The people versus dr. Conrad Murray

Grote bruine, maar trieste ogen staren in de verte. Deze verte wordt gevangen door de lens van de camera die opgesteld staat in de rechtbank. Mijn ogen vloeien samen met de verte. Dokter Conrad Murray staat terecht voor doodslag op zijn patiënt, Michael Jackson, en ik kijk toe.

Actualiteit is misschien wel de meest verslavende drug die bestaat. Als voormalig fan, en eeuwig bewonderaar van de King of Pop, ben ik gebrand op ieder snippertje nieuws, juist nu hij er zelf niet meer is om het eigenhandig te kunnen genereren. Ik ben hongerig, en alles wat iets toe meent te kunnen voegen, verslind ik. Zo ook de online feed van de rechtszaak.

Michael Jackson stierf officieel aan een overdosis propofol, een narcosemiddel, dat aangewend was  tegen slapeloosheid. Het op de voet volgen van de rechtsgang heeft zeker ook iets weg van het aansluiten van een infuus. De informatie druppelt langzaam binnen, de juridische plichtplegingen kan ik onderhand dromen. Het spel van vraag en antwoord brengt me zowat in een trance.

De hoofdverdachte, Murray, belichaamt tot nu toe de volmaakte sneuheid. Karrenvrachten aan woorden worden over hem uitgestort, belastend materiaal stapelt zich voor zijn ogen op, en hij trotseert het elke dag weer, met telkens, heel frivool, een andere stropdas.

Zeer schrijnend zijn de momenten van pauze. Wanneer de rechter overlegt met de partijen, concentreert de camera zich op Murray. Wanneer de feed even doofstom wordt, krijgen we des te meer close-ups van Murray. We zien hoe hij ineenkrimpt als een collega-cardioloog wordt aangekondigd. We zien de wanhoop als een vriendinnetje van hem het spreekgestoelte betreedt. Soms lijkt het alsof het beeld bevroren is, zo onbeweeglijk is de verdachte dan. Soms zijn er shots van vertwijfeling, waarin de totale ineenstorting niet ver weg meer lijkt. Soms lijkt Murray diep weg te zinken, en soms zelfs te huilen.

Hoe veel pech en tegenslag dokter Murray ook gehad heeft mogen hebben, zijn er toch nare feiten die zich niet zo makkelijk weg laten redeneren. Murray had bijvoorbeeld de drug propofol nooit zo nonchalant toe moeten dienen, zo zonder toezicht en zonder monitor. Murray had als cardioloog ook moeten weten dat je voor reanimatie de patiënt op een harde ondergrond dient te plaatsen, niet op een zacht matras. Murray had bovenal niet mogen verzwijgen dat zijn patiënt bepaalde medicijnen toegediend had gekregen en zeker niet twintig minuten hoeven wachten voor hij 911 liet bellen, toen juist iedere seconde telde..

Het ene moment zit ik rechtop, verontwaardigd, te vloeken voor mijn computerscherm. Het andere dwaal ik af.. Gisteren werd het me even te verbeus. Ik deed mijn best alles tot me door te laten dringen, maar raakte overvoerd. Mijn ogen sloten zich voor enige momenten, en wat later schrok ik wakker. Op de live feed scandeerden, net buiten de rechtbank, strijdlustige fans: “Justice for Michael! Justice for Michael!”

Ik schaamde me toen toch even..

mj

Advertenties

Smitten

Ik ben een beetje verliefd.. Niet op een persoon, maar meer op een personage. Niet om wat ze zegt, maar om hóe ze het zegt.

Wat ze precies is, kan ik niet eens met zekerheid vaststellen. Wie zich achter haar bevindt is een mysterie. Haar naam is Gay Carrington, en ze is een rijzende ster op de Youtube.

Ze toont ons stijl zoals we die nog zelden zien. Ze heeft een gezicht, dat met recht een visage genoemd kan worden: egaal, delicaat, met grote ogen, een klassiek vrouwelijk ideaalbeeld. Alles ademt daarbij de tijdgeest van het Hollywood van de jaren ’40. Gay laat zich kennen als een groots actrice van toen, maar is geenszins een pastiche of parodie op een andere diva. Ze is een geraffineerde melange van vele tijdgenoten, die verrast met details: haar gebaren, haar timing, die steelse knipoog, de muziek die perfect past bij de sfeer, het getinkel van een ijsblokje in een cocktailglas op de achtergrond.

Meest opzienbarend vind ik haar Engelse accent. Ook dit is compleet conform de mode en mores van die tijd. Denk aan Katharine Hepburn, Cary Grant en een jonge Bette Davis. Het is Amerikaans noch Brits, maar iets daar tussenin: trans-Atlantisch Engels.

