Leaving Neverland

Mijn hoofd maakt overuren, mijn hart voelt zwaar en een gevoel van moedeloosheid heeft zich over me uitgestort sinds ik de documentaire “Leaving Neverland” heb gezien. Ja, ik ben een bewonderaar en fan van Michael Jackson. Ja, de man heeft me van jongs af aan geïnspireerd, niet alleen door zijn geniale muziek en video’s, maar ook door wie hij was, of wie ik dacht dat hij was: een uiterst sensitieve ziel, nederig, gul en begaan met de wereld, en een rolmodel voor alle buitenbeentjes.

Het is niet de eerste keer dat ik overvallen ben door twijfel. In 1993, toen Michael Jackson beschuldigd werd van seksueel misbruik door Jordy Chandler, moest ik tot mijn spijt bekennen dat, als ik echt heel eerlijk was, ik niet honderd procent kon uitsluiten dat Michael Jackson meer dan platonische contacten had met de vele jonge jongens in zijn leven. Ik was er immers niet bij, en ik kon me, als puberende middelbare scholier, toch ergens ook indenken dat er misschien iets vanuit seksuele spanning was gebeurd wat eigenlijk niet had mogen gebeuren. Des ondanks huldigde ik het standpunt dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel onomstotelijk is bewezen.

In 2005 was het opnieuw hommeles, en werd Michael Jackson voor het gerecht gesleept in de zaak van Gavin Arvizo. Nagelbijtend en kettingrokend wachtte ik voor de buis het vonnis af, en was half opgelucht, half verbaasd toen hij, tegen de voorspellingen van de media in, op alle 14 gronden vrij werd gesproken. Toen ik jaren later de verslagen van de rechtzaak las, vielen me de schellen van de ogen: schimmige tijdlijnen, onbetrouwbare verklaringen en bovenal geen greintje bewijs. De geruchten rond Michael Jacksons pedofiele neigingen verstomden echter daarna  nooit meer, en zijn imago en carrière werden nooit meer wat ze waren geweest.

10 jaar na Jacksons overlijden, is er nu dus de 4 uur durende docu “Leaving Neverland”, waarin regisseur Dan Reed twee volwassen mannen hun verhaal laat doen over hoe ze ingepalmd, gegroomd en vervolgens seksueel misbruikt zouden zijn door de King of Pop. Gewapend met een pot thee en gebakken eieren, liet ik alles over me heen komen.

“Het is met Leaving Neverland heel simpel: er zijn critici van de film, en er zijn mensen die de film gezien hebben,” aldus 3voor12’s Atze de Vrieze op de site van de VPRO, die met trots de documentaire aankondigde. Ik was op het ergste voorbereid, maar bleek uiteindelijk onder allebei de categorieën te vallen. Ja, ik heb het gezien, en ja, ik kan niet anders dan toch ook zeer kritisch zijn.

De film is eenzijdig, past geen wederhoor toe, en levert geen verlossend bewijs. Alles is van horen zeggen, en niks daarvan wordt gestaafd. De vormgeving is sober, de montage langdradig en repetitief. De steeds terugkerende droneshots hebben een hypnotiserend effect. De fan in mij dacht nog: als je een leugen maar lang genoeg herhaalt, beginnen mensen er vanzelf in te geloven..

In de getuigenissen van Robson en Safechuck zie en voel ik warmte, verlangen en veel pijn. Het overweldigende effect van Michael Jacksons roem, de bijzondere aandacht die ze van hem  kregen, en de frustratie nadat de jongens door hem afgedankt of ingeruild werden, lijken mij zeer authentiek. Toch hapert mijn empathie bij de verhalen over het misbruik. Het is niet dat ik het idee heb dat ze glashard liegen, maar ik voel er tot mijn schrik weinig bij, hoezeer ik ook met ze te doen heb.

Ik voel me daarnaast gehinderd door feiten. Het feit dat de FBI Michael Jackson 10 jaar lang grondig heeft onderzocht, inclusief invallen op diens landgoed, en nooit ook maar iets belastends heeft gevonden, grijp ik aan om sceptisch te zijn. Het feit dat Robson en Safechuck verschillende keren onder ede hebben gelogen, en Robson onlangs nog binnen korte tijd 4 keer zijn verhaal heeft veranderd, zie ik ergens als een aanwijzing van ongeloofwaardigheid. Wat betreft hun motieven om naar buiten te treden met hun beschuldigingen, vind ik het dubieus dat zij en de regisseur verzwijgen dat ze een hoger beroep afwachten waar ze honderden miljoenen dollars rijker van hopen te worden. En zo is er nog meer en meer.

