Tagarchief: zangles

Mlijmer

“Ho, wacht even, stop!”

Mijn zanglerares onderbreekt me tijdens het zingen van ‘Without You’ in de stijl van Harry Nilsson.

“Zing door in die rechte lijn. Je gaat geen trap op, maar je loopt bij wijze van spreken straal vooruit.”

Ik waag een nieuwe poging, maar mijn stem breekt op het punt waar ‘ie zo vaak breekt: op de derde regel van het eerste refrein, bij het aanhouden van die vermaledijde gis.

Even vervloek ik dit lied, en meteen daarmee ook mijn ambitie dit per se te willen zingen in de oorspronkelijke toonsoort. Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Leg ik de lat niet onbereikbaar hoog? Het is toch zeker geen polsstokhoogspringen?

Mijn zanglerares blijft kalm en verandert van strategie. Ze laat me een diagram zien met een dwarsdoorsnede van keel, stembanden en strottenhoofd en tekent er drie rode pijltjes bij.

“Daar zit de klank. Daar moet het heen. Dat is de mlijmer.”

Tja, interessant, maar hoe pas ik deze kennis praktisch toe? Hoe weet ik zeker dat de klank die ik voortbreng ook via die ‘mlijmer’ gaat? Kan ik die mlijmer eigenlijk wel van binnenuit voelen?

“Het is geen gebied of ding. De mlijmer is.. Wacht!”, en mijn zanglerares gaat achter me staan.

“Zing het nu nog eens.”

Lichtelijk vertwijfeld zet ik weer in. Ter correctie tikt de zanglerares me voorzichtig aan, op verschillende plekken, mijn rug, schouder, hoofd.

“Denk aan die mlijmer!”

En plotseling snap ik precies wat ze bedoelt! Ik hoor mezelf het hele refrein zingen zoals ik het nog nooit zong: zuiver, moeiteloos, vloeiend! De mlijmer blijkt de sleutel te zijn waar ik al die tijd naar op zoek was. Hoe heb ik al die tijd zo geblokkeerd kunnen zijn? Hoe natuurlijk is het om op deze manier te zingen?

Dan word ik wakker, nog steeds vervuld van dankbaarheid en de roes iets zeer belangrijks geleerd te hebben. Zo snel ik kan, krabbel ik mijn bevindingen op een los papiertje dat naast mijn kussen ligt. Fantastisch. Dit pakt niemand me meer af..

Een paar uur later echter is het nieuwe inzicht vervlogen, en rest mij slechts het snippertje papier met dat onbegrijpelijke woord erop gekalkt..

Mlijmer?

mlijmer

Advertenties

Pontje

Voor iemand met uitstelleritus, is iedere veerpont een beproeving. Een pontje maakt het namelijk niks uit of je wind tegen had met fietsen, of dat je net nog even gebeld werd door je moeder. De drijvende brug meert af en aan met de secondes van de klok, en laat niet veel ruimte tussen de pech van het missen en het geluk nog op tijd mee te kunnen.

Sinds enige tijd heb ik zangles in Tuindorp Oostzaan, Tutti Frutti-dorp, en daartoe begeef ik me op de pont van Amsterdam CS naar de NSDM-werf. Eenmaal nahijgend van mijn eindspurt, sta ik dan toch wat beduusd in de bewegende wachtkamer voor zeker een kwartier om me heen te kijken. Er is ook zo veel te zien..

Daar staat een vrouw van midden veertig te bellen. Ze ziet er wat verfomfaaid uit, en heeft lichtgele verfspatten op haar schoenen en spijkerbroek. Ze vloekt, ze slingert haar gesprekspartner wat verwijten naar het hoofd en hangt abrupt op.

Aan de andere kant staat een puberjongen, met zijn lange haren wapperend in de wind en witte dopjes in zijn oren. Hij heeft een meisjesachtig gezicht, met hier en daar een puistje. Hij gaat op in zijn muziek, deint mee met de beat en waant zich onbespied. Af en toe tast hij in de binnenzak van zijn jas en haalt er een paar winegums uit, die hij dan in zijn mond stopt.

Voor mij is een echtpaar van middelbare leeftijd in de weer met een kaart. Beiden dragen ze bergschoenen en een rugzak, en beiden zijn ze een beetje verbrand. Als het gaat regenen volgt er lichte paniek. De kaart moet opgevouwen, maar het is nog een heel karwei om het precies zo op te vouwen als het voorheen opgevouwen was. De man frommelt wat aan een rode poncho, maar trekt hem niet aan. Samen gaat ze naar het overdekte deel.

Ik staar graag het water in, geniet van de golven in het oppervlak, sta letterlijk stil bij de beweging. In het water is ook het weer weerspiegeld. Donkere wolken doen het water er uitzien als inkt. Wind maakt het woester. Regen vormt complexe patronen.

Aan de wal moet ik even wennen aan hoe vast de grond onder de banden van mijn fiets is. De willekeurige groep mensen, net een kwartier verenigd tussen twee oevers in, breekt nu weer op.

Tijdens de zangles komen af en toe flarden terug. Tussen het zingen, luisteren en praten door, trekken mijn trommelvliezen zich licht samen. Ik hoor het ruisen in mijn oorschelp, alsof het pontje in iedere seconde van rust, opnieuw weer even doorvaart.

pontje