Veranderen: methode

“Als je niet schrijft om de wereld te veranderen, kun je beter helemaal niet schrijven.” Aldus Édouard Louis (1992), de Franse schrijver van een serie autobiografische romans en novelles, waarin hij vertelt over zijn jeugd en jongvolwassenheid, geplaagd door armoede, giftige mannelijkheid en homofobe agressie. Zijn oeuvre, van Weg met Eddy Bellegueulle tot Veranderen: methode leest als een zeer noodzakelijk politiek pamflet. Hij houdt de lezer een spiegel voor met zijn persoonlijke levensverhaal. De bittere ernst van zijn bekentenisliteratuur resoneert wereldwijd, daagt uit om pijnlijke realiteiten onder ogen te zien, en inspireert mij persoonlijk, om terug te gaan naar mijn eigen verleden.

Wat doe je als opgroeiende homojongen, getergd door leeftijdsgenoten die je ineens niet meer mogen, je wegpesten en uitsluiten, omdat je in hun ogen niet meer voldoet? Je probeert te vluchten. Je grijpt alles aan om weg te komen uit de voor jou vijandige omgeving. Je probeert je status als buitenbeentje om te buigen. Zij vinden je raar en afwijkend, maar jij probeert het te zien als speciaal en buitengewoon. Zij zien je als minderwaardig, jij zult ze daarentegen allemaal nog lelijk op hun neus doen kijken door te triomferen door te transformeren!

Hoewel ik niet de armoede gekend heb die het leven van Édouard Louis zo getekend heeft, ben ik me wel degelijk bewust van mijn sociale klasse. Als zoon van een vader uit een arbeidersgezin en een moeder uit de middenstand, wit, katholiek, opgegroeid in het dorp Groesbeek, voelde ik me toch provinciaal, beknot en gevangen in een sfeer van conservatisme. Als ik nou maar gewoon een degelijke baan had kunnen vinden, een leuke vrouw, een huisje, een boompje, een beestje, dan was het vast goed gekomen. Maar juist dat wilde en kón ik niet, onder geen beding.

In mijn puberteit wierp ik het geloof af, ging ik vegetarisch eten, boeken over filosofie lezen, deed ik mijn stinkende best om mijn zachte g te verharden en was ik steeds vaker te vinden in Amsterdam. Lange tijd probeerde ik mijn gemis aan aandacht en erkenning te compenseren door te streven naar succes en roem. Onder het alibi van het volgen van een universitaire studie toog ik uiteindelijk naar de hoofdstad om het daar helemaal te gaan maken.

Ik vluchtte en veranderde mezelf, keer op keer, tot ik niet meer kon. Een pril begin van een mogelijke loopbaan bij de landelijke radio werd gedwarsboomd. Mijn jeugdige schoonheid en charme doofden langzaam uit. Depressie maakte me nederig en leerde me dat willen en kunnen niet per se hetzelfde zijn. Hoe maakbaar was ik überhaupt? Je kunt je als een slang levenslang blijven vernieuwen, je oude huid steeds afstoten, maar er komt een punt dat je je onvermijdelijk in je eigen staart bijt..

Het beklimmen van de sociale ladder, zoals Édouard Louis beschrijft, is moordend. Het verraad is fnuikend. Het doet me nog het meest denken aan dat beeld wat ik afgelopen winter zag: een glimmende, piekgave trap met 7 treden, losgeslagen, gedumpt op straat. Hoewel de weg naar boven zich verleidelijk aftekende, leidde deze nergens naartoe. Het afgedankte opstapje leunde daarentegen tegen een oude haagbeuk aan. Het was allebei hout, maar het grote verschil was dat de haagbeuk geworteld was, en dus, nog volop leefde.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 105 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 11 juni 2022]

De stille kracht

Terwijl de actualiteit lijkt te zijn vergeven van het bodemloos bloedvergieten en de genadeloze genocide in Oekraïne, klamp ik me vast aan de stille kracht. Terwijl we om de oren worden geslagen met voorbeelden van brute overmeestering, zoek ik mijn toevlucht tot toonbeelden van hoe het ook anders kan.

Een belangrijke mededinger naar de Oscar voor de beste film van het afgelopen jaar was The Power Of The Dog. Geregisseerd door Jane Campion, met in de hoofdrollen Benedict Cumberbatch en Kirsten Dunst, was het een verfrissend commentaar op giftige mannelijkheid. Hoewel we als kijker aanvankelijk meegesleept worden in de destructieve stoerheid van het personage Phil, een zelfhatende homoseksuele man, die zijn gevoelens overschreeuwt door zijn schoonzus en haar zoon te tiranniseren, bloeit de sympathie al snel op voor zijn nemesis, de jonge Peter Gordon. Hij is androgyn, beweegt zich elegant en maakt beeldige bloemboeketten van papier. Hij wordt belachelijk gemaakt, belaagd en geplaagd, maar vervolgt steeds met opgeheven hoofd zijn weg. Het is een bescheiden en stille rol, maar een cruciale. Om zijn moeder te beschermen brengt hij een plan ten uitvoer, waarmee hij uiteindelijk Phil weet weg te vagen.

Een andere stille held openbaarde zich voor mij in de Braziliaanse nominatie voor beste niet-Amerikaanse film: Deserto Particular (Aly Muritiba). Deze film lijkt in eerste instantie te gaan over Daniel, een door gewelddadig gedrag in opspraak geraakte politieman, die op zoek gaat naar zijn vrouwelijke geliefde, die hij ontmoette via internet. Gedurende het verloop wordt de focus echter verlegt naar degene waar hij zo naar smacht. Zijn geliefde blijkt geen vrouw, maar een jongeman in drag te zijn, genaamd Robson. Deze Robson, tenger als hij is, blijkt fysiek uiterst sterk, gezien het vele gesleep met zware zakken groente en fruit op de markt, waar hij werkt. Robson toont zich ook emotioneel sterk: koelbloedig, onverschrokken, en bovenal trouw aan zichzelf, waar Daniel bibberend en trillend voor zijn eigen gevoelens het onderspit delft.

Als je het eenmaal ziet, kun je er niet meer je ogen voor sluiten: ogenschijnlijk niet-masculiene mannen die moediger en daadkrachtiger blijken dan hun zogenaamd stoerdere tegenpolen. Ik moet dan bijvoorbeeld denken aan dandy Truman Capote, die andere mannen steevast liet winnen bij handje-drukken, terwijl hij ze allemaal makkelijk de baas had gekund. Of, in Nederland, iemand als Marc-Marie Huijbregts, die vaak belachelijk wordt gemaakt om zijn hoge, schelle stem(gebruik), maar die, getuige onder meer zijn reacties in zijn podcast met Aaf Brandt Corstius, zich nooit de kaas van het brood laat eten, en iedere vorm van kritiek met verve weet te pareren. Of, wat te denken van ons aller Dolly Bellefleur, alter ego van Ruud Douma, die ooit heel scherp en geestig stelde: “Het haantje van vandaag is de plumeau van morgen.” En zo is het!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 103 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 9 april 2022]

Stemming

Mijn vingers jeuken.. of zijn ze verkrampt? Het feest van de lokale democratie is aanstaande, en ik bereid me voor weer een vakje rood te kalken. Aan de ene kant is het een daad van welvaren, van welgemoed mijn burgerplicht vervullen. Aan de andere kant is het een opgave, een plechtig proces van wikken en wegen. Juist nu, in een tijd waarin democratie vluchtiger en kwetsbaarder blijkt dan ooit, wil ik de juiste keuze maken.

Verkiezingen zijn als kansspelen. Je zet in op een lijst en op een kandidaat, zonder te weten hoe het balletje later precies gaat rollen. Standpunten, intenties en beloftes zijn handig om te vernemen, maar staan vaak haaks op wat praktisch haalbaar is, en zijn soms ronduit opportunistisch.

Deels moet je ook maar op de mooie blauwe, bruine of anders gekleurde ogen van de kandidaten vertrouwen. Iemands mooie ogen kunnen ook verblinden. Het zal niet de eerste keer geweest zijn, dat ik me gruwelijk vergaloppeerde en als een roekeloze gokker mijn hand overspeelde.
Ik denk terug aan die veelbelovende wetenschapper die minister voor de PvdA werd, maar af moest treden om een schandaal. Ik betreur die laatste keer dat ik voor die partij stemde die beweerde groen en links te zijn. Vanwaar toch die bizarre liefde voor biomassa, die wreedheid richting bijstandsgerechtigden en dat afwimpelen van vragen over een weggemoffeld rapport over anti-LGBT+-geweld? Onbegrijpelijk.

Soms denk ik: hoe zoek ik ze uit? Het lijkt erop dat ik een talent heb om de meest omstreden types eruit te pikken. Vier jaar geleden stemde ik, na enige twijfel, toch maar op iemand van wie ik vermoedde dat ik hem wel begreep. Hij was bevlogen, rond mijn leeftijd, queer, en zag er niet onaardig uit. Helaas verhuisde hij vervolgens meteen naar een buurgemeente. Stem kwijt! Echt beschamend werd het pas toen hij een paar jaar later, ten overstaan van een cameraploeg, volledig door het lint ging bij een aanvaring met de politie..

Of wat te denken van die fascinerende aspirant-parlementariër, die ik een podium bood in mijn radioshow, die nog geen twee weken later de kamer moest verlaten wegens vermeend grensoverschrijdend gedrag met minderjarige jongens?

Wat zeggen deze keuzes over mijn eigen karakter en beoordelingsvermogen? Niemand is perfect. Misschien eis ik wel het onmogelijke van volksvertegenwoordigers en overschat ik mijn rol als kiezer. Waarom er niet genoegen mee nemen dat mijn stem een andere stem op een homofoob of neofascist compenseert?

In mijn fantasie is die ene stem van mij als een welgemeend uitroepteken, geschreven in felle neon-inkt. In de werkelijkheid is dat stemmetje waarschijnlijk meer als een vaag druppeltje dat op een blad vol pastels valt. Als een traan in de waterverf.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 102 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 12 maart 2022]

Kulti Kulti x 100

LGBT+ Radioshow Kulti Kulti tikt de 100 aan! Hoera!

Kulti Kulti heeft me de afgelopen jaren uitgedaagd en gemotiveerd, soms tot wanhoop gedreven, maar ook voortgesleept. Als presentator en samensteller kan ik de wereld een versie van mezelf laten zien die minder overschaduwd is door depressie dan mijn dagelijkse zelf, en zo, naar mijn ervaring, toch enigszins meedoen in deze maatschappij. Hoewel misschien een illusie, gezien de hardvochtige cohortaanpak van de gemeente Amsterdam, die niet om participatie blijkt te gaan, maar enkel om geld, zou ik me momenteel toch geen zinvollere invulling van mijn leven kunnen indenken.

Kulti Kulti is geen willekeurige hobby, maar een vurige passie en roeping. Het doet me goed de hort op te moeten gaan met mijn draagbare microfoon. Het brengt me structuur en focus, maar vooral verdieping, verbinding en vriendschap.

Ik ben in de gelegenheid geweest de meest fantastische mensen te mogen ontmoeten en te interviewen: van de jonge scenarist Maud Wiemeijer tot de heren Cuperus en Witteveen, inmiddels beiden overleden, maar geliefden voor meer dan 60 jaar. Van de openhartige Noah Valentyn tot de seksverslaafde Alexander. Van directe gevoelsgenoten tot gasten die me de ogen wisten te openen over hoe het kan zijn om non-binair, niet wit of trans te zijn.

Vorig jaar groeide het aantal luisteraars middels de podcast met tienduizenden downloads. Ik koester iedere luisteraar, en met name de trouwe luisteraars van het eerste uur. Zo zou ik zonder de warme belangstelling, suggesties en adviezen van Bert Boelaars en la Lydia Til waarschijnlijk allang gestopt zijn.

Zeer dankbaar en schatplichtig ben ik ook aan Gert Hekma, die met zijn eigenzinnige ideeën mij immer wist te inspireren tot gewaagde klankbeelden en muziekkeuzes. Het kloppende hart van Kulti Kulti is toch wel Marc Hesselink, die naast zijn dierbare vriendschap, mij en alle luisteraars steeds weer weet te verwennen met zijn boeiende en smeuïg vertelde culturele tips (en niet te vergeten zijn zalige odes aan allerhande diva’s).

Een waar hoogtepunt vond ik het produceren en opnemen van het Winterhoorspel: de bereidwilligheid en het plezier van de spelers, die zij aan zij rond mijn keukentafel de meest absurde teksten uit hun mond wisten te krijgen.