De #metoo-beweging predikt de morele keuze om slachtoffers altijd te geloven. Ik schaam me dat ik dat in dit geval niet kan doen. Serieus nemen doe ik ze zeker, maar verder kom ik niet. Hoe hypocriet ben ik, dat ik de verhalen over Jimmy Savile wel neig te geloven, en die over Michael Jackson niet volledig? Hoe selectief ben ik, als ik muziek uitzoek voor mijn radioshow, dat ik David Bowie (die seks met minderjarigen schijnt te hebben gehad en beschuldigd is van verkrachting) wel draai, en een veelbelovende, maar puur via social media gecancelde act als PWR BTTM niet draai? Hoe bevooroordeeld ben ik als ik rationaliseer dat de 60+ en 80+ beschuldigingen richting Bill Cosby en Harvey Weinstein zwaarder wegen dan die paar richting Michael Jackson? Hoe paranoïde ben ik dat ik vraagtekens zet bij de beweegredenen van Oprah Winfrey, die nu publiekelijk Michael Jackson aan de schandpaal nagelt, maar opvallend stil is over haar grote vrienden Cosby en Weinstein?

Diep van binnen strijden mijn gevoel en mijn verstand met elkaar. Ik ben er niet uit of en hoe ik nog iemand op diens mooie blauwe, groene of bruine ogen kan geloven.

mj

Deze tekst werd zaterdag 9 maart 2019 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 68 van het radioprogramma Kulti Kulti.

 

Advertenties

Vanille

Iemand op Grindr vist naar mijn geliefde positie. Ben ik nou meer een top of een bottom? Tja.. Moet ik nu een seksueel wenselijk antwoord geven of zal ik eens eerlijk zijn? Zal ik durven te bekennen dat ik geen van beide, en eigenlijk.. van de vanille ben?

Ik krijg het verzoek een jongen in zijn gezicht te slaan. Mijn zuinige klap blijkt hem te laf, te slap. Het moet harder en nogmaals harder. Hoewel ik best graag fysiek ben, doet het me pijn om hem te slaan. Ik kan genieten van wat slapstick, maar dit gaat me te ver. Ik moet opnieuw onderkennen.. dat ik meer van de vanille ben.

Sloom, saai, zoetsappig, wee en van enig avontuur gespeend, dat zijn de vooroordelen die je over je heen gestort krijgt als je aangeeft van vanilleseks te houden. Het is niet meer dan een karikatuur, een neerbuigend en patriarchaal oordeel van anderen.

Vanille heeft de naam voorspelbaar te zijn en simpel. Als smaak is het de meest gangbare, doch wie dit beaamt, heeft waarschijnlijk nog nooit de ware vanille mogen proeven. Echte, niet synthetische vanille is afkomstig van de peulen van een kostbare klimorchidee, en is vele malen verfijnder dat het chemische vanilline dat gemakshalve in zoveel voedingsmiddelen en parfums wordt geplempt.

Voor iemand wiens smaakpapillen murw zijn, doet vanille waarschijnlijk weinig. Hetzelfde geldt voor iemand die seksueel afgestompt is. Vanille waarderen vereist het om kwetsbaar, sensitief en ontvankelijk te durven zijn. Dat is juist niet iedereen gegeven. Het is immers gebruikelijker een weg van cynisme en lompheid te bewandelen dan een van meer tederheid.

Laten we elkaar geen mietje noemen. Vanillefobie is eigenlijk net zo normatief en ongewenst als sletvrees. Laat iedereen daarom onbeschroomd en met volle teugen genieten, van en in iedere gedroomde of gewenste smaak!

Deze tekst werd zaterdag 9 februari 2019 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 67 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Pose

Voetstappen. “The category is.. Live.. Work.. POSE!” Een bombastische beat uit de jaren ’80 zwelt aan. Dit is het intro van de Amerikaanse tv-serie Pose, vorig jaar uitgebracht door FX, en inmiddels veelvuldig gedeeld en getipt op LHBT+-gerelateerde sociale media en binnen vriendengroepen.

Hoewel ik vaak wat huiverig ben voor hypes, stortte ik me deze keer vol overgave in de gedramatiseerde verwikkelingen van de trans en gay ballroom scene van het New York van 1987. Op groot scherm, met goed gezelschap en gepaste pauzes tussen de afleveringen in, was het niet moeilijk me mee te laten slepen in de wereld van danswedstrijden, extravagante kostuums, maar ook strijd, discriminatie en, niet te vergeten, de dodelijke gevolgen van aids.

Pose toont de mensen achter de glorieuze performances, vaak jong,  trans, en daarbij ook zwart of latino. Afgezet tegenover de opkomende yuppie-cultuur, zien we hoe ze steun zoeken bij elkaar en in de zogenaamde houses, die, naast creatieve teams, eigenlijk surrogaatfamilies zijn, compleet met sterke moederfiguren en onderlinge spanningen.

Het was niet moeilijk weg te smelten bij de scènes waarin Blanca de talentvolle jonge danser Damon onder haar hoede neemt nadat hij wegens zijn homoseksualiteit op straat is beland. Of wat te denken van de ontwikkeling van het personage Elektra Abundance, die van een ongenaakbare bitch, waar Dynasty’s Alexis Carrington nog een puntje aan kan zuigen, langzaam maar zeker verandert in een kwetsbaar character met veel meer dimensie.

Bitterzoet vind ik de fameuze balls. Hoewel alle pracht en praal troostend en bekrachtigend werkt, en het mensen uit achtergestelde posities even kan transformeren tot ware supersterren, voert het wedstrijdelement wel erg de boventoon. Niet eigenheid,  nuance en persoonlijke creativiteit worden het meest gewaardeerd, maar veel meer of het ene house groter uitpakt dan het andere. Ideaalbeelden van hoe een vrouw er uit zou moeten zien, zijn vaak wat star en stereotiep. Tekenend voor de Amerikaanse kapitalistische cultuur, is winnen veel belangrijker dan meedoen. De dansbewegingen zijn soms net zo grotesk als de monsterlijke bokalen, en ademen soms ook wanhoop. Je ziet duidelijk waar RuPaul’s Drag Race de mosterd vandaan heeft gehaald.

Mijn enige minpuntje is dat ik soms moeite had met de discrepantie tussen vorm en inhoud, maar dat ben ik eigenlijk wel gewend van Ryan Murphy, wiens series vaak wat schuren op het gebied van plot, toon en structuur. In dit geval botste naar mijn mening de zwaarte van sommige thema’s met de luchtige soapachtige dialogen. Het dramatische adagium “don’t tell, just show” werd ook regelmatig opzij gezet ten gunste van het verwoorden van een politieke, zij het zeer belangwekkende boodschap.

Daartegenover staat dat Pose fonkelt door de enorme noodzaak die eraan ten grondslag ligt, en die in alles voelbaar is. Nooit eerder werd dit verhaal, van deze mensen, in die specifieke tijd, zo gedegen en met liefde verteld. Van de schrijvers, de geweldige trans cast tot aan de figuranten en crew, iedereen leek zichtbaar vereerd te zijn hier aan mee te mogen werken. De persoonlijke betrokkenheid spatte er voor mij gewoonweg af.

Deze tekst werd zaterdag 12 januari 2019 voorgelezen binnen aflevering 66 van het radioprogramma Kulti Kulti.

 

Geduld

Als geduld een schone zaak is, dan is innerlijke onrust als vuil dat onder je nagels gaat zitten: het kruipt, het groeit, en het leidt tot vuile handen. Wat dat betreft kan ik wel een manicure gebruiken.. en een beetje snel, graag!

Het wil me maar niet lukken om lijdzaam het wereldnieuws te volgen en te ondergaan. Berichten over homo- en transfoob geweld maken me driftig. Dat zulthoofd dat door moet gaan voor de president van de Verenigde Staten, kan ik niet rap genoeg afgevoerd zien worden, het liefst in boeien of een dwangbuis. Mister Mueller, waar blijft u? Ook het slappe en halfslachtige klimaatbeleid van Nederland is me veel te sloom en te weinig doortastend.

Ondertussen weet ik niet waar ik met mijn opgekropte spanning heen moet. Ik bal mijn vuisten, wiebel met mijn benen en knauw verbeten op mijn kauwgom.

Lankmoedigheid is nou ook niet bepaald mijn forte in het dagelijks leven. Waar hangt die bezorger van mijn pakketje uit? Wanneer verschijnt eindelijk dat zelfhelpboek, dat nu al drie keer van datum is verschoven? Hoe moet het dan goed met me komen? Wat moet ik nu, vergeefs smachtend naar de troostende klanken van Marianne Faitfulls langverwachte nieuwe album? In mijn hoofd voer ik verhitte gesprekken met mensen die het hebben gewaagd mijn herhaaldelijke emails met concrete, simpele verzoeken te negeren. Hoe dúrven ze zo onbeschaafd en minachtend te zijn ten aanzien van mijn tijd?

Onlangs kwam ik mezelf keihard tegen in de Vomar-supermarkt om de hoek. Er is daar een beleid, aangegeven middels borden bij de kassa’s, dat stelt dat vanaf iedere vierde wachtende in de rij de boodschappen gratis zijn, ter compensatie van de lange wachttijd. Hoewel het een aardige geste lijkt, werkt het averechts. Bij enige drukte wordt je als klant prikkelbaar van die bordjes, en het personeel schiet in paniek, roept wanhopig naar elkaar, en wringt zich in allerlei bochten om toch op het nippertje extra kassa’s open te kunnen gooien. Het is ongeduld op ongeduld, met chaos en onzorgvuldigheid tot gevolg.

Laatst was er sprake van overmacht: eenvoudigweg te weinig personeel en te veel klanten die af wilden rekenen. Pandemonium. Als klanten keken we elkaar vragend aan. “Ik ben de vijfde,” riep een man luid, waarop een handjevol mensen met volle mandjes de onbemande kassa’s passeerden, puur omdat het kon.

Het zette me aan het denken.. Pakten deze klanten waar ze nou eenmaal recht op hadden, of was dit schaamteloos opportunisme?  Ik liet het moment voorbij gaan, en rekende netjes af. De kassière had vlekken in haar nek, maar ploeterde dapper door. Tussen neus en lippen door vroeg ik haar naar de “snelste service garantie”, waarop ze me iets toevertrouwde wat het hele systeem des te perverser maakte: “Ja, de klanten weten het niet, maar als personeel moeten we al die gratis boodschappen zelf terugbetalen van ons loon.” Wauw.. Dit was nog eens kapitalisme ten top, als in: tijd is geld.

Met een nare smaak in mijn mond verliet ik de winkel. Op weg terug naar huis, werd ik verrast door een slingerende bierfiets, die mijn pad blokkeerde. Voor deze keer, haalde ik even diep adem, liet alles begaan, en wachtte tot het dampende gezelschap weer op koers was geraakt..

Deze tekst werd zaterdag 10 november 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 64 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Herfstwende

Gele bloemen trekken mijn blik naar zich toe. Is het hun felheid, hun geelheid of hun relatieve frisheid, deze tijd van het jaar, die me zo ontroert? Een oranje wegwerpaansteker lijkt te vervloeien in de kleuren van de bladeren die er overheen zijn gevallen. In het gouden uur wandel ik over de hoofdstedelijke oostelijke eilanden, en probeer ik me te verzoenen met het einde van deze zomer.

Op een bankje zit een jongen met twinkelende ogen. Hij appt, lacht, en  geniet van het gulle nazomerlicht. Zijn kuiten zijn nog bloot, zijn benen gebronsd. De haartjes op zijn benen zijn duidelijk geblondeerd door de zomerzon. Zijn huid vertoont een begin van kippenvel.. Ik huiver en loop door, vluchtend voor de inval van de herfst, het volmaakte negatief van de lente.

Thuis open ik het geheime compartiment van mijn wierookhouder en haal het papiertje met wensen tevoorschijn. Ik zie onder ogen wat ik in het voorjaar zo vurig wenste, en accepteer wat daar nou precies  van uitgekomen is. De balans is daar. Na het zaaien volgt nu het oogsten. Ik tel mijn zegeningen.

Ik verzwaar mijn persoonlijke parfum, verwissel de kokos, limoen en heliotroop voor zwarte orchidee en civet. Ik meng een snufje kaneel door mijn koffie en druppel cbd-olie onder mijn tong. Ik verf mijn haar van blond naar licht espressobruin.

In mijn dromen komen steeds meer verloren vrienden terug. Ineens schijnt alles weer bij het oude, na alles wat er is gebeurd. Mooi, maar ook verwarrend. Het eeuwige leven lijkt door te schemeren in de gewisse vergankelijkheid. Ik voel me levendiger dan ooit door het besef dood te gaan.

Oh, heerlijke Halloween. Jaargetijde van het uithollen van pompoenen en het happen naar in water ondergedompelde appels. Verstikkend en verkwikkend tegelijk..

Deze tekst werd zaterdag 13 oktober 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 63 van het radioprogramma Kulti Kulti.

IM Marco Willems

Vorige maand overleed, op 51-jarige leeftijd, Marco Willems. Hij was bekend en berucht in de Amsterdamse alternatieve gay scene en ronduit beroemd op YouTube. Onder de schoolgaande jeugd was hij een fenomeen in zijn hoedanigheid van Meneer Bakvet. Wie kent er niet dat filmpje waar hij, zwaarlijvig en met ontbloot bovenlijf, grote klonten Croma bakvet wegwerkt? Of wat te denken van zijn legendarische recensie van in de magnetron opgebakken leverworst?

Meer nog dan een bekende YouTuber, was hij beeldend kunstenaar en eigenlijk een levend kunstwerk. Waar Marco ging, hing er altijd een spanning in de lucht van dat er iets uitzonderlijks aan de hand was of stond te gebeuren. Onconventioneel, tegendraads en voor sommigen zelfs schokkend waren zijn uitingen. Zo plaatste hij op de Dam een dildo gemaakt van kilo’s afgedankte kaas uit de container van een supermarkt, flirtte hij met thema’s als pedofilie en gebruikte swastika’s in zijn grafische collages.

Burgerlijke normen van beschaving en fatsoen leken hem geheel vreemd. Zijn excentriciteit was verfrissend tegenover het gezapige gezonde verstand. Hij was als een eeuwige puber, maar dan zonder enige schaamte. Nog zie ik hem tekeningen maken in de als decoratie bedoelde tweedehands ramsjboeken in bar Soho. Nog moet ik terugdenken aan zijn gewoonte om verschraalde of vergeten biertjes van de toog te grissen om ze vervolgens op te drinken. Onder ons noemden we dit soort drankjes “Marcootjes”.

Hij deed me denken aan die tuttige retorische vraag die je vroeger als kind vaak te horen kreeg: “Als je vriendje in de sloot springt, spring jij er dan achteraan?” Marco was bij uitstek dat vriendje dat als eerste sprong. Onvergetelijk waren ook de “bommetjes” die hij maakte als hij met dat grote lijf in het bubbelbad van de toenmalige gay sauna Thermos plonsde. Het was voor mij als jonge homo een verademing als hij ook in de sauna aanwezig bleek te zijn. Hij wist me aan het lachen te maken, daagde me uit, en had ook altijd veel gespreksstof. Van sappige seksuele anekdotes tot het gedachtegoed van Ray Kurzweil, van loftuitingen over synthesizers tot praktische spirituele principes.

In 2014 schreef hij zijn autobiografie, “De Vrije Man” (HIER gratis te downloaden). Hierin vervatte hij zijn leven tot dan toe, met al zijn avonturen langs de rafelranden van de samenleving, met verhalen over hoerenjongens, kraken en drugs. Daarnaast maakte hij ook een balans op. Zonder zich te verschuilen, schreef hij ook over zijn worsteling te overleven in deze maatschappij:

Naar de buitenwereld toe noem ik mijzelf raar. Naar de buitenwereld toe zeg ik dat ik niet functioneer, dat ik werkeloos ben, want ik weet dat als ik het vanuit mijn eigen perspectief zou vertellen, men mij niet kan begrijpen.”

Veel onbegrip viel hem niet veel later ten deel, toen hij doorbrak op Youtube. Als Bakvetpedo was hij een grote hit, kreeg hij aandacht, al was deze helaas vaak negatief. Het gaf me een dubbel gevoel. Aan de ene kant was het prachtig te zien hoe hij genoot van de mogelijkheden die zijn nieuwe podium hem boden om contact te maken. Aan de andere kant zag ik ook hoe hij zich, door steeds de grenzen op te zoeken en te overschrijden, tot een haatmagneet maakte en een doelwit werd voor internettrollen, reaguurders en pedojagers.

Een maand geleden zag ik hem voor het laatst, in potten- en flikkerdisco de Trut. Kort daarvoor was zijn reguliere YouTube-kanaal opgeheven en was hij verbannen van Twitter wegens het schenden van richtlijnen. In mei was hij fysiek aangevallen op straat, wat hem, na een periode van angst en depressie, gek genoeg weer strijdlust had gegeven. Een nieuwe scooter zou hem helpen om meer wendbaar en mobiel te zijn, en het leek even of MarcoTM 2.0 was verrezen, maar het mocht niet zo zijn..

De Marco die ik zag was, zoals altijd, creatief, gul en verrassend. Zijn gimmick voor de avond bestond uit het uitdelen van gesigneerde houten staven van ongeveer 20 centimeter, bedoeld voor uiterlijke dan wel innerlijke massage. Naast de seksuele connotatie had het ook iets van een estafettestokje. Ik voelde me schuldig dat ik het van hem aannam en snel daarna doorgaf, en later niet eens meer wist waar het was gebleven.

Om de hoek van de Trut spraken we elkaar voor het laatst. Marco toonde zich moegestreden en boos. Toen ik probeerde om hem advies te geven, zei hij dat ik hem aan zijn moeder deed denken, en begon hij me, zonder dat ik het doorhad, te filmen en te livestreamen op Snapchat. Toen ik bezwaar maakte, zei hij: “het is maar tijdelijk, het is zo weg..” en daar hield ons gesprek mee op. Ik wenste hem nog “wel thuis”, maar kreeg geen reactie. Zoals ik van hem gewend was, zei hij ook nu geen gedag, keek niet op of om, en verdween op zijn scooter, sneller dan ooit uit mijn gezichtsveld, de zwoele Amsterdamse zomernacht in..

Schilderij: Pieter Voogt

Deze tekst werd zaterdag 8 september 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 62 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Nanette

Het zoemde al een tijdje rond, onder vrienden en op sociale media: Nanette, de Netflix-special van de Australische comédienne Hannah Gadsby. Afgelopen week heb ik deze krachtige monoloog mogen aanschouwen en ondergaan. Het was meer dan grappig, bij vlagen zelfs louterend.

Hannah begint op luchtige toon haar show en stelt zichzelf voor. Ze komt uit Tasmanië, is lesbisch, en wordt weleens voor een man aangezien. Ze komt met grappen over haar coming-out en Pride, en noemt het geluid van een theekopje dat op een schoteltje wordt gezet als haar favoriete geluid. Ze is innemend, lijkt zichtbaar te genieten van hoe het publiek lacht om haar zelfspot.

Dan sluipt er geleidelijk een andere toon in haar vertelling. Zelfspot verandert in zelfbewustzijn als ze op meta-niveau naar zichzelf in de rol van comédienne kijkt. Ze zegt dat ze zich gedwongen voelt om te stoppen met comedy, omdat het haar niet langer helpt om te kunnen zeggen wat ze te zeggen heeft. Ze stelt dat zelfspot, als je je toch al in een achtergestelde positie bevindt, niet nederig is, maar vernederend.

Wat volgt is een verrassende uiteenzetting over de makke van comedy, feitelijk een kort college over humor. Volgens Hannah laat comedy altijd het meest interessante deel van een verhaal weg, stopt het halverwege, omdat de afloop vaak niet om te lachen is. Daartoe haalt ze een paar eerdere grappen terug, en toont ons de trauma’s, de wreedheid en het onrecht voorbij die grappen.

Het is haar ernst als ze vertelt over zelfhaat, en hoe die aangeleerd wordt in de opvoeding.  Het is haar ernst als ze aandacht vraagt voor haar pijn en wat haar allemaal is aangedaan.

Uit haar ernst breekt uiteindelijk onversneden woede door. Ze hekelt de arrogantie van mannen ten opzichte van vrouwen, maakt gehakt van de cultus van beroemdheden. De zogenaamd hoge kunsten moeten er ook aan geloven. Picasso leed volgens haar aan de psychische aandoening van vrouwenhaat. Van Goghs waanzin is, wat haar betreft, onterecht geromantiseerd.

Hannah Gadsby weet haar publiek feilloos te bespelen. Ze sluit af met realisme, maar ook hoop. Al het ongemak is zorgvuldig gedoseerd, meesterlijk opgediend en prachtig afgeserveerd. Ze overstijgt haar rol als stand-up comedian, en is minstens zo zeer een gedreven activiste, een expert, een briljant observeerder, een heler en een visionair.

Gaat dat zien!

Deze tekst werd zaterdag 14 juli 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 60 van het radioprogramma Kulti Kulti.

%d bloggers liken dit: