Alle berichten door robertweijers

Radiomaker en (audio)columnist

Geduld

Als geduld een schone zaak is, dan is innerlijke onrust als vuil dat onder je nagels gaat zitten: het kruipt, het groeit, en het leidt tot vuile handen. Wat dat betreft kan ik wel een manicure gebruiken.. en een beetje snel, graag!

Het wil me maar niet lukken om lijdzaam het wereldnieuws te volgen en te ondergaan. Berichten over homo- en transfoob geweld maken me driftig. Dat zulthoofd dat door moet gaan voor de president van de Verenigde Staten, kan ik niet rap genoeg afgevoerd zien worden, het liefst in boeien of een dwangbuis. Mister Mueller, waar blijft u? Ook het slappe en halfslachtige klimaatbeleid van Nederland is me veel te sloom en te weinig doortastend.

Ondertussen weet ik niet waar ik met mijn opgekropte spanning heen moet. Ik bal mijn vuisten, wiebel met mijn benen en knauw verbeten op mijn kauwgom.

Lankmoedigheid is nou ook niet bepaald mijn forte in het dagelijks leven. Waar hangt die bezorger van mijn pakketje uit? Wanneer verschijnt eindelijk dat zelfhelpboek, dat nu al drie keer van datum is verschoven? Hoe moet het dan goed met me komen? Wat moet ik nu, vergeefs smachtend naar de troostende klanken van Marianne Faitfulls langverwachte nieuwe album? In mijn hoofd voer ik verhitte gesprekken met mensen die het hebben gewaagd mijn herhaaldelijke emails met concrete, simpele verzoeken te negeren. Hoe dúrven ze zo onbeschaafd en minachtend te zijn ten aanzien van mijn tijd?

Onlangs kwam ik mezelf keihard tegen in de Vomar-supermarkt om de hoek. Er is daar een beleid, aangegeven middels borden bij de kassa’s, dat stelt dat vanaf iedere vierde wachtende in de rij de boodschappen gratis zijn, ter compensatie van de lange wachttijd. Hoewel het een aardige geste lijkt, werkt het averechts. Bij enige drukte wordt je als klant prikkelbaar van die bordjes, en het personeel schiet in paniek, roept wanhopig naar elkaar, en wringt zich in allerlei bochten om toch op het nippertje extra kassa’s open te kunnen gooien. Het is ongeduld op ongeduld, met chaos en onzorgvuldigheid tot gevolg.

Laatst was er sprake van overmacht: eenvoudigweg te weinig personeel en te veel klanten die af wilden rekenen. Pandemonium. Als klanten keken we elkaar vragend aan. “Ik ben de vijfde,” riep een man luid, waarop een handjevol mensen met volle mandjes de onbemande kassa’s passeerden, puur omdat het kon.

Het zette me aan het denken.. Pakten deze klanten waar ze nou eenmaal recht op hadden, of was dit schaamteloos opportunisme?  Ik liet het moment voorbij gaan, en rekende netjes af. De kassière had vlekken in haar nek, maar ploeterde dapper door. Tussen neus en lippen door vroeg ik haar naar de “snelste service garantie”, waarop ze me iets toevertrouwde wat het hele systeem des te perverser maakte: “Ja, de klanten weten het niet, maar als personeel moeten we al die gratis boodschappen zelf terugbetalen van ons loon.” Wauw.. Dit was nog eens kapitalisme ten top, als in: tijd is geld.

Met een nare smaak in mijn mond verliet ik de winkel. Op weg terug naar huis, werd ik verrast door een slingerende bierfiets, die mijn pad blokkeerde. Voor deze keer, haalde ik even diep adem, liet alles begaan, en wachtte tot het dampende gezelschap weer op koers was geraakt..

Deze tekst werd zaterdag 10 november 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 64 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

Herfstwende

Gele bloemen trekken mijn blik naar zich toe. Is het hun felheid, hun geelheid of hun relatieve frisheid, deze tijd van het jaar, die me zo ontroert? Een oranje wegwerpaansteker lijkt te vervloeien in de kleuren van de bladeren die er overheen zijn gevallen. In het gouden uur wandel ik over de hoofdstedelijke oostelijke eilanden, en probeer ik me te verzoenen met het einde van deze zomer.

