Nog bijkomend van de schrik van de voor mij aangerichte surprise party in café Saarein overpeins ik mijn verse vijftigheid. Ik spit mijn archief door en stuit op audiocolumns van een half leven geleden tot aan nu. Op mijn 28ste was ik fatalistisch, bijna teleurgesteld niet toegelaten te zijn tot de club van 27. De bewuste column werd bijgestaan door de klanken van Madonna’s Die Another Day.
Tien jaar later verloor ik mezelf in de door Marianne Faithfull vertolkte Ballad of Lucy Jordan en de eerste tekenen van desillusie en verval. Op mijn 40ste kwam er eindelijk wat relativering, maar koos ik een pittige versie van Yoko Ono’s Move On Fast om daar een soort nu-of-nooit aan toe te voegen. Als vijftiger voelt het allemaal toch weer net even anders. Hier vijf persoonlijke inzichten:
Eén. Ophouden met slopen. Tot mijn veertigste incasseerde mijn lichaam alles laconiek. Nu zijn de rollen omgedraaid. Mankementen zijn de taal waarin mijn lijf om onderhoud smeekt. De overgang van straffen naar verzorgen is geen overgave maar bittere noodzaak. Ik ben niet langer de roekeloze gebruiker van mijn lijf, maar een wat onwennige conciërge ervan.
Twee. Mijn buitenkant, mijn keus. Ik heb me lang geschaamd voor wat anderen wel niet zouden vinden van mijn cosmetische ingrepen. Maar die schaamte ben ik voorbij, net als de illusie dat een ander uiterlijk de binnenkant verandert. Terwijl ik vijftig jaar queer geschiedenis meedraag, mag de spiegel tonen waar ik me prettig bij voel. Mijn uiterlijk en mijn waarheid houden elkaar in balans.
Drie. Forceren is ijdele hoop. Volwassenheid is een wapenstilstand met je eigen aard. Op mijn veertigste dacht ik dat alles nog goed zou kunnen komen als ik maar mijn stinkende best deed. Nu weet ik dat forceren zinloos is als het fundament niet klopt. De overgevoeligheid, chaos en hyperfocus horen bij wie ik ben. Rust vinden op je vijftigste betekent de ruis accepteren en ophouden met het onmogelijke eisen van jezelf.
Vier. Blijven staan. De seksuele motor sputtert inmiddels wat vaker en dat is een bevrijding. Geen verlies, maar winst aan tijd. Gisteravond bij de feesttaart bleef ik de hele avond op dezelfde plek staan. Waar ik vroeger de ideale gastheer had gespeeld, volgde ik nu mijn ware natuur als muurbloempje. Het ontroerde me diep dat ik niet meer hoefde te rennen, maar dat iedereen uiteindelijk naar mij toe bewoog. Als mensen daar een oordeel over hadden, dan had ik daar vrede mee.
Vijf. Er nog zijn is de revolutie. De waarde van mijn leven meet ik allang niet meer af aan een ideaalbeeld. Het gaat om de band met de gevoelsgenoten en de mensen die me begrijpen en van me houden zoals ik ben. Dat we er na al die jaren nog steeds zijn, is de enige revolutie die telt. De loyaliteit, warmte en betrokkenheid van die getuigen maken dat ik er mag zijn. Zowaar ik daar bij die taart stond.
En zo vallen de puzzelstukken van een halve eeuw op hun plek. Geen Madonna die me opjaagt in een dans met de dood en geen Lucy Jordan die weemoedig droomt over die witte sportwagen. Terwijl we doordraaien naar de toekomst hoef ik even helemaal niks. Ik blijf staan waar ik sta. Op mijn vijftigste kies ik voor David Bowie en zijn Golden Years.
Deze column is ook te beluisteren binnen aflevering 150 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 11 april 2026










