IM Marco Willems

Vorige maand overleed, op 51-jarige leeftijd, Marco Willems. Hij was bekend en berucht in de Amsterdamse alternatieve gay scene en ronduit beroemd op YouTube. Onder de schoolgaande jeugd was hij een fenomeen in zijn hoedanigheid van Meneer Bakvet. Wie kent er niet dat filmpje waar hij, zwaarlijvig en met ontbloot bovenlijf, grote klonten Croma bakvet wegwerkt? Of wat te denken van zijn legendarische recensie van in de magnetron opgebakken leverworst?

Meer nog dan een bekende YouTuber, was hij beeldend kunstenaar en eigenlijk een levend kunstwerk. Waar Marco ging, hing er altijd een spanning in de lucht van dat er iets uitzonderlijks aan de hand was of stond te gebeuren. Onconventioneel, tegendraads en voor sommigen zelfs schokkend waren zijn uitingen. Zo plaatste hij op de Dam een dildo gemaakt van kilo’s afgedankte kaas uit de container van een supermarkt, flirtte hij met thema’s als pedofilie en gebruikte swastika’s in zijn grafische collages.

Burgerlijke normen van beschaving en fatsoen leken hem geheel vreemd. Zijn excentriciteit was verfrissend tegenover het gezapige gezonde verstand. Hij was als een eeuwige puber, maar dan zonder enige schaamte. Nog zie ik hem tekeningen maken in de als decoratie bedoelde tweedehands ramsjboeken in bar Soho. Nog moet ik terugdenken aan zijn gewoonte om verschraalde of vergeten biertjes van de toog te grissen om ze vervolgens op te drinken. Onder ons noemden we dit soort drankjes “Marcootjes”.

Hij deed me denken aan die tuttige retorische vraag die je vroeger als kind vaak te horen kreeg: “Als je vriendje in de sloot springt, spring jij er dan achteraan?” Marco was bij uitstek dat vriendje dat als eerste sprong. Onvergetelijk waren ook de “bommetjes” die hij maakte als hij met dat grote lijf in het bubbelbad van de toenmalige gay sauna Thermos plonsde. Het was voor mij als jonge homo een verademing als hij ook in de sauna aanwezig bleek te zijn. Hij wist me aan het lachen te maken, daagde me uit, en had ook altijd veel gespreksstof. Van sappige seksuele anekdotes tot het gedachtegoed van Ray Kurzweil, van loftuitingen over synthesizers tot praktische spirituele principes.

In 2014 schreef hij zijn autobiografie, “De Vrije Man”. Hierin vervatte hij zijn leven tot dan toe, met al zijn avonturen langs de rafelranden van de samenleving, met verhalen over hoerenjongens, kraken en drugs. Daarnaast maakte hij ook een balans op. Zonder zich te verschuilen, schreef hij ook over zijn worsteling te overleven in deze maatschappij:

Naar de buitenwereld toe noem ik mijzelf raar. Naar de buitenwereld toe zeg ik dat ik niet functioneer, dat ik werkeloos ben, want ik weet dat als ik het vanuit mijn eigen perspectief zou vertellen, men mij niet kan begrijpen.”

Veel onbegrip viel hem niet veel later ten deel, toen hij doorbrak op Youtube. Als Bakvetpedo was hij een grote hit, kreeg hij aandacht, al was deze helaas vaak negatief. Het gaf me een dubbel gevoel. Aan de ene kant was het prachtig te zien hoe hij genoot van de mogelijkheden die zijn nieuwe podium hem boden om contact te maken. Aan de andere kant zag ik ook hoe hij zich, door steeds de grenzen op te zoeken en te overschrijden, tot een haatmagneet maakte en een doelwit werd voor internettrollen, reaguurders en pedojagers.

Een maand geleden zag ik hem voor het laatst, in potten- en flikkerdisco de Trut. Kort daarvoor was zijn reguliere YouTube-kanaal opgeheven en was hij verbannen van Twitter wegens het schenden van richtlijnen. In mei was hij fysiek aangevallen op straat, wat hem, na een periode van angst en depressie, gek genoeg weer strijdlust had gegeven. Een nieuwe scooter zou hem helpen om meer wendbaar en mobiel te zijn, en het leek even of MarcoTM 2.0 was verrezen, maar het mocht niet zo zijn..

