Tagarchief: zelfbeeld

Een aardige jongen

Als ik zo doorga, zal ik waarschijnlijk de nagedachtenis ingaan als “die aardige jongen”. Misschien klinkt het wat aanmatigend of koket, maar vooral dat aardige zal waarachtiger weerklinken dan dat jongensachtige, ben ik bang.

In mijn veertigste levensjaar, heb ik het nog steeds niet geschopt tot volle volwassenheid. De sensatie dat je, eenmaal de veertig naderend, meer schijt schijnt te gaan krijgen aan wat anderen mensen van je vinden, is me nog steeds niet vertrouwd. Nog steeds maak ik me veel te druk over wat anderen misschien-wel-niet-van-me-zouden-kunnen-denken. Nog steeds ben ik angstig, probeer ik het anderen zo veel mogelijk naar de zin te maken. Tegen wil en dank modder ik voort, in aardigheid.

Natuurlijk heeft het ook voordelen. Ik ben dankbaar dat ik opgevoed ben met het credo van “wie goed doet, goed ontmoet”. Mijn katholieke achtergrond, die ik inmiddels vurig heb afgezworen, heeft me naast verwarring en frustratie, toch ook een basis gegeven die mild, empathisch en medemenselijk is. Of is dat juist de verdienste van mijn lieve ouders geweest? Vaak opent aardigheid deuren. Zo heb ik gemerkt dat ik, door mezelf te zijn, vrij makkelijk in een nieuwe groep kan aarden, dat mensen me over het algemeen mogen en ik zelden sociale conflicten of ruzie heb.

Toch is er een keerzijde, zo zwart als git. Aardigheid neigt namelijk akelig te gaan schuren als het ten koste gaat van eerlijkheid. Het is een twijfelachtige eer “te goed voor deze wereld” genoemd te worden of “te lief”. Vaak heb ik gelogen en bedrogen om maar niet onaardig gevonden te worden. Hoe aardig is dàt dan eigenlijk nog? Er was een tijd dat ik — jonge homo, nieuw in Amsterdam — letterlijk met jan en alleman meeging. Vond Jan van zeventig mij een lekker hapje? Natuurlijk was ik beleefd en ging met hem mee naar zijn hotelkamer, seks en al, hoewel ik hem eigenlijk niet eens zo aantrekkelijk vond.. Het was net zo oneerlijk tegenover hem als mezelf.

Willens en wetens heb ik mijn grenzen tot het uiterste laten overschrijden. Lange tijd was ik ook een magneet voor opdringerige en manipulatieve typjes, die onder het mom van vriendschap wel raad wisten met mijn tijd, energie en aandacht. Wilden ze een vinger, gaf ik meteen de hand erbij, waarop zij zonder veel moeite mijn arm meepakten.

Onlangs kreeg ik de bittere gevolgen van mijn eerdere aardigheid op mijn bordje. Geheel onverwacht dook een bekende van vroeger op, die me, nadat ik hem waagde te negeren, de huid volschold en nare verwijten maakte. Samen met een vriend bestookte hij me, ten overstaan van een groepje omstanders. Ik stond te trillen op mijn benen, liet hem razen, maar wist uiteindelijk trouw te blijven aan mezelf, ademde langzaam in.. en uit, en liet zijn haat langs me afglijden. Hoe onaangenaam het ook was, was ik achteraf blij dat ik het doorstaan had zonder toe te geven of me te verontschuldigen. Ik was, op zijn zachtst gezegd, hartgrondig onaardig bevonden, maar voelde me voor de verandering een keer niet schuldig, maar opgelucht.

In sommige situaties en bij sommige mensen lijkt het helaas beter om eerlijk te zijn dan aardig. Des te eerder, des te beter. Het is een simpele wijsheid, maar een harde les voor mij om te leren..

een aardige jongen

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 12 september 2015 binnen aflevering 26 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Over mijn dad bod(y)

Soms blijk ik plompverloren eigentijds te zijn. Hoewel ik meestal mijn schouders ophaal bij trends als hipsters, normcore en yuccies, bleek deze toch moeilijk aan te ontkomen. Ik heb de bedenkelijke eer de bezitter te zijn van een zogenaamd “dad bod”, een lichaam als van een vader, die, hoewel ooit in vorm geweest, nu toch duidelijk de boel heeft laten verslonzen.

Ik ben gewogen, en ben te zwaar bevonden. Zonder het te beseffen, heb ik mezelf jarenlang een rad voor ogen gedraaid door me te verlaten op wat mijn wispelturige weegschaal toevallig aangaf. O, wat mis ik die digitale weegschaal! Nu het ding kapot is, en ik niet meer van die welgevallige fluctuaties uitgelezen krijg, die ik gemakshalve naar beneden afrondde, ervaar ik hoe onontkoombaar analoog wegen kan zijn: mijn Body Mass Index is de 25 gepasseerd. Ik bevind me officieel in de gevarenzone van overgewicht.

Nou ben ik gewend om “homodik” te zijn (voor een gemiddelde hetero wel in vorm, maar voor een homo te dik). Stoppen met roken, depressie, eenzaamheid, gebruik van alcohol en antibiotica hebben sporen achtergelaten in de vorm van extra kilo’s, die ik nu al jaren met me meedraag. Ik ben, om met Gerard Reve te spreken: “… nu zelf de vlezige man / die ik, toen ranke jongeling, / in zwembad en op stranden haatte…” (Late Devotie, 1973). Ook ben ik gewend aan de snedige opmerkingen en venijnige blikken van oude bekenden, die me zich nog herinneren als de slungelige twink die ik ooit was.

Als ik grasduin door dagboeken uit mijn jongere jaren, tref ik daar echter weinig vreugdevols of verheffends aan over mijn lichaam. Integendeel. Toen ik slank was, maakte ik me juist druk over mijn langwerpige gezicht, ingevallen wangen en schriele borstkas. Tja.. Door dik en dun blijf ik toch diezelfde faalangstige jongen voor wie het eigenlijk nooit goed is.

Wat nu te doen? Lekker doorfeesten en voluit genieten van het feit dat ik een verdomd trendy lichaamstype heb? Nee, dat is me te oppervlakkig, en zo goed kan ik mezelf helaas niet voor de gek houden. Toch de diepte van mijn woede en walging opzoeken en mezelf straffen met een of ander hip dieet, dan maar? Nee, ik weet nu al dat ik dat niet vol ga houden.

Uiteindelijk zal ik verder komen door mezelf te accepteren zoals ik ben, dan mezelf te vervloeken. Misschien helpt de verkondiging van de dad bod daar wel bij, emancipeert het mensen met minder ideale maten, en gaat het fat-shaming enigszins tegen.

Verder is het de vraag wat haalbaar is. Het zou me persoonlijk niet moeilijk vallen om allereerst weer eens wat meer te bewegen. Ja, laat ik dat proberen. Op naar een gezonder lichaam! MP3-speler met fijne muziek aan, en toch maar weer eens die crosstrainer opzoeken!

dadbod

Deze tekst werd voorgelezen op zaterdag 13 juni 2015 binnen aflevering 23 van het radioprogramma Kulti Kulti (in de rubriek “Moedig Voorwaarts”)

Trechterborst

“Zo, meneer Weijers.. Trekt u uw shirt maar even uit.”

Ten overstaan van de thoraxchirurg en een wat verveeld ogende stagiaire ontbloot ik mijn bovenlijf, en hou daarbij gelijk mijn buik en adem in. Met het wegfrommelen van het kledingstuk is echter mijn schroom amper geweken.

Ik ben geboren met pectus excavatum, ofwel een trechterborst, en ben speciaal naar het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen gekomen om er naar te laten kijken.
Gekleed is er weinig van te zien. Als ik mijn schouders naar achter trek, mijn rug recht houd en buikspieren aanspan, ziet mijn torso er redelijk normaal uit. Verslapt mijn aandacht en verlies ik mijn shirt, dan is er een vuistbrede deuk zichtbaar, een kuil in het midden van mijn ribbenkast, waar je met gemak een goed glas wijn in leeg kunt gieten.

Nadat mijn laatste vriendje het had uitgemaakt, grapte ik nog wel eens naar mensen die vroegen naar de oorsprong van mijn afwijkende borst, dat het kwam doordat mijn ex mijn hart had gestolen, gebroken en nooit meer teruggeven. Het was een welkome afleidingsmanoeuvre, want het effect dat de aanblik van mijn borst doorgaans heeft, is moeilijk te negeren. De vraag “Wat heb jij daar nou?” is nog prettig neutraal. De pesterijen van klasgenoten op de middelbare school en de halsstarrige houding van de gymleraar – die me dwong “gewoon” mee te douchen – waren dat niet. Ooit zei een vriend van me in alle eerlijkheid dat als hij had gehad wat ik had, hij het allang had laten opereren. Sommige noemden me mismaakt, misvormd. In de loop der jaren ben ik ook gewend geraakt aan de dwalende blik naar gestage afkeuring en van plotseling afknappen. Dat iemand je lichaam wellustig begint te scannen met zijn ogen, maar dan snel wegkijkt. Alsof hij je met zijn ogen het liefste weer zou willen aankleden.

De chirurg beschouwt me echter met een totaal andere, meer vorsende blik, vanuit zijn afstandelijke medische mores. Belangrijkste reden voor me om nu een specialist te raadplegen is een serie nieuwe ontwikkelingen. Online heb ik vernomen dat er tegenwoordig veel simpelere en minder ingrijpende methodes voorhanden zijn om een trechterborst te corrigeren. Op YouTube heb ik Amerikaanse jongens gezien, met pectus excavatums milder maar ook dieper dan bij mij, die enorm fysiek en geestelijk opknapten na het ondergaan van de nieuwe operatie. Het was ontroerend te zien hoe deze jongens groeiden in zelfvertrouwen. Zou het er voor mij ook in zitten?

De chirurg beklopt en bevoelt me met koude, wat schrale handen, gebiedt me te hoesten, en geeft me dan snel zijn advies. Mijn ribkraakbeen blijkt inmiddels te hard om nog genoeg mee te kunnen geven. Ik blijk inmiddels ronduit te oud voor zo’n nieuwe ingreep met Nuss-bar!

Beduusd verlaat ik de cardiologie-poli. Het schrapzetten voor een mogelijk pijnlijke periode blijkt vergeefs geweest. Waar ik had verwacht opgelucht te zijn, blijk ik teleurgesteld. Ik besef dat ik inmiddels zo oud ben dat ik steeds meer boten begin te missen. Het ziekenhuis waar ik nota bene ooit geboren ben, kon me toen, toen ik een puber was, en nu niet helpen. Ik moet de draad weer oppakken en ermee leren leven, ermee doorleven, zoals ik nou eenmaal ben.

Een week later wacht me toch nog een verrassing. Gelukkig blijkt mijn hart in orde. Gelukkig zijn mijn longen, waar ik me toch zorgen over maakte, gezond. In feite heb ik zelfs de longen van een twintigjarige. Dat dan weer wel.

trechtersx

Deze column werd 16 februari jl. live voorgelezen voor MVS Radio, in het programma Lollipop binnen de rubriek “Moedig voorwaarts!”