, laat ik er niet te veel conclusies aan verbinden. Ooit vergaloppeerde ik me al door naarstig te googlen naar foto’s en informatie over bekende personen met afwijkende handen. De zoekopdracht sloeg als een boemerang terug op mezelf, toen ik las dat juist mensen met een soortgelijke afwijking als ik, zich vanuit onzekerheid makkelijk kunnen verliezen in het zoeken naar bevestiging door het verafgoden van bekende mensen. Oeps. Snel met die klauw op de muis en wegklikken!

Halleluja, niks aan de handa!

vingerwijzing

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 december 2014 binnen aflevering 17 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Advertenties

Sjans

“Nou, die jongen daar is zéker homo. Volgens mij vindt hij je leuk.”

Wat?!

Met een vriendin zit ik in een koffietentje dat zij onlangs heeft ontdekt. De barista heeft ons uitvoerig verteld over de herkomst, het karakter en de pittigheid van de verschillende bonen.

De vriendin heeft niet alleen een neus voor lekkere koffie, maar heeft daarbij ook een bijzondere intuïtie waar het de liefde betreft.

Heb ik nou werkelijk sjans? Die koffiejongen beantwoordde toch vooral heel vakkundig háár vragen? Ja, maar zij voelt dat anders. Het is daarbij ook nog een schatje.

Graag wil ik geloven dat ze gelijk heeft, zoals eerder toen ze een voormalig huisgenoot wist te koppelen aan wat wel eens de liefde van zijn leven zou kunnen zijn. Waarom ben ik dan zelf zo blind?

Het is niet dat ik het niet kan herkennen. Bij anderen heb ik het immers meestal snel door. Waarom dan toch die oogkleppen als het mezelf betreft?

Er treedt een wreed mechanisme in werking, iedere keer als er sprake lijkt van al dan niet wederzijdse aantrekkingskracht. Allereerst is er ongeloof. Het komt altijd zo pardoes, dat ik er totaal niet op voorbereid ben. Help!

Dan, als ik me over mijn verbazing heen heb weten te zetten, klap ik dicht en blijk onmachtig om nog iets zinnigs te zeggen of te ondernemen.

De ironie zit in het feit dat ik meestal sjans heb als ik er juist totaal niet ontvankelijk voor ben, omdat ik ontspannen ben, en juist niet bezig met wat anderen misschien wel niet van me zouden kunnen denken. Een baard van drie dagen, een versleten shirt en andere varianten van nonchalance, doen het blijkbaar ook goed. Zodra ik echter doorheb dat ik sjans heb, valt de bodem uit de begeerte weg, doordat ik dan nog allesbehalve ontspannen of nonchalant ben.

Toch leef ik op als ik me begeerd voel. Hoe onwennig of ongemakkelijk het ook is, probeer ik het als een hoopvol teken te zien. Klaarblijkelijk ziet iemand iets in me wat ikzelf niet zie. Klaarblijkelijk weet ik iemand te raken door gewoon mezelf te zijn.

Sjans brengt een kans. Deze grijpen als die zich voordoet, is mijn uiteindelijke droom. Vooralsnog mag ik blij zijn als ik het steeds meer durf te onderkennen..

 

sjans

 

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 8 november 2014 binnen aflevering 16 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Compliment

Het zal je maar gezegd worden: de onversneden, onverholen waarheid over jou, vanuit de ogen van een ander. Als je pech hebt, doet het pijn, slik je even, lik je je wonden en ga je weer verder. Wie denkt die ander eigenlijk wel dat hij of zij is? Als je geluk hebt, geeft die ander je een compliment, een cadeau waar je misschien niet om gevraagd hebt of hebt verwacht, maar wat je toch, hoe dan ook, in ontvangst zult moeten nemen.

Alles went, behalve een compliment.. Laatst viel mij de eer te beurt te horen wat er nou uiterlijk mogelijk mooi zou zijn aan mezelf. In geuren en kleuren, en ook in detail, werden mijn goede, prachtige, aantrekkelijke kanten opgesomd. Van oor tot oor gloeide ik vervolgens, vooral van schaamte, en toch ook een beetje van trots. Ik schrok ervan hoe krachtig de uitwerking was van deze woorden. Uren later keek ik tersluiks in een spiegel en zag ik dat ik nog steeds straalde. Wie, ik, stralen? Des te interessanter is degene die mij al dit moois dacht te moeten toevertrouwen. Het was geen geliefde of nieuwe vlam, maar mijn dierbare lesbische radio-collega, Sudo Modo! Haar woorden deden me, hoe onwaarschijnlijk het ook mag klinken, voor het eerst sinds lange tijd echt begeerd voelen.

Sudo toonde me niet alleen het onstuimige effect van complimenten, maar ook dat het geven van complimenten een ware kunst is, niet ver verwijderd van de verleidingskunst. Het luistert uiterst nauw tegen wie je wat zegt, op welk moment en met welke intentie. Het mooie in de ander zien, gaat me nog redelijk af, maar om dat op de juiste manier naar buiten te brengen, is complexer. Alles valt of staat met toon. Een hint van een geheime agenda of een snufje overdrijving, maken van een oprecht compliment valse vleierij of ronduit geslijm. De boodschap moet concreet zijn, èn persoonlijk, maar niet te direct of zo intiem dat het als opdringerig kan worden ervaren. Het liefst klinkt het spontaan, niet te bedacht, maar tegelijk wel diep gemeend en weloverwogen. Ga er maar aanstaan..

Zelf floep ik er het makkelijkst complimentjes uit bij mensen bij wie ik me op mijn gemak voel, zoals bij goede vrienden. Onwillekeurig doet bewondering zich voor en ik ventileer deze zonder er bij stil te staan. Zo viel me laatst in een bomvolle bar op hoe handig en elegant een vriend van me toch altijd op mooie vreemdelingen van mannelijke kunne weet af te stappen, en daar dan vervolgens mee in een geanimeerd gesprek verzeild, en soms meer. Hoe doet hij dat toch, wilde ik weten. Wat had hij precies gezegd om het ijs te breken? Na enig aandringen, onthulde hij zijn geheim. Zijn openingszin bij de betreffende jongen van die avond was: “Goh, wat knap dat jij in je eentje gewoon midden tussen de mensen gaat staan!” Inderdaad, een simpel, maar doeltreffend compliment!

Mijn complimenten!

Face-blush

Deze column werd 9 maart 2013 live voorgelezen voor MVS Radio, in het programma Lollipop, binnen de rubriek “Moedig voorwaarts!”