Door Kulti Kulti leef ik van maand tot maand, en dat is bepaald geen straf. Zolang het goed blijft voelen en zolang het kan, zal ik blijven delen wat mij, en de mensen om mij heen, raakt, beweegt, ontroert en inspireert, voor de regenbooggemeenschap en verder iedereen die het horen wil!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 100 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 8 januari 2022]

Freddie

Het is 24 november 1991, ik ben 15, en met stomheid geslagen: Freddie Mercury, zanger en voorman van rockgroep Queen, blijkt ineens niet meer te zijn. Overleden aan de gevolgen van AIDS..

Met rode oren luister ik naar de dramatische cadans van Innuendo, met daaroverheen een ontgoochelde Frits Spits, die op de radio een eerbetoon brengt. Met rode wangen laat ik het nieuws op me inwerken. Hoewel ik inmiddels diep in mijn hart weet dat ik eigenlijk meer op jongens dan op meisjes val, schrik ik van de insinuatie dat Freddie klaarblijkelijk dan toch ook wel van de mannenliefde moet zijn geweest.

Het beeld wat ik toen had van Freddie was van een oudere, stoere en robuuste man, een macho, een haantje, een koning. Van jongs af aan had ik de videoclips als een soort gospel tot me genomen via AVRO’s Toppop en Veronica’s Countdown. Het idee dat deze krachtige man een homo of biseksueel moest zijn geweest, fascineerde, verwarde en beangstigde me.

De postuum vrijgegeven clip van These Are The Days Of Our Lives, waarin Freddie uitgemergeld, onder een dikke laag makeup en in soft focus, als een schim van zijn vroegere zelf, toch een heldhaftig afscheid neer weet te zetten, zal mijn verdere jaren als jonge homo bepalen en tekenen. Dit afschrikwekkende beeld leert mij dat homoseks, en dan vooral onveilige anale homoseks, zeer gevaarlijk en zelfs dodelijk kan zijn.

Naarmate ikzelf in de jaren daarop langzaam meer durf toe te geven aan mijn verlangens van liefde en lust, blijft deze gruwelijke vlaag van Freddie als waarschuwing boven me zweven: “waag het niet!” Als ik uiteindelijk ronduit uit durf te komen voor wie en wat ik ben, kijk ik enigszins meewarig naar de oude rocklegende. 10 jaar geleden had ik het, vanuit mijn activistische gedrevenheid tot meer zichtbaarheid, zelfs nog tragisch genoemd dat Freddie zolang zo geheimzinnig had gedaan. .

Inmiddels kijk ik met andere ogen naar het fenomeen en vooral ook de mens Freddie Mercury. Er zijn inmiddels vele prachtige documentaires verschenen, waarin Freddie middels archiefopnames vrijuit spreekt, geen maskerade ophoudt, maar zijn speelse, geestige en soms stoute zelf laat zien. De krampachtige tijdgeest met de homofobe sensatiezucht lijkt eindelijk achterhaald. Ja, hij was de koning van Queen, maar ook ooit een verlegen jongetje uit Zanzibar, dat zich schaamde voor zijn vooruitstekende tanden. Ja, hij was een ultieme levensgenieter, lustte er wel pap van, maar was ook introvert en romantisch. En ja, de biopic “Bohemian Rhapsody” geeft weliswaar een mooie introductie, maar is mijns inziens toch te kort door bocht om recht te doen aan wie hij was.

Zijn al te menselijke complexiteit wordt onderstreept door zijn muzikaliteit, die met de jaren alleen maar tastbaarder is geworden. Gerestaureerde geluidstracks met geïsoleerde vocalen brengen Freddie dichterbij dan ooit. Luister bijvoorbeeld naar de recente podcastserie “De laatste dagen van Freddie Mercury” voor indringende voorbeelden daarvan. Hier is onder meer te horen hoe Freddie tot het bittere eind, soms opgepept door een paar glazen wodka, er bewust voor blijft kiezen om muziek te maken, en zangpartijen de microfoon in weet te slingeren die zijn doodzieke toestand overstijgen. Zijn stem mag dan wat dunner klinken, de kracht, de scherpte, het bereik en de expressie blijven ongeëvenaard, zelfs in vergelijking met hedendaagse zangers in de bloei van hun leven.

30 jaar zijn er voorbij gegaan sinds zijn overlijden. Hiv is voor velen gelukkig allang niet meer een doodvonnis, maar meer een chronische aandoening waar je oud mee kunt worden. Homoseksualiteit is verder uit het verdomhoekje gekomen en de acceptatie is in bijzondere mate gegroeid.

Mijn angst heeft plaatsgemaakt voor meer bewondering en tederheid. Mijn aanvankelijke schok heeft plaatsgemaakt voor herkenning. Freddie lijkt me steeds naderbij te komen nu ik hem onlangs ingehaald heb in leeftijd. Van de man die 3 keer zo oud was als ik, toen hij stierf, is hij nu voor altijd een jongere man geworden.

I was born to love you!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 99 van LGBT+ Radioshow Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 11 december 2021]

Sex Education

Er zijn van die series die je achteloos achter elkaar doorkijkt, en er zijn series die je koestert. Sex Education van Netflix valt, wat mij betreft, in die laatste categorie. Het is niet alleen omdat het fijner is om het samen te kijken, maar vooral ook omdat het zonde is om al dat moois er in één keer doorheen te rauzen.

Sex Education, momenteel bestaand uit 3 seizoenen, gaat over het seksuele wel en wee van een groep Britse jongeren en hun ouders. De “voorlichting” in de titel is dubbelzinnig, omdat het geen educatieve serie is, en de gegeven adviezen vaak nogal schuren. Het universum van de serie is bewust gefictionaliseerd: auto’s, kledingstijlen en de muzikale soundtrack waaieren uit over vele decennia, en vormen daarmee een smaakvolle eclectische melange. De lommerrijke omgeving geeft het geheel iets sprookjesachtigs en de middelbare school waar veel scènes zich afspelen is deels gemodelleerd naar de Britse vorm, deels een pastiche op de typisch Amerikaanse high school.

Het bijzondere aan Sex Education is dat het een prachtig uitgebalanceerde dramedy is: een mengvorm van drama en comedy. Er valt veel te lachen met de bizarre plotwendingen, seksuele slapstick, gênante toestanden en de bonte stoet personages. Het wordt pas echt interessant als de aanvankelijk lachwekkende schoolclichés (de gemene meid, de nerd, de atleet, de homo-als-beste-vriend) op zijn kop worden gezet, en de personages uitgediept worden.

Niemand blijkt zwart of wit, hoe schetsmatig bepaalde karakters ook geïntroduceerd worden. De meerkleurigheid (zoals ook gesymboliseerd in het grijs-rood-blauw van het iconische jasje van protagonist Otis) moet langzaam blijken, en voor sommige personages duurt die ontwikkeling meerdere seizoenen. Misschien wel het meest verrassende voorbeeld hiervan is Adam Groff, zoon van het strenge schoolhoofd, die we leren kennen als een nare, homofobe pestkop, met een lege blik in zijn ogen. Het is pijnlijk om te zien hoe hij de vrolijke en gevoelige Eric belaagt en intimideert. Des te opzienbarender is het dat je, later in de serie, zowaar toch medelijden met hem krijgt, als je ziet hoe hij ploetert om zijn gevoelens onder ogen te zien en in woorden te vatten.

Het ontdekken van je eigen seksualiteit, en deels ook gender, wordt getoond op een manier die wat mij betreft recht doet aan de realiteit: het is rommelig, tegenstrijdig, soms beschamend, maar ook spannend en opwindend. De ironie zit in de tegenstelling tussen feitelijk weten en persoonlijk ervaren, tussen verstand en gevoel. Zo is het gegeven dat Otis’ moeder Jean (een heerlijke rol van Gillian Anderson) sekstherapeut is, juist een bron van ergernis voor hem en een belemmering om zich seksueel vrij te voelen. Paradoxaal genoeg is het ook Otis, die schoolgenootjes vaak goede raad op seksueel gebied weet te geven, terwijl hij dan zelf nog geen enkele fysieke ervaring heeft gehad.

Het is verfrissend hoe divers de serie is. Naast dat er een regenboog aan seksuele voorkeuren voorbij komt, is er ook veel variatie in leeftijd, culturele achtergronden, sociale, geestelijke en lichamelijke gesteldheid. De dorst naar “voorlichting” blijkt uiteindelijk veel meer dan een behoefte aan informatie. De personages zoeken bovenal bevestiging van wie en wat ze zijn, en toestemming er te mogen zijn. Wie wil dat niet? Als toeschouwer van hun zoektocht heb ik ze inmiddels diep in mijn hart gesloten. Gaat dat zien!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 98 van LGBT+ Radioshow Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 13 november 2021]

Terugkeer

Langzaam glijd ik terug in een oud normaal dat ik allang vaarwel had gezegd om te kunnen overleven. Ik grijp het aan, maar niet te gretig, bang dat het me binnenkort toch weer afgenomen zal worden. Mijn handen vormen een kommetje om de ondergaande nazomerzon heen: niet te bezitten, noch te bevatten.

Het begon in dat Badhoevedorpse hotel, bij die blakende bingoshow van Corrie & Donna, waar ik me, bedacht en beducht, voor het eerst weer durfde te begeven onder een massa mensen, bestaande uit vakantievierende seniore vriendenclubs en prille gezinnen, lachend om dansjes, valse bingo’s en “de broodroostervrouw”.

De geplaceerde bioscoop bood me een tweede kans op onbezorgde ontsnapping. Door een driedimensionale bril vond ik nieuw perspectief in de epische duinpannen waar Timothée Chalamet in ronddartelde. Een onbeschaamde en onbedaarlijke slappe lach viel me echter toen ineens, als tegenwicht van alle opgekropte ernst, ook ten deel, waarop we de zaal voortijdig verlieten.

Het terras beloofde, krap tegen Assepoesters avondklok, een welkome bevrijding. De Reguliersdwarsstraat was in volle glorie: een onderonsje met honderd paar twinkelende ogen, genietend van de late avond, de drank en elkaars gezelschap. Daarbij was het weer zo zacht, dat het moeilijk was om niet nog minstens een uur langer te blijven hangen.

Het smaakte zoet als honing om langzamerhand weer in elkaars armen te kunnen vallen. Even later om ook voorzichtig weer voor publiek te mogen zingen in een fysieke zaal, samen goulash te eten, en een verjaardag te vieren rond een verbroederend vreugdevuur op Stelcon Beach.

Ik koester de sintels, de rook, de hernieuwde gloed van mijn vingertoppen tot in mijn tenen. Niet te bezitten, noch te bevatten..

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 9van LGBT+ Radioshow Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 9 oktober 2021]

Falsetto

Niet ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Als ik mezelf beschouw als zangvogel, moet ik wel een paradijsvogel zijn. Ik ben weliswaar door de natuur bedeeld met een hoge bariton, maar ik vlieg gerust hoger en verder, als ik daar zin in heb.

Onlangs werd ik toch terechtgewezen. Ik had in een vocale ode aan Britney Spears het gewaagd om mijn falsetto, mijn kopstem aan te spreken (luister hier naar de betreffende cover). Het kwam me op kritiek te staan. Waarom hield ik hier niet gewoon mee op? Waarom mijn medemensen nog langer tergen met dit onnatuurlijke en geforceerde stemgebruik?

Hoe je als (amateur-)vocalist je stem inzet en kleurt, is een zeer persoonlijke keuze. Je stem is niet louter een dwingende fysieke structuur, maar ook een vrijplaats om te experimenteren en te ontdekken hoe je je werkelijk wilt uitdrukken.

Mijn falsetto bleek een afknapper. Waar het bij de meeste vrouwen zonder baard in de keel een redelijk vloeiende, en dus acceptabele overgang is van borst- naar kopstem, is het bij mannelijke stemmen kennelijk hoekiger en moeilijker, en soms ronduit een taboe.

De enige uitzondering hierop lijkt de klassiek geschoolde tenor te zijn, die met zijn hoge C zijn kopstem zo weet om te vormen dat deze klinkt als een verlengde van zijn reguliere register, maar dit in feite toch niet is.

Als sensitieve en feminiene man, omarm ik juist de mogelijkheden van mijn zogenaamd “valse” stembanden. Hoe zou ik zonder de inspiratie kunnen van helden en wegbereiders als Michael Jackson, Prince en Mika?

Er is moed voor nodig om als man je meer kwetsbare en tere klanken te laten horen. Als ik bijvoorbeeld Lana Del Rey’s “Norman F*cking Rockwell” of “Let Me Love You Like A Woman” voor publiek zing, inclusief een passage in falset, doe ik dit bewust om een verhaal te vertellen, van liefde, van hunkering, maar ook een beetje van gender en identiteit.