De Marco die ik zag was, zoals altijd, creatief, gul en verrassend. Zijn gimmick voor de avond bestond uit het uitdelen van gesigneerde houten staven van ongeveer 20 centimeter, bedoeld voor uiterlijke dan wel innerlijke massage. Naast de seksuele connotatie had het ook iets van een estafettestokje. Ik voelde me schuldig dat ik het van hem aannam en snel daarna doorgaf, en later niet eens meer wist waar het was gebleven.

Om de hoek van de Trut spraken we elkaar voor het laatst. Marco toonde zich moegestreden en boos. Toen ik probeerde om hem advies te geven, zei hij dat ik hem aan zijn moeder deed denken, en begon hij me, zonder dat ik het doorhad, te filmen en te livestreamen op Snapchat. Toen ik bezwaar maakte, zei hij: “het is maar tijdelijk, het is zo weg..” en daar hield ons gesprek mee op. Ik wenste hem nog “wel thuis”, maar kreeg geen reactie. Zoals ik van hem gewend was, zei hij ook nu geen gedag, keek niet op of om, en verdween op zijn scooter, sneller dan ooit uit mijn gezichtsveld, de zwoele Amsterdamse zomernacht in..

Schilderij: Pieter Voogt

Deze tekst werd zaterdag 8 september 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 62 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Advertenties

Nanette

Het zoemde al een tijdje rond, onder vrienden en op sociale media: Nanette, de Netflix-special van de Australische comédienne Hannah Gadsby. Afgelopen week heb ik deze krachtige monoloog mogen aanschouwen en ondergaan. Het was meer dan grappig, bij vlagen zelfs louterend.

Hannah begint op luchtige toon haar show en stelt zichzelf voor. Ze komt uit Tasmanië, is lesbisch, en wordt weleens voor een man aangezien. Ze komt met grappen over haar coming-out en Pride, en noemt het geluid van een theekopje dat op een schoteltje wordt gezet als haar favoriete geluid. Ze is innemend, lijkt zichtbaar te genieten van hoe het publiek lacht om haar zelfspot.

Dan sluipt er geleidelijk een andere toon in haar vertelling. Zelfspot verandert in zelfbewustzijn als ze op meta-niveau naar zichzelf in de rol van comédienne kijkt. Ze zegt dat ze zich gedwongen voelt om te stoppen met comedy, omdat het haar niet langer helpt om te kunnen zeggen wat ze te zeggen heeft. Ze stelt dat zelfspot, als je je toch al in een achtergestelde positie bevindt, niet nederig is, maar vernederend.

Wat volgt is een verrassende uiteenzetting over de makke van comedy, feitelijk een kort college over humor. Volgens Hannah laat comedy altijd het meest interessante deel van een verhaal weg, stopt het halverwege, omdat de afloop vaak niet om te lachen is. Daartoe haalt ze een paar eerdere grappen terug, en toont ons de trauma’s, de wreedheid en het onrecht voorbij die grappen.

Het is haar ernst als ze vertelt over zelfhaat, en hoe die aangeleerd wordt in de opvoeding.  Het is haar ernst als ze aandacht vraagt voor haar pijn en wat haar allemaal is aangedaan.

Uit haar ernst breekt uiteindelijk onversneden woede door. Ze hekelt de arrogantie van mannen ten opzichte van vrouwen, maakt gehakt van de cultus van beroemdheden. De zogenaamd hoge kunsten moeten er ook aan geloven. Picasso leed volgens haar aan de psychische aandoening van vrouwenhaat. Van Goghs waanzin is, wat haar betreft, onterecht geromantiseerd.

Hannah Gadsby weet haar publiek feilloos te bespelen. Ze sluit af met realisme, maar ook hoop. Al het ongemak is zorgvuldig gedoseerd, meesterlijk opgediend en prachtig afgeserveerd. Ze overstijgt haar rol als stand-up comedian, en is minstens zo zeer een gedreven activiste, een expert, een briljant observeerder, een heler en een visionair.

Gaat dat zien!

Deze tekst werd zaterdag 14 juli 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 60 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Bloei

Eindelijk is de lente hier. Na lang hunkeren kregen we onlangs een uitgestelde explosie van fris groen en sappige geuren voorgeschoteld. Na de gulle magnolia, is het in de internationale iepenhoofdstad Amsterdam tijd voor de ultieme lenteconfetti. Hoera! Het sneeuwt weer witte bloesem! Van de week dwarrelde er zelfs een vlokje feestelijk in mijn eerste glaasje rosé dat ik me buiten op het terras kon laten smaken dit jaar. Ja, het is tijd voor uitgebreid bijpraten met vrienden, wilde plannen smeden, vergezeld van de geur van zonnebrand en de smaak van volop verkrijgbare verse perziken (momenteel 2 euro de kilo).

Deze lente kan natuurlijk niet zonder nieuw geluid. Naast een nieuw shirt, een nieuw kapsel, een nieuwe foto op een datingprofiel, past een fijne portie nieuwe muziek, om te leren kennen en verliefd op te worden. Wat mij betreft is Troye Sivans single “Bloom” niet alleen zo’n nieuw geluid, maar ook de meest toepasselijke soundtrack van dit moment en dit seizoen.

De 22-jarige Sivan, die acteur, singer-songwriter en openlijk homo is, bezingt in deze dromerige electropopsong zijn zoetste seksuele verlangens. De metaforen in de tekst zijn vrijwel allemaal ontleend aan de flora. Hij nodigt hierin een andere jongen uit met hem een tuin in te gaan en deze samen te verkennen. Er zijn fonteinen en water, dat voorzichtig eerst getest wordt. Zichzelf beschrijft Sivan als een bloem, die voor de eerste keer, en speciaal voor die ander, zal ontluiken en gaan bloeien: “I bloom for you..” Collega-zanger Adam Lambert noemde het lied al een lofzang op bottomen, het genot anaal gepenetreerd te willen worden, maar het is veel meer dan dat.

Zelden heb ik een artiest in de mainstream zo open over dit onderwerp horen zingen. Het is knap hoe universeel het lied is, voorbij angstige vaagheden om maar niemand voor het hoofd te stoten enerzijds of nihilistische platvloersheid anderzijds. Ontmaagd te worden door een andere jongen wordt nu eens niet geassocieerd met de verdorvenheid, ziekte, schaamte en zelfhaat die er sinds de hoogtijdagen van de homofobie, en niet te vergeten de aidsepidemie, aan zijn gekoppeld. Nog niet zoveel jaar geleden was dit ondenkbaar geweest.

Een nieuwe lente, een nieuwe visie, een nieuwe tederheid..

Deze tekst werd zaterdag 14 april 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 58 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Trots

Trots is een knotse emotie. Geboren uit wedijver en strijd, maakt het dat we onszelf steeds vergelijken met de ander. Hoe die ander ons ziet is vaak onlosmakelijk verbonden met hoe fier we ons menen te voelen. In de LHBT+-gemeenschap hebben we een cultuur ontwikkeld rondom prides, waarin we onszelf op de borst slaan om onszelf te overtuigen dat we er helemaal mogen zijn. Geen trots zonder vooroordelen van een heteronormatieve buitenwereld, geen pride zonder prejudice.

De laatste tijd valt het me op dat er in de media nogal wat grieven worden geuit vanuit gekrenkte trots.

Zo was er ophef over zanger Jamai, die veel kritiek te verduren kreeg omdat hij te kennen had gegeven in zijn nieuwe liedjes alle mannelijke verwijzingen opzettelijk te vermijden. Was het niet ontzettend labbekakkerig om anno 2018 je homoseksualiteit zo welbewust uit je teksten te houden?

Op social media zag ik opmerkelijk veel zure recensies van homo’s die over de met een oscar bekroonde film “Call Me By Your Name” niet in hun nopjes waren. Meerdere keren las ik verbolgenheid over het feit dat zowel de oorspronkelijke auteur als de uiteindelijke acteurs in de hoofdrollen, geen van allen werkelijk homo waren. Hoezo zichtbaar en representatief?

Dan was er nog een relletje over de nieuwe donorwet. Een handjevol jonge gay vloggers op Youtube bekenden principieel tegen het afstaan van de eigen organen te zijn, zolang er in hun ogen nog discriminerende bepalingen bestaan die bij bloeddonatie onderscheid maken op basis van seksuele voorkeur.

Zelf was ik een beetje kriegel toen ik bij de gemeenteraadsverkiezingen lang heb moeten speuren naar openlijke roze kandidaten, dan wel kandidaten die zich expliciet wilden inzetten voor de LHBT+-achterban. Was dit politiek opportunisme, angst om stemmen te verliezen, of was het thema nu even niet hip genoeg?

Gek genoeg is er bij al deze gevallen ook wel weer wat redelijks tegenin te brengen. Heeft een zanger niet gewoon de artistieke vrijheid om wat meer universele teksten te vertolken? Waarom zouden een heteroseksuele schrijver en acteurs niet op een prachtige en waarachtige wijze een homoseksueel liefdesverhaal kunnen vertellen? Was het niet ietwat appels met peren vergelijken, en wat egocentrisch om beleid over bloeddonatie te koppelen aan dat van orgaandonatie? Was het niet wat veel om van kandidaten te eisen publiekelijk uit de kast te komen en kleur te bekennen?

Hoewel ik probeer feitelijk en verstandig te zijn, voel ik het toch in eerste instantie schuren en snijden. Hoewel de nuance doorgaans snel verschijnt, snap ik donders goed waar alle verongelijkte en aangebrande reacties vandaan komen.

De knoop zit hem in halfslachtigheid. Wat hebben we immers aan halfbakken tolerantie of bondgenoten die weifelen? Zijn we in het verleden al niet genoeg afgewezen?

Het is als een klasgenootje dat wel een snoepzakje van je aan wil nemen, maar niet met je wil spelen. Het is als de religieuze regel dat je prima homo kunt en mag zijn, zolang je het maar niet praktiseert. Ja, ze willen wel je homohart, maar ja, dat bloed dat er de hele tijd doorheen heeft gestroomd, liever niet..

Zo vaak voelt “gelijk” als “niet gelijk genoeg”. Trots is dan het zuiverende maar bijtende zout in oude wonden.

Deze tekst werd zaterdag 14 april 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 57 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Eelt

“Mafkees! Slapjanus! Special snowflake!”

Dergelijke verwensingen vliegen je tegenwoordig om de oren bij het lezen van, en het deelnemen aan het publieke debat op de klassieke en de sociale media. Je zou er nog bijna aan gaan wennen..

Het lijkt de favoriete verdediging te zijn van eenieder die kritiek te verduren krijgt over bepaalde gedane uitspraken of gedrag. In plaats van te luisteren en te proberen te begrijpen wat de ander beweegt, wordt steevast de aanval ingezet. Voorstanders van Zwarte Piet verwijten tegenstanders dat ze zeuren. Voetbalcommentatoren die op tv een transgender presentatrice belachelijk maken, beweren dat hun criticasters gewoon geen gevoel voor humor hebben. Populistische politici plegen karaktermoord als er niet genoeg feiten of argumenten zijn om hun visie te onderbouwen.

Het is steeds hetzelfde uitgekauwde riedeltje. In plaats van in de spiegel te kijken, wordt de ander verweten niet weerbaar genoeg te zijn. Het niveau is dat van het schoolplein, en de teksten zijn die van pestkoppen:

“Kom op! Toon eens wat in-cas-se-rings-vermogen!”

“Boehoe, ga nu niet huilie-huilie doen..”

Het heeft niks meer te maken met het uitwisselen van standpunten, maar alles met vernedering en intimidatie. De toon is aangebrand, vijandig, argwanend en bitter. De onderliggende boodschap gaat over pijn. Hoe durft die ander immers na te laten een wat dikkere huid te kweken? Hoe haalt die ander het in zijn of haar hoofd om de harde realiteit niet onder ogen te willen zien?

Anderen wordt de maat genomen in hoeverre ze al of niet genoeg eelt op de ziel hebben. Alsof eelt een verdienste is, een kostbare verworvenheid, iets om je superieur over te voelen naarmate je er meer van hebt. Het is een cultus van murwheid geworden. Hoe dikker dat eelt, hoe sterker jij je waant ten opzichte van anderen. Maar vanwaar dan die woede? En waarom lijken mensen die met gemak de meest grove en vernietigende kritiek spuien, zelf het meest beledigd als de kritiek een keer henzelf betreft?

Ik denk dat eelt geen stoere persoonlijke prestatie is, maar simpelweg een tegenreactie op wrijving en trauma van buitenaf, waar je meestal niks over te zeggen hebt. Het mag als buffer fungeren tegen nog meer kwetsuren, maar haalt de oude pijn geenszins weg. Daarnaast maakt het eenzaam, verwijdert het je van je natuurlijke gevoeligheid en je vermogen contact te maken.

Te veel eelt heeft een grote prijs. Buitensporige verharding kan doordringen tot onderliggende weefsels en zenuwen, en uiteindelijk leiden tot amputatie.

Noem me naïef, maar ik zie de wereld toch liever zachter dan harder worden. Weg met dat pochen over mentale eksterogen! Weg met die verkapte nijd naar iedereen die het geluk heeft nog enig gevoel te hebben overgehouden!

Ik gun iedereen die zich nu wanhopig op de borst slaat een psychische pedicure en een warm bad, en, zo nodig, een helende behandeling met de rasp, de vijl en de puimsteen.

Voor mij is eelt geen kracht, maar enkel een teken van onmacht.

Deze tekst werd zaterdag 10 maart 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 56 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Idylle

De liefde, oh, de liefde.. Wat had ik er een haast mee toen ik jonger was. Ik zag het als roeping, maar ook als leertraject en loopbaan. Met de juiste kennis en ervaring zou ik het mysterie wel even oplossen. Natuurlijk zou ik wat fouten maken, maar eenmaal begaan, zou ik ervoor waken ze te herhalen. Ik zag de weg naar de ideale liefdesrelatie als lineair en onafwendbaar.

Gerard Reves roman Bezorgde Ouders, waarin de drankzuchtige dichter Treger zich staande probeert te houden in een draaikolk van angst en liefdesverlangen, trof me als jonge romanticus als uiterst tragisch. Hoe kon je nou 41 jaar oud zijn, en nog steeds zulk een onrealistisch en kinderlijk droombeeld koesteren?

Nu ik de leeftijd van Reves protagonist heb bereikt, zie ik dat mijn ooit zo nobele streven jeugddwaasheid was. Geen dagboek, geen app, geen self-help cliché,  geen moedertjelief heeft me kunnen helpen om echt volwassen te worden waar het de liefde betreft. Nu weet ik immers dat mijn hart autonoom is, losgezongen van levenservaring, gezond verstand en boven alles het verstrijken van de tijd. Ik mag dan ietsje ouder zijn, mijn hart trekt zich daar klaarblijkelijk niks van aan.

Mijn hart opent zich als ik 2 nieuwe nummers hoor van Sufjan Stevens. De klanken voeren me terug naar wat nooit helemaal was, maar wat had kunnen zijn. Het is hetzelfde sentiment als “Baby, Now That I’ve Found You” van The Foundations, “Michel” van Anouk, “Het werd zomer” van Rob de Nijs en “Kalverliefde” van Robert Long. Het is verlangen, vervulling en afwijzing ineen. Het is prille, lieflijke, nog onbedorven hunkering, het plukken en proeven van die eerste zoete vrucht.

André Acimans roman Noem me bij jouw naam, en de recente verfilming hiervan (waar de liedjes van Stevens speciaal voor geschreven zijn), hebben me diep geraakt. Als publiek zit je dicht op de huid van de 17-jarige Elio, die wanhopig verliefd wordt op de 24-jarige Oliver, die uiteindelijk zijn eerste grote liefde blijkt. De twijfel, de omtrekkende bewegingen,  de opwinding, de begeerte, allemaal pijnlijk herkenbaar.

Alles lijkt even te kloppen in de film. Het is een zwoele zomer, en deze lijkt eindeloos. De geliefden benaderen het ideaal van de symbiose. Ze noemen elkaar bij hun eigen naam, lijken in elkaar te vervloeien en op te gaan in hun liefde. Zelfs Elio’s vader blijkt de meest begrijpende en steunende ouder te zijn die je je als jonge LHBT+er wensen kan.

Zo hevig als mijn hart zich opent, breekt het even later weer. De symbiose mag niet zo zijn, en blijkt even tijdelijk als ongrijpbaar. Elio’s eerste liefdesverdriet stroomt met de aftiteling mee, mij en de andere leden van het gay boekenclubje waar ik sinds een tijdje toe behoor, beduusd achterlatend in de bioscoop.

Herinneringen flitsen voorbij. Weer zie ik mezelf die wanhopige liefdesbrief schrijven in het park.. Weer voel ik voor het eerst die hand van die leuke jongen op mijn knie.. Weer ruik ik de verwarrende mengeling van eau de toilette, rook en lust.. Weer proef ik die zachte lippen en ruwe stoppeltjes..

Kennelijk ben ik deze simpele eerste indrukken nooit helemaal te boven gekomen.. Maar wie, van al die mensen die ooit heftig verliefd zijn geweest, is dat wel? Het lijkt het bitterzoete lot te zijn om soms teruggeworpen te worden naar de oorspronkelijke idylle, het oeridee van liefde, waarin alles en iedereen in harmonie met elkaar is. Ja, het hart zal opnieuw breken, maar zich ook weer openen, en breken, en openen. En als er tranen vloeien, zullen het deels tranen van blijdschap zijn.

Deze tekst werd zaterdag 10 februari 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 55 van het radioprogramma Kulti Kulti.

Lana Del Rey

Je hebt artiesten die meteen je respect opeisen, en artiesten die je langzaam weten te veroveren. Afgelopen jaar wist singer-songwriter Lana Del Rey mij geleidelijk maar zeker haar wonderlijke muzikale wereld binnen te lokken.

Hoewel ik eerder wel redelijk gecharmeerd was van enkele van haar vorige hits, sloeg de vonk pas echt goed bij me over met haar laatste album Lust For Life (2017).

Lana Del Rey, het alter ego van de Amerikaanse Elizabeth Grant (1985), is een mysterieus fenomeen, met een stem die klinkt als een geest uit lang vervlogen tijden. De productie is cinematografisch, een ode aan het oude Hollywood, met een glamour die enkel in de verbeelding bestaat. Haar teksten zijn beeldend en sensueel, vol met kleuren, geuren, smaken en sferen. Van kersenschnaps tot diep aquamarijn, van een zwoele zomerse regenbui tot een glanzende witte Mustang.

Lana’s vocalen zijn enigszins ingehouden, en daardoor zeer delicaat. Haar fluisterzachte lyriek klinkt als een serie oorstrelende bekentenissen. AMSR voor de liefhebber, balsem voor het gemoed.

Toch, hoe nauwgezet en ontroerend ze ook bijvoorbeeld de “TSJ”-klank achteraan een woord als “bench” zingt (in “Tomorrow Never Came”), zijn het juist de donkere kanten van haar ziel die me het meest weten te raken.

Lana zingt vanuit een positie van iemand die innerlijk verscheurd is. Dood, eenzaamheid en verslaving schemeren door ieder lied. Vaak flirt ze met het noodlot of schikt ze zich in overmacht of wanhoop. Haar dictie en arrangementen mogen dan verfijnd zijn, de onderliggende weltschmerz is rauw en onopgesmukt. Juist deze emoties van verlies en miskenning geven herkenning. Zonder er in te zwelgen of het te verheerlijken, verklankt ze zo ook mijn wankelmoedige en duistere momenten.

Gelukkig is er naast de zwartgalligheid, de troost van de schoonheid van haar muziek, en ook een voorzichtig optimisme te bespeuren op haar meest recente album. Naast het navenant levenslustige titelnummer, bezingt ze haar hoop op verandering in “Change”, en steekt ze haar jonge fans een hart onder de riem met de song “Love”.

Haar oeuvre is, al met al, als een warme deken, waaronder ik me van tijd tot tijd veilig en gekend kan voelen, juist als ik me eigenlijk niet zo goed voel.

Deze tekst werd zaterdag 13 januari 2018 voorgelezen in het kader van de rubriek “Moedig Voorwaarts” binnen aflevering 54 van het radioprogramma Kulti Kulti.

%d bloggers liken dit: