Reiger

Soms voelt het net alsof ik bespied word.. In mijn eigen huis, in mijn meest private momenten, lijkt het soms alsof alles wat ik doe wordt waargenomen, vastgelegd en beoordeeld. Paranoia!?

Nee, het is die reiger, die dreiger. Dat beest dat alles heeft van een roofvogel, maar het toch net niet is. Geen klauwen, maar enge dunne sprietjes aan stokjes. Geen kromme snavel, maar een bek, zo groot en spits dat ik het er benauwd van krijg. Een dolk op pootjes, die in mijn straat verschijnt, op de meest onverwachte momenten.

Bij een gedachteloos blokje om, kwam ik hem voor het eerst tegen. Hij stond midden op de stoep, op mijn pad, en had geen zichtbare haast of schrik. De reiger keek me aan en knikte, wiegde zachtjes zijn kop. “Zo zo, jongen. Jij wilt er door. Tut tut. Kijk eens aan. Als ik jou was, zou ik maar lekker even omlopen..” De ongenaakbaarheid van de vogel dwong respect af. Dit was geen verdwaald musje of wispelturige duif, maar een koel, sereen wezen dat mij helemaal in de smiezen had.

Een week later, bij het terugkomen van mijn dagelijkse boodschappen, toonde hij me een ander wreed aanzicht. Hij zat naast de drempel bij de voordeur, doodgemoedereerd iets te verorberen. Iets dat slap, jong, donzig en lichtgeel van kleur, met roze voetjes was; een kuikentje dat misschien een dag had mogen leven, en nu bungelde uit die gigantische bek, terwijl de keel rustig en gestaag slikte.

Was hier sprake van een bewonderaar, een fourageur? Was iemand van mijn buren medeplichtig aan dit tafereel? Het deed me denken aan het verhaal van de oude man en de reiger. Er was eens een man geweest die trouw iedere dag een reiger voerde, die zich ophield bij zijn huis. Jaar in, jaar uit, liep de man op gezette tijden naar buiten, en gaf het dier te eten. De reiger wachtte op zijn beurt op de man, en was helemaal ingesteld op de dagelijkse ontmoeting. Toen de reiger echter een keer verstrikt bleek in een stuk kippengaas, en de man hem wilde helpen om eruit te komen, pikte de reiger zonder aarzelen allebei de ogen van de man eruit..

De reiger is als een kathedraal. De laatste tijd schrik ik regelmatig als ik uit mijn raam kijk en hem zie zitten, pal voor mijn raam, op een lantaarnpaal, altijd dezelfde. Hij is een stille getuige, een overlever. Als het waar is dat vogels van dinosauriërs afstammen, dan lijkt me de reiger daar een indringend voorbeeld van. Ja, jullie waren er allang voor wij bestonden. Net zoals de kerken in deze stad, die er al eeuwen zijn, en met grote waarschijnlijkheid alle nu nog levende mensen moeiteloos zullen overleven.

De reiger lijkt niks te ontgaan. Sta ik iets te laat op, dan zit hij daar en ziet het. Gooi ik gemakshalve weer een pizza in de oven, dan zit hij daar en neemt ook dat in die kraalogen op. Soms lijkt het alsof hij me door heeft, me betrapt en doorziet in al mijn futiliteit.

Sommige vogels zijn snel gevlogen, maar deze keert vooralsnog weer en weer..

Afbeelding

Deze column werd zaterdag 10 mei 2014 voorgelezen in het radioprogramma KULTI KULTI, aflevering 10

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s