Voor een voormalig student Engels, die met wat moeite zowel het Amerikaanse als het Britse accent na kon doen, maar geen keus kon maken hoe ik nu zelf wilde klinken, was dit accent een uitkomst geweest! Het Engels van Gay is heerlijk verzorgd, maar zonder aardappels in de keel of andere stoffige affectaties. Het is Amerikaans, maar zonder dat zeurderige en nasale. Ze bewandelt hiermee de middenweg tussen een drawl en een twang, balanceert tussen “làhst” en “lèst”, en overbrugt hiermee een oceaan. Dat doen weinigen haar tegenwoordig na.

Gay Carrington brengt met haar vernuftige en geestige video’s niet alleen een ode aan een lang vervlogen periode, ze belichaamt ook kwaliteiten waar we altijd behoefte aan zullen blijven hebben: finesse, aandacht en verbeelding.
Een troost voor het oog, en zeker ook het oor..

Burengerucht

Een goede buur mag beter zijn dan een verre vriend, maar hoe goed moet die buur eigenlijk zijn als je in een stad als Amsterdam woont?

Nee, we hoeven niet per se inzage of inmenging in al het naburige wel en wee. Nee, we zijn gehecht aan onze privacy en gaan vooral het liefst onze eigen weg. Doe ik het mijne in mijn huisje, doe jij het jouwe, en als we dat elkaar gunnen, en een beetje rekening met elkaar houden, is ieders woongenot optimaal. Toch?

Dat het gruwelijk uit de klauwen kan lopen, is genoegzaam bekend. Je zult toch maar een buurman hebben die vanachter zijn muur ’s ochtends scheldkanonnades naar je afvuurt, zo veelvuldig en hardnekkig dat je een musical zou kunnen maken op basis van zijn teksten.. Je zult toch maar iemand boven je hebben wonen met een bezwaard gemoed, een dunne plankenvloer en een lekkend chemisch toilet – waardoor je als onderbuur echt ònder komt te zitten..

Je kunt pech hebben, maar het ook veroorzaken, en soms niet eens bewust. Eén van mijn grootste angsten is mijn buren tot last te zijn zonder dat zelf te beseffen. Want hoe ver reiken mijn zangoefeningen? Hoe charmant is dat dichtslaan van de voordeur om vijf uur ’s nachts, als ik net thuis kom? Maak ik me heimelijk schuldig aan burengerucht?

Sinds bijna een jaar woon ik nu in een sociale huurwoning, die moeilijk in te schatten is wat mogelijke overlast. Het is een oud huis, maar gerenoveerd, en voorzien van geluiddempende maatregelen. Daarbij blijft de vloer van hout toch van hout, tot in zijn diepste vezel, hoeveel tussenlagen en ondervloeren er ook mogen zijn. Op basis van de onopzettelijke “contactgeluiden” die van mijn bovenbuurman doorsijpelen, lijkt het me daarom wel zo verstandig hier geen al te wilde hobby’s te gaan ontplooien, zoals touwtjespringen of tapdansen (daarvoor zijn er immers betonnen bunkers, dansscholen en bossen)..

Mijn ijkpunt is: wat mijn buren me zelf, vanuit hun subjectieve ervaring – hopelijk niet gespeend van enige redelijkheid – toevertrouwen.

Lange tijd tastte ik wat dit betreft in het duister. Mijn onderburen waren me namelijk een raadsel.. De bejaarde moeder duwde me en passant een paar keer haar mobiele telefoon in handen, met de vraag deze te activeren. Ze wist klaarblijkelijk de correcte toegangscode, maar ontbeerde de kennis om de “Enter”-knop te vinden. Haar zoon, een niet onknappe jongeman met weelderige dreadlocks, zat vaak ’s nachts vanachter het gordijn te loeren op.. tja, vrouwelijk schoon? Ik heb veel glimpen van zijn halfnaakte lichaam vanachter dat gordijn mogen opvangen, maar een simpel “hallo” kon er nooit van af, ook niet bij een toevallige ontmoeting op straat. Waarom niet? Moeder en zoon zijn inmiddels met stille trom vertrokken. Misschien tè stil? Ik blijf me dingen afvragen.. Had ik meer moeite moeten doen? Had ik een betere buur voor hun kunnen zijn door me minder ruchtbaar te maken? Of juist véél meer? Wanneer ben je te opdringerig en wanneer te afzijdig?

Sinds kort heb ik een nieuwe onderbuurvrouw. Toen ze haar nieuwe woning liet zien aan haar dochters, dribbelde ik haastig langs, op weg naar de supermarkt. De dochters hadden glaasjes rosé in de hand, en één voegde me fijntjes toe dat ik er uit zag als iemand die zeker vaak ’s avonds “rock-muziek” zou draaien.. Nou ja! Ik?! En toch stemt het me hoopvol. Ik weet immers wat ik kan verwachten, want er is onderlinge communicatie, en dat is een voordeel.

(Rock-muziek.. Misschien toch maar naar de kapper?)

burengerucht

Stante pede

Zeker een jaar ben je nu bij me
met iedere stap die ik zet
Eerst zag ik je nog niet voor wat je was,
dacht dat je een blaar was,
maar jij viel niet door te prikken
Nee, ik moet het je nageven:
oppervlakkig ben je nooit geweest
Je liet je onder mijn gewicht pletten,
maar drong je daardoor juist dieper binnen
in schier oneindige lagen
die mijn zool ontsierden
met mijn eelt als jouw schild

Ik sta op voet van oorlog,
mijn geduld is bijna op
Neem de komende dagen nog,
maar voor het einde van de maand
wil ik van je verlost zijn
Als jij niet van wijken wilt weten,
weet ik wat te doen:
we gaan opnieuw naar de huisarts,
ik verlink je, de dokter verstikt je,
bevriest je, opnieuw..

Als dat je niet mag vermurwen,
strijd ik verder, te vuur en te zwaard
Ik stip je aan met chemische formules,
verzuur je met azijn en citroen,
bedek je met zilveren tape,
smoor je met tea tree, knoflook en kurkuma,
schraap je weg, schroei je weg
al doet het nog zo’n pijn

Als ik jou was, zou ik nu maar snel
je feestje ergens anders verder vieren..
als er al nog wat te vieren valt
Ga nu heen, op staande voet!
Scheer je weg, en laat je nooit meer zien!

stantepede

Pontje

Voor iemand met uitstelleritus, is iedere veerpont een beproeving. Een pontje maakt het namelijk niks uit of je wind tegen had met fietsen, of dat je net nog even gebeld werd door je moeder. De drijvende brug meert af en aan met de secondes van de klok, en laat niet veel ruimte tussen de pech van het missen en het geluk nog op tijd mee te kunnen.

Sinds enige tijd heb ik zangles in Tuindorp Oostzaan, Tutti Frutti-dorp, en daartoe begeef ik me op de pont van Amsterdam CS naar de NSDM-werf. Eenmaal nahijgend van mijn eindspurt, sta ik dan toch wat beduusd in de bewegende wachtkamer voor zeker een kwartier om me heen te kijken. Er is ook zo veel te zien..

Daar staat een vrouw van midden veertig te bellen. Ze ziet er wat verfomfaaid uit, en heeft lichtgele verfspatten op haar schoenen en spijkerbroek. Ze vloekt, ze slingert haar gesprekspartner wat verwijten naar het hoofd en hangt abrupt op.

Aan de andere kant staat een puberjongen, met zijn lange haren wapperend in de wind en witte dopjes in zijn oren. Hij heeft een meisjesachtig gezicht, met hier en daar een puistje. Hij gaat op in zijn muziek, deint mee met de beat en waant zich onbespied. Af en toe tast hij in de binnenzak van zijn jas en haalt er een paar winegums uit, die hij dan in zijn mond stopt.

Voor mij is een echtpaar van middelbare leeftijd in de weer met een kaart. Beiden dragen ze bergschoenen en een rugzak, en beiden zijn ze een beetje verbrand. Als het gaat regenen volgt er lichte paniek. De kaart moet opgevouwen, maar het is nog een heel karwei om het precies zo op te vouwen als het voorheen opgevouwen was. De man frommelt wat aan een rode poncho, maar trekt hem niet aan. Samen gaat ze naar het overdekte deel.

Ik staar graag het water in, geniet van de golven in het oppervlak, sta letterlijk stil bij de beweging. In het water is ook het weer weerspiegeld. Donkere wolken doen het water er uitzien als inkt. Wind maakt het woester. Regen vormt complexe patronen.

Aan de wal moet ik even wennen aan hoe vast de grond onder de banden van mijn fiets is. De willekeurige groep mensen, net een kwartier verenigd tussen twee oevers in, breekt nu weer op.

Tijdens de zangles komen af en toe flarden terug. Tussen het zingen, luisteren en praten door, trekken mijn trommelvliezen zich licht samen. Ik hoor het ruisen in mijn oorschelp, alsof het pontje in iedere seconde van rust, opnieuw weer even doorvaart.

pontje

The Artist’s Way

Creativiteit vloeit. Creativiteit is als een rivier die altijd dezelfde naam draagt, maar iedere seconde van andere aard is. Creativiteit is als het leven: grillig, onvoorspelbaar, veranderlijk, doch spannend, verrassend en louterend. Vaak vind ik mezelf in die droge vallei van twijfel en wanhoop, die toestand van verloren gewaande inspiratie, die vertwijfelde dorst naar dat ultieme, dat vervullende, dat verheffende wat-dan-ook.

Mijn creatieve wichelroede blijkt keer op keer “The Artist’s Way”, het boek en de methode van Julia Cameron. Dwars door de grandioze verlangens van het ego en de krankzinnige eisen van de inwendige criticaster is daar mijn kompas.

Als ik iets aan (aspirant/mede-)kunstenaars mee zou willen geven, is het de wijsheid die vervat is in de bladzijdes van Julia Cameron. Deze volgende inzichten hebben me al vaak inspiratie en moed gegeven:

* Wanneer je ontvankelijk wilt zijn voor nieuwe ideeën, wees dan bereid om al je opvattingen over wat kwalitatief goed of slecht is te laten varen.

* Wil je goed zijn in iets, dan zul je het er voor over moeten hebben er aanvankelijk aanzienlijke tijd slecht in te zijn.

* Al wil je misschien altijd goed werk leveren, je kunt slechts invloed hebben op het “altijd” en het “werk”. De rest valt je toe terwijl je bezig bent.

* Creativiteit overstijgt je verstand. Op de momenten dat je je niet laat hinderen door wat je al weet, ontstaat er wat nieuws.

* Verwonder je en speel als toen je een kind was!

* Schrijf iedere dag drie bladzijdes in een schrift, zonder al te veel na te denken, zonder censuur, zonder stop. Dit vastleggen van je directe associaties, twijfels en onwillekeurige gedachtengangen, maakt dat je blokkades concreter worden en kleiner, en het brengt je zelfkennis.

* Kom opdagen op de bladzijde, het canvas of welk ander arena van je persoonlijke expressie dan ook. Er is altijd wat te delen, onder woorden te brengen, in beeld of klank te vervatten dat op dat moment gecommuniceerd wil worden, hoe je je op dat moment ook voelt.. Waarvan hierbij akte!

artists-wayWebsite “The Artist’s Way”

Curb Your Enthusiasm

Wat kan het soms toch heerlijk zijn om te ontsnappen in een sitcom of dramaserie.. Iets in een pilot spreekt je aan, doet je smachten naar meer, en spoedig wentel je je in een rijke nieuwe wereld die schier oneindig is, vele seizoenen en marathonsessies lang, tot je met lichte weemoed de laatste episode bekijkt..

De afgelopen weken heb ik mijn hersens ondergedompeld in “Curb Your Enthusiasm”, een geïmproviseerde comedy van HBO zonder ingeblikte lach, die in Nederland uitgezonden wordt door de VPRO, over het gefictionaliseerde leven van Larry David, een van de makers van “Seinfeld”. We leren David kennen als een kale Joodse man van middelbare leeftijd, met ergernissen, misverstanden en conflicten bij de vleet, die meestal niet al te gunstig uitpakken voor hemzelf. Er is geen sociaal probleem of hij meent er wel een oplossing voor te vinden, om uiteindelijk toch verrassend veel verder in de nesten te geraken. Zo wordt zijn kritiek doorgaans met vijandigheid ontvangen, en vallen goede bedoelingen en vriendelijke gestes steevast zo fout, dat hij ondermeer beschuldigd wordt van racisme en seksuele intimidatie.

Op het eerste oog komt hij over als een exemplarische misantroop, een nare brompot, een miesmacher, maar al gaande weg krijg je als kijker toch steeds meer waardering voor zijn zienswijze en levenshouding. Wat mij betreft is hij zelfs een held te noemen. Hoewel kritisch, zegt hij de dingen die niemand durft te zeggen, maar wel zou willen zeggen. Vooral wat betreft sociale conventies, maakt hij keer op keer pijnlijk duidelijk wat er volgens hem aan schort. De bereidheid zichzelf impopulair te maken dwingt respect af en getuigt van moed – al moet hij het toch vaak bezuren. Hij is de tegenpool van de allemansvriend, en juist daarom zo prettig om naar te kijken.

Curb your enthusiasm? Deze serie is heilzaam te noemen voor het gemoed. Om Larry David te citeren: “prett-ay, prett-ay, prett-ay, pretty good!”

Advertenties
%d bloggers liken dit: