De deurbel schalt. Het is maar voor een pakketje, maar mijn hart bonkt in mijn keel. In de verte hoor ik sirenes en ze komen vervaarlijk dichtbij. Ik laat alles vallen en spits mijn oren. In het trappenhuis heerst geen rust meer, maar een duizelingwekkende rookgeur en een beklemmende stilte die de gang onveilig maakt.
23 mei, om 5 uur ’s nachts, denderden de laarzen door de gang. Alle zes appartementen moesten snel ontruimd worden. Urenlang stonden we toe te kijken hoe nummer 73 veranderde in een zwartgeblakerd hol. Ik trof mijn Russische buurman, die ook gay is en direct boven het brandende appartement woonde. We groetten elkaar voorheen slechts vriendelijk, maar in die nacht doorbraken we die anonimiteit. We zijn verbonden door de schrik. Die verbondenheid werd nog versterkt toen ik las wat mijn buren deelden in de nu uit nood opgestelde buurtjes-app, en ik ben erg geschrokken van de verhalen die daar naar boven kwamen over die nacht.
Het trieste is dat buurvrouw Tineke de brand niet heeft overleefd. Ze was berucht in de buurt en kampte met zware psychische problemen en verslaving. Menigmaal hoorde ik haar schreeuwen, midden in de nacht. De tragiek is dat we gewend waren geraakt aan haar schreeuw om aandacht, maar dat we haar niet konden helpen en juist niet op het moment dat de nood het hoogst was. Nu hangt er een schuldige stilte rond haar woning.
Naast de dichtgetimmerde voorgevel schemert een andere kras op de ziel van dit pand door, want de overgeverfde leus “HVO Kanker homo” was maandenlang zichtbaar. Ik denk aan de geschiedenis van dit woonblok, de botsende stijlen en het Joodse gezin dat hier ooit weggehaald werd. Al deze gebeurtenissen zijn onderdeel van de huid van dit pand. De brand is niet het begin, maar de nieuwste toevoeging aan een archief van pijn waar ik dagelijks langs loop.
De laksheid van woningcorporatie Eigen Haard is om woedend van te worden. Ze lieten ons vorig jaar al een maand zonder hoofddeur zitten en nu reageren ze met dezelfde institutionele onverschilligheid op de schade en de nog altijd hangende geur van dood. Het contrast tussen hun bureaucratische taal en de rauwe realiteit in de gang is beledigend.
De anonimiteit is in ieder geval doorbroken. De veiligheid was een illusie, maar de verbinding is nu een feit. De rust in de gang is niet langer een afwezigheid van mensen, maar een aanwezigheid van alles wat is verloren.
Deze column is ook te beluisteren binnen aflevering 152 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 13 juni 2026

Eén gedachte over “Brand”