Op een bankje zit een jongen met twinkelende ogen. Hij appt, lacht, en  geniet van het gulle nazomerlicht. Zijn kuiten zijn nog bloot, zijn benen gebronsd. De haartjes op zijn benen zijn duidelijk geblondeerd door de zomerzon. Zijn huid vertoont een begin van kippenvel.. Ik huiver en loop door, vluchtend voor de inval van de herfst, het volmaakte negatief van de lente.

Thuis open ik het geheime compartiment van mijn wierookhouder en haal het papiertje met wensen tevoorschijn. Ik zie onder ogen wat ik in het voorjaar zo vurig wenste, en accepteer wat daar nou precies  van uitgekomen is. De balans is daar. Na het zaaien volgt nu het oogsten. Ik tel mijn zegeningen.

Ik verzwaar mijn persoonlijke parfum, verwissel de kokos, limoen en heliotroop voor zwarte orchidee en civet. Ik meng een snufje kaneel door mijn koffie en druppel cbd-olie onder mijn tong. Ik verf mijn haar van blond naar licht espressobruin.

In mijn dromen komen steeds meer verloren vrienden terug. Ineens schijnt alles weer bij het oude, na alles wat er is gebeurd. Mooi, maar ook verwarrend. Het eeuwige leven lijkt door te schemeren in de gewisse vergankelijkheid. Ik voel me levendiger dan ooit door het besef dood te gaan.

Oh, heerlijke Halloween. Jaargetijde van het uithollen van pompoenen en het happen naar in water ondergedompelde appels. Verstikkend en verkwikkend tegelijk..

Deze tekst werd zaterdag 13 oktober 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 63 van het radioprogramma Kulti Kulti.

IM Marco Willems

Vorige maand overleed, op 51-jarige leeftijd, Marco Willems. Hij was bekend en berucht in de Amsterdamse alternatieve gay scene en ronduit beroemd op YouTube. Onder de schoolgaande jeugd was hij een fenomeen in zijn hoedanigheid van Meneer Bakvet. Wie kent er niet dat filmpje waar hij, zwaarlijvig en met ontbloot bovenlijf, grote klonten Croma bakvet wegwerkt? Of wat te denken van zijn legendarische recensie van in de magnetron opgebakken leverworst?

Meer nog dan een bekende YouTuber, was hij beeldend kunstenaar en eigenlijk een levend kunstwerk. Waar Marco ging, hing er altijd een spanning in de lucht van dat er iets uitzonderlijks aan de hand was of stond te gebeuren. Onconventioneel, tegendraads en voor sommigen zelfs schokkend waren zijn uitingen. Zo plaatste hij op de Dam een dildo gemaakt van kilo’s afgedankte kaas uit de container van een supermarkt, flirtte hij met thema’s als pedofilie en gebruikte swastika’s in zijn grafische collages.

Burgerlijke normen van beschaving en fatsoen leken hem geheel vreemd. Zijn excentriciteit was verfrissend tegenover het gezapige gezonde verstand. Hij was als een eeuwige puber, maar dan zonder enige schaamte. Nog zie ik hem tekeningen maken in de als decoratie bedoelde tweedehands ramsjboeken in bar Soho. Nog moet ik terugdenken aan zijn gewoonte om verschraalde of vergeten biertjes van de toog te grissen om ze vervolgens op te drinken. Onder ons noemden we dit soort drankjes “Marcootjes”.

Hij deed me denken aan die tuttige retorische vraag die je vroeger als kind vaak te horen kreeg: “Als je vriendje in de sloot springt, spring jij er dan achteraan?” Marco was bij uitstek dat vriendje dat als eerste sprong. Onvergetelijk waren ook de “bommetjes” die hij maakte als hij met dat grote lijf in het bubbelbad van de toenmalige gay sauna Thermos plonsde. Het was voor mij als jonge homo een verademing als hij ook in de sauna aanwezig bleek te zijn. Hij wist me aan het lachen te maken, daagde me uit, en had ook altijd veel gespreksstof. Van sappige seksuele anekdotes tot het gedachtegoed van Ray Kurzweil, van loftuitingen over synthesizers tot praktische spirituele principes.

In 2014 schreef hij zijn autobiografie, “De Vrije Man”. Hierin vervatte hij zijn leven tot dan toe, met al zijn avonturen langs de rafelranden van de samenleving, met verhalen over hoerenjongens, kraken en drugs. Daarnaast maakte hij ook een balans op. Zonder zich te verschuilen, schreef hij ook over zijn worsteling te overleven in deze maatschappij:

Naar de buitenwereld toe noem ik mijzelf raar. Naar de buitenwereld toe zeg ik dat ik niet functioneer, dat ik werkeloos ben, want ik weet dat als ik het vanuit mijn eigen perspectief zou vertellen, men mij niet kan begrijpen.”

Veel onbegrip viel hem niet veel later ten deel, toen hij doorbrak op Youtube. Als Bakvetpedo was hij een grote hit, kreeg hij aandacht, al was deze helaas vaak negatief. Het gaf me een dubbel gevoel. Aan de ene kant was het prachtig te zien hoe hij genoot van de mogelijkheden die zijn nieuwe podium hem boden om contact te maken. Aan de andere kant zag ik ook hoe hij zich, door steeds de grenzen op te zoeken en te overschrijden, tot een haatmagneet maakte en een doelwit werd voor internettrollen, reaguurders en pedojagers.

Een maand geleden zag ik hem voor het laatst, in potten- en flikkerdisco de Trut. Kort daarvoor was zijn reguliere YouTube-kanaal opgeheven en was hij verbannen van Twitter wegens het schenden van richtlijnen. In mei was hij fysiek aangevallen op straat, wat hem, na een periode van angst en depressie, gek genoeg weer strijdlust had gegeven. Een nieuwe scooter zou hem helpen om meer wendbaar en mobiel te zijn, en het leek even of MarcoTM 2.0 was verrezen, maar het mocht niet zo zijn..

De Marco die ik zag was, zoals altijd, creatief, gul en verrassend. Zijn gimmick voor de avond bestond uit het uitdelen van gesigneerde houten staven van ongeveer 20 centimeter, bedoeld voor uiterlijke dan wel innerlijke massage. Naast de seksuele connotatie had het ook iets van een estafettestokje. Ik voelde me schuldig dat ik het van hem aannam en snel daarna doorgaf, en later niet eens meer wist waar het was gebleven.

Om de hoek van de Trut spraken we elkaar voor het laatst. Marco toonde zich moegestreden en boos. Toen ik probeerde om hem advies te geven, zei hij dat ik hem aan zijn moeder deed denken, en begon hij me, zonder dat ik het doorhad, te filmen en te livestreamen op Snapchat. Toen ik bezwaar maakte, zei hij: “het is maar tijdelijk, het is zo weg..” en daar hield ons gesprek mee op. Ik wenste hem nog “wel thuis”, maar kreeg geen reactie. Zoals ik van hem gewend was, zei hij ook nu geen gedag, keek niet op of om, en verdween op zijn scooter, sneller dan ooit uit mijn gezichtsveld, de zwoele Amsterdamse zomernacht in..

Schilderij: Pieter Voogt

Deze tekst werd zaterdag 8 september 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 62 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Nanette

Het zoemde al een tijdje rond, onder vrienden en op sociale media: Nanette, de Netflix-special van de Australische comédienne Hannah Gadsby. Afgelopen week heb ik deze krachtige monoloog mogen aanschouwen en ondergaan. Het was meer dan grappig, bij vlagen zelfs louterend.

Hannah begint op luchtige toon haar show en stelt zichzelf voor. Ze komt uit Tasmanië, is lesbisch, en wordt weleens voor een man aangezien. Ze komt met grappen over haar coming-out en Pride, en noemt het geluid van een theekopje dat op een schoteltje wordt gezet als haar favoriete geluid. Ze is innemend, lijkt zichtbaar te genieten van hoe het publiek lacht om haar zelfspot.

Dan sluipt er geleidelijk een andere toon in haar vertelling. Zelfspot verandert in zelfbewustzijn als ze op meta-niveau naar zichzelf in de rol van comédienne kijkt. Ze zegt dat ze zich gedwongen voelt om te stoppen met comedy, omdat het haar niet langer helpt om te kunnen zeggen wat ze te zeggen heeft. Ze stelt dat zelfspot, als je je toch al in een achtergestelde positie bevindt, niet nederig is, maar vernederend.

Wat volgt is een verrassende uiteenzetting over de makke van comedy, feitelijk een kort college over humor. Volgens Hannah laat comedy altijd het meest interessante deel van een verhaal weg, stopt het halverwege, omdat de afloop vaak niet om te lachen is. Daartoe haalt ze een paar eerdere grappen terug, en toont ons de trauma’s, de wreedheid en het onrecht voorbij die grappen.

Het is haar ernst als ze vertelt over zelfhaat, en hoe die aangeleerd wordt in de opvoeding.  Het is haar ernst als ze aandacht vraagt voor haar pijn en wat haar allemaal is aangedaan.

Uit haar ernst breekt uiteindelijk onversneden woede door. Ze hekelt de arrogantie van mannen ten opzichte van vrouwen, maakt gehakt van de cultus van beroemdheden. De zogenaamd hoge kunsten moeten er ook aan geloven. Picasso leed volgens haar aan de psychische aandoening van vrouwenhaat. Van Goghs waanzin is, wat haar betreft, onterecht geromantiseerd.

Hannah Gadsby weet haar publiek feilloos te bespelen. Ze sluit af met realisme, maar ook hoop. Al het ongemak is zorgvuldig gedoseerd, meesterlijk opgediend en prachtig afgeserveerd. Ze overstijgt haar rol als stand-up comedian, en is minstens zo zeer een gedreven activiste, een expert, een briljant observeerder, een heler en een visionair.

Gaat dat zien!

Deze tekst werd zaterdag 14 juli 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 60 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Bloei

Eindelijk is de lente hier. Na lang hunkeren kregen we onlangs een uitgestelde explosie van fris groen en sappige geuren voorgeschoteld. Na de gulle magnolia, is het in de internationale iepenhoofdstad Amsterdam tijd voor de ultieme lenteconfetti. Hoera! Het sneeuwt weer witte bloesem! Van de week dwarrelde er zelfs een vlokje feestelijk in mijn eerste glaasje rosé dat ik me buiten op het terras kon laten smaken dit jaar. Ja, het is tijd voor uitgebreid bijpraten met vrienden, wilde plannen smeden, vergezeld van de geur van zonnebrand en de smaak van volop verkrijgbare verse perziken (momenteel 2 euro de kilo).

Deze lente kan natuurlijk niet zonder nieuw geluid. Naast een nieuw shirt, een nieuw kapsel, een nieuwe foto op een datingprofiel, past een fijne portie nieuwe muziek, om te leren kennen en verliefd op te worden. Wat mij betreft is Troye Sivans single “Bloom” niet alleen zo’n nieuw geluid, maar ook de meest toepasselijke soundtrack van dit moment en dit seizoen.

De 22-jarige Sivan, die acteur, singer-songwriter en openlijk homo is, bezingt in deze dromerige electropopsong zijn zoetste seksuele verlangens. De metaforen in de tekst zijn vrijwel allemaal ontleend aan de flora. Hij nodigt hierin een andere jongen uit met hem een tuin in te gaan en deze samen te verkennen. Er zijn fonteinen en water, dat voorzichtig eerst getest wordt. Zichzelf beschrijft Sivan als een bloem, die voor de eerste keer, en speciaal voor die ander, zal ontluiken en gaan bloeien: “I bloom for you..” Collega-zanger Adam Lambert noemde het lied al een lofzang op bottomen, het genot anaal gepenetreerd te willen worden, maar het is veel meer dan dat.

Zelden heb ik een artiest in de mainstream zo open over dit onderwerp horen zingen. Het is knap hoe universeel het lied is, voorbij angstige vaagheden om maar niemand voor het hoofd te stoten enerzijds of nihilistische platvloersheid anderzijds. Ontmaagd te worden door een andere jongen wordt nu eens niet geassocieerd met de verdorvenheid, ziekte, schaamte en zelfhaat die er sinds de hoogtijdagen van de homofobie, en niet te vergeten de aidsepidemie, aan zijn gekoppeld. Nog niet zoveel jaar geleden was dit ondenkbaar geweest.

Een nieuwe lente, een nieuwe visie, een nieuwe tederheid..

Deze tekst werd zaterdag 14 april 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 58 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Trots

Trots is een knotse emotie. Geboren uit wedijver en strijd, maakt het dat we onszelf steeds vergelijken met de ander. Hoe die ander ons ziet is vaak onlosmakelijk verbonden met hoe fier we ons menen te voelen. In de LHBT+-gemeenschap hebben we een cultuur ontwikkeld rondom prides, waarin we onszelf op de borst slaan om onszelf te overtuigen dat we er helemaal mogen zijn. Geen trots zonder vooroordelen van een heteronormatieve buitenwereld, geen pride zonder prejudice.

De laatste tijd valt het me op dat er in de media nogal wat grieven worden geuit vanuit gekrenkte trots.

Zo was er ophef over zanger Jamai, die veel kritiek te verduren kreeg omdat hij te kennen had gegeven in zijn nieuwe liedjes alle mannelijke verwijzingen opzettelijk te vermijden. Was het niet ontzettend labbekakkerig om anno 2018 je homoseksualiteit zo welbewust uit je teksten te houden?

Op social media zag ik opmerkelijk veel zure recensies van homo’s die over de met een oscar bekroonde film “Call Me By Your Name” niet in hun nopjes waren. Meerdere keren las ik verbolgenheid over het feit dat zowel de oorspronkelijke auteur als de uiteindelijke acteurs in de hoofdrollen, geen van allen werkelijk homo waren. Hoezo zichtbaar en representatief?

Dan was er nog een relletje over de nieuwe donorwet. Een handjevol jonge gay vloggers op Youtube bekenden principieel tegen het afstaan van de eigen organen te zijn, zolang er in hun ogen nog discriminerende bepalingen bestaan die bij bloeddonatie onderscheid maken op basis van seksuele voorkeur.

Zelf was ik een beetje kriegel toen ik bij de gemeenteraadsverkiezingen lang heb moeten speuren naar openlijke roze kandidaten, dan wel kandidaten die zich expliciet wilden inzetten voor de LHBT+-achterban. Was dit politiek opportunisme, angst om stemmen te verliezen, of was het thema nu even niet hip genoeg?

Gek genoeg is er bij al deze gevallen ook wel weer wat redelijks tegenin te brengen. Heeft een zanger niet gewoon de artistieke vrijheid om wat meer universele teksten te vertolken? Waarom zouden een heteroseksuele schrijver en acteurs niet op een prachtige en waarachtige wijze een homoseksueel liefdesverhaal kunnen vertellen? Was het niet ietwat appels met peren vergelijken, en wat egocentrisch om beleid over bloeddonatie te koppelen aan dat van orgaandonatie? Was het niet wat veel om van kandidaten te eisen publiekelijk uit de kast te komen en kleur te bekennen?

Hoewel ik probeer feitelijk en verstandig te zijn, voel ik het toch in eerste instantie schuren en snijden. Hoewel de nuance doorgaans snel verschijnt, snap ik donders goed waar alle verongelijkte en aangebrande reacties vandaan komen.

De knoop zit hem in halfslachtigheid. Wat hebben we immers aan halfbakken tolerantie of bondgenoten die weifelen? Zijn we in het verleden al niet genoeg afgewezen?

Het is als een klasgenootje dat wel een snoepzakje van je aan wil nemen, maar niet met je wil spelen. Het is als de religieuze regel dat je prima homo kunt en mag zijn, zolang je het maar niet praktiseert. Ja, ze willen wel je homohart, maar ja, dat bloed dat er de hele tijd doorheen heeft gestroomd, liever niet..

Zo vaak voelt “gelijk” als “niet gelijk genoeg”. Trots is dan het zuiverende maar bijtende zout in oude wonden.

Deze tekst werd zaterdag 14 april 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 57 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Eelt

“Mafkees! Slapjanus! Special snowflake!”

Dergelijke verwensingen vliegen je tegenwoordig om de oren bij het lezen van, en het deelnemen aan het publieke debat op de klassieke en de sociale media. Je zou er nog bijna aan gaan wennen..

Het lijkt de favoriete verdediging te zijn van eenieder die kritiek te verduren krijgt over bepaalde gedane uitspraken of gedrag. In plaats van te luisteren en te proberen te begrijpen wat de ander beweegt, wordt steevast de aanval ingezet. Voorstanders van Zwarte Piet verwijten tegenstanders dat ze zeuren. Voetbalcommentatoren die op tv een transgender presentatrice belachelijk maken, beweren dat hun criticasters gewoon geen gevoel voor humor hebben. Populistische politici plegen karaktermoord als er niet genoeg feiten of argumenten zijn om hun visie te onderbouwen.

Het is steeds hetzelfde uitgekauwde riedeltje. In plaats van in de spiegel te kijken, wordt de ander verweten niet weerbaar genoeg te zijn. Het niveau is dat van het schoolplein, en de teksten zijn die van pestkoppen:

“Kom op! Toon eens wat in-cas-se-rings-vermogen!”

“Boehoe, ga nu niet huilie-huilie doen..”

Het heeft niks meer te maken met het uitwisselen van standpunten, maar alles met vernedering en intimidatie. De toon is aangebrand, vijandig, argwanend en bitter. De onderliggende boodschap gaat over pijn. Hoe durft die ander immers na te laten een wat dikkere huid te kweken? Hoe haalt die ander het in zijn of haar hoofd om de harde realiteit niet onder ogen te willen zien?

Anderen wordt de maat genomen in hoeverre ze al of niet genoeg eelt op de ziel hebben. Alsof eelt een verdienste is, een kostbare verworvenheid, iets om je superieur over te voelen naarmate je er meer van hebt. Het is een cultus van murwheid geworden. Hoe dikker dat eelt, hoe sterker jij je waant ten opzichte van anderen. Maar vanwaar dan die woede? En waarom lijken mensen die met gemak de meest grove en vernietigende kritiek spuien, zelf het meest beledigd als de kritiek een keer henzelf betreft?

Ik denk dat eelt geen stoere persoonlijke prestatie is, maar simpelweg een tegenreactie op wrijving en trauma van buitenaf, waar je meestal niks over te zeggen hebt. Het mag als buffer fungeren tegen nog meer kwetsuren, maar haalt de oude pijn geenszins weg. Daarnaast maakt het eenzaam, verwijdert het je van je natuurlijke gevoeligheid en je vermogen contact te maken.

Te veel eelt heeft een grote prijs. Buitensporige verharding kan doordringen tot onderliggende weefsels en zenuwen, en uiteindelijk leiden tot amputatie.

Noem me naïef, maar ik zie de wereld toch liever zachter dan harder worden. Weg met dat pochen over mentale eksterogen! Weg met die verkapte nijd naar iedereen die het geluk heeft nog enig gevoel te hebben overgehouden!

Ik gun iedereen die zich nu wanhopig op de borst slaat een psychische pedicure en een warm bad, en, zo nodig, een helende behandeling met de rasp, de vijl en de puimsteen.

Voor mij is eelt geen kracht, maar enkel een teken van onmacht.

Deze tekst werd zaterdag 10 maart 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 56 van het radioprogramma Kulti Kulti.