Zelfs de van nature niet bijster hoge mannenstemmen, schitteren bij het smaakvol toelaten van wat kopregister. Zie bijvoorbeeld de triomf van Duncan Laurence op het Songfestival, of beschouw de keuze van de warme baritoneske zanger John Grant, die in zijn recente song “Billy” zijn kopstem omarmt, terwijl hij makkelijk diezelfde passages uit volle borst had kunnen belten, ware het niet dat de tekst gaat over giftige mannelijkheid ofwel “the cult of masculinity”..

[Deze tekst is ook te beluisteren: HIER, binnen aflevering 96  van LGBT+ Radioshow Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 11 september 2021]

Spekkoek

Nederland is red velvet cake. Code rood, vermomd als zoethoudertje. We worden honing om de mond gesmeerd terwijl de kat al op het spek is gebonden. De feesten vangen aan, of toch weer niet?

Ik ben bepaald geen spekkoper, hoogstens iemand die wat spekkoek heeft weten te bemachtigen. Pandan, dat dan nog wel..

Mijn gedachten zijn gelaagd, gestreept als deze koek: grijze banen doorspekt met gifgeel. Ik ben zo flexibel, doch voel me inwendig uiteen gedreven tot flauwe flinters hoop en wanhoop.

Sociaalmediaal vallen mij nog steeds verzoeken tot wulpse vriendschap toe. Zij luisteren naar de meest fascinerende namen: Tanja Baumann Reimann, Wibke Hetz Hellmuth, Inga Reichen Friedel, Amalia Posse Kreutzberg, Birgit Turnau Hesse, Rolanda Rottmann Heissler, Nicole Kepler Jonas. En ik ben nog niet eens hetero..

Ik koester de complimenten van vreemdelingen in de dating-app, en van een jonge zwerver op straat. Hoewel steriel, zijn ze alles behalve futiel. Maar geen spek voor de bek.

Mijn intiemste vriendschappen hebben zich weliswaar verdiept, maar even zozeer in schoonheid als in lelijkheid, in mezelf en in de ander.

Er staat ons ongetwijfeld een opleving te wachten. Van liefde en warmte en/of ziekte en dood.

Ik zou me willen verheugen als ik zou durven..

[Deze tekst is ook te beluisteren: HIER, binnen aflevering 94  van LGBT+ Radioshow Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 10 juli 2021]

Malebu

Geen zomer zonder zomerhit. Je hoort een liedje en raakt overrompeld. Je weet vrijwel meteen dat dit ‘m is. Je hoeft het niet te analyseren of af te wegen. Wat je smaak ook mag zijn, je zomerhit is meestal onmiskenbaar. Je kunt er niet onderuit. Mijn persoonlijke bevlieging voor zomer 2021 is de nieuwe single van Conchita Wurst, getiteld Malebu.

Hoewel (nog) geen hit in enige parade, was mijn favoriet duidelijk toen ik de videoclip zag. Malebu, gespeld met een E in plaats van een I is net zo fluïde als Tom Neuwirths immer evoluerende alter ego. Zoals alles altijd net ietsje anders is in de wondere wereld van La Wurst.

Sinds de overwinning op het Songfestival van 2014 met Rise Like A Phoenix is er veel veranderd. Conchita ging van power ballads naar symfonisch naar hoekige electropop naar zwoele zomerklanken, en liet zien meer te zijn dan “de vrouw met de baard”. De iconische look waar ze het grote publiek mee wist te bereiken, wierp ze meerdere malen van zich af, om deze vervolgens opnieuw uit te vinden. Ze heeft daarmee het statische stereotype van de drag queen overstegen door feminiene en masculiene elementen naar believen te benadrukken of te laten voor wat ze zijn.

In de clip zien we Conchita zonder pruik en zonder al te veel make-up. De set bestaat uit niet veel meer dan een gekleurde achtergrond en wat zomerse attributen als rolschaatsen en waterijsjes. Het spektakel komt puur en simpel van Conchita zelf: de twinkelende ogen, het geknoei met eten, de aanstekelijke vrolijkheid van iemand die zichzelf vooral niet te serieus neemt.

Malebu geeft hoop op een zomer met wat minder zorgen. Conchita toont ons hoe: door het beste te maken van wat we hebben en zonder reserves of gêne alle kanten van onszelf te vieren.

[Deze tekst is ook te beluisteren: HIER, binnen aflevering 93 van LGBT+ Radioshow Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 12 juni 2021]

%d bloggers liken dit: