Alle berichten door robertweijers

Radiomaker en (audio)columnist

Angela

Naar vriendschap had ik zulk een mateloos verlangen, maar wist deze niet te vinden, totdat Angela en ik elkaar ontmoetten, ergens midden jaren ’90. Zij was tegen de 40, ik begin 20. Het was op die deeltijdschrijversopleiding dat we voor het eerst in gesprek kwamen. We bleken ook nog eens dezelfde trein van Amsterdam naar Nijmegen terug te nemen.

Na een middelbare schooltijd vol pesterijen en eenzaamheid, waarin ik naast mijn eigen seksuele identiteit ook nog mijn weg probeerde te vinden, was zij de eerste vriendin die mij nam voor wie ik was, mij niet veroordeelde, maar mij juist benaderde met belangstelling en begrip.

Ze fascineerde me meteen. Angela was een grande dame met een geheel eigen stijl, met haar befaamde staartje dat speels boven op haar hoofd prijkte, als een antenne die allerlei creatieve ideeën opving uit de ether.

Creatief was ze, op zoveel gebieden. Alles wat haar interesseerde, maakte ze zich eigen. Van schrijven tot grafisch ontwerpen voor Second Life, van keramiek, schilderen tot toneelspelen: ze kon het allemaal, en wist alles te voorzien van haar speciale signatuur. Zeer dierbaar zijn de momenten waarop we samenwerkten. Hoe ik het geluid mocht vormgeven bij haar animatie van een boom die in een vrouw veranderde. Hoe zij, met plezier en verve, de door mij geschreven rol van helse hospita speelde.

Angela zei dat ze niet in Tijd geloofde. Dat het een door mensen bedacht concept was. Als ik aan onze vriendschap denk, geef ik haar helemaal gelijk. Hoewel de Schrijversvakschool ’em niet werd en we allebei verhuisden – zij van de woongroep naar een eigen woning, ik naar Amsterdam – bleven we elkaar met de regelmaat van een paar keer per jaar zien, en de tijd leek daarbij stil te staan. Moeiteloos wisten we altijd weer de draad op te pakken waar we die de vorige keer hadden gelaten.

Dan belde ik bij haar aan, en ze verwelkomde me met een warme omhelzing. Ze verwende me met bijvoorbeeld zelfgemaakte uiensoep, quiche met asperges of een toetje met veel vers fruit. We wisselden culturele tips uit. Zo wist ze me, door haar aanstekelijke manier van vertellen, nieuwsgierig te maken naar het werk van Renate Dorrestein en A.F.Th. Haar haarfijne film-analyses maakten dat ik nog intenser van die films kon genieten.

Het leeuwendeel werd echter besteed aan bijpraten, vaak totdat we de zon op zagen komen. Over elkaars leven, over prangende vragen naar het “waarom” en vooral het “hoe”. Over het zich onbegrepen of depressief voelen. Angela was, naast hyper-intelligent, ook hoogsensitief. Ze was een vrijdenker die onbeschroomd zei wat ze vond, niet om ruzie te veroorzaken, maar om te nuanceren en te verduidelijken. Hoewel ik conflicten het liefst vermijd, leerde ze me dat je in vriendschappen prima op bijzaken van mening kan verschillen zonder de ander te verliezen.

De laatste jaren waren bitterzoet. Aan de ene kant was ik superblij voor haar dat ze zich psychisch zoveel beter en gelukkiger voelde. Aan de andere kant merkte ik, en dat is typerend voor als je elkaar met tussenposes ziet, dat haar fysieke gezondheid achteruitging.

Ik had haar zo graag nog zeker 15 à 20 mooie jaren gewenst, maar dat zat er niet in. Ze kreeg mokerslag op mokerslag te verduren middels het slechtst denkbare nieuws. Toen ze in het ziekenhuis lag, was het amper te bevatten. Aan de telefoon klonk ze helder en vol levenslust. Even begaven we ons weer in onze gebruikelijke ongedwongen spontane bewustzijnsstroom. Ze vertelde me een jeugdherinnering die ineens opborrelde. We lachten even voluit en onbedaarlijk. En ondanks al haar pijn, was ze nog steeds begaan met, en geïnteresseerd in, wat er zich binnen haar vriendenkring afspeelde.

Angela heeft me laten zien hoe machtig het is, in alle kwetsbaarheid, jezelf te durven zijn. Ze heeft me boven alles geleerd hoe prettig, vertrouwd en mooi vriendschap kan zijn. Ik dank haar uit de grond van mijn hart voor haar warmte en steun, al die jaren dat we elkaar mochten kennen.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 134 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 9 november 2024]

Mallorca

Deze zomer sloot af met een onverwacht toetje. Als kers op de taart van mijn ouders’ gouden huwelijk vertrokken we, het voltallige gezin (vader, moeder, zus, broer, twee neefjes, en ikzelf) half september voor een week naar Mallorca. Al had ik vooraf mijn bedenkingen. Zou ik, de oudste, toch een beetje de verloren zoon van Amsterdam, me weer zo eenvoudig in het oude nest kunnen voegen? Was er niet te veel gebeurd, waren we niet te ver van elkaar afgedreven?

Tien jaar geleden waren we met dezelfde groep naar Oostenrijk gegaan, maar dit voelde ambitieuzer, exotischer en, belangrijker nog, beduidend warmer. Ik, die noch de zon, noch verre reizen aanbid, zou uit mezelf nooit naar een zonnige bestemming gaan, laat staan naar een all-inclusive hotel, de droom van menig gezin, maar niet de mijne.

Toch wilde ik geen spelbreker zijn. Lief van ze dat ze het oorspronkelijke plan, een vakantie in augustus op de Canarische Eilanden, voor mij hadden aangepast. En ja, ook speelde de tijd mee. Het besef dat mijn ouders niet het eeuwige leven hebben, was een gedachte die ik liever wegstopte. Maar hoe zou ik ooit mezelf vergeven als ik deze mijlpaal had gemist?

Soms voel ik me schuldig dat ik naar Amsterdam ben vertrokken. Iedere verjaardag die ik niet in het oosten van het land vier, iedere zondag waarop mijn zus en broer zonder meer met mijn ouders het bos in trekken — die momenten, die gedeelde herinneringen waarvan ik enkel via horen zeggen iets opvang. Ik heb er zelf voor gekozen naar de hoofdstad te gaan, voor een leven vol creativiteit, vriendschappen en homoseksualiteit, maar soms schuurt het een beetje.

Deze week bood een uitgelezen kans om te ontdekken wat ons, na al die jaren, nog bond. We hadden eerder woorden gehad, meningsverschillen over politiek en het leven. Ik was te links, zij te behoudend. We zijn allemaal koppig, allemaal overtuigd van ons eigen gelijk. Zou dit een week worden van vreedzaam naast elkaar leven, of van behoedzaam op eieren lopen?

Bij aankomst in het hotel werden we verwelkomd door een receptionist die me wel erg indringend aankeek. Hij checkte me in, maar hij checkte me tegelijk ook uit.. Toen hij het armbandje om mijn pols deed, voelde ik een zekere tederheid. Een steek van schaamte schoot door me heen. Mijn homoseksuele leven drong zich ineens zo ongemakkelijk op aan de heterowereld van mijn ouders, zus, broer en neefjes. Ik bloosde toen mijn familie het ook opmerkte.

De eerste dag was pittig. De zon brandde, en de hele dag met elkaar doorbrengen was vermoeiend. Mijn geduld werd op de proef gesteld, maar al snel kon ik om mezelf lachen. En dat lachen zouden we de rest van de week volhouden. Om die woeste Duitse vrouw die door een gesloten hekje wilde. Om de vage putlucht. Om die brutale berggeit, die op de picknicktafel sprong en het bakje met snoepjes plunderde. Om de merkwaardige hotelgasten die ons deden denken aan vroegere bekenden. Om bijna vergeten herinneringen en om elkaars vertrouwde gewoontes en typische manieren.

Naast al dat lachen was er veel moois om van te genieten: de wuivende palmen, de bloeiende oleanders, de rotsachtige kust, het parfum van Flor d’Ametler, en vooral, elkaars gezelschap.

“We Are Family” galmde door het animatiezaaltje. Mijn zus, neefje en ik waagden ons enthousiast op de dansvloer. Het leek ineens de titelsong van onze vakantie. Ja, wij, die wonderlijke familie Weijers. We zijn familie, en dat mag iedereen weten!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 133 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 12 oktober 2024]

Omar Apollo

In barre tijden wendt men zich tot frisse goden. Nu de herfst nadert, wend ik me tot Apollo, de god van licht, muziek, dichtkunst en spiritualiteit. In 2024 draagt hij, wat mij betreft, de voornaam Omar. Zanger Omar Apollo is nu 27 jaar oud en doet zijn goddelijke naam eer aan, zowel door zijn lengte en goed gebouwde verschijning als door zijn talent. Over zijn liefdesavonturen kan ik alleen maar dromen..

De harde realiteit is echter dat ik diep in de rouw ben. Mijn dierbare vriendin Angela, die ik al meer dan de helft van mijn leven ken, blijkt ongeneeslijk ziek te zijn.. en kort daarna zelfs terminaal. Ik zou een boek vol kunnen schrijven over de aard van onze warme, ongedwongen en bijzondere vriendschap, maar momenteel overheerst de onmacht. De rauwe woede vecht met schrijnend verdriet, en er is niets wat ik kan doen om het noodlot te keren.

De muziek van de van oorsprong Mexicaanse Omar Apollo blijkt onverwachte troost te bieden. Omar is een van de meest onverschrokken, openlijk queer artiesten van deze tijd, die zich moeiteloos tussen genres als R&B, funk en Latijnse muziek begeeft, met een indrukwekkend vocaal bereik en een uniek geluid. Zijn openheid over zijn identiteit en persoonlijke gevoelens geeft zijn muziek een diepgang die me keer op keer raakt.

Zijn laatste album, God Said No, werkt als een balsem voor mijn zware gemoed. Het album biedt een zuivere kroniek van de emotionele reis door het verwerken van een verloren liefde: van ontkenning, woede en onderhandelen, naar depressie en uiteindelijk aanvaarding.

Zover ben ik nog lang niet. Zover durf ik niet eens vooruit te kijken. Ik koester Angela. Ik koester de nazomer. Ik koester de zonnige live-uitvoeringen op Omars recente EP..

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 132 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 14 september 2024]

Lenny

Let love rule.. Al 35 jaar lang stuurt zanger Lenny Kravitz zijn funky klanken en zijn zonnige lyriek de wereld in. Al 35 jaar volg ik hem, geniet ik van zijn stem, zijn zelf geproduceerde en gespeelde muziek. Lenny verenigt zwart en wit, rock en soul, geworteld in zowel de Joodse als de Caribische cultuur. Op zijn 60ste is hij ook nog eens superfit en aantrekkelijk. In de video voor TK421 toont hij zonder schroom, en met enige zelfspot, zijn afgetrainde lichaam, en oogt daarmee leeftijdsloos.

Terwijl ik wegdrijf op de aangename sferen van zijn nieuwe album Blue Electric Light, pak ik er ook maar eens zijn autobiografie bij. Hij beschrijft hierin zijn jeugd en jongvolwassenheid, de tijd voor zijn grote doorbraak als rockster. Hij vertelt over zijn moeizame relatie met zijn autoritaire vader, de liefdevolle band met zijn moeder, actrice Roxy Roker, en zijn diepe religiositeit.

Het roept herinneringen op aan mijn eigen jonge jaren. Hoe ik in eenzaamheid mijn eigenheid ontdekte. Hoe ik voor het eerst knetterstoned werd. Hoe ik, door mee te doen met Lenny, leerde om zuiverder te zingen. “If you want it, you got it / You just got to believe / Believe in yourself / ‘Cause it’s all just a game / We just want to be loved.”

Zijn boodschap van liefde en positiviteit inspireert me, maar maakt me ook een tikkeltje argwanend. Is hij te mooi om waar te zijn? Ook betrap ik me op vooroordelen. Zijn veelvuldig bejubelen van God en Jezus strijkt me, als afvallige katholiek en felle atheïst, tegen de haren in. Want zijn de meest godsvruchtige mensen immers niet ook het meest homofoob?

Hoe ongegrond en vooringenomen mijn idee is, merk ik als ik verder lees in de autobiografie. Lenny beschrijft zichzelf als een buitenbeentje: geen rokkenjager, maar juist een rokkendrager, die het liefst omging met homoseksuele jongens: “ze hebben me geholpen op die en talloze andere vlakken mijn stijl te ontwikkelen. Zij waren de wegbereiders, degenen die de avant-gardecultuur in LA gestalte gaven.”

Ook deelt hij een warme herinnering aan zijn vriend Dalee Henderson, die hem meetroonde naar gay dancings, hem voedde en onderdak bood: “Hij was als een liefhebbende oudere broer.”

Dat Lenny meer dan okay met de gays is, had ik kunnen weten. Of het zijn eerbetoon aan Little Richard betreft, waarin hij hem expliciet als roze rolmodel benoemt, of de personages die hijzelf gestalte mocht geven (waaronder Nurse John in Precious en de androgyne Cinna in The Hunger Games), of het feit dat hij een song schreef voor de film Rustin, over het leven van de zwarte queer burgerrechtenactivist Bayard Rustin.

Een andere roze connectie is die met ons aller Dolly Bellefleur. Ook Dolly, die nota bene in hetzelfde jaar haar opwachting maakte als waarin Lenny’s eerste hitsingle uitkwam, heeft zich laten inspireren. Eén van haar vurige credo’s, laatst nog enthousiast uitgedragen op een boot in de Canal Parade van Amsterdam, is direct ontleend aan Lenny: van “Let love rule” naar “Laat liefde regeren.”

Lenny’s recente single Human is een universeel anthem dat als themasong voor de Pride niet zou misstaan: “I’m gonna live my truth in this life / I am not gonna live a lie / ‘Cause I came here to be alive / I am here to be human / I’m gonna keep my head to the sky / Gonna walk each step with pride / ‘Cause I came here to be alive / I am here to be human.”

Met zijn relaxte charme en zijn optimistische energie lijkt Lenny tijdloos te zijn geworden. Nog steeds even nostalgisch en romantisch als toen hij begon, en zonder een spatje cynisme. Wanneer ik naar zijn muziek luister, voel ik me even weer in “Fields of Joy”, velden vol teruggevonden vreugde.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 131 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 10 augustus 2024]

Brug van glas

Ik loop over de Jan Schaeferbrug, verbeten mijn overtollige kilo’s en de droevige beelden van het wereldnieuws weg te stampen. De avond is gevallen, en ik mijmer over het “gelul waarin niet gewoond” kan worden. Dan zie ik voor me een groepje jongeren, fietsend op de voetgangersstrook. Ze blowen, lachen, en dragen een speaker met zich mee. Ze zijn uitgelaten, vol verwachting van een of ander feest.

Mijn pas stokt. Ze fietsen zo langzaam dat ik ga zwalken. Zal ik er iets van zeggen? Zal ik zo onopvallend mogelijk op het fietspad gaan lopen om door te kunnen? Ik besluit “sorry” te mompelen en me door het groepje jongens heen te wurmen, en dus op het voetpad te blijven. Ze kijken verrast, maar wijken niet echt. Als ik ze passeer hoor ik ze smalende geluiden uitstoten.

Hoe neutraal ik ook probeer over te komen, ze herkennen in mijn tred dat ik geen heteroman ben, en dat moet bespot worden. Hoewel ze niet ronduit schelden, proef ik de minachting in het primitieve gejoel. Het voelt alsof de brug ineens van glas is geworden.

Als het trappetje zich aandient, buig ik snel af, maar kom ineens bijna ten val. Mijn ene veter blijkt losgegaan. Heeft een van de jongens misschien op mijn veter getrapt om me te doen struikelen?

Verhit ploeter ik door, blij dat ik ze heb afgeschud. Ik denk aan wat ik las in Maurits de Bruijns “Man maakt stuk” en over het GGD-onderzoek dat uit schijnt te wijzen dat onder Amsterdamse jongeren de acceptatie van LGBT+ers in korte tijd van 63 naar 43 procent is gedaald.

Mijn woede versnelt mijn gang over het Java-eiland, maar ook daar word ik gehinderd. Een felle jonge hond, een mastiff, rent naar me toe en gromt vervaarlijk. Ruikt hij of zij mijn cortisol, mijn ketonen, mijn zwakte, mijn angst?

Het beest springt tegen me op, en ik doe verwoede pogingen het rustig te krijgen. Geen baas of bazinnetje in zicht.

Dan besef ik dat ikzelf rustiger moet worden. Dieper ademen, spieren ontspannen.. Pas als ik inwendig die spanning los kan laten, laat de hond me ook los.

Thuisgekomen, neem ik dan een lange, warme douche.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 129 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 8 juni 2024]

Voetstoots

Met de melodieën van Omar Apollo dansend in mijn oor, de warme gloed van wijn in mijn buik en mijn ogen gericht op een oneindig punt in de duisternis, dool ik met een toch verrassend vastberaden tred door de nachtelijke straten van Amsterdam, op weg naar huis. Plotseling dringt een stem door de magische klanken heen: “Hallo! Herken je me niet meer? Loop je me nou klakkeloos voorbij?”

Twee grote bruine ogen kijken me doordringend aan. Daar staat hij, onmiskenbaar. Die ietwat verlegen jongen die ooit met me flirtte in de Trut. Dezelfde jongen die me later nog vaak op straat tegemoetkwam. Die jongen die bij het pompstation zei dat ik een lekker kontje had. Die zich hardop afvroeg waar ik eigenlijk naar op zoek was. Die jongen die me eerder al brokstukken van zijn verleden had toevertrouwd. Die sprak over zijn tegenslagen en de stemmen die hem plaagden.

Opnieuw vraagt hij me om geld voor de nachtopvang. Dit keer kan ik niet ontkomen, nu ik niet op mijn fiets zit. Eerlijk zeg ik dat ik helaas niets bij me heb. Hij lucht zijn hart en ik voel zijn frustratie en eenzaamheid. Nee, ik ga midden in de nacht niet voor hem pinnen.

Ondanks zijn vermogen om me te betoveren, blijven angst en argwaan bij mij de boventoon voeren. Hoewel ik alles wat hij zegt graag voetstoots zou willen aannemen, twijfel ik en voel ik me onder druk gezet. Ben ik laf, of gewoon hypocriet? Vertoon ik soms die “solidariteit die niets kost”, zoals Gerard Reve dat noemde?

Hij verzekert me dat hij me niet wil intimideren, maar toch komt hij steeds dichterbij. Plotseling omhelst hij me, en ik laat dat niet alleen toe, maar beantwoord zijn omhelzing. Is het uit zelfverdediging?

Hij zegt dat ik heerlijk ruik, dat hij me lief vindt. Tot mijn schrik voel ik opwinding opborrelen. Het voelt levensgevaarlijk en verrukkelijk tegelijk. Verstrengeld met hem durf ik te vragen of hij gay of queer is. Hij fluistert in mijn oor: “Ik ben eerder kinky… Ik hou van voeten, zowel van mannen als vrouwen. Wat is jouw schoenmaat eigenlijk?”

Op dat moment laat ik hem los. Het wordt me te veel. Ik smeek hem me met rust te laten. Ik verontschuldig me opnieuw, beloof vaag misschien later geld te geven, en wens hem het beste.

“Je bent een goed mens,” zijn zijn laatste woorden voordat we uit elkaar gaan.

Nou, dat valt nog te bezien, denk ik, terwijl ik trillend de deur achter me dichttrek..

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 127 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 13 april 2024]

Preuts

Het schaamrood staat me op de kaken, iedere keer dat me vriendelijk wordt verzocht iets meer van mezelf prijs te geven dan ik aanvankelijk van plan was. Mezelf lichamelijk blootgeven voorbij het banaal-basale breekt me behoorlijk op. Ik scheer me weg, verstop me zoveel mogelijk.

Ben ik preuts?

Vrij van kwetsuren ben ik nou eenmaal niet. Ik moet meteen terugdenken aan die gymleraar die eiste dat ik me “gewoon” zou voegen tussen de jolige, stoere klasgenoten onder die dampende douche. Mijn aangeboren diepe deuk in mijn borst trok helaas al de ongewenste aandacht. Ik werd gezien en behandeld als een gedrocht.

Mijn te korte X-benen, mijn rug die bezaaid is met littekens van 10 jaar heftige acne: ik doe het ermee, maar stel het liever niet al te veel ten toon. Mijn overgewicht, maar vooral mijn middelbare leeftijd, hebben me inmiddels best wat toontjes lager doen zingen. Waar ik vroeger droomde om in de arena te mogen staan, ben ik nu al zielsblij gedoogd te worden in de catacomben.

Ik ben struiser en daarmee kuiser dan ik me ooit had kunnen bedenken. Ik ben ingetogen op het belachelijke af. Omdat ik ervaar dat ik slechts nog voor een enkeling enige seksuele bekoring mag uitstralen, trek ik me terug in mijn eenzame dans. Ik negeer en observeer vanuit mijn ijzige troon van nuffige eerbaarheid.

En toch vier ik de intieme keerzijde: de vreugde van niet al te murw, niet al te afgestompt te zijn. De onwankelbare ontvankelijkheid voor schoonheid, voor al die kleine gebaren, opgevangen vanuit de meest duistere ooghoek. De uitzonderlijke pracht van wat anderen “blootgewoon” zouden noemen.

Diep in mijn hart ben ik de schuchtere voyeur die samenvloeit met de ongewisse exhibitionist. Tegen beter weten in, omarm ik de sjans die zich verschanst in de buitenkans.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 126 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 9 maart 2024]

Wie is de Mol?

Ieder begin van het jaar stel ik me de gewetensvraag: duik ik weer in het verse seizoen van het NPO-TV-spel Wie is de Mol? Gedurende 10 weken de kronkelige weg naar de ontmaskering van de saboteur volgen, of dit keer niet? Hoewel het een van de grootste televisiehits is met 24 seizoenen, voelt de formule wat sleets. Het ligt onder een vergrootglas; aanwijzingen en clous blijven achterwege om voortijdige ontdekking te vermijden. Toch biedt het me troost.

Wie Is De Mol? is namelijk onomwonden queer. Op meerdere niveaus. De vingerafdruk in het logo blijkt behoorlijk roze getint.

Feitelijk is er een oververtegenwoordiging van LGBT+ kandidaten. Van de standaard 10 zijn doorgaans 1 à 2 niet hetero. Dit aandeel, gerelateerd aan een hoger percentage in de media- en amusementsbranche, krijgt echter weinig nadruk. Roze kandidaten zijn niet meer of minder dan anderen, niet verdacht om hun identiteit. Voor zoekende jonge kijkers is dit een hart onder de riem. Ze zien diversiteit die organisch past binnen het programma, met mensen als Nikkie de Jager, Johan Goossens, Ellie Lust, Patrick Martens en Babs Schutte.

Ook de uiteindelijke mollen blijken vaak uit de roze gemeenschap te komen. Minstens 8 mollen: Jon van Eerd, Kees Tol, Margriet van der Linden, Thomas Cammaert, Jeroen Kijk in de Vegte, Everon Jackson Hooi, Jurre Geluk, en in 2025 Stijn de Vries. De molrol resoneert daarbij met de ervaring van een dubbelleven, iets waar menige niet-hetero/niet-cis persoon zich mee zal kunnen identificeren.

De huidige presentator, die de toon zet en de kandidaten aanstuurt, is homo: Rik van de Westelaken. MolTalk, de audiovisuele nazit, kent duo-presentatoren, waaronder eerst acteur Rop Verheijen en sinds dit jaar schrijver Splinter Chabot – beide dieproze.

Een laatste gradatie is te vinden in de fans en duiders, liefkozend molloten genoemd. Ook hier is de representatie hoog. Van onder meer analist Max van De Telegraaf tot Youtuber Siem, die met zijn vriendje Calder schattig hints en theorieën bespreekt.

Juist in deze donkere tijden, is een licht, doch professioneel gemaakt programma als Wie is de Mol? een welkome afleiding. Het heeft me menige winter doorgesleept met de belofte: als dit seizoen ten einde is, kennen we de mol, en begint eindelijk de lente.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 125 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 10 februari 2024]

Guur

Dit seizoen weegt als een loodzware deken, zo guur… Afgezien van de lagere temperatuur is het vooral de huidige cultuur die aan me vreet en oprispingen veroorzaakt. Ben ik nu te zuur? En hoe kan ik me daar tegen wapenen?

Cynisme was altijd een exotisch begrip voor me, tot aan dit moment. Nu bijt ik steeds vaker op mijn tong, houd mijn adem in, en verdwijn nog dieper in mijn matras, met de gordijnen steeds lager gedrapeerd. Ik wil de boze buitenwereld uitbannen, maar kan niet ontsnappen aan de ventilatiefilters in mijn raamkozijn. Een gezonde luchtstroom betekent onontkoombare confrontatie met de kille, gure wind die de wereld nu lijkt te beheersen.

Een jong meisje uit Gaza flitst aan me voorbij. Ze zit onder het stof en het bloed, en heeft net ontdekt dat ze de enige overlevende is van haar gezin. Ze is een menselijk slachtoffer van een onmenselijke strijd. Haar blik dringt recht in de mijne door via een gedeeld bericht op sociale media, en ik krimp ineen.

Ondertussen tiert Jodenhaat welig. Er is veel afgunst en rancune onder verschillende groepen over en weer. Helaas blijken al die diepe boodschappen die ik vanaf mijn jeugd heb meegekregen, ineens futiel. Ooit doordrongen van “dit nooit meer”, lijkt de wereld nu te denken: “maar waarom ook niet?”

De oorlogen in Israël en Oekraïne liggen als lood op mijn maag. Het lukt me niet mijn zegeningen te tellen. Moet ik blij zijn dat ik, als homo, nog even vrij mag zijn, in tegenstelling tot in het huidige Rusland, waar heuse razzia’s plaatsgrijpen? Kan ik werkelijk baden in dankbaarheid voor de tolerantie, die nu slechts wisselgeld blijkt, sinds xenofoob en Poetinvriend Wilders meer invloed heeft?

De beschaving blijkt flinterdun. Als drag queen in de Reguliersdwarsstraat kun je zomaar aangevallen worden. Je roept de politie erbij, wijst de verdachten aan, maar in de praktijk blijkt de kans op vervolging klein, en lachen de daders je in je gezicht uit. Ook binnen de gelederen van de regenbooggemeenschap zelf zijn krachten actief die haat koesteren richting personen die zich trans of non-binair voelen. Ze hebben met succes de onderstroom van verdraagzaamheid weten te vergiftigen.

Het COC pronkt ondertussen met een nieuw roze stembusakkoord, terwijl van het vorige vrijwel niets terecht is gekomen. Zowel de transgenderwet als het verbod op conversietherapie zijn er nog steeds niet door, omdat vijandigheid twijfel heeft gezaaid.

Cynisme is nu zo verleidelijk. Cynisme is nu zo logisch. Waarom niet simpelweg accepteren dat alles komt en gaat, dat er na een periode van vrijheid weer repressie volgt? Waarom niet onder ogen zien dat de mensheid van nature wreed, destructief en bovenal egoïstisch is? Dat vrede een tijdelijke illusie is, maar oorlog, hongersnood en pijn de werkelijke basis vormen van de menselijke conditie.

Ik kan het nog steeds niet aan, en wíl er nog steeds niet aan. Misschien is dat naïef, en spreken hier vooral mijn privileges. Maar met alle macht die in me is, probeer ik mezelf toch af te leiden. Ik ontmoet nieuwe mensen die me nieuwe perspectieven kunnen bieden, terwijl ik mijn vriendschappen des te meer koester.

Tegelijkertijd laaf ik me aan alle schoonheid die me ooit raakte en inspireerde, en dompel me soms helemaal onder in nostalgie. Ik hoor van de actualiteit, maar enkel sporadisch en vanachter een zorgvuldig gekozen sluier. Ik knip de zoutlamp aan en probeer me even te concentreren op alleen maar mijn ademhaling.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 123 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 9 december 2023]

Will & Grace

Het is nu precies 25 jaar geleden dat de Amerikaanse comedyserie Will & Grace voor het eerst op televisie verscheen. In die tijd, een kwart eeuw geleden, was ik een beginnende student in Amsterdam die zijn eerste stappen zette in het roze uitgaansleven. Ontmoetingen vonden voornamelijk plaats in de kroeg, en het internet was nog niet alomtegenwoordig. Hoewel de dvd opkomend was, keek ik de meeste films en series nog op de traditionele manier: via televisie en vhs-banden.

Will & Grace was vernieuwend doordat het een van de eerste series was waarin twee prominente personages homoseksueel waren: Will Truman en Jack McFarland. Mijn verwachtingen waren hooggespannen. Op zoek naar representatie en herkenning bekeek ik de serie welwillend, maar ook kritisch. Wat belichaamden die personages? Was ik meer een Will, gespeeld door een hetero-acteur, die niet al te opvallend gay was? Of voelde ik meer verwantschap met Jack, de flamboyante persoonlijkheid?

Destijds dacht ik: geen van beiden. De serie maakte me ongemakkelijk door twee homomannen te tonen, waarbij de een niet genoeg en de ander juist te veel de stereotiepe homo leek. Vooral Jack stoorde me: zo clichématig overdreven, kon ik daar wel om lachen? Bevestigde deze serie niet juist alle vooroordelen waar we zo graag vanaf wilden?

Een kwart eeuw later bekijk ik het met heel andere ogen. In deze gepolariseerde tijd, waarin we overspoeld worden met diverse roze representaties en rolmodellen, maar waar ook tegengeluiden steeds luider klinken, blijkt Will & Grace een verademing! De serie lijkt een prachtige balans te hebben gevonden tussen activisme en amusement, zonder te vervallen in doorgeschoten politieke correctheid of gemakzuchtig cynisme.

Bovenal is de serie uitstekend geproduceerd. Het biedt comedy in de traditie van Lucille Ball, met klassieke slapstick en meesterlijke timing. De grappen zijn scherp en doorspekt met zelfspot, ook wat betreft homoseksualiteit. De hoofdrolspelers houden elkaar mooi in evenwicht: het meer ingetogene spel van Will en Grace tegenover de uitbundige vertolkingen van Jack en Karen.

Ik ben buitengewoon verheugd dat er momenteel een podcast genaamd ‘Just Jack & Will’ loopt, waarin de acteurs herinneringen ophalen aan de roemruchte sitcom. Het stemt me ook blij dat ik kennelijk nu minder zwart-wit naar gay-gerelateerde cultuur kan kijken en er veel meer van kan genieten.

Oh ja, en die Jack… Hoe meer ik terugzie, hoe meer ik van dat personage én hopelijk ook een beetje van de Jack in mijzelf ga houden..

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 122 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 11 november 2023]