Nagelstaren

Ik zit op het terras geanimeerd bij te praten met een jongen, die ik van vroeger ken, en die af en toe Amsterdam aandoet. We praten over vriendschap en culturele verschillen, over eten en tuinieren. Dan toont hij me op zijn smartphone foto’s van zijn weelderige balkon vol bloemen en kruiden. Wat me dan opvalt is dat hij niet alleen spreekwoordelijke groene vingers heeft, maar ook groene nagels! Prachtig secuur geverfd, in schitterend groen, afgewisseld met helder blauw. Hij vraagt me waarom ik dat eigenlijk niet doe: mijn nagels lakken. Tja..

Hoewel ik veel bewondering heb voor de verfijning en de toewijding, deins ik terug. Komt het doordat ik jarenlang nagels heb gebeten? De vorm mijn nagels niet mooi vind? Niet goed weet hoe ik mijn nagelriemen moet verzorgen? Zijn dit nou praktische bezwaren of juist uitvluchten aangejaagd door angst? Door zijn enthousiasme en tips voel ik me uiteindelijk toch geïnspireerd en aangemoedigd om het uit te proberen.

Een week later grasduin ik door tutorials op Youtube. Er blijkt meer te kunnen dan ik voor mogelijk had gehouden, zelfs met die nagels van mij. Omdat ik bang ben voor het overweldigende aanbod aan lakjes en schakeringen, en ik me te zelfbewust zou voelen om dat in een fysieke winkel uit te zoeken, ga ik online naar de drogisterijketen waar ik ooit nog eens een half jaar heb gewerkt.

Als homojongen was het best dubbel, toen, eind vorige eeuw, om in die drogist te staan. Nog in de kast, wilde ik niet te veel opvallen, maar kende ik wel alle cosmetische producten op mijn duimpje, van zeep tot crèmes tot haarverf. Ondertussen kreeg ik kritiek van de mannelijke filiaalmanager. Ik diende overhemden te dragen, mijn halflange haar in model te laten knippen, en mocht ik het toch langer willen laten groeien, het in een staart te dragen. Het feit dat vrouwelijke collega’s wel hun lange haar los mochten dragen, was voor hem irrelevant, omdat ik nou eenmaal een man was.

Anno 2023 maakt mijn hart een sprongetje, en raak ik diep ontroerd als ik mijn online bestelde pakketje met lak en verzorgingsproducten af kom halen in de winkel in de buurt. Achter de toonbank staat namelijk, heel krachtig, iemand die tot in de puntjes verzorgd is, met lang haar, lippenstift en nagellak: een schitterend jeugdig individu, een wandelend kunstwerk van genderfluïditeit! Wat mij betreft een harmonieuze aanvulling op het tableau van non-binaire iconen als dirigent Manoj Kamps en zanger REINDIER, en een levend bewijs dat de tijden echt veranderd zijn.

Thuis experimenteer en speel ik met de kleuren. In het openbaar test ik wat de verschillende tinten doen. Ik vind het opvallend dat de mannen die inmiddels nagellak dragen, toch doorgaans kiezen voor normatief zwart of veilig donkerblauw. De caissière van de supermarkt geeft me een knipoog als ik mijn pinpas tegen de scanner houd. Mintgroen lijkt ontwapenend te werken, maar magenta is misschien wat te pittig voor mij nu. Verder blijkt het aanbrengen een nauwgezet werk, maar vooral een daad van koestering, expressie, geduld en zelfliefde.

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 119 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 12 augustus 2023]

Graaf Paris

Het citaat van Stanislavski, “Er bestaan geen kleine rollen, alleen kleine acteurs,” blijft me bij wanneer ik terugdenk aan mijn toewijzing op de middelbare school om de rol van Graaf Paris te spelen in Shakespeares Romeo en Julia tijdens de jaarlijkse toneelopvoering.

Graaf Paris is een bijrol, een vlak en ongedefinieerd personage dat dient in het grotere verhaal. Hij is de knappe jonge edelman, de gedroomde echtgenoot voor Julia, die echter haar hart al verpand heeft aan Romeo.

Als jonge homo in de kast voelde ik me zowel miskend als herkend door deze keuze. De regisseur, een openlijk lesbische docent dramatische expressie, gaf me aanwijzingen om dieper in de rol van Paris te duiken. Ik moest mijn bewegingen vloeiender maken, minder hoekig. Toen ik aangaf dat ik niet begreep wat ze bedoelde, zei ze dat ze me eerder al wel zo had zien bewegen en graag meer daarvan wilde zien..

Tijdens mijn middelbare schooltijd was het toneel, naast de schoolkrant, muzische avonden en beeldende vorming, het enige domein waarin ik me vrij kon voelen. Onder medeleerlingen die ook een passie voor creativiteit hadden, voelde ik me eindelijk enigszins geaccepteerd. De rol van Paris was een dubbelrol: ik speelde de doorsnee heterojongen die op het toneel iets van zijn meer vrouwelijke kant poogde te tonen.

De belangrijkste reden waarom ik hier nu aan terugdenk, is de film “Rosaline” van vorig jaar. Dit is een hervertelling van Romeo en Julia, gezien vanuit een andere bijrol uit het oorspronkelijke toneelstuk. Waar Paris de beoogde partner voor Julia was, was dat voor Romeo Rosaline. Het is een zeer vermakelijke film, wellicht ook omdat Rosaline en Paris beste vrienden blijken te zijn!

Paris, ook wel bekend als “County Paris,” is hier vooral onomwonden zwart en queer! Hij is brutaal, pittig en weet wat hij waard is. Hij belichaamt alles wat verborgen, verzwegen of onterecht genegeerd is, in de patriarchale samenleving in het algemeen, en in de witgetinte toneelgeschiedenis in het bijzonder.

Achteraf gezien voel ik me vereerd dat me destijds deze rol werd toevertrouwd. Het was subtiel, oprecht wijs en met mededogen. I love Paris!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 118 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 8 juli 2023]

Bret Easton Ellis – Scherven (recensie)

Eerder dit jaar verscheen Bret Easton Ellis’ langverwachte roman The Shards (in het Nederlands vertaald als Scherven). Het lezen hiervan voelde als een hernieuwde kennismaking met een duister universum, waarvan ik het bestaan bijna was vergeten. Vakkundig weet de auteur een web te spinnen van intriges, hunkering en mysterie. Terwijl de echo’s van zijn eerdere triomfen, Less Than Zero (1985) en American Psycho (1991), nog steeds naklinken, voegt Ellis ditmaal opvallend meer introspectie en (homo)seksualiteit toe aan het geheel.

In zijn prille prozawerk betoonde Ellis zich de meester van de murwheid en het onderdrukken van emoties. Als spreekbuis van Generatie X verkende hij de nihilistische levens van jongeren uit die tijd en schokte hij door achteloos, maar genadeloos geweld op onderkoelde wijze te beschrijven. De hoofdpersoon in Scherven, die de naam van de schrijver draagt, is echter complexer en toegankelijker dan zijn voorgangers. Ellis blikt daarbij ook terug, waarbij we een jongere versie van hemzelf ontmoeten, gezien door de ogen van een mid-vijftiger nu.

We worden meegenomen naar het Los Angeles van 1981, waar protagonist Bret deel uitmaakt van een vriendengroep van voornamelijk witte, bevoorrechte middelbare scholieren. Vrij van al te waakzame ouders, begeven de jongeren zich onbelemmerd op het pad van roes, verleiding en seks. Bret heeft weliswaar een vriendinnetje, maar stiekem heeft hij affaires met een aantal jongens. Dan verschijnt de nieuwkomer Robert Mallory ten tonele en voelt Bret zich verscheurd tussen begeerte en afkeer, bewondering en angst, terwijl een aantal gruwelijke misdaden zich ondertussen op de achtergrond voltrekt.

De seksuele obsessie, de onstuimige verlangens en de zorgen van de 17-jarige Bret voelden zeer herkenbaar aan. Hij probeert zich overeind te houden met quaaludes, valium, drank en vluchtige fantasieën. Hij is de eenling die angstvallig zijn plek probeert te behouden, de gevoelige jongen die vreest verstoten te worden. Ondertussen wordt hij gekweld door koortsachtige visioenen waarin schoonheid en wreedheid samen lijken te vloeien.

Scherven is niet alleen een spannend verhaal, maar schetst ook op meesterlijke wijze de tijdgeest. Houdingen ten opzichte van homoseksualiteit en ongewenste intimiteiten zijn duidelijk anders dan nu. Ellis zou echter niet zichzelf zijn als hij niet strooide met talloze gedetailleerde verwijzingen: het autotype, het merk en de kleur van een overhemd, de exacte samenstelling van een cocktail, de details van een maaltijd, en de titels van films en pophits.

Wellicht de meest betekenisvolle en frequente verwijzing in het boek is naar het nummer “Vienna” van Ultravox. De statige piano, de hoekige beat en het melodrama in de opbouw laten een onmiskenbaar gevoel van dreiging achter. Onmiddellijk komt de videoclip, die me als kind zowel fascineerde als beangstigde, weer tot leven in mijn gedachten, vooral die scène van dat schimmige feest in dat obscure consulaat, waar een vogelspin over iemands gezicht kroop.. En dan is er de ironie in de lyriek: “It means nothing to me.. This means nothing to me!” Tja, en dat is precies wat de hoofdpersoon in deze roman zo graag zou willen geloven, maar hij roept het nét iets te luid..

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 117 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 10 juni 2023]

Pianoman

De winter was lang. Mijn rolgordijnen weerspiegelden mijn gemoedstoestand: geloken, zwaar afhangend naar beneden. Het leek me even niks te schelen dat ik door de kou buiten te houden ook het spaarzame daglicht uitsloot. Met de inzet van de lente opende ik laconiek de wering, en stond ineens oog in oog met een wonder: precies in het midden van de 4 ramen van mijn sociale huurwoning prijkte nu de beeltenis van een zwarte jazzmusicus!

Vanaf de straat gezien is het net alsof de uitsparing onder de vensterbank een piano is die bespeeld wordt door de zwarte man. Het krukje waar hij op zit, is in de stijl van het stoepje en de goot onder mijn raam gemaakt. Hoelang zit hij hier al, met zijn zonnebril, pak en hoedje, piano te spelen? Wanneer is hij hier gekomen en door wie?

Een vriend oppert dat het werk van Streetart Frankey (Frank de Ruwe, 1977) zou kunnen zijn, en hij blijkt gelijk te hebben. Ik voel me vereerd en enigszins wakker gekust. Waar heb ik het aan verdiend dat Frankey juist mijn raam uitkoos voor zijn vrolijke creativiteit? Ik voel me uitverkoren degene te zijn die het beeldje vanuit de kleinste hoek mag aanschouwen.

Het bevestigt voor mij mijn liefde voor de stad Amsterdam, waar van alles kan en de verbeelding stiekem nog steeds aan de macht is. De stad van buitenbeentjes, kunstenaars en sensitieven. De pianist spoort me ook aan zelf meer te doen: te schrijven, te zingen, en me meer open te stellen voor verrassing, ontroering en toeval.

Het beeldje roept associaties op met bestaande muzikanten. Ik denk aan Louis Armstrong, Ray Charles en ook Arthur Conley, die boodschapper van “Sweet Soul Music” die uiteindelijk de liefde vond bij een man, hier in het bosrijke Ruurlo. Ook zijn de klanken van Billy Joels “Piano Man” nooit ver weg.

Het voelt alsof er een intieme vriend in mijn leven is gekomen. In de gure oostenwind, de aanhoudende voorjaarsregen en in het licht van de volle maan, zit hij daar en speelt..

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 115 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 8 april 2023]

Mateloos verlangen

“Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen..” Deze gevleugelde woorden van Jacob Israël de Haan dienen zich aan bij het zien van de Oscar-genomineerde film Close van de Belgische regisseur Lukas Dhont. Zowel de brute plotwending als het onderwerp, een intense vriendschap tussen 2 jongens van 13, maken me sprakeloos en best wel overstuur.

De film raakt een zenuw, die alleen ooit eerder bloot is komen te liggen bij een paddotrip, waar ik na een urenlange huilbui tot inzichten kwam, die zich later, neergeschreven, nog steeds lieten gelden als pijnlijke waarheden.

Dankbaar als ik ben voor mijn huidige volwassen vriendschappen, kan ik niet om de grilligheid en heftigheid heen rond mijn jongste pogingen tot vriendschap. Het dierlijke verlangen dichtbij die ander te zijn, te versmelten met zijn zoete adem en de geur van de zon op zijn huid en die van wasverzachter.. Het schokkend kinderlijk egoïsme ook iemand voor jezelf te willen hebben.

Als jonge gevoelige jongen is me de afwijzing van de anderen het meest bijgebleven. Ik werd gepest, verguist en vermeden omdat ik anders was. Wat ik echter verdrongen heb, is hoezeer ik zelf de anderen van me af heb geduwd.

Mijn beste vriendje van de crèche was misschien wel mijn eerste onschuldige verliefdheid. Toen we elkaar op de middelbare school weer troffen, kromp ik echter ineen door zijn stoere jovialiteit en ruwe schouderklop. Mijn beste vriendje van de basisschool brak mijn hart toen hij een jaar over bleek te moeten doen waardoor we niet meer in dezelfde klas zouden zitten. Ik kreeg er zo’n buikpijn van dat ik besloot de vriendschap langzaam dood te laten bloeden. Dan maar liever niks.

Ontelbare keren heb ik later nog potentiële vriendschappen in de kiem gesmoord, omdat ik het emotioneel domweg niet aankon. Die jongen met die donkere haartjes op zijn arm die die CD voor me op een cassette wilde zetten.. Ik gaf maar geen sjoege. Die aardige jongen met de stralende ogen die met me uit wilde.. Ik wist me zó geen houding te geven, voelde me zó schuldig, dat ik hem maar afscheepte met al te doorzichtige smoesjes.

Het heeft uiteindelijk nog wat jaren geduurd tot ik me meer open durfde te stellen. Ik heb geaccepteerd dat ik nooit, zoals gebruikelijk in veel vriendschappen tussen heteromannen, een typische “gozer” of “kerel” zal zijn of zal worden. Hoewel ik alle gemiste kansen tot vriendschap betreur, ben ik blij met alle wijze lessen die ik in de tussentijd van mijn dierbare vrienden heb mogen leren. Zonder kwetsbaarheid immers geen vriendschap!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 114 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 11 maart 2023]

George Michael

Georgios Kyriacos Panayiotou, naam van de Griekse popgod beter bekend als George Michael (1963-2016). Over hem is er onlangs een nieuwe biografie verschenen, geschreven door James Gavin, met als ondertitel “A Life”. Deze laat zich door mij lezen als een onthutsende tragedie, een ontluisterend verhaal van iemand die worstelt met een veelkoppig monster van beroemdheid, liefde en verslaving. Daarbij roept het ook herinneringen op aan mijn eigen jeugd en ontwikkeling.

Ik kijk Whams videoclip van Club Tropicana uit 1983 terug. Het was toen snoepgoed voor mijn 6-jarige oren en ogen, prettige niks-aan-de-hand-muziek met de jonge Andrew Ridgeley en George Michael, die in schoonheid en zelfverzekerdheid aan elkaar gewaagd leken. De biografie nuanceert dit beeld, en vertelt wat er aan vooraf ging: Georges lage zelfbeeld als dikkige jongen met bril, zijn schuldgevoel om, in de ogen van zijn conservatieve vader, niet stoer en mannelijk genoeg te zijn, en zijn ietwat verbeten revanche als aanstormend popster.

Een spoor van misverstanden, over wat George naar de buitenwereld projecteert tegenover hoe hij zich werkelijk voelt, zet vanaf dat moment in. Achter de luchtige zorgeloosheid schuilt een control freak, die zich met ieder detail van elke productie bemoeit. Het macho imago wat hij zich in 1987 als solo-artiest aanmeet met stoppels, leren jas en veel vrouwelijk schoon, is een rookgordijn voor zijn homoseksualiteit. De toppen van zijn roem blijken gepaard te gaan met even zo diepe dalen van eenzaamheid.

Als hij dan de liefde van zijn leven vindt in de Braziliaanse Anselmo Fellepa, slaat het geluk om in tegenslag, als zijn geliefde aids blijkt te hebben en daaraan spoedig zal komen te overlijden. In 1993 zingt hij een virtuoze versie van Queens Somebody To Love, op een benefiet ter nagedachtenis van zanger Freddie Mercury. Terwijl hij voor een internationaal publiek de sterren van de hemel zingt met een wanhoopskreet om liefde, houdt hij zijn eigen liefde en pijn nog steeds verborgen.

Zijn uiteindelijke coming-out houdt het midden tussen onbewuste zelfsabotage en bevrijding, als hij in 1998 wordt betrapt in een openbaar toilet terwijl hij seksuele toenadering zoekt tot een politie-agent. Ik herinner me nog hoe ik, 22 jaar inmiddels, en 1 jaar uit de kast, opkijk van dit met veel sensatie gebrachte nieuws. In de media, waaronder bij Oprah, gaat hij door het stof en betreurt zijn keuzes. Voor de goede verstaander maakt hij tussen de regels door echter gehakt van de heteronormatieve en seksnegatieve afkeuring, en met opvallend veel zelfspot!

Verlies en rouw duiken steeds vaker op. Na de dood van zijn geliefde overlijdt ook zijn moeder, en George poogt de leegte op te vullen door te drinken, zijn platenmaatschappij aan te klagen, zo’n 20 joints per dag te roken, anonieme seks te zoeken, en later door GHB en crack te gebruiken. Het lijkt er helaas op dat hij zijn verdriet nooit écht heeft kunnen verwerken..

In 2011 belandt hij in een coma als gevolg van een longontsteking, en overleeft het, wonder boven wonder. De dankbaarheid nog in leven te zijn, verflauwt echter al gauw. De tracheotomie heeft daarbij zijn stem aangetast: zijn gouden klank is brons geworden, van honing in stroop. Zijn vocalen zullen nooit meer anders klinken dan gesmoord in vocoder en autotune. Voor iemand die zo zelfkritisch is, moet dit heel pijnlijk zijn geweest om onder ogen te zien.

Zijn plotselinge dood op Eerste Kerstdag 2016 op 53-jarige leeftijd, voelt als een stomp in de maag en de song Last Christmas zal altijd een wrange bijklank houden.

Zijn levensverhaal geeft een belangrijk tijdsbeeld van hoe het was om als homo op te groeien in het Engeland en de popcultuur van toen. Zijn humor en gulheid zullen niemand ontgaan zijn. Zijn prachtige muziek en warme stem zijn voor eeuwig!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 113 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 11 februari 2023]

Navelstaren (vooruitblik 2023)

“Waar gaan we in het nieuwe jaar naartoe?” Die vraag stellen, is hem deels ook pogen te beantwoorden. Wat Wim Kan kon, kan ik ook, hoewel.. Als ik in mijn inwendige glazen bol staar ontwaar ik droesem, en die schrikt me af. Want wat kleeft daar op de bodem van mijn door het seizoen verduisterde blikveld? Ik zal wel weer zwaar op de hand zijn, maar is dat nou.. fascisme? Wordt 2023 het jaar waarin het fascisme weer een huiveringwekkende horrelvoet aan de grond krijgt?

Hoewel ik geen Cassandra wil worden, liegen de nipt verhinderde staatsgrepen in de Verenigde Staten, Peru en Duitsland er toch niet om. In Nederland worden fascisten salonfähig gemaakt en ruimte geboden in praatprogramma’s. Het schijnt me toe dat als je tegenwoordig ook maar een pietsje empathie betoont, voor welke willekeurige minderheid ook, je weggezet wordt als “woke”, hetgeen door nota bene de minister van Justitie en Veiligheid als een gevaar wordt bestempeld. Ondertussen heb ik angstdromen over burgeroorlogen en met bloed besmeurde complotmarmotten.

Ook de roze gemeenschap lijkt steeds meer en steeds doelmatiger gespleten te worden door tussenkomst van transfobe Twitter-trollen, narcistische (nep)miljardairs en gesjeesde wetenschappers. Zo zie ik tot mijn verdriet voorheen redelijke en geloofwaardige duiders verzanden in conservatieve waanpraat, waaruit vooral de onderbuik spreekt.

In een poging al dit doemdenken van me af te schudden, fiets ik naar een van de weinige plekken waar ik me helemaal mezelf kan voelen: De Trut. Sinds 1985 wordt hier wekelijks een wervelende feestavond gecreëerd voor eenieder die zich niet per se als hetero identificeert. Ik maak haast, mijn banden roetsjen krakend door de vers gestrooide pekel. Het klinkt als het opzetten van vinyl, en voelt alsof ik in een vertrouwde groef glijd.

Binnen vraag ik me ten diepste af wat er eigenlijk anders is, wat er uniek is aan dit tijdsgewricht? Wat scharniert er anders dan een jaar geleden? Als een muurbloempje vlijd ik me tegen de wand, geflankeerd door geliefde bondgenoten in de luwte, en open me voor het moment. En dan begint het me te dagen. Alles is zoals het eerder was: ik zie een zaal vol bruisende mensen, genietend, twinkelend van de vrijheid zichzelf te kunnen zijn in volmaakte gezamenlijkheid. Een simpele, doch gouden formule! En toch zijn er kleine verschillen in de details..

Aan de bar worden er opvallend veel shots besteld: kleine dopjes sterke drank, tequila, drop- en andersoortige likeuren, die meestal groepsgewijs, binnen een paar seconden achterovergeslagen worden. Het lijkt alsof er een compensatieslag gaande is, dat na alle beperkingen in verband met covid, er nu even snel tegenop gezopen moet worden. Dansen op de vulkaan, want je weet maar nooit hoelang dit nog duurt..

Een andere in het oog springende verandering is te vinden in kleding. De crop top, ofwel het navelshirtje, grijpt gretig om zich heen. Veelal slanke en jonge jongens en meiden wagen zich aan deze snit, waarmee ze zich impliciet onttrekken aan de grillen van het seizoen, en zich tegelijkertijd kwetsbaar tonen. Hoewel er al eerdere pioniers waren, lijkt het nu toch gemeengoed te worden.. en dat maakt het uniek voor dit jaar.

Vorige week werd ik aangenaam verrast toen het een met het ander ook nog eens samenkwam: een dopje sterke vloeistof van het een of ander gecombineerd met een blote buik en een zwoele navel! Een groepje lesbische meiden had een ronde besteld, die onderling werd geconsumeerd middels de bevallige navels van deze dames. Giechelend werden de dopjes overgegoten en vervolgens met veel plezier genuttigd. Hoewel er daarbij even, vast per ongeluk, op mijn tenen werd gestaan, won mijn verwondering het toch van mijn tijdelijk ongemak. Zou het? Zou dit nou de kern zijn van waar het het komende jaar naartoe zal gaan? Meer van deze vrolijke losbandigheid? Als dit het is, teken ik daarvoor! Laten we het hopen..

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 111 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 10 december 2022]

Darren Hayes – Homosexual (albumrecensie)

Verliefd op het idee van verliefd worden.. Met deze gedachte opent Darren Hayes zijn nieuwe album. Het blijkt een reis van giftig bloed en puberale dreigbriefjes naar herwonnen vrijheid en expressiviteit te zijn.

In de jaren ’90 van de vorige eeuw, maakte Hayes deel uit van het Australische popduo Savage Garden, wereldwijd bekend van de hits “I Want You” en “Truly Madly Deeply”. Toen de groep in 2001 uit elkaar viel, verdween hij wat naar de achtergrond, al had hij nog een paar bescheiden succesjes als solo-artiest.

Na meer dan 10 jaar is hij nu terug met het album “Homosexual” (HIER te beluisteren). Naar eigen zeggen gemaakt om af te rekenen met zijn schaamte over wie hij is, en tevens een elegant uitgestoken middelvinger naar de commerciële haantjes van de platenmaatschappijen, die hem in het verleden dwarsboomden omdat hij in hun ogen te gay en te vrouwelijk zou zijn.

“Homosexual” is flamboyant, onverschrokken en zalig overdadig. In de productie buitelen drumcomputers en synths uit de jaren ’80 en ’90 over elkaar heen in een ecclectische mix van pop en electro. Hayes, die tekent voor zowel de zang, de compositie als de arrangementen, doet helemaal waar hijzelf zin in heeft: rekt nummers soms tot over de 7 minuten en is niet zuinig met falsetto en vibrato.

Het voelt als een persoonlijke inhaalslag, alsof hij, inmiddels Abraham gepasseerd, zijn jonge jaren overdoet zonder de angst en de twijfel van toen. Op de 2 titeltracks bezingt en viert hij zijn seksualiteit: tussen zegen en vloek in, afwijkend doch bijzonder, kwetsbaar doch trots.

Waar de muziek soms luchtig is, zijn de songteksten vaak pijnlijk raak en diep persoonlijk. Onderwerpen als klinische depressie, zelfhaat, huiselijk geweld en pesterijen op school sijpelen tussen de sappige beats door. Het nummer “All You Pretty Things” is zowel een lofzang op het queer nachtleven als een eerbetoon aan de slachtoffers van de aanslag op club Pulse in Orlando.

Het album geeft hoop door hardop te durven dromen. “Do You Remember?” is daarbij een nostalgisch liefdeslied zonder gêne. In “Music Video” weet Hayes te vertederen door terug te gaan naar zijn jeugdige zelf, dat het liefst in een videoclip zou willen wonen: daar waar de jongens make-up dragen en de meisjes Billie Jean heten.

Meer transformatie is te vinden in “We Are Alchemists”, waar verdriet in seks kan veranderen, en vergetelheid wordt gevonden in de dans. Het laatste nummer “Birth” is een afrekening met de persoonlijke twijfel en voert tegelijk naar het begin van het album. De cirkel is daarmee rond, en het is maar al te verleidelijk om voor een naadloze overgang meteen weer op repeat te drukken..

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 110 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 12 november 2022]

Faalangst

Er loopt een boze pooier rond in mijn hoofd. Hij vloekt en eist, tiert en commandeert. Het is hem nooit genoeg. Ik ben hem nooit genoeg. Hij jut me op van de hoogste rots in het diepste water te springen. Maar dan uiteraard wel zo elegant mogelijk.

Soms voel ik me het meest onnozele halsje, het meest domme gansje dat er bestaat. Help, ik ben niet klaar om deze bewuste sprong te wagen! Ik was nog niet eens klaar geboren te worden..

In mij strijden de perfectionist en de lafaard. Ze houden elkaar in de wurggreep van mijn faalangst.

Aan de ene kant ben ik trots op mijn sensitiviteit, oog voor detail en idealisme. De wereld zoals deze zou kunnen zijn spreekt me meer aan dan de wereld zoals deze nou eenmaal is. In kunst en muziek meen ik soms de bedwelmende volmaaktheid te proeven: alles ultiem gedoseerd en precies op de juiste plek.

Aan de andere kant kan geen actie of keuze tippen aan mijn mooiste droombeeld. Ik ben verslaafd aan de waan, en blijf erin steken. Ik fantaseer mezelf de vergetelheid in. Ondertussen komt er niks uit mijn handen en vliegen mijn dagen voorbij.

De weinige dingen van waarde raken besmet met het verlammende gif van de angst. Hoe meer belang ik aan iets hecht, hoe groter de verwachting, hoe groter ook het ongemak.

Ik kan 100 mensen interviewen, en me dan nog steeds vastklampen aan mijn lijstje met van tevoren bedachte vragen. Ik kan 100 verschillende liedjes voor een live publiek zingen, en nog steeds last hebben van trillende vingers en knikkende knieën. Ik kan 100 keer een column schrijven, en nog steeds denken dat niemand op deze zit te wachten..

Soms zou ik het onnozele halsje in mezelf wel vast willen grijpen en flink door elkaar willen schudden: “Ondankbaar kreng! Word wakker en stop met je zielige zelfbedrog! Waardeer toch wat je hebt en laat het niet langer allemaal van je afglijden alsof het niks is. Je bent lang niet zo hulpeloos als je gelooft.”

Soms zou ik mijn inwendige pooier eens goed willen laten struikelen zodat hij op zijn gezicht valt en zijn tanden verliest. De criticaster even mooi monddood gemaakt. Of ik zou, moegestreden, botweg kunnen weigeren nog langer de loopjongen te zijn die alle vuile karweitjes maar steeds op moet knappen.

Ik heb zó genoeg van “niet goed genoeg”! Maar helaas is dat nog steeds niet wederzijds..

Genoeg!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 108 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 10 september 2022]

Scheef

Idealisme is als het eten van bananen. Je voelt je ertoe aangetrokken, je hapt toe en krijgt de smaak te pakken. De zoete belofte van een betere, rechtvaardiger wereld verleidt je, maar je moet oppassen niet te gulzig te zijn. En als je niet uitkijkt glijd je uit over de schillen.

Ik moet daar aan denken, een week na Pride Amsterdam, als ik een GVB-tram voorbij zie suizen. Niet zo lang geleden kleurde deze nog als de regenboog, en nu is het een rijdende reclamezuil voor Dubai: “vakantieland nummer 1!” Dat in dat land de doodstraf op homoseksualiteit staat, schijnt de vervoerder, net zoals menig influencer, niet te weerhouden het land uitbundig aan te prijzen.

De media maakten zich drukker om een onhandige opmerking van Tim den Besten in de live-uitzending van de Canal Pride. Hoe durfde hij een racistisch Sinterklaaslied in te zetten terwijl er een boot met mensen van kleur voorbij kwam? Hij werd grondig de maat genomen, wat resulteerde in een dramatische huilbui, maar veel verder kwam het niet.

Met geen woord werd gerept over de algemene onbenulligheid van de hele uitzending. Naast de flater van Den Besten werd er een kind publiekelijk gemisgenderd, waarna presentatrice Evelien de Bruijn lompe opmerkingen en onwetendheid ging lopen vergoelijken: “Misschien vindt die dochter het wel heel grappig. Kan ook nog!” Tot zover het thema My gender, my pride.. (of draaf ik nu door?)

Verontwaardiging blijkt diep persoonlijk en daarmee selectief. Je kunt je hart luchten terwijl de wereld er niet per se van opklaart. Het benoemen van waar het scheef zit kan helpen, maar kent ook grenzen. Geen actie of hartig woord heeft zo de traditie van anti-LGBT+-geweld onder sommige Uberchauffeurs kunnen stoppen. Helaas was het dit jaar opnieuw raak..

Ik moet oppassen niet te hardvochtig en te veroordelend te worden. Waken om niet bitter of zuur te worden. Eerlijk te zijn over mijn eigen onvermogen rond allerhande angstscenario’s, mijn egoïstische neigingen en hypocrisie.

Verbeeld ik me nou werkelijk dat Poetin wakker zal liggen van het feit dat ik de laatste maand amper gas heb verbruikt en zelfs koud heb gedoucht? Zullen de boeren echt onder de indruk zijn van mijn voornemen louter plantaardig te eten? Natuurlijk niet. Bovendien kan ik niet garanderen nooit meer te bezwijken voor warm water of een kaassoufflé. Ik weet dat ik een druppel op een gloeiende inductieplaat ben.

Toch ga ik door, want ik kan mijn gevoel nou eenmaal niet uitschakelen. Liever boos dan blasé, liever betrokken dan afgestompt. En gelukkig ben ik niet de enige!

[Deze tekst is ook te beluisteren binnen aflevering 107 van Kulti Kulti, uitgezonden: zaterdag 13 augustus 2022]

persoonlijk blog met columns en meer van Robert